Site-archief

Karavaan van zoeklichten

Dichter van de maand

.

Vandaag in het kader van de Dichter van de maand April, het gedicht ‘de vlucht’ uit 2016 van Sabine Kars. Ik heb dit gedicht gekozen om zi’n mooie zinnen en om het feit dat Sabine gedichten kan schrijven waarvan ik vaak in eerste instantie denk; ‘Waar gaat het nu precies over’, terwijl ik wel het gevoel heb dat ik dat al voor een deel weet. Vaak pas bij zorgvuldig nader lezen komt het dan tot me. Die ervaring gun ik een ieder uiteraard.

.

de vlucht
.
dit is voor
het vallen uit het zicht
in een kapotgeschoten lied
.
de vertraging van het licht er is
geen wachtlijst voor nauwe woorden
.
wie de ogen sluit
voelt de kans
om te verdwijnen
.
en vragen tot aan de lippen
worden in zeeën weer thuisgebracht
.
losgeraakt mens
waarheen te gaan
.
karavaan
van zoeklichten
.
genummerd en rusteloos
veroordeelden in de kerende wind
.

Mila Braat

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

.

Milla Braat (1998) begon op 15 jarige leeftijd met slammen en performen. Ze stond droeg voor  op het Langweiligkeitfestival, Carart, de Haagse popweek en het NK-Poetryslam. In 2009 publiceerde ze in de poëzie-verzamelbundel ‘Haags Fris’. Sinds januari 2018 maakt ze deel uit van het Haags Dichtersgilde en is ze huisdichter bij expositieruimte De Firma Van Drie te Gouda.

Milla’s poëzie is intuïtief en lieflijk. Haar schrijven is een herinnering die niet aan tijd onderhevig is. Soms gaat het over het verleden, soms over iets van ver daarvoor en zelfs de toekomst herinnert ze zich feilloos.

Sinds kort studeert ze Creative Writing aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.

Voor meer informatie kijk je op haar website: http://www.millabraat.weebly.com

.

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

.

Dinsdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
Vanachter de heg springt de lente me tegemoet
“Hallo! Daar ben ik dan weer!” schreeuwt ze
“Verrek, daar ben je!” zeg ik
Ik klim op mijn fiets,
zij klimt op mijn rug, trekt de muts van mijn hoofd
gaat staan op mijn schouders
Mijn fiets zwalkt, ik maak mijn bochten onvoorzichtig
Ik kijk in elke winkelruit

Woensdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
ik wacht een minuut.
“Waar ben je” schreeuw ik.
ik stap op mijn fiets, trek mijn muts over mijn oren
neem de kortste weg

Donderdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Ben je daar” zeg ik meteen
“Nee, hier ben ik” schreeuwt de lente,
ze staat aan het einde van de straat
Ik spring op mijn fiets, race naar het einde van de straat
ze staat aan het einde van de volgende straat
“Kom dan!” schreeuwt ze”
’t is goed met je” schreeuw ik terug
Ik fiets terug naar huis

Vrijdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Héé! Wat fijn dat je er bent” schreeuwen honderd lentes me tegemoet
Achter elk raam, op elke grasspriet, in elke lantaarnpaal zit een lente
Met mijn fiets aan de hand wandel ik tussen de lentes door
ik groet ze allemaal, hang mijn jas over mijn stuur
ik kom oude vrienden tegen op straat
“Het is lente!” schreeuw ik tegen hen
Ik voel drie druppels, achter elkaar, op mijn neus
Ik kijk om me heen. Alle lentes zijn verdwenen
Ik stop en ren een café in, ik gooi mijn muts op de bar
Een man draait zich naar mij om en zegt
“21 maart, dán is het écht lente!”

.

Joenna Morits

Winterdag

.

In de dikke bundel ‘Spiegel van de Russische poëzie’ lees ik het gedicht ‘Winterdag’ van Joenna Morits. Vreemd genoeg vind ik achterin bij de bronvermelding niet waar het gedicht eerder is gepubliceerd of door wie het is vertaald. Wel vind ik in de bundel dat Morits (1937) in Kiev is geboren en heeft gestudeerd aan het Gorki Instituut voor Literatuur in Moskou. Morits schrijft meditatieve lyriek, veelal met de natuur als belangrijkste inspiratiebron. Dat blijkt zeker uit het gedicht ‘Winterdag’.

.

Winterdag

.

Al wat ik zie vanuit mijn raam –

De grandioze wereldorde –

Zal in mijn dikste schrift niet gaan,

Laat zich ternauwernood verwoorden.

.

Het bos is van kristal, het meer,

De ribes en de rechte hagen.

De bleke zon is in de weer

De januaridag te schragen.

.

De weg bukt onder sneeuwgewicht,

Zwart glanzen losse ravenveren,

Maar verder is het klaar en licht

Van kwetteren en kwinkeleren.

.

De ster die weinig anders doet

Dan licht te werpen op mijn leven

Praat met me op gelijke voet

En staat haar schijnsel weg te geven.

.

Misschien bestaat geluk daarin,

Misschien is dit het magistrale,

Dat niemand deze dag nadien

Letter voor letter kan herhalen.

.

Abracadabra

Delphine Lecompte

.

Delphine Lecompte (1978) debuteerde in 2004 in het Engels met de roman Kittens in the Boiler, daarna schakelde ze over naar gedichten in haar moedertaal. Voor haar debuutbundel ‘De dieren in mij’ kreeg ze de C. Buddingh’-prijs 2010 en de Prijs Letterkunde 2011 van de Provincie West-Vlaanderen. Hierna volgde nog bundels als ‘Verzonnen prooi’ (2010), ‘Blinde gedichten’ (2012), ‘Schachten en amuletten’ (2013) en ‘De baldadige walvis’ (2014), ‘Dichter, bokser, koningsdochter’ (2015 waar ze mee genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs) en ‘Western’ uit 2017.

Delpine Lecompte verhult niets in haar poëzie, bedient zich van een poëtica zonder franjes en jongleert met taal, aldus een recensent. Oordeel zelf. Uit de bundel ‘Western’ uit 2017.

.

Abracadabra in zijn slaap

.

Een man verleidt mij met een woordspeling
Hij is een pas ontslagen kraanmachinist
We nemen de bus naar de badstad waar ik leerde vechten
Vechten, tellen, stelen, lezen, schrijven, goochelen, turnen
De andere buspassagiers zijn jong en keurig.

Ik haat keurigheid in jonge mensen
Ik haat keurigheid in oude mensen
Ik haat keurigheid
Mijn vader is keurig
Ik haat mijn vader niet, hij staat op het punt om maagkanker te krijgen.

De pas ontslagen kraanmachinist zegt: ‘Ik draag mijn moeder op handen.
Toen ze zeven was heeft ze een duiker gered.’
‘Gered waarvan?’ Vraag ik oprecht nieuwsgierig
‘Van zichzelf natuurlijk!’
We stappen uit de bus, de zee oogt oud en wellustig.

Ik hou van wellust in oude mensen
Ik hou van wellust in jonge mensen
Ik hou van wellust
Mijn moeder is wellustig
Vroeger dacht ik dat ik mijn moeder niet graag zag, nu weet ik dat ik haar aanbid.

We delen een wafel, we strelen een opblaasboot
De boot is lek, de wafel is teleurstellend
In een bunker bedrijven we de liefde
De pas ontslagen kraanmachinist klinkt als een gewonde reiger
Wanneer hij klaarkomt, het is een afknapper.

Na de seks valt hij in slaap
Hij zegt verscheidene keren ‘abracadabra’ in zijn slaap
Dat vind ik grappig.

.

Frederike Kossmann

Jonge dichters

.

Deze Haagse dichteres (1994) won in 2012 de scholenslam won met het team van Segbroek college in Den Haag. Frederike werd namens de scholenslam afgevaardigd naar de halve finale van de NK poetryslam, zeer verrassend ging zij als nummer 2 door naar de finale. In de finale van het NK eindigde ze als 6e. Verder trad ze onder andere op tijdens de museumnacht in het Nutshuis , bij Podium X, Woord op Noord, in Spijkenisse en Brielle. Tegenwoordig woont ze in Amsterdam en is ze cultureel antropoloog.

In 2013 trad ze toe tot het Haags Dichtersgilde.

.

Alle Dagen Heel Druk

.

Alle Dagen
Heel Druk
Zo heet ik
Dat staat op het dossier
ADHD 2518849

Eigenlijk
Ben ik niet zo druk
Niet van buiten
Nu niet
Nooit niet
Nooit geweest
Ik stuiter of spring niet
Ik ren en ik gil niet
Ik heb een eerst zien dan geloven
Maar er is niks te zien
Dus niemand gelooft
Probleem

Verweg onder de tafel
Willen mijn tenen friemelen
Moeten mijn benen wiebelen
Hoewel ik wil blijven zitten
Begint het spier voor spier te kriebelen
Omstebeurt
Span ik alles even aan
Om de neiging te onderdrukken
Zomaar op te staan
Te springen en te rennen en te gillen
Niemand ziet mij alles ingespannen aanspannen
Ik zit er uiterst ontspannen bij

Dat kan
Ogen zijn geen ramen
Gesloten luiken tranen
Achter tralies
Voor de allergrootste spier
Het aller friemeligste
Wiebeligste
Kriebeligste stuk spier
Daar ben ik niet de baas
Daar wordt alles gedaan
Wat ik liever laat

Mijn gedachten hebben pootjes
Staartjes hoorntjes en geniepige oogjes
Zij houden van de chaos
Zij houden mij van mijn werk
Zorgen dat ik alles vergeet
Laten me struikelen, stotteren
En lachen dan om de blauwe plek

U kent dit fenomeen van scholen
Frequent op het speelplein
Dames en heren,
Ik word gepest
In mijn hoogsteigen brein

Van de dokter
Kreeg ik pillen
Die amputeren pootjes
Maar niet voor 24 uur
Ze groeien ’s avonds weer aan
En dan staan ze me op te wachten
Nonchalant tegen de muur
Gebalde breinen vuisten
Steken uit een breinig leren jack
En er valt weinig te ontwijken
Binnen je eigen hek
Elke dag nieuwe blauwe plekken
Van binnen op dezelfde plek

Soms laat ik ze maar lopen
Ik word er leuker van
Grappig spontaan aandoenlijk
Zeggen de mensen om me heen
Maar als al die mensen weg zijn
Dan zie ik het verval
Sleutels kwijt, afspraken vergeten
Gaten in mijn broek
Geen geld dus ook geen eten

Op zich mag ik niet klagen
Mijn leven is zeker niet verkeerd
Ik ben tenslotte niet de enige
Er zijn nog minstens tweemiljoenvijfhonderdachttienduizendachthonderdnegenenveertig anderen
Die van binnenuit worden geregeerd

.

Achter de duinen

Van Haagse dichters die voorbijgaan

.

In 2001 verscheen bij uitgeverij BZZTôH de verzamelbundel ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ met daarin gedichten van, aan het begin van de 21ste eeuw levende, Haagse dichters. Grote namen als Remco Campert en Willem Brakman, Bart Chabot en Mensje van Keulen maar ook specifiek Haagse helden als Boozy en Gebroeders de Gier, allemaal komen ze voorbij in deze bundel. Er is één rode draad in de bundel; alle dichters zijn geboren in Den Haag of zijn er op latere leeftijd komen wonen.

Van twee bekende Haagse schrijvers/ (liedtekst-) dichters Koos Meinderts en Harry Jekkers staan ook bijdragen opgenomen.

Ik koos voor het gedicht ‘Achter de duinen’ door hen gezamenlijk geschreven, oorspronkelijk uit de bundel ‘Achter de duinen’ uit 2000.

.

Achter de duinen

(naar Between van Loudon Wainwright III)

.

Achter de duinen ligt de zee

Daartussen ligt het zand

De zee dat is mijn moeder

En mijn vader is het land

.

Ik daartussen ben het kind

Spelend in het zand

Nog geen idee waarheen te gaan

Naar zee of naar het land

.

Twee voeten in de aarde

Mijn hoofd hoog in de wind

Ben ik mijn vader en mijn moeder

Ben ik mijn eigen kind

.

Eert uw vader en uw moeder

Zoek jezelf een thuis

Op het land, weg van het strand

Of bouw een schip als huis

.

DURF!

Elianne van Elderen

.

Ik las het digitale magazine DURF!, een magazine dat wordt gepubliceerd door CUBISS  en daarin las ik een gedicht van Elinanne van Elderen. Op zoek naar meer van haar werk kwam ik terecht op haar Tumblr pagina.  Elianne is 18 jaar en studente Klassieke talen (Grieks en Latijn in Nijmegen) en creative writing (Arnhem). Zoals ze schrijft op haar Tumblr pagina:  “Er zit iets gevaarlijks in de verveling van de jeugd. Soms schrijf, dicht, of open ik wat”. Dat leek me een goed idee en daarom in de categorie Jonge Dichters hier een gedicht van haar hand. Uit de DURF! het gedicht zonder titel.

.

Ze zingt ‘Forever Young’ – slow version mee
met een Vlaams accent. Het woord ‘incoherent’
kende ik nog niet
toen het al van toepassing was
op de antwoorden die ik gaf
in vriendenboekjes op de basisschool.

Mijn lievelingskleur was paars
nu niet meer, Ilse droeg die kleur maillot
toen we ruzie maakten.

Mijn lievelingseten was wortelstamp
nu niet meer, Daniël moest een keer kotsen
toen hij dat gegeten had bij het kerstontbijt in groep vijf.

Mijn lievelingsdier was een vlinder

nu niet meer, ik ving er ooit een in een jampot

toen brandde ik hem dood met een vergrootglas.

Ik heb in de jaren daarna vooral LEGO-paleizen, Barbiepoppen,

theekopjes van mijn oma, een Nintendo 3DS, nieuw stucwerk,

mijn sleutelbeen, een robotische dinosaurus, de garagedeur,
dromen, draai-kiepraammechanismen en jouw telefoonscherm
kapot gemaakt.

Ik zeg dat al mijn badschuimkastelen instorten
en dat in verval raken ook maar een synoniem is
voor verdwijnen. Peter Pan staat los
van zijn schaduw en jij niet meer achter
de tweets die je schreef toen je twaalf was.

Hij rent weg en ik tel tot tien.

Ik kijk steeds vaker tussen mijn vingers door.
Er liggen frambozenvlekken op hun schoenenneuzen

en leugens op hun tongen. Elke keer
wanneer hun mond open gaat
probeer ik er een uit
te halen. Het lukt me bijna
nooit.

De stoppels op je kin zullen voor het eerst
de kans krijgen om te groeien.
Wij groeien ook maar vooral uit elkaar.

 

.

Sabine Kars

Dichter van de maand

.

Vandaag opnieuw een gedicht van de dichter van de maand april Sabine Kars. Dit keer het gedicht ‘plaatsbepaling’ waarin ze opnieuw haar eigen ervaringen van het afgelopen jaar heeft verwerkt.

.

plaatsbepaling
.
het loket
droeg de naam
plaatsbepaling
.
men vroeg
naar mutaties
in geboortegrond
.
ik kreeg een staalkaart
van voorgangers
en nakomers
.
conservatoren
met dauw
op de slapende handen
.
maar alles wat ik wilde was
een weiland
als leefruimte
.
en het vergaren
van veren
of vloeibaar blijven
.

Rieneke Grobben-Minderman

Gedicht op een muur

Op 23 maart jongstleden overleed de bijzondere Rotterdamse dichteres Rieneke Grobben-Minderman. De flamboyante maar tegelijkertijd zo nuchtere dichter uit Charlois was al langere tijd ziek. Ze is 73 jaar geworden. Rieneke was jarenlang een vaste en zeer gewaardeerde gast van het Ongehoord! podium in Rotterdam. Op mijn verzoek trad ze ook op in Maassluis om ook daar een blijvende indruk achter te laten. Rieneke ging altijd gekleed in het roze en was daardoor een opvallende verschijning in de stad Rotterdam. Dertien jaar geleden begon ze in het openbaar gedichten voor te dragen. De meeste gingen over Rotterdam, de stad waar ze naar eigen zeggen zielsveel van hield. Dat dat geen loze kreet was bleek vooral uit haar gedichten op de rol. Deze gedichten waren geschreven op een papieren rol die steevast uit haar roze koffertje werden opgediept en veelal over haar geliefde stad gingen. Rieneke was een trouwe fan van Radio Rijnmond en droeg op zender vaak gedichten voor.

In de laatste periode van haar leven verbleef ze in een hospice. Daar werd ze overspoeld met kaartjes. Ook ik heb haar verschillende kaartjes gestuurd waarbij ik niet zozeer keek naar afbeeldingen maar meer naar kleur; een kaartje aan Rieneke moest roze zijn. De dichteres kreeg onlangs een steegje in Oud-Charlois, met een eigen roze straatnaambordje, als eerbetoon. Ze onthulde het bordje zelf en bracht daarbij uiteraard een gedicht ten gehore.  Ook bracht ze begin dit jaar nog een eigen dichtbundel uit: De Wereld Volgens Grobben. Rotterdamse gedichten en verhalen.

In Charlois aan de Brielselaan tegenover de Meneba is nu een eerbetoon aan Rieneke aangebracht op een muur. Dit deel uit haar gedicht ‘Rotterdam’ met het voor haar zo kenmerkende woord ‘afijn’ erin is aangebracht door Reclame atlier Mineur en een mooi eerbetoon aan een geweldige vrouw en dichter die we zullen gaan missen.

Morgen 15/4/18 om 16 uur is de presentatie van het hele gevelgedicht door Derek Otte en Jordy Dijkshoorn ! Inloop v/a 15.30 uur House of Hope aan Bas Jungeriusstraat 254. Daarover: http://www.dezoeknaarschittering.nl/onthulling…/ (met dank aan Jiske Foppe voor de toevoeging).

 

.

                                                                                                                                                                   En zo is het geworden (bij de officiële onthulling)

                                                                                                                                                                                                     Rieneke bij Ongehoord!

100 beste gedichten

Langston Hughes

.

Op de bijzonder informatieve website https://100.best-poems.net staat op de derde plaats van beste gedichten in de Engelse taal een gedicht van een dichter die je misschien niet daar zou verwachten. Ik niet in ieder geval. Het betreft het gedicht ‘Life is fine’ van Langston Hughes. Het gedicht gaat over een man die vrolijk van geest is en het vermogen heeft optimistisch te blijven ook in tijden van tegenslag en persoonlijke wanhoop.  Het is een energiek en muzikaal gedicht en de structuur lijkt op die van een blueslied. Het gedicht heeft zes strofen met een gevarieerd refrein aan het einde van elk couplet. Hughes gebruikt frequente herhalingen om zijn boodschap te benadrukken.

Langston Hughes (1902 – 1967) was een Amerikaans dichter en schrijver van fictie en non-fictie. Hij was een van de voornaamste exponenten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming onder zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920. Door middel van zijn gedichten, verhalen en toneelstukken streed Hughes, in een tijd toen dat nog heel ongewoon was, voor Afro-Amerikaanse bewustwording en emancipatie en tegen racisme en discriminatie

.

Life is fine

.

I went down to the river,
I set down on the bank.
I tried to think but couldn’t,
So I jumped in and sank.

I came up once and hollered!
I came up twice and cried!
If that water hadn’t a-been so cold
I might’ve sunk and died.

But it was Cold in that water! It was cold!

I took the elevator
Sixteen floors above the ground.
I thought about my baby
And thought I would jump down.

I stood there and I hollered!
I stood there and I cried!
If it hadn’t a-been so high
I might’ve jumped and died.

But it was High up there! It was high!

So since I’m still here livin’,
I guess I will live on.
I could’ve died for love–
But for livin’ I was born

Though you may hear me holler,
And you may see me cry–
I’ll be dogged, sweet baby,
If you gonna see me die.

Life is fine! Fine as wine! Life is fine!

.