Site-archief

Dichter op verzoek

Juni 2018: Dichter op verzoek

.

Deze maand wil ik op de zondagen een aantal dichters belichten waar ik de afgelopen tijd vraag naar heb gehad. Toen ik namen vroeg voor de dichter van de maand kreeg ik zoveel namen dat ik een aantal van de genoemde dichters in mei zal opvoeren in de categorie Dichter op verzoek. Vandaag als eerste de dichter Miguel Santos.

Miguel Santos (1986) is een Rotterdamse schrijver maar vooral dichter. Ik ken hem vanuit het Rotterdams en vanuit zijn deelname aan de eerste papieren uitgave van MUG books. In 2013 schreef hij een tijdje opmerkelijke columns voor het toen nog jonge Rotterdamse platform Bogue.nl. Met zijn poëzievoordrachten stond hij o.a. op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Geen Daden Maar Woorden, Boek NU!, Woordnacht, Duizel in het Park, Woorden Worden Zinnen en Nacht van de Kaap. Daarnaast is hij een van de gastheren van de PoetsClub Rotterdam, de beroemde en beruchte poëzieavond elke eerste woensdag in Café De Schouw.

Sinds 2014 is hij de huisdichter van tv- (en radio-)station OPEN Rotterdam en de maandelijkse talkshow De Havenloods Live in Studio De Bakkerij. Zijn poëzie verscheen eerder in o.a. verzamelbundels Erotica! Deel I en II, het door mijn uitgeverij MUG books uitgegeven ‘Wij dragen Rotterdam’, Ode aan, Gers! Magazine en Lijn 4. In de zomer van 2016 bracht hij een minireeks poëziebundels uit onder de noemer ‘Uurtjespoëzie’, een verzameling gedichten die online zijn ontstaan.

.

Kleine jongens
worden ook groot
op achtergronden,
in afgelegen hostels,
achter woorden, schermen
en in hoekjes

waar ze zinnen zoeken,
in het donker vragen
naar Rotterdams talent
of van buiten stadsgrenzen
om aan het licht
te kunnen brengen,

om mee te groeien,
op te bloeien
als toekomstige sterren
die moeten schitteren
aan de welbekende skyline
waar nieuwe generaties

zich aan vergapen
zonder in spotlights
te hoeven staan-
daarvan word je blind
voor de ontwikkeling
die voor het oprapen ligt,

die broodnodig is
om groot te worden,
om als kleine jongen
jezelf als man op de
voorgrond te plaatsen
omdat dit soms een kunst is.

.

Knipoog

Elma van Haren

.

Dichter en beeldend kunstenaar Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok daarna naar Amsterdam. Tegenwoordig woont en werkt ze in België.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘De reis naar het welkom geheten’, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt). In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel ‘Grondstewardess’. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel ‘Eskimoteren’ werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000. Naast haar dichtwerk schreef ze voor het literaire tijdschrift  De Revisor.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn. Haar poëzie vormt zich uit haar voortdurende en onbegrensde verbazing over de dagelijkse realiteit, welke worden vermengd met associaties en herinneringen, die, eenmaal op schrift gezet, weer hun eigen associaties genereren. Haar poëzie is vaak verhalend opgebouwd waardoor de vrije vorm gekozen kan worden en elk gedicht weer anders van opzet is.

Uit  haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’ uit 1988 het gedicht ‘Knipoog’.

.

Knipoog

.

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

.

                                                                                                                                                                                          Foto: Astrid Dewaele

Supermarkt

Melissa Ketelaar

.

In de categorie Jonge dichters vandaag Melissa Ketelaar. Melissa Ketelaar komt uit Emmen en is woonachtig in Nijmegen waar ze Algemene Cultuurwetenschappen studeert. Als kind was ze nogal verlegen en door te schrijven kon ze zich toch uitspreken. Door een optreden bij de Kunstbende kreeg ze de kans om vaker op te treden en leerde ze mensen kennen die positief op haar werk reageerde.

Zelf zegt ze dat haar vroegere gedichten vooral grappig en ironisch waren en nu wat nihilistischer zijn maar in het gedicht ‘Supermarkt’ bewijst ze dat het ironische en grappige nog steeds een plekje heeft in haat poëzie. Qua vorm lijken het korte prozagedichten, een beetje in de stijl van Nyk de Vries.

.

Supermarkt

.

Mijn peer werd afgerekend als een appel, omdat ik het zonde vond een tweede zakje te pakken. Voor

het eerst pin ik zoveel dat ik een handtekening moet zetten. Jammer dat ik geen zegels spaar.

Het is druk en de vier tieners voor me kopen Red Bull en Bifi worstjes. De cassière herkent me

inmiddels en ik ben bang dat ze bijhoudt wat ik koop en dus eet.

De enige keer dat ik me niet schaam is als ik tegelijkertijd chocola en tampons koop.

.

gewapend oog

Gust Gils

.

Gust Gils (1924 – 2002) is geen nieuwe naam op dit blog. Eerder schreef ik al over hem, zijn werkzaamheden (o.a. één van de oprichters van Gard sivik) en over een paar van zijn bundels. Hier voeg ik vandaag de bundel ‘gewapend oog’ aan toe. Deze bundel is uit 1966 (mijn exemplaar. 2e druk) maar het origineel stamt uit 1962 en de jaren zestig (en in zekere zin ook de jaren 50) komen naar voren in de teksten en het taalgebruik. De teksten doen me denken aan Simon Vinkenoog en om een dichter van nu te noemen Sven de Swerts. Geen interpunctie (of heel weinig), geen hoofdletters of punten (soms wel soms niet) maar wel komma’s. Toch is het interessant om de gedichten in deze bundel te lezen, juist als een document uit die tijd. Ik koos uit de bundel, met een bijzondere omslag van Patrick Conrad, het gedicht ‘vreemd was dit’.

.

vreemd was dit

.

vreemd hij zegt herkenbare dingen

maar hijzelf is niet herkenbaar.

.

wat zal gebeuren als mijn woorden hem bereiken?

wie zijn wij dan?

.

oh dacht ik zomaar twee tussendoorheden

elk animator van zijn eigen draadverwrongen leven.

.

maar reeds te ondenkbaar om iets anders te doen

heeft hij dood om zich heen gespeldepunt

.

reeds te zeker alleen blijf ik achter een afgeknaagd

stuk schedel in de hondse ruimte

.

Over Simon Vestdijk

A. Roland Holst

.

Van een goede vriendin kreeg ik een alleraardigst boekje uit 1953 van de wereldbibliotheek-vereniging met de titel: Kleine literatuurgeschiedenis in verzen over Nederlandse schrijvers bijeengebracht door Theo Vesseur. Een mooie jaren vijftig omslag en gedichten van dichters over andere dichters. Wat ook leuk aan deze bundel is, is dat in het ene gedicht een dichter dicht over een andere dichter (bijvoorbeeld Paul van Ostaijen over Guido Gezelle en even later Halbo C. Kool over Paul van Ostaijen).

In de inleiding schrijft Vesseur: elk vers in deze verzameling zegt ons minstens evenveel over elk karakter van de auteur zèlf als over de bezongene.  In het geval A. Roland Holst in zijn gedicht over Simon Vestdijk blijkt dat in ieder geval.

.

Simon Vestdijk

.

Wat mag het raadsel van uw arbeid wezen?

Muur van den Geest, waar die van de Chinezen

te kort bij schiet. – O, Tegenpool van Bloem!

O, gij die sneller schrijft dan God kan lezen!

.

Poëziebus weer on tour!

Augustus 2018

.

Ook dit jaar gaat de poëziebus weer rijden en on tour door Nederland en Vlaanderen. En opnieuw zullen bezoekers, dichters, bejkenden en onbekenden worden verrast door bijzondere poëzie uitingen en prachtige poëzie. De tour gaat dit jaar langs de volgende steden:

Maandag 6 augustus: Kortrijk
Dinsdag 7 augustus: Gent
Woensdag 8 augustus: Antwerpen (middag) & Hoogstraten (avond)
Donderdag 9 augustus: Maastricht
Vrijdag 10 augustus: Zwolle
Zaterdag 11 augustus: Rotterdam
Zondag 12 augustus: Amsterdam

De organisatie van de Poëziebus heeft ook dit jaar weer voor een spannend, gevarieerd en multicultureel dichtersveld gezorgd met de winnaars van de van Dale spoken word award 2015 en 2017, rappers, stadsdichters en oud stadsdichters, jong talent en poetry slam finalisten. Dit zijn de namen van de dichters die meegaan:

Lucie de Droom, Laure-Anne Vermaercke, Lindah Nyirenda, De Alchemist, Erika De Stercke, Onias Landveld, Karin van Kalmthout, Kristien Spooren, Maxime Garcia Diaz, Steven Graauwmans, Insayno, Sabina Lukovic, Flow 5, Tijgerlelie Wijnhard, Jan Wagenaar, Noctu, Dorien Dijkhuis, Rommelhond, Hind Eljadid, Nick J. Swarth.

Hou de website van de https://poeziebus.nl in de gaten voor de programmering.

Uit deze bonte verzameling van dichters koos ik Maxime Garcia Diaz. Dit jonge Amsterdamse talent behaalde met haar gedicht ‘Hou op met in de honger wonen’ een 39ste plaats bij de Turing gedichtenwedstrijd 2017.

.

Hou op met in de honger wonen

.

Het lichaam begint te kloppen

misselijk zoals een carcinogenisch hart

klopt of zoals           Het holt zichzelf uit.

Het vult zichzelf traag met zwellende rook

en je voelt jezelf als een kale boomtak uitreiken

om een wolk, of een gitzwart maagdenvlies

te perforeren.

.

(de bus rijdt over het bankaplein, een oude man

struikelt, je ademt als een zieke hond of een

spijkerbroek gedragen door een meisje van elf

dat niet naar school wil)

.

Het lichaam zwijgt. Het lichaam weigert

uit te ademen,

schuimbekt. Golven slaan

tegen het gehemelte: alsof er nog nooit iemand

in de zee gelegen heeft,

naar de wolken keek en zei: dit is wat ik wil worden.

Dit wil ik zijn als het donker wordt.

.

Je krult op als een garnaal of     het opkrullen

– iets dat verrotten kan, en dan verkruimelen.

Je waant jezelf onkruid

en beseft dat dit ook een soort narcisme is.

Het lichaam begint zichzelf te annuleren.

.

 

 

Van vroeger en thans

Alain Teister

.

Je kunt heel veel vinden van de warenhuisketen V&D of Vroom & Dreesmann, je kunt ze missen of niet maar éen ding waarin de V&D zich onderscheidde van andere warenhuizen was hun uitgeverij. En in dit geval vooral hun poëzie uitgaven door de jaren heen. Ik denk dat ik inmiddels toch wel zo’n 5 uitgaven bezit die door de V&D is uitgegeven indertijd. Zo ook de bundel ‘Dag in, dicht uit’ uit 1994, samengesteld door Ernst van Altena.

In de inleiding lees ik: “Wie de Nederlandse poëzie van de laatste decennia gevolgd heeft, moet tot de conclusie komen dat Pegasus zich in onze streken niet hoog boven het maaiveld verheft, maar laag over het aardse scheert. Voor een hoge abstractie moeten we bij vuriger volken zijn. In Nederland wordt gedicht over een kropje sla en de afwasmachine”.

De gedichten in deze bundel gaan dan ook over de alledaagse dingen, over aardse zaken, over voetbal, ontbijt, het ontwaken, school en werk. Of, zoals in het gedicht van Alain Teister, over een pepersteak en een glas wodka. Alain Teister, pseudoniem van Jacob Martinus Boersma (1932 – 1979) was schrijver en schilder. Hij debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’ waarna nog enkele romans en poëziebundels zouden volgen.

.

Van vroeger en thans

.

Plotseling herinnerd: mijn moeder

die heimelijk peper strooide over

mijn steak sans poivre

want mijn vader vond peper een van de

slechte vergiften.

.

Hij zou eens moeten weten,

die onoverkomelijke oude baas,

(ik houd van hem als van een zoon)

dat ik zelfs in mijn wodka

een beetje peper gebruik.

.

Een andere kant

Laatste keer dichter van de maand mei

.

Voor de laatste keer is Alja Spaan vandaag dichter van de maand mei. Volgende week zondag een nieuwe dichter van de maand. Wie dat gaat worden weet ik nog niet maar ik heb een hele week om erover na te denken. Dit keer een gedicht van Alja uit haar laatste bundel uit 2017 ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’ en opnieuw een intiem portret in herinneringen van een vader en een dochter.

.

Een andere kant

.
Alle lengtes zijn ingehaald, behalve de mijne.
Alle portretten zijn levend geworden behalve

de zijne. Mijn vader tekende bij voorkeur paarden,
koeien, uitgemergelde exemplaren,

hazen in de kantlijn, fietsen, auto’s en een enkele
vrouw met aanmerkelijk betere

knieën dan het blokje dat ik maakte tussen
ballonkuit en marmeren zuil. Ze bleven

bloot terwijl ik een plooirokje probeerde. Alle
schaduwen zijn weg.

Vogels stijgen opnieuw op, landen evenwel nu
in het natte gras tussen

zijn lijf en het hare, ze heeft haar rok keurig
tot over haar knieën getrokken.

.

De beste Amerikaanse dichter

Elisabeth Bishop

.

Mensen zijn gek op lijstjes, ik ook. Op de website https://www.ranker.com/list/best-american-poets/ranker-books staat een overzicht van de beste Amerikaanse dichters, opgesteld door het publiek door simpelweg te stemmen op de favoriete dichter. Op zichzelf geen verrassend rijtje, de nummers 1 t/m 10 zijn allemaal heel bekende dichters (al staat E.E. Cummings natuurlijk op een 7e plaats te laag en staan zowel Bob Dylan met een 35ste plek en Jim Morrison op een 82ste plek in de lijst als lieddichters) maar de eerste voor mij onbekende dichter staat al op plek nummer 13: Elisabeth Bishop.

Bishop (1911-1979)  was dichter en schrijfster. Bishops werk wordt vaak geschaard onder lesbische- of vrouwenpoëzie, maar zelf wilde ze van deze categorisering niets weten. Van een feministische inslag is ook weinig te merken. Haar gedichten zijn redelijk conventioneel van stijl en kenmerken zich door een hoge sensibiliteit, waarbij ze zich altijd kwetsbaar opstelt. Steeds heeft ze veel oog voor detail en kleinigheden. Haar werk werd vele malen onderscheiden, onder andere met de Pulitzerprijs voor poëzie in 1956, de National Book Award voor poëzie in 1970 en de National Book Critics Circle Award in 1976.

Hoewel ze moeilijk rond kon komen van haar schrijven reisde Bishop veel. Zo woonde ze van 1951 tot en met 1966 in Brazilië waar ze beïnvloed werd door dichters als Octavio Paz en Carlos Drummond de Andrade. Het gedicht Seascape is duidelijk tijdens één van haar reizen geschreven.

.

Seascape

.

This celestial seascape, with white herons got up as angels,
flying high as they want and as far as they want sidewise
in tiers and tiers of immaculate reflections;
the whole region, from the highest heron
down to the weightless mangrove island
with bright green leaves edged neatly with bird-droppings
like illumination in silver,
and down to the suggestively Gothic arches of the mangrove roots
and the beautiful pea-green back-pasture
where occasionally a fish jumps, like a wildflower
in an ornamental spray of spray;
this cartoon by Raphael for a tapestry for a Pope:
it does look like heaven.
But a skeletal lighthouse standing there
in black and white clerical dress,
who lives on his nerves, thinks he knows better.
He thinks that hell rages below his iron feet,
that that is why the shallow water is so warm,
and he knows that heaven is not like this.
Heaven is not like flying or swimming,
but has something to do with blackness and a strong glare
and when it gets dark he will remember something
strongly worded to say on the subject.

.

Album van licht

Maria de Groot

.

Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.

Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.

Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.

De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).

Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.

.

Sonnetten

.

Sonnetten dienen zich geruisloos aan

en zoeken vaste voet als vluchtelingen

die bijna in de wereldbrand vergingen

en nu een ogenblik ter ruste gaan

 

bij mij die hen met eerbied wil omringen.

Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.

Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.

Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.

 

Achter de krotten van mijn povere wijk

schrijven de zeeën hun verliefde brieven

aan Venus die ontvluchtte aan het slijk

 

en spoorloos achterbleef in de archieven

van continenten die één bom bestrijkt.

Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!

.

                                                                                                                                                                                    Met dank aan Wikipedia