Site-archief

Geboortestad Rotterdam

Dichter bij Rotterdam

.

Al eerder schreef ik over de bundel ‘Dichter bij Rotterdam’, een verzameling gedichten over Rotterdam, samengesteld door Meijer de Wolff in 1981. In deze bundel veel onbekende gedichten over Rotterdam en Rotterdamse zaken (Oude Binnenweg, de tram, Sparta, de Leuvenbrug, Boompjes, de Rotterdammer) van dichters waarvan de naam ons niet veel of niks meer zegt, van wat bekendere dichters ( J.H. Speenhoff) en van onbekende dichters (gedichten waar de naam van de dichter niet bekend is).

Van die laatste categorie wilde ik een gedicht hier delen. De dichter is onbekend maar het gedicht mag er zijn, in stoere taal, oud Hollands, uit een tijd dat het nog de verkeerde kant op leek te gaan met Rotterdam.

.

Geboortestad Rotterdam

.

Is dit mijn stad? – De welvaart is voorbij,

De schepen liggen rottend in de haven.

En door het touwwerk vliegen zwarte raven,

Het is gedaan met vloot en visscherij.

.

Waar is het volk van dit verlopen tij?

Men zag het vroeger langs de kade draven.

Het is vergeten nu of reeds begraven,

Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.

.

Voorgoed gedaan, vergeefs gekalefaat?

Daar ligt een schip waarop ‘Vertrouwen’ staat,

Ik zie een jongen, turend over ’t water.

.

Vertrouw, mijn stad: nóg stroomt de Maas voorbij,

En dit is sterker dan uw averij:

De trek naar zee, een jongensdroom voor later.

.

Jean-Bédel Bokassa

Bloemen van het kwaad

.

In de vuistdikke uitgave ‘Bloemen van het kwaad’ samengesteld en geschreven door Paul Damen, staat niet alleen heel veel zeer boeiende informatie te lezen over tal van dictators, maar ook veel van hun “poëzie”.  Jean-Bédel Bokassa (1921-1996) was één van de dictators waar ik ten tijde van zijn bewind al een fascinatie voor had. Hoe kwamen Afrikaanse leiders aan de macht, wisten ze zich tot dictator en alleenheerser te ontwikkelen en raakten ze vervolgens volledig van god los? Bokassa kwam, zoals zovele machthebbers in Afrika aan de macht door een staatsgreep te plegen. Hij benoemde zichzelf vervolgens tot president voor het leven en Keizer van Centraal Afrika (waar hadden we dat eerder gehoord?). Hij was niet alleen megalomaan maar hield er ook een schrikbewind op na (zoals veel dictators) waar dieven na twee veroordelingen een oor werd afgesneden en bij de derde veroordeling een hand.

In 1979 werd hij afgezet door paramilitairen en ging hij in Frankrijk in ballingschap waar hij leefde van al het geld dat hij tijdens zijn schrikbewind had geroofd. Uiteindelijk keerde hij terug naar, wat toen inmiddels de Centraal Afrikaanse Republiek heette en werd daar ter dood veroordeeld. Dat werd later omgezet in levenslang maar na 6 jaar kwam hij al vrij en leefde tot 1996 in de voormalige hoofdstad Bangui als vrij man.

In de gedichten die Boakssa schreef gaat het over zijn leven als staatsman en daar is duidelijk zijn visie terug te lezen op zijn invulling van die rol. Niet heel poëtisch, zijn eigen rol verkleinend en ‘het volk’ als belangrijkste naar voren schuivend maar ondertussen zijn eigen zin doen (vaak) tegen de wil van dat zelfde volk in (waar zien we dat tegenwoordig vaker!).

Over de authenticiteit van deze gedichten is inmiddels veel discussie, in een goed artikel van Bart FM Droog blijkt dat het gedicht hieronder wel erg veel lijkt op ‘Je ne suis pas un héros’ van Daniel Balavoine. Doorlezend op Internet blijken meer van de gedichten in dit boek discutabel te zijn zoals de ‘vermeende’ gedichten van Adolf Hitler. Lees het artikel hier http://www.bartfmdroog.com/droog/dd/bokassa.html Dit is het gedicht waarop Bart FM Droog doelt.

.

Ik ben helemaal geen held.

Fouten blijven me beklijven.

Geloof niet wat de kranten schrijven.

Ik ben absoluut geen held.

.

Ik ben overal en nergens niet.

Ik zie niets, terwijl ik alles merk.

Beluister niets, maar het ontgaat me niet,

dat is een staatshoofd zijn werk.

.

Je schrijft ook geen geschiedenis

zonder échte offers erin,

maar offers blijven zonder zin

als er bij het volk geen steun voor is.

.

Jean-Bedel Bokassa

Dichter bij Rotterdam

G.J. Laan

.

In 1981 verscheen bij uitgeverij Futile een aardig boekje samengesteld  door Meijer de Wolf, met als titel ‘Dichter bij Rotterdam’. In tegenstelling tot de ook niet onaardige bundel die een paar jaar geleden bij MUG books verscheen ‘Wij dragen Rotterdam’ in deze bundel geen hedendaagse dichters maar een overzicht van gedichten door de tijden heen over Rotterdam. Van de 16e eeuw tot de 20ste eeuw is er veel over Rotterdam geschreven in poëtische zin.

Wat opvalt zijn een aantal voor mij onbekende namen als C. A. Cocheret , W. Punt en B. Snel maar ook bekende (Rotterdamse) namen als Gerard Cox, Clara Eggink en J.H. Speenhoff, alsmede een groot aantal gedichten waar de dichter niet van bekend is. Een boek dat aan alle kanten rammelt (op het kaft staat M. de Wolff, op de titelpagina Meijer de Wolf bijvoorbeeld) met een rare bladspiegel maar dat maakt niets uit. Het is het levenswerk van deze de Wolf(f) en hij heeft een fraaie doorsnee van poëzie (hoge en lage) over Rotterdam bij elkaar gebracht.

Ik heb gekozen voor het gedicht ‘De Oude Binnenweg’ van G.J. Laan.

.

De Oude Binnenweg

.

Rond de Ouwe Binnenweg

draait ’t leven door.

Daar is geen sprake van hoge flats

of een groot glazen kantoor.

’n Biertje in ’n cafeetje,

bij de visman een vette bek.

Dan voel je je goed

en dan pas bruist je bloed,

Aan de Binnenweg is nog pret.

.

Die smalle Oude-Binnenweg,

’n stukje oud Rotterdam,

daar hoor je ’t orgel nog spelen,

in de kroeg zit ’n ouwe man.

Hij draait een zware Van Nelle

en bestelt weer een Ouwe Vlek,

want waar smaakt je borreltje lekkerder

dan aan de Ouwe-Binnenweg.

.

oude_binnenweg_1951_b_ga

Ik ben bang voor de honger

Gedichten die mannen aan het huilen maken

.

Uit de fijne bundel, samengesteld door Nick Muller, ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ koos Arie Boomsma voor het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’ van Jan Arends (1925 – 1974).

Als motivatie waarom hij juist dit gedicht koos zegt Arie: Wat mij zo treft in het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’is de schaamte, dat het leven zo anders is gelopen dan gehoopt. Maar wat schuilt er toch veel schoonheid in mineur. het gedicht is om te grienen zo mooi.

.

Ik ben bang voor de honger.

.

Ik ben bang

voor de honger.

.

Ik heb vrees

voor honger.

.

Ik ben mijn leven bang

voor honger geweest.

.

Ik ben jong

en sterk geweest

en ik was er zeker van

dat er bloemen zouden zijn

vrouwen

een huis.

.

Dat ik de dingen zou beheersen

.

en misschien was dat ook zo geweest.

.

Maar ik ben altijd bang

voor honger geweest

en daarom ben ik dit geworden.

.

arends

Dieren gedicht


Het grote dieren gedichten boek

.

Door omstandigheden vandaag even geen gedicht van Remco Campert (dat komt morgen) maar een andere dichter. Uit ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007, samengesteld door Guus Luijters, dat vol staat met juist dat, een fijn nonsensgedicht van de dichter Daan Zonderland zonder titel.

.

Er is een koe gestolen

In het dorpje Donderen.

Dat is voor velen oorzaak

Zich te verwonderen.

.

Maar als die mensen wisten

Wat er gebeurd in Grauw,

In Ulkesluis en Tuitjehorn,

In Peize en De Pauw,

.

En al die duistre daden

Verricht in Goudriaan,

Dan zouden deze lieden

Niet zo verwonderd staan.

.

boek-18

Voorbij de laatste stad

Gerrit Achterberg

.

In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.

De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.

Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.

Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.

.

Concave

.

Liggend twee heilige heelallen in elkander,

hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,

voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,

schuif ik bedachtzaam bolsegment

na bolsegment langs uwe klingen,

zonder in u te dringen;

wij hebben eender middelpunt

.

voorbijdelaatstestad

Even zuiver als de ongeschreven brief

Rogi Wieg

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.

Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.

.

In het verlengde van een vleugel

.

Dit is de zee, zeg ik je,

de zee van de vertwijfeling,

de gelaagdheid en die van

verfijndheid, de zee als

zee voor jou. In het verlengde

van een vleugel

.

zal ik de zee zo ontdoen

van die werkelijke zee,

of heb je liever dat

het klinkt zoals water,

dat oproept en uitbeeldt

dat groot is, en misschien als de zee,

zo zonder golven ook,

wie ben je liefst, mij of een ander.

.

Opmaak 1

 

Lees eens een gedicht

Bundel uit 1974

.

Ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er al aan promotie van de poëzie gedaan. Bij Querido verscheen in 1974 de bundel “lees eens een gedicht’, samengesteld door T. van Deel, met daarin 170 gedichten van alle, in die tijd, bekende Nederlandse dichters.

Kees Fens schreef destijds over deze bundel: “van Deel heeft uiteraard op kwaliteit gekozen, maar heeft met die keuze niet volstaan. Hij heeft de gedichten gegroepeerd rond gemakkelijk herkenbare thema’s..”

“Deze bloemlezing heeft dus een echte opbouw. Poëzie wordt alledaagser dan u denkt. Dat een bloemlezer dat kan bereiken, is een prestatie”.

De bloemlezing wil het plezier in het lezen van poëzie activeren. Of dat gelukt is weet ik niet (geen idee ook hoe ze dat willen gaan controleren) maar het heeft in ieder geval een mooie bundel opgeleverd met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse dichters uit die tijd.  Bekende namen maar ook minder bekende namen staan in deze bundel door elkaar.

Ik heb gekozen voor een gedicht van een wat minder bekende dichter namelijk van de dichter Alain Teister. Teister (1932 – 1979) was behalve dichter, schrijver en schilder. Hij was ook een van de drijvende krachten achter de oprichting van theater De Engelenbak.

.

Versvoeten

.

Elk dichtertje zingt

zoals het genekt is

door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.

En hij is de eminentste

die tussen de brekebenen

zijn voeten het minst kapothinkt

en dat het bedroefdst formuleert.

Elk dichtertje zingt

vrij ongedeerd.

.

lees-eens-een-gedicht-43554074

Piet

Jules Deelder

.

‘Het grote dieren gedichten boek’ biedt een schat aan gedichten waarin dieren een rol spelen. Dit vuistdikke boek 446 pagina’s) werd in 2007 door Guus Luijters samengesteld en uitgegeven door Nieuw Amsterdam uitgevers. Dit boek bevat gedichten van Nederlandse dichters maar ook vertaalde gedichten van beroemde buitenlandse dichters. Zo zijn dichters als K. Schippers en J. Slauerhoff vertegenwoordigd maar ook Federico Gracia Lorca, Joseph Brodsky en Li Qi. Uiteraard is Kees Stip aanwezig met maar liefst 18 gedichten.

Vandaag (ik zal hier de komende tijd vaker gedichten uit kiezen) heb ik gekozen voor een typisch gedicht van Jules Deelder. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Vrijwel alle gedichten’ uit 2004 en is getiteld ‘Piet’.

.

Piet

.

De ouders van een vriend

van mij hebben een kanarie

gekocht, na eerst een hond

te hebben overwogen.

.

Ze zijn nu dagelijks

in de weer het stomme dier

met stukjes appel

te dresseren.

.

De objectiviteit gebiedt

ons te vermelden, dat Piet

prachtig zingen kan.

.

vrijwel-alle-gedichten---j.a.-deelder[0]

Men moet

Gerrit Kouwenaar

.

Een van de dichtbundels die ik pas geleden kocht is een bundel getiteld ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen. Met een inleiding van Jan Wolkers. Deze bundel uit 2000 is ontstaan in nauwe samenwerking met Poetry international de NPS en NRC Handelsblad. En een fraaie bundel is het geworden. Zo ongeveer alle grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn vertegenwoordigd. Vaak met bekende gedichten maar ook vaak met minder bekende of, voor mij dan toch, volledig onbekende gedichten. Veel poëzie uit de laatste helft van de twintigste eeuw maar stuk voor stuk zeer leesbaar.

Op de achterflap van de bundel staat een quote van Jan Wolkers: “Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen, zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem uit een overdadige bloeiende bloemenweide te plukken”. Vandaar dat er zoveel gedichten zijn opgenomen.

Ik heb voor een gedicht van Gerrit Kouwenaar gekozen.Oorspronkelijk afkomstig uit de bundel ‘Helder maar grijzer’ Gedichten 1978-1996 uit 1998. Het gedicht is getiteld ‘men moet’.

.

men moet

.

men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis

nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen

.

men moet nog boodschappen doen voor het donker

de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder

.

men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters

een harnas aanmeten, ijswater koken leren

.

men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen

zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen

.

men moet nog een kuil graven voor een vlinder

het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –

.

helder