Site-archief
Poetry by the sea
Vlissingen
.
Poetry by the Sea was in 2012 een initiatief van de jonge Zeeuwse filmmaker Matthijs Meulblok uit Burgh-Haamstede. In samenwerking met onder andere cameraman Rick Hamelink en regisseur Naftalie Vader, heeft dit project meer vorm gekregen en is het uitgewerkt.
Poetry by the Sea omvat een serie van zes korte films gebaseerd op gedichten van een Zeeuwse schrijvers. Schrijvers die hun gedichten beschikbaar hebben gesteld zijn Jacoline Vlaander, Theo Raats, Thom Schrijer, Dieuwke Parlevliet, Matthijs Meulblok en Ester Naomi Perquin. Allen hebben zij een eigen stijl van schrijven en een andere insteek bij de verfilming.
Het doel van dit project is om film en literatuur naar een ander niveau te brengen. Er werden niet zozeer enkel beelden gezocht bij een gedicht, maar het gedicht wordt uitgewerkt, uitgedacht en gebruikt ter inspiratie voor een korte film. In de meeste gevallen werd het gedicht soms letterlijk nog eens gebruikt door middel van voice-overs of door de woorden in beeld en geluid voorbij te laten komen.
De zes films van Poetry by the Sea zijn:
Stabat Mater, een liefdesdrama over een moderne Picasso die geconfronteerd wordt met zijn eigen verleden.
Fetisjisme, een absurdistische komedie over drie vrienden met een fetisj voor literatuur. Ze willen schrijven zoals de groten dat voor hen deden.
De genezers, een absurdistische film over drie vrouwen op een autokerkhof. Ze maken veel dingen mee, maar eigenlijk gebeurt er vrij weinig in hun spannende leven.
Perdonia leeft! Een modern sprookje gebaseerd op het gedicht De Dood van Dieuwke Parlevliet. Het sprookje vertelt het verhaal over Perdonia die geniet van aandacht van alles wat haar hartje maar wenst, maar alles heeft een keerzijde.
Vergeet de illusie, een arthouse film over een jonge vrouw die geconfronteerd wordt met haar eigen gedachten en illusies.
David H. Een misdaadfilm over David H. Het koor waarin David zingt kampt met financiële problemen. David is een ladiesmen, maar zijn narcistische persoonlijkheidsstoornis zorgt voor behoorlijk wat frustraties.
Deze zes films gingen allemaal in première bij het Film by the Sea festival in Vlissingen.
Van Dieuwke Parlevliet uit haar bundel ‘Perdonia Dael’ uit 2012 het volgende gedicht.
.
Perdonia is bang
dat ze ingehaald is
door de tijd net nu
ze denkt dat ben ik
is ze alweer anders.
Meestal echter weet ze heel goed wat ze wil:
lieverkoekjes worden niet gebakken
in de oven van Perdonia Dael
wie naar bed wil gaat
ze houdt niet van dralen
evenmin van lokale politiek
ze houdt van mannen
maar weinig zijn er goed genoeg.
.
Met dank aan http://zeelandboeken.pzc.nl/
.
27 gedichten en geen lied
Ramsey Nasr
.
Hoewel hij Dichter des Vaderlands was en de tweede stadsdichter van Antwerpen, treed hij tegenwoordig vooral weer op als acteur van de Toneelgroep Amsterdam. Productie van zijn poëzie staat op een laag pitje. Hij is dan ook niet voor niets dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur en librettist (tekstschrijver van muzikale stukken). Toch blijft Nasr voor mij vooral dichter. Daarom uit zijn bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000, het gedicht ‘Wie weet mij eindelijk’.
.
Wie weet mij eindelijk
Wie weet mij eindelijk, welke dodentolk,
Te doen bedaren in gezworen haat.
Ik volg de vaderen om vroeg en laat
Mijn land te zien. Ik leef tegen een volk
dat zebrapaden aanlegt over wonden,
Dat boven onze botten steen op steen
Bewoont, dat leven wil voor zich alleen.
Leeft dan in angst. Ons bloed wordt niet geronnen.
Op hoeveel scherven vlees weerkeert het recht.
En opgeblazen domme wraak en gal
Is wat er rest, als hersenen gaan denken.
‘Men mag een mens een leven niet ontschenken.
Ik hoop dat ik geen bommen maken zal.’
.
Haar kussen waren lang
Ramsey Nasr
.
Ramsey Nasr, dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur, librettist en vertaler, dichter des vaderlands (2009-2013) en stadsdichter van Antwerpen (2005) is een veelzijdig mens. Zijn poëzie is al even veelzijdig. Van adolescentenpoëzie (Gerbrandy) in zijn debuutbundel ’27 gedichten en geen lied’ naar het project ‘Hier komt de poëzie’ een 7 cd box met een persoonlijke keuze uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie, en van ‘Mi have een droom (Rotterdam 2059) naar zijn lichtere werk zoals het onderstaande erotische gedicht uit zijn debuutbundel uit 2000.
.
Haar kussen waren lang
En zonder blozen
Trok zij het lichaam uit
De lippen open
Waar zij zich langzaam gaf
Half heet half roze.
.
Zo lag zij als de vrucht
Waarop ze wachtte
Haar borsten volgebloed
Twee benen bracht ze
Vaneen en langzaamaan
Het allerzachtste.
.
Ramsey Nasr in het faculteitsgebouw van de Universiteit van Antwerpen
Slapende minnaars
Aleksander Leontjev
.
De Russische dichter Aleksander Leontjev (1970) werd geboren in Leningrad, volgde een toneelopleiding en werkte als auteur en regisseur in de provincie. Daarnaast werkte hij o.a. als brievenbesteller, conciërge en bibliothecaris. Woonachtig in Volgograd debuteerde hij in 1993 met zijn eerste gedichten in het Russische literaire magazine Zvesda. In dat zelfde jaar debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Seizoenen’ gevolgd in 1996 met de bundel ‘Cicade’ die in Rusland werd betiteld als “Het grootste poëzie evenement van het jaar”. Zijn oeuvre kent inmiddels honderden, veelal klassiek vorm gegeven gedichten met sterk persoonlijke accenten.
.
Slapende minnaars
.
I
Je slaapt nog niet, zo komt mij voor.
Zolang de doodsadem nog doolt
Langs buitengrenzen van je droom
Waarin je binnenzweeft – je hoofd
Naar onderen, je ziel omhoog –
Kan ik jou zien, maar dring niet door.
.
We dromen niet hetzelfde. Hecht
Verstrengeld, net als in het echt,
In lakens, zijn we in de nacht
niet langer op elkaar gericht.
Het is de vraag of je met recht
Aan iemand toebehoort. Slaap zacht.
.
II
Soms gaan de minnaars eerder heen
Dan dat ze afscheid nemen, heel
Diep dromend, hulpeloos. Toch heeft
De nacht nog hoop dat hij de twee,
Verkleefd, verbinden kan: hij geeft
Traag mee. Alleen is iedereen.
.
Slaap zacht, klinkt het cicadenkoor.
De minnaars slapen, laat ze maar,
Als kinderen, onschuldig door
De slaap en droom vereend, zozeer
Dat ze op aarde nu niet meer
Bestaan, onnodig voor elkaar.
.
Foto: Pieter Vandermeer
Met dank aan http://www.poetryinternationalweb.net/ en Spiegel van de Russische poëzie
Charles Baudelaire
The Jewels / Les Bijoux
.
In de categorie ‘poëzie en film’ vandaag de film ‘The reader/ la Lectrice’ en het gedicht The Jewels van Charles Baudelaire.
The film ‘The reader’ uit 1988 of ‘La Lectrice’ zoals de film eigenlijk heet (het is een Franse film) is gebaseerd op de roman van Raymond Jean met dezelfde titel, geregisseerd door Michel Deville. De film gaat over Constance die haar vriend voorleest uit een boek waarin Marie haar diensten aanbiedt als voorlezer van boeken. In het verhaal lopen de twee verhaallijnen en de twee personen van Constance en Marie , beide gespeeld door de actrice Miou-Miou, op een gegeven moment door elkaar en krijgt de film iets ongrijpbaars.
In de film wordt behalve het gedicht van Charles Baudelaire ook werk van Duras, Tolstoi, Lewis Carrol en Markies de Sade voorgelezen. Naast Miou-Miou speelt Patrick Chesnais een hoofdrol. Hij kreeg voor zijn rol de César award (de Franse Oscar).
.
Les Bijoux
La très chère était nue, et, connaissant mon coeur,
Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores,
Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur
Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.
Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur,
Ce monde rayonnant de métal et de pierre
Me ravit en extase, et j’aime à la fureur
Les choses où le son se mêle à la lumière.
Elle était donc couchée et se laissait aimer,
Et du haut du divan elle souriait d’aise
À mon amour profond et doux comme la mer,
Qui vers elle montait comme vers sa falaise.
Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté,
D’un air vague et rêveur elle essayait des poses,
Et la candeur unie à la lubricité
Donnait un charme neuf à ses métamorphoses;
Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins,
Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne,
Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins;
Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,
S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal,
Pour troubler le repos où mon âme était mise,
Et pour la déranger du rocher de cristal
Où, calme et solitaire, elle s’était assise.
Je croyais voir unis par un nouveau dessin
Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe,
Tant sa taille faisait ressortir son bassin.
Sur ce teint fauve et brun, le fard était superbe!
— Et la lampe s’étant résignée à mourir,
Comme le foyer seul illuminait la chambre
Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir,
Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre!
.
The Jewels
My well-beloved was stripped. Knowing my whim,
She wore her tinkling gems, but naught besides:
And showed such pride as, while her luck betides,
A sultan’s favoured slave may show to him.
When it lets off its lively, crackling sound,
This blazing blend of metal crossed with stone,
Gives me an ecstasy I’ve only known
Where league of sound and luster can be found.
She let herself be loved: then, drowsy-eyed,
Smiled down from her high couch in languid ease.
My love was deep and gentle as the seas
And rose to her as to a cliff the tide.
My own approval of each dreamy pose,
Like a tamed tiger, cunningly she sighted:
And candour, with lubricity united,
Gave piquancy to every one she chose.
Her limbs and hips, burnished with changing lustres,
Before my eyes clairvoyant and serene,
Swanned themselves, undulating in their sheen;
Her breasts and belly, of my vine and clusters,
Like evil angels rose, my fancy twitting,
To kill the peace which over me she’d thrown,
And to disturb her from the crystal throne
Where, calm and solitary, she was sitting.
So swerved her pelvis that, in one design,
Antiope’s white rump it seemed to graft
To a boy’s torso, merging fore and aft.
The talc on her brown tan seemed half-divine.
The lamp resigned its dying flame. Within,
The hearth alone lit up the darkened air,
And every time it sighed a crimson flare
It drowned in blood that amber-coloured skin.
.
Hoe dingen soms lopen
James Franco
.
In haar column van 9 april in de Metro, schrijft Elfie Tromp over James Franco. Onder de column staat bij gerelateerd nieuws: James Franco komt met nieuwe dichtbundel. Op dat moment is mijn nieuwsgierigheid gewekt.
Voor wie niet weet wie James Franco is; Deze Amerikaans acteur, regisseur, schilder en producer (1978) is bij het grote publiek vooral bekend door zijn rol in de Spiderman trilogie. In deze films speelt hij de rol van Harry Osborne. Maar hij speelde ook mee in films als Eat, Pary, Love en Datenight. Hij werd genomineerd voor een Oscar en voor drie Golden Globes waarvan hij er een won.
Een typisch geval van een celebrity die een dichtbundel uitbrengt. Nu schreef ik al eens eerder (24 december 2012) over de pogingen van (met name Amerikaanse) celebreties om poëzie te schrijven. De ene keer valt dat beter uit dan de andere. In het geval van James Franco lopen de meningen uiteen.
Zo wordt zijn gedicht Los Angeles Proverb op http://la.curbed.com/archives/2013/12/heres_a_bad_poem_james_franco_wrote_about_los_angeles.php getypeerd als “Not very good”. Oordeel zelf zou ik zeggen.
.
Aan de andere kant wordt een ander gedicht van zijn hand wel gepubliceerd op The American Poetry Review. Dit gedicht gaat over de film industrie.
.
Film Sonnet 3
He walks mindlessly, maniacally
Across the desert, like a Sam Shepard man,
A man who has been down to Mexico to die
Of a broken heart but didn’t die,
So he comes back to Texas, and then to Los Angeles,
Because all the cowboys retired to the movies.
Now they don’t even make Westerns anymore.
Paris, Texas, the name of the place
Where he bought some land, like a slice of Paradise,
But only in his mind. The real place
Is just a deserted plain in the middle of nowhere,
And his wife is working in a peepshow palace,
And you never think, but you should,
He was too old and ugly for her in the first place.
.
Zijn bundel Directing Herbert White is inmiddels te koop en op http://www.goodreads.com krijgt hij van de lezers een beoordeling van 3,5 ster (van de maximaal 5).
.
Jabberwocky
Lewis Caroll en Terry Gilliam
.
Schreef ik vorige week nog over een van de meest vreemde gedichten (van een lijstje dat ik op 14 januari 2013 op dit blog plaatste) van Ezra Pound, vandaag alweer een gedicht van dit lijstje van Lewis Caroll met Jabberwocky. De reden dat dit gedicht hier behandeld wordt is dat er een film gemaakt is naar dit gedicht door Terry Gilliam.
Jabberwocky uit 1977 is een Britse fantasy film geregiseerd en mede geschreven door Terry Gilliam, die vooral bekend is van zijn werk met Monty Python. Zoals gezegd is de film losjes gebaseerd op het gedicht ‘Jabberwocky’ dat verscheen in ‘Through the Looking-Glass’ dat verscheen in 1871.
Het verhaal gaat over Cooper (in de film gespeeld door Michael Palin) die gedwongen wordt, door onhandige vaak ongelukkige omstandigheden, een verschrikkelijke draak op te jagen na de dood van zijn vader.
Hieronder het gedicht van Lewis Caroll.
.
Jabberwocky
‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
.
“Beware the Jabberwock, my son
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!”
.
He took his vorpal sword in hand;
Long time the manxome foe he sought –
So rested he by the Tumtum tree,
And stood awhile in thought.
.
And, as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!
.
One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.
.
“And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!”
He chortled in his joy.
.
‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
.
Le Divorce
Poëzie in films
.
In de film Le Divorce uit 2003 van James Ivory met Kate Hudson en Naomi Watts in de hoofdrollen komt het gedicht ‘To my dear and loving husband ‘ van anne Bradstreet voor. De film gaat over twee Amerikaanse zusjes die in Parijs te maken krijgen met cultuurverschillen en liefdesperikelen.
Anne Bradstreet (1613 – 1672) werd geboren in Engeland maar emigreerde op haar 18e naar de Amerika. Zij neemt in de geschiedenis van de Amerikaanse literatuur een bijzondere plaats in. Niet alleen was zij de eerste Amerikaanse dichter van belang, maar zij was ook nog eens de eerste vrouw die gepubliceerd werd in koloniaal Amerika. Pas in de 20ste eeuw kreeg ze erkenning, in het bijzonder voor de in de 19e eeuw gepubliceerde reeks religieuze gedichten ‘Contemplations’ (Beschouwingen) die ze voor haar familie schreef.
.
To my dear and loving husband
.
If ever two were one, then surely we.
If ever man were loved by wife, then thee;
If ever wife was happy in a man,
Compare with me ye women if you can.
I prize thy love more than whole mines of gold,
Or all the riches that the East doth hold.
My love is such that rivers cannot quench,
Nor ought but love from thee give recompense.
Thy love is such I can no way repay;
The heavens reward thee manifold, I pray.
Then while we live, in love let’s so persever,
That when we live no more we may live ever.
.
Dichter draagt voor
Een avond met Ramsey en Shariff Nasr
.
Op donderdag 23 mei was ik bij DOK Delft voor een avond met Ramsey en Shariff Nasr. Aanleiding voor het uitnodigen van de twee mannen door DOK en de bibliotheek van de TU Delft is het feit dat de TU er naar streeft een bijdrage te leveren aan een goed cultureel klimaat voor medewerkers en studenten van de TU in Delft. Een lovenswaardig streven lijkt me.
Ramsey en zijn broer Shariff waren uitgenodigd om te praten over hun gezamenlijke project Dichter draagt voor. http://dichterdraagtvoor.nl/
Bij zijn aantreden als Dichter des Vaderlands koesterde Ramsey Nasr de wens om Nederlandstalige gedichten te verfilmen, en daarmee een jongere generatie te interesseren voor poëzie. Op 25 januari 2013, vlak voor zijn aftreden, presenteerde hij op het IFFR het project Dichter Draagt Voor: eenentwintig verfilmde gedichten.
Dichter Draagt Voor is ontstaan uit samenwerking met zijn broer en regisseur Shariff Nasr.
De voordrachtskunst van Ramsey wordt in de films gebundeld met het visuele talent van Shariff.
Ze maken het werk van oude dichters actueel en laten zien dat poëzie niet alleen maar ‘lastig en intellectueel’ hoeft te zijn. Daarnaast zijn het nieuwe, autonome kunstwerken.
Het idee voor Dichter draagt voor is ontstaan aan de tafel bij hun ouders zo vertelde Ramsey. Volgens Shariff verliep de samenwerking heel goed en organisch. Vanuit de kern van elk gedicht werd naar een visuele interpretatie gezocht. Beide broers benadrukten dat de filmpjes er ook vooral zijn voor gebruik in het onderwijs. Waar het reguliere poëzie onderwijs (zo dat er al is) nogal eens afschrikkend kan werken op jongeren, blijken de filmpjes juist heel bruikbaar te zijn.
Het hele project werd met een minimum aan middelen gemaakt, in een hele strakke tijdspanne en met medewerking van veel bekenden en bekende Nederlanders die voor een habbekrats of geheel gratis hun medewerking toezegden.
De keuze van de gedichten kwam volgens Ramsey uit zijn CD box ‘Poëzie’ een persoonlijke keuze van 8 eeuwen poëzie op één gedicht na. Het gedicht Eierkoken van Willem Bilderdijk. Dit gedicht leende zich niet zozeer voor de CD maar was visueel juist weer heel interessant. Hier vind je dit gedicht. http://dichterdraagtvoor.nl/videos/eierkoken/
Een bijzondere avond werd afgesloten met de voordracht van Ramsey Nasr van zijn gedicht Mi have een droom. Een mooi en waardig afscheid van een mooi initiatief van DOK en de bibliotheek van de TU Delft.
.
Margot Nicolaes interviewt Ramsey en Shariff Nasr.
Ramsey Nasr draagt ‘Mi have een droom’ voor.
.
EIERKOKEN
De luchtstroom ruisch’ door ’t vier, dat uit zijne asch geschoten,
In vlammen om zich grijp’ en Meroos God doorgloei’;
Zijn hitte dring’ door ’t vocht, in ’t hol metaal besloten,
En bruische in golven op met bonzend stormgeloei.
Daar wiegele in den plasch het scheppings-al van ’t kuiken,
Dat in zijn zilvren lucht een gouden aardbol sluit,
En ’t beuk’ de krijtaardschors dier breekbre wareldkruiken,
En dove ’s levens aâm in ’t bobblend windvlies uit.
Zoo word’ de ommuurde zee ten bergklomp door ’t verschroeien,
Waar ’t half gesmolten goud verbalsemd door blijft vloeien!
.
Willem Bilderdijk (1756-1831)
Nieuwe categorie: Poëzie en film
Een nieuwe lente een nieuw geluid
.
Ooit zag ik een film, een Hollywoodproductie, hoogst waarschijnlijk een romcom, waar tijdens een huwelijksfeest een gedicht werd voorgedragen. Een bijzonder mooi gedicht. Toen ik het zag dacht ik, dat moet ik onthouden. Je raadt het al, ik ben het vergeten. Afgelopen zaterdag bedacht ik me dat in veel films gebruik wordt gemaakt van gedichten en poëzie. Ik plaatste op Facebook een oproepje en heb inmiddels zoveel reacties ontvangen dat ik een nieuwe categorie ga starten: Poëzie en film.
Ik wil hier verder gaan dan alleen gedichten die in films worden voorgedragen, ook gedichten of dichters die een rol spelen in de film, in titels of op een andere manier van invloed zijn op een film zal ik behandelen. En als iemand weet welke film en welk gedicht het was in die ene romcom mag zich melden.
.
Four Weddings and a Funeral (1994)
.
Een van de bekendste scenes in deze film van regisseur Mike Newell is de begrafenis van Gareth waarbij het gedicht Funeral Blues van W.H. Auden wordt voorgedragen. Deze scene vormt een keerpunt in de film. De begrafenis op een druilerige, grijze en regenachtige dag sluit prachtig aan op de woorden van W.H. Auden.
.
Funeral Blues
.
Stop all the clocks, cut off the telephone
Prevent the dog from barking with a juicy bone
Silence the piano’s and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come
.
Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling in the sky the message: he is dead
Put crêpe bows round the white necks of the public doves
Let the traffic policemen wear black cotton gloves
.
He was my North, my South, my East and West
My working week and my sunday rest
My noon, my midnight, my talk, my song
I thought that love would last for ever, I was wrong
.
The stars are not wanted now: put out every one
Pack up the moon and dismantle the sun
Pour away the ocean and sweep up the wood
For nothing now can ever come to any good
.

















