Site-archief
Bij een slapend lichaam
Serge R. van Duijnhoven
.
Het mooie van een blog hebben (en de daarbij behorende lezers uiteraard) is dat je naar aanleiding van de dingen die je schrijft soms hele aardige en bijzondere tips en verwijzingen krijgt. Zo reageerde Serge R. van Duijnhoven (van Dichters dansen niet)op een bericht van mij waarin de link tussen muziek en poëzie wordt beschreven (categorie Poëzie en songteksten).
Het gaat om het volgende gedicht.
.
Bij een slapend lichaam
ik wil dat je mijn bedoelingen doorgrondt
ik wil dat je de prijs leert kennen van verlangen
de schaal van de dingen, ik wil dat je begrijpt
waarom men het aardige overwaardeert
ik wil je horen zeggen:
‘alles dient slechts om te winnen
alles is tactiek; wij spelen
allemaal’
ik wil dat men ons geheim zal bewaren
dat we elkaar geruisloos achtervolgen als jagers
ik wil dat we bereid zijn onze ziel in te zetten
zoals we een munt inwerpen bij een gokautomaat
ik wil de tijd terug dat ik wijs werd uit mijn dromen
ik wil de tekens terug die ik heb nagelaten op je huid
ik wil je kunnen voelen met mijn ogen in het donker
met mijn nagels nagaan waar je bent geweest
ik wil dat jouw handen me in koele lakens wikkelen
ik wil zien of jouw zijde van de mijne verschilt
ik wil dat je sterker zal zijn naar het einde
ik wil je laten denken dat je wint
ik wil dat je je zonder mij een vondelinge voelt
een zonderlinge in de leegte, ik wil je zien bibberen
in de kou. Ik wil je zwetend, warmgewreven
ik wil je hondsdol, biddend om berouw
ik wil dat je mijn gedachten kunt lezen
ik wil dat je mijn hart kunt raken
of de fatale plek. Het interesseert met niet
wie de wonden veroorzaakt. Het interesseert me niet
hoeveel het er zijn. Ik wil alleen belang stellen
in wat me beheerst. Ik wil op een prachtige plek zijn
als ik sterf. Ik wil kunnen verdrinken in een Rode Zee
me verwonden aan een giftig koraal, aanspoelen
op een hagelwit strand, met jouw smaak nog
op mijn lippen. Ik wil je niet kapotmaken
ik zou niet weten hoe. Kon ik maar zeggen:
ik zal je vergeten. Kon ik maar zeggen:
ik laat je met rust
maar liegen kan ik niet
ik denk altijd aan je, echt waar
ik zal voor altijd aan je denken
.
Serge schrijft over dit gedicht:
“Oorspronkelijk ontstond “Bij een slapend lichaam” als het resultaat van een soort gedachten experiment. Een vraag die ik in een gedicht verder uit wilde zoeken:
wat als de driften van een minnaar niet meer beteugeld kunnen worden. En hij in een onbezonnen vlaag van passie, razernij en bezitsdrang het object van zijn begeerte letterlijk laat stikken? Wat zou deze excessieve minnaar denken, doen en willen zeggen terwijl hij neerknielt bij het lichaam van zijn geliefde? Schiet hij in de kramp der ontkenning, wat ik vermoed, of breken de sluizen van zijn emotie en het zelfinzicht alsnog open? Wat zouden zijn laatste woorden tot haar zijn, alvorens hij de deur van haar slaapkamer zal vergrendelen? En hij met onbegrijpelijk kalme tred van de trap in haar studentenhuis afdaalt?
Over het algemeen reageren toehoorders teleurgesteld of zelfs gebeten wanneer ze van deze ontstaansgeschiedenis horen. Degenen die het gedicht dierbaar is, voelen zich bedrogen. Terwijl ik van mening ben dat ik de luisteraar pas echt zou bedotten als ik hier niets over zou vertellen. Ik neem het publiek, zo kun je wel stellen, dus juist in vertrouwen in plaats van het te bedriegen. En al is dit uitgangspunt niet iets wat de meeste mensen perse willen of hoeven te weten, waar is het wel.”
.
Dit gegeven is denk ik voor vele dichters bekend. Je schrijft een gedicht en uit de reacties van lezers en toehoorders krijg je terug waarover (zij denken) dat het gedicht gaat. Dit kan enorm afwijken van de bedoeling van de dichter. Volgens mij is dat juist de charme van poëzie, iedereen kan er in lezen wat hij/zij wil terwijl de dichter er wellicht iets heel anders mee bedoelde.
Van dit gedicht is een filmpje gemaakt “Zomaar goed” dat Henk Hofstede maakte voor het album en de theatershow “Prettige vooruitzichten” (2010) van Rick Treffers. Serge voegt daar nog aan toe:
Als tekstuele toevoeging aan dit knappe en gelaagde symfonische lied, dat te horen is op Treffer’s album “Prettige vooruitzichten” (2011), leest de dichter vanuit de coulissen bovenstaand gedicht voor. Als ware het een laatste groet aan een geliefde die achterblijft in bed. Op de drempel tussen nacht en dag, verleden en heden, wanhoop en begeerte, liefde en bezitsdrang.
.
.
Gedicht van Gerrit Achterberg
Gedicht
.
Omdat er zoveel mooie gedichten in staan nog maar een uit ‘Het Weerlicht op de kimmen’ van Gerrit Achterberg .
.
Continuïteit
.
Gij gist in mij met ongestorvenheid.
Wat gij zonder uw dood had kunnen zijn
wil met zijn voortzetting tesamen zijn
volgens de wet der continuïteit
.
Aan beide zijden van de spa die splijt,
kronkelt de worm en weet zich zonder eind.
En de geamputeerde voelt nog pijn
in voet of hand die hem is afgezet
.
Zo ook beweegt zich langs dezelfde lijn
van onze zielen de saamhorigheid,
stip en gedachtestreep ten spijt.
.
.
Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt gezien als een van de grootste Nederlandse dichters van de 20e eeuw. In Utrecht waar hij op kamers woonde, vermoordde hij zijn 40-jarige hospita en verwondde hij haar dochter Beppie. Hij werd opgesloten in het Rijkasyls voor Psychopathen ‘Veldzicht’ in Balkbrug (gemeente Avereest) waar hij van 1938 (tot 1941) werd belast met het beheer van de bibliotheek.
Bovenstaande informatie komt van het zeer informatieve blog Hetvergetenboek. Over schrijvers en dichters die bibliothecaris waren (en dat zijn er nogal wat) lees je alles op http://hetvergetenboek.blogspot.nl/2011/02/ditmaal-geen-vergeten-boek-maar-een.html
Rainer Maria Rilke in Praag
Praag 2013
.
Twee weken geleden was ik in Praag en daar viel met de grote hoeveelheid bustes en platen aan gevels op. Vrijwel elke bekende Tsjech heeft daar een herdenkingsplaat. Of het nu gaat om een huis waar je gewoond hebt ( Franz Kafka) waar je overleden bent of waar je geboren bent, er hangt een aandenken. Zou het stadsgezicht in Nederland ook behoorlijk wat interessanter maken denk ik. Nu wordt dit natuurlijk hier ook wel gedaan, alleen in Den Haag weet ik vele voorbeelden. Maar toch. En dan graag in het Nederlands en Engels een uitleg (voor de toeristen, weten zij gelijk ook dat we trots zijn op onze literaire helden.
Hieronder het borstbeeld van Rainer Maria Rilke aan het gebouw waar hij 4 jaar naar de Volksschule ging in Praag.
.
De zomer kan me gestolen worden
Jan Wolkers
.
Jan Wolkers (1925-2007) schreef in zijn bundel ‘Jaargetijden’ uit 2000 het gedicht ‘De zomer kan me gestolen worden II’. Een mooie gelegenheid om dit gedicht te plaatsen gezien de zomerse temperaturen van de afgelopen weken.
.
De zomer kan me gestolen worden II
De zomer kan me gestolen worden.
De ramen open op het gekkenhuis
Der wereld. Het knarsend etsgeluid
Van het geschreven woord. Een nagel krast
Het marmer tot wit stof. Het gouden kalf
Verdrinkt in schuimend biest van de profeet.
‘Gij zult geen andere goden!’ Kalm nou maar
De sleet zit in de baard van kemelhaar.
Een korte broek geeft brandnetels een kans.
Een zinken teil vol ranja lest de dorst
Beter dan alle kruiswoorden op spons.
Er loopt een lichtval van woestijnzand
Vanaf het doopvont van gebeitste vroomheid
Naar de verveling van het schaduwdal.
.
Gedicht naar aanleiding van column
Onder de brug
.
Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers
opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten
stressende automobilisten en geduldige hengelaars
.
platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar
alleen de schippers nemen flarden tot zich
in het voorbijgaan, in het half donker
.
pas wanneer er een pas op de plaats moet
worden gemaakt, openbaren zich de zinnen
de poëtische overdenkingen onder de brug
.
minutenlang mag de tekst haar lezers
plezieren en verwonderen, tot na het laatste
schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt
,
Poosplaats
Gedichten op vreemde plekken Deel 98: Op een pilaster in de dijk
.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog liet Frederik Hendrik in 1629 rond de stad ‘s-Hertogenbosch een veertig kilometer lange aanvalslinie aanleggen. Deze linie bestond uit een aaneenschakeling van dijken, grachten, forten en kampementen.
Het water van de Aa, de Dommel en de Dieze werd door het systeem van dijken en grachten om de stad heen geleid. De moerassen, die de stad van oudsher moeilijk te benaderen en onneembaar maakten, konden hierdoor worden drooggelegd.
Na een beleg van vier maanden sloegen de manschappen van Frederik Hendrik een bres in Bastion Vught. Op 14 september 1629 werd de capitulatie getekend en de stad ingenomen. Met deze verovering bevestigde de stadhouder zijn faam als ‘stedendwinger’.
Over de uittocht van de Spaanse troepen liet Frederik Hendrik door zijn secretaris Constantijn Huygens in zijn dagboek optekenen:
‘De bezetters mochten ongemoeid met slaande trommels, vliegende vaandels in volle bewapening met pak en zak en gemaakte buit naar Diest vertrekken’
Het verslag sluit met de woorden:
‘1629 is dus voor mij een memorabel jaar geworden. Via een der zwaarste en gedenkwaardigste belegeringen hebben we veel lof en ontzag gewonnen. De onoverwinnelijke moerasdraak ‘s-Hertogenbosch is bedwongen.’
Tegenover Bastion Vught ligt een waterdoorlaat naar het Bossche Broek, dat bij hoog water als waterberging wordt gebruikt. Op een van de pilasters in de dijk is het gedicht te lezen dat Kees Hermis geïnspireerd door de historie voor deze plek schreef.
In totaal komen er elf poosplaatsen langs of nabij de Dommel, tussen Bastion Vught en Sint-Michielsgestel. De term en het concept ‘poosplaatsen’ zijn afkomstig van de dichteres en beeldend kunstenares Pien Storm van Leeuwen. In dit neologisme klinken ‘verpozen’ en ‘poëzie’ door in relatie tot een bepaalde plek. Al enige jaren werkt ze aan kunstprojecten die op innovatieve wijze het landschap verbinden met de wijze waarop mensen zich tot dit landschap verhouden. Poëzie geïnspireerd door de plek, is daarbij de gedachte.
.
Bericht aan de reizigers
Gedicht in het Centraal Station van Antwerpen
.
Toen ik begin van dit jaar in een week tweemaal in Antwerpen moest zijn kwam ik even voorbij de stationshal een prachtig vormgegeven gedicht tegen, op de muur/plafond van een van de doorgangen van het station. Het gedicht blijkt van Jan van Nijlen (1884-1965) .
Op 18 maart 2011 werd het gedicht onthuld en daarmee ging een lang gekoesterde wens van schrijver Johan Anthierens in vervulling. In aanwezigheid van de weduwe van Johan Anthierens, Elisabeth Erauw, Brigitte Raskin en stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen werd het volgende gedicht onthuld:
.












