Site-archief
Genoeg
Theo Olthuis
.
Op 3 april verschijnt ‘Tongval van het verdwijnen’ de tweede klimaatdichtersbundel. In deze nieuwe verzameling gedichten van de Klimaatdichters, zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Waarom een groot aantal dichters, woordkunstenaars en spoken-word artiesten zich hebben verenigd in de Klimaatdichters (waaronder ikzelf) mag inmiddels wel duidelijk zijn. De laatste 10 jaar waren de warmste jaren ooit gemeten en wat dat voor consequenties heeft is duidelijk (al zijn er altijd mensen die dit ontkennen, niet gehinderd door enige vorm van kennis).
Toch is het besef dat de wereld risico loopt niet nieuw. In 1968 werd de Club van Rome opgericht en in 1972 bracht deze club het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een alarmistisch rapport waarin al een verband werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Hoewel het rapport veel aandacht kreeg en er in de afgelopen 50 jaar wel degelijk actie is ondernomen blijkt dat de mens nog altijd achter de zaken aanloopt.
Dat er destijds ook al oog was voor het milieu (en altijd is geweest) bleek mij opnieuw toen ik in ‘Roltrap naar de maan” Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950, voor kleine en grote mensen, uit 1995 aan het lezen was. In het hoofdstuk ‘Anders loopt het in de soep’ liedjes over de wereld, staat een liedtekst van Theo Olthuis (1941-2024) schrijver en dichter. Olthuis schreef heel veel boeken en bundels voor kinderen en volwassenen, theaterstukken, aforismen, scenario’s en liedteksten voor televisie (onder andere voor Sesamstraat en Het Klokhuis).
Ook schreef hij teksten voor volwassenen zoals een liedtekst in deze bundel uit 1990 voor Herman van Veen. Het lied verscheen destijds als CD-single. De tekst doet nu heel lief aan, er is weinig alarmistisch aan maar ik vraag me af of, als Olthuis een dergelijk lied opnieuw had geschreven, dat nu opnieuw zo lieflijk zou zijn geweest.
.
Genoeg
.
Er is op iedereen gerekend
De aarde is gastvrij
Eén grote ronde tafel
Pak een stoel en kom erbij
Tast maar toe, wees niet bang
Er is genoeg voor iedereen
Schep maar op en ga je gang
.
O ja, ‘k zou het haast vergeten
Eén ding moet je even weten
Anders loopt het in de soep
Dan gaat het helemaal mis
Er is genoeg voor iedereen
Maar neem niet meer dan nodig is!
.
Gebonden
Herman van Veen
.
Dat Herman van Veen bekend en geliefd is mag wel duidelijk zijn. Op zijn Wikipedia pagina staat hij omschreven als toneelartiest, acteur, auteur, singer-songwriter, muzikant en schilder. Dat hij ook dichter was wordt niet genoemd, wat opvallend is want op zijn eigen website staat wel een kopje ‘schrijver’ met daaronder het kopje ‘liedjes, verhalen & gedichten’.
Die liedjes en die verhalen kennen de meeste van ons wel, de verhalen van Alfred J. Kwak en liedjes als ‘Hilversum 3’ en ‘Anne’ om er maar een paar uit een eindeloos lange reeks te noemen. De gedichten zijn minder bekend. En toch was er een tijd dat ook de poëzie van Herman van Veen zeer goed verkocht. In een gratis mee te nemen boekentafel op het station van Den Haag vond ik zijn bundel “gebonden” uit 1978. Het betreft hier een derde druk binnen 5 maanden! Hoewel de bundel stevig is (96 pagina’s) zijn veel van de gedichten kort tot zeer kort. Een paar voorbeelden:
.
kind
mens
in onvolwassen staat
de reutel
nog niet in de keel hebbende
*
al eeuwen
gebukt
onder het juk
van de armen
deo in excelsis
deo in dorant
*
ze waren zo beschaafd
ze neukten met mes en vork
en nooit met volle mond
.
Grappig, soms curieus maar altijd met het taalgevoel dat we van Herman van Veen kennen. Maar er staan ook serieuze gedichten (allemaal zonder titel overigens) in deze bundel, gedichten waarover je je gedachten kan laten gaan. Het gedicht over een soldaat maakt dat duidelijk.
.
als een soldaat
iemand doodschiet
schiet hij
uiteindelijk
zichzelf dood
.
dat dacht de man
voor het vuurpeloton
.
maar
hij had geen tijd meer
om dat uit te leggen
.
en dat maakte hem nog verdrietiger
.
maar hij had tenminste de troost
dat zijn verdriet
van korte duur was
.
Tot slot nog een aantekening. In deze bundel staan een paar, in twee verschillende handschriften geschreven tekstjes als ‘denkend aan alle goede momenten die we samen met H.v.V. hebben doorgebracht, voelde ik me “gebonden” jou deze bundel te geven. En: Met de zoete herinnering aan een onverwacht, gestolen samenzijn met jou, Baukje, Lekkum, 2 februari 1979. Ook dat maakt zo’n bundel extra bijzonder.
.
Het wordt ochtend in de stad
Willem Wilmink
.
Iedereen die in de stad woont, zoals ik, zal in het gedicht ‘Het wordt ochtend in de stad’ van Willem Wilmink dingen herkennen. Het langzaam opstarten van de stad, de eerste lampen die gaan branden, getoeter, kantoren met achter de ramen de schoonmakers voordat deze weer worden ingenomen door hordes kantoorbeambten, de geboorte van een nieuwe dag. Ik herken ze allemaal op één na.
Willem Wilmink (1936-2003) schrijft in de vijfde strofe ‘en ook hier zijn geen vogels meer te horen / behalve twee minuten op de vierde mei’. Ik herken de stilte op 4 mei zeker en het geluid van de vogels die de stilte verbreken maar ook op alle andere dagen hoor ik vogels. De stad leeft en niet alleen door de mensen die haar bewonen of werkzaam zijn in de kantoren en gebouwen van de stad. Ook vogels leven in de stad. Bij mij zeker, maar ik woon dan ook redelijk dichtbij een bos(je).
Het gedicht ‘Het wordt ochtend in de stad’ nam ik uit de bundel ‘De stad’ Een bloemlezing door C. Buddingh’ uit 1981. Oorspronkelijk verscheen het gedicht van Wilmink in de bundel ‘Voor een naakt iemand’ uit 1977. Het gedicht werd in 1972 door Herman van Veen op muziek gezet.
.
Het wordt ochtend in de stad
.
Licht gaat branden achter sommige gordijnen
hier en daar een mens op straat ietwat verwaaid
rokershoest weerklinkt alom lantarens kwijnen
als er hier een haan was had-ie al gekraaid.
.
Mensen overwegen om in bed te blijven
zien er toch maar weer vanaf uit goed fatsoen
en een oude man wordt wakker met een stijve
maar heeft niemand om een vluggertje mee te doen.
.
Ergens laat zich al de helse toeter horen
van een matineuze heer in het verkeer
achter grote gele vensters van kantoren
zijn de werksters met hun emmers in de weer.
.
En wie in zijn diepste nachtelijke dromen
is gezworen naar de bron van zijn bestaan
mag zo dadelijk weer op het matje komen
aangezien hij een vergissing heeft begaan.
.
Net als vroeger is er weer een dag geboren
maar de jaren van verwondering zijn voorbij
en ook zijn er hier geen vogels meer te horen
behalve twee minuten op de vierde mei.
.
Ach, het leven nam ons allen op de korrel
en de dood genaakt met klapperend gebit
wij verlangen naar het uur dat de eerste borrel
goed en wel weer achter onze kiezen zit.
.







