Site-archief
De Poëziebus Deel 2
Delia Bremer
.
De volgende dichter, Delia Bremer, is een éénwijfsbedrijf: zij organiseert, schildert, schrijft en spreekt! Delia schildert lyrisch abstract en schrijft gedichten in het Nederlands en Drents. Ze is auteur van onder andere de dichtbundels ‘Grand Cru’, ‘Hongerplooien’, ‘Liefdelakens’ en de Drents Erotische bestseller; ‘Minnezinne’!
.
plots
voel ik je
aanwezigheid
als een messteek door mijn verlangen…
ben aan een draad blijven hangen.
vlees en bloed hielden het niet meer tegen
na de daad ben je weggebleven
omdat jij kreeg wat ik je nu geef
eerlijke antwoorden
in dit nieuwe gedicht
terwijl jij zweeg….
.
Alle info over de Poëziebus op http://poeziebus.nl/
De Poëziebus
Dichters
.
Van 19 tot en met 26 juli gaat de Poëziebus rijden door Nederland en Vlaanderen en doet daar 12 steden aan. Aangezien ik voorzitter van de Raad van Toezicht ben van de stichting Poëziebus ga ik de komende dagen ongegeneerd reclame maken voor dit mooie nieuwe initiatief. Meer dan 50 dichters doen mee aan de verschillende activiteiten en ik ga een aantal ven hen in het zonnetje zetten als extra aanmoediging om vooral toch naar deze activiteiten te gaan en zelf te zien en ondergaan hoe mooi het kan zijn om poëzie als podiumkunst te beleven.
Als eerste vandaag de dichter Julie Beirens. Julie Beirens (1994) is een jonge creatieveling met een kritische pen. Als een volleerde detective onderzoekt zij de maatschappij en het leven. Het resultaat is te zien en te horen in woord en beeld.
.
dit was niet wat doorgaans
in uw aderen werd gezogen
en verpulverd met de breekbaarheid
van tienerjaren en een eerste verdriet
dit waren geen woorden, neen,
dit waren gezangen van naalden
en bekoring, dit was de vloed
waarin men oordeel prikte
dit waren houwelen die ik
in mijn bloed pende, huiden
die ik aan flarden schreef
en openreet, met metaforen
van methadon
dit was een woord dat men
vergeten was, een volledige
taal die niemand kent
omdat het nooit gesproken is
.
Alle informatie over de Poëziebus lees je op http://poeziebus.nl/
Fax poem
Charles Bukowski
.
Op 18 februari 1994 liet Charles Bukowski een fax installeren in zijn kamer en vrijwel meteen daarna faxte hij onderstaand gedicht naar zijn uitgever. Dit was meteen het laatste gedicht dat hij schreef. Achttien dagen later overleed de dichter in Californië aan Leukemie. Hij was toen 73 jaar oud. Voor zover bekend is dit gedicht nooit in een bundel gepubliceerd.
.
oh, forgive me For Whom the Bell Tolls,
oh, forgive me Man who walked on water,
oh, forgive me little old woman who lived in a shoe,
oh, forgive me the mountain that roared at midnight,
oh, forgive me the dumb sounds of night and day and death,
oh, forgive me the death of the last beautiful panther,
oh, forgive me all the sunken ships and defeated armies,
this is my first FAX POEM.
It’s too late:
I have been
smitten.
.

March 1981, Los Angeles, California, USA — American Writer Charles Bukowski — Image by © Fabian Cevallos/CORBIS SYGMA
Bij de dood van ome Cor
Jules Deelder
.
Er zijn dagen dat je gewoon even een gedicht van Jules Deelder wil lezen. vandaag is zo’n dag. Vandaar hier het gedicht ‘Bij de dood van ome Cor’ uit de bundel ‘Interbellum’ uit 1987.
.
Bij de dood van ome Cor
Ze zijn nu weer samen
de jongens van Deelder
Na Arie en Jaap
kwam Corrie het laatst
Ze hebben op elkaar gewacht
Arie en Jaap en die samen
weer op Corrie
die de jongste was
Nu lopen ze rond door
het Hiernamaals
en drinken een borreltje
op onze gezondheid
Ze lachen en praten en
hebben geen pijn en ze
laten ons weten: Het is
niet erg om dood te zijn
.
Hans Tentije
Verzamelbundel
.
Uit de verzamelbundel van Arie Boomsma “met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ een gedicht van de dichter Hans Tentije. Voor mij was Tentije nog een onbekende dichter vandaar dat ik op zoek ging naar wat informatie over hem. En die heb ik gevonden.
Hans Tentije (1944, pseudoniem van Johann Krämer) werkte als docent Nederlands, maar wilde eigenlijk schrijver en dichter worden. De eerste gedichten die Tentije schreef hadden een politieke inslag. Eind jaren zestig heerste de gedachte onder jongeren dat alles zou veranderen. Toen dat niet gebeurde heerste er teleurstelling, een zeker cynisme. Dit cynisme kwam terug in Tentijes vroegere werk. Zijn latere gedichten benadrukken meer de avontuurlijke kant van het leven.
Oorspronkelijk uit de bundel ‘Uit zoveel duisternis’ uit 2006 een titelloos gedicht.
.
Jezelf het zwijgen opleggen, ernaar verlangend
niets meer te hoven zeggen, vanwege
het verwarrende, het onuitsprekelijke – opstaan en zonder echt
afscheid te nemen uit elkaar gaan, het ogenblik
waarop je het dorp verlaat, je wereld van herinneringen
met je meesleept, om je gezicht te begraven
in bont, in een wilde, onkambare vacht, op zoek
naar warmte, naar lijfgoed, naar liefde
en het schunnige daaronder, het leven valt niet te vermurwen-
je toekomst is al verleden, is pijn
die nooit overgaat maar toch is geweken
.
Foto: Marion Krämer
.
Meer informatie over Hans Tentije op: http://www.deharmonie.nl/auteur/auteurdetail.asp?id=63
Herman de Coninckzondag
Zonder titel
.
Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.
.
Ik herinner me een gedicht dat ik nooit
schreef, waarin het woord bunker
veel wind door zich heen laat gaan
en rijmen moet op hunker.
.
Het tocht er van hartstocht.
Alles moet zich vasthouden.
Als het over is blijken wij
.
elkaar vast te houden.
Wat nu.
.
Nu, dus.
.
Foto’s http://veiling.catawiki.nl/
Good-night
Percy Bysshe Shelley
.
Good-night
.
Good-night? ah! no; the hour is ill
Which severs those it should unite;
Let us remain together still,
Then it will be good night.
How can I call the lone night good,
Though thy sweet wishes wing its flight?
Be it not said, thought, understood —
Then it will be — good night.
To hearts which near each other move
From evening close to morning light,
The night is good; because, my love,
They never say good-night.
.
Gregory Corso
32 jaar
.
De leeftijd van 32 jaar blijkt schrijvers te inspireren. Iedereen kent het nummer 32 jaar van Doe Maar en deze post gaat over een gedicht geschreven op de vooravond van de 32ste verjaardag van Beat poet Gregory Corso.
Gregory Corso (1930 – 2001) groeide op onder slechte omstandigheden en belande dan ook al op jonge leeftijd in de gevangenis. Daar leerde hij echter de literatuur kennen en ontwikkelde hij een voorkeur voor de dichtkunst. Over zijn ervaringen in de cel zei hij later: “When I left, I left there a young man, educated in the ways of men at their worst and at their best. Sometimes hell is a good place – if it proves to one that because it exists, so must its opposite, heaven exist” Zijn hemel vond hij in de poëzie.
In 1950 kwam hij uit de gevangenis en kwam hij in contact met Allen Ginsberg, William S. Burroughs en Jack Kerouac. Hij begon te schrijven voor de Los Angeles Examiner maar acteerde en speelde ook onder andere in Andy Warhols film ‘Couch’.
In 1954 verscheen ‘The Vestal Lady on Brattle and Other Poems’, zijn eerste dichtbundel. Dit was het begin van een reeks voordrachten van Corso waarvoor hij stad en land afreisde, bijvoorbeeld naar Oost-Europa en Mexico. In 1956 verhuisde hij naar San Francisco en werd het boegbeeld van de Beat Generation. Het hoogtepunt van zijn dichtersbestaan lag in de jaren ’50 en ’60.
In totaal publiceerde Corso ruim 20 dichtbundels. Zijn werk droeg hij voor “in his natural voice, a trademark high-pitched “New Yorkese” drawl with subtle undertones of expressiveness.” In 2001 overleed Corso en op zijn eigen verzoek werd hij begraven in een graf naast dat van Percy Shelley op de Cimitero Acattolico in Rome.
Hieronder het gedicht dat hij schreef op de vooravond van zijn 32ste verjaardag in 1962.
.
Writ On The Eve Of My 32nd Birthday
.
a slow thoughtful spontaneous poem
I am 32 years old
and finally I look my age, if not more.
Is it a good face what’s no more a boy’s face?
It seems fatter. And my hair,
it’s stopped being curly. Is my nose big?
The lips are the same.
And the eyes, ah the eyes get better all the time.
32 and no wife, no baby; no baby hurts,
but there’s lots of time.
I don’t act silly any more.
And because of it I have to hear from so-called friends:
“You’ve changed. You used to be so crazy so great.”
They are not comfortable with me when I’m serious.
Let them go to the Radio City Music Hall.
32; saw all of Europe, met millions of people;
was great for some, terrible for others.
I remember my 31st year when I cried:
“To think I may have to go another 31 years!”
I don’t feel that way this birthday.
I feel I want to be wise with white hair in a tall library
in a deep chair by a fireplace.
Another year in which I stole nothing.
8 years now and haven’t stole a thing!
I stopped stealing!
But I still lie at times,
and still am shameless yet ashamed when it comes
to asking for money.
32 years old and four hard real funny sad bad wonderful
books of poetry
—the world owes me a million dollars.
I think I had a pretty weird 32 years.
And it weren’t up to me, none of it.
No choice of two roads; if there were,
I don’t doubt I’d have chosen both.
I like to think chance had it I play the bell.
The clue, perhaps, is in my unabashed declaration:
“I’m good example there’s such a thing as called soul.”
I love poetry because it makes me love
and presents me life.
And of all the fires that die in me,
there’s one burns like the sun;
it might not make day my personal life,
my association with people,
or my behavior toward society,
but it does tell me my soul has a shadow.
.




















