Site-archief

Voorbij de laatste stad

Gerrit Achterberg

.

In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.

De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.

Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.

Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.

.

Concave

.

Liggend twee heilige heelallen in elkander,

hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,

voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,

schuif ik bedachtzaam bolsegment

na bolsegment langs uwe klingen,

zonder in u te dringen;

wij hebben eender middelpunt

.

voorbijdelaatstestad

Even zuiver als de ongeschreven brief

Rogi Wieg

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.

Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.

.

In het verlengde van een vleugel

.

Dit is de zee, zeg ik je,

de zee van de vertwijfeling,

de gelaagdheid en die van

verfijndheid, de zee als

zee voor jou. In het verlengde

van een vleugel

.

zal ik de zee zo ontdoen

van die werkelijke zee,

of heb je liever dat

het klinkt zoals water,

dat oproept en uitbeeldt

dat groot is, en misschien als de zee,

zo zonder golven ook,

wie ben je liefst, mij of een ander.

.

Opmaak 1

 

Lees eens een gedicht

Bundel uit 1974

.

Ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er al aan promotie van de poëzie gedaan. Bij Querido verscheen in 1974 de bundel “lees eens een gedicht’, samengesteld door T. van Deel, met daarin 170 gedichten van alle, in die tijd, bekende Nederlandse dichters.

Kees Fens schreef destijds over deze bundel: “van Deel heeft uiteraard op kwaliteit gekozen, maar heeft met die keuze niet volstaan. Hij heeft de gedichten gegroepeerd rond gemakkelijk herkenbare thema’s..”

“Deze bloemlezing heeft dus een echte opbouw. Poëzie wordt alledaagser dan u denkt. Dat een bloemlezer dat kan bereiken, is een prestatie”.

De bloemlezing wil het plezier in het lezen van poëzie activeren. Of dat gelukt is weet ik niet (geen idee ook hoe ze dat willen gaan controleren) maar het heeft in ieder geval een mooie bundel opgeleverd met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse dichters uit die tijd.  Bekende namen maar ook minder bekende namen staan in deze bundel door elkaar.

Ik heb gekozen voor een gedicht van een wat minder bekende dichter namelijk van de dichter Alain Teister. Teister (1932 – 1979) was behalve dichter, schrijver en schilder. Hij was ook een van de drijvende krachten achter de oprichting van theater De Engelenbak.

.

Versvoeten

.

Elk dichtertje zingt

zoals het genekt is

door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.

En hij is de eminentste

die tussen de brekebenen

zijn voeten het minst kapothinkt

en dat het bedroefdst formuleert.

Elk dichtertje zingt

vrij ongedeerd.

.

lees-eens-een-gedicht-43554074

Piet

Jules Deelder

.

‘Het grote dieren gedichten boek’ biedt een schat aan gedichten waarin dieren een rol spelen. Dit vuistdikke boek 446 pagina’s) werd in 2007 door Guus Luijters samengesteld en uitgegeven door Nieuw Amsterdam uitgevers. Dit boek bevat gedichten van Nederlandse dichters maar ook vertaalde gedichten van beroemde buitenlandse dichters. Zo zijn dichters als K. Schippers en J. Slauerhoff vertegenwoordigd maar ook Federico Gracia Lorca, Joseph Brodsky en Li Qi. Uiteraard is Kees Stip aanwezig met maar liefst 18 gedichten.

Vandaag (ik zal hier de komende tijd vaker gedichten uit kiezen) heb ik gekozen voor een typisch gedicht van Jules Deelder. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Vrijwel alle gedichten’ uit 2004 en is getiteld ‘Piet’.

.

Piet

.

De ouders van een vriend

van mij hebben een kanarie

gekocht, na eerst een hond

te hebben overwogen.

.

Ze zijn nu dagelijks

in de weer het stomme dier

met stukjes appel

te dresseren.

.

De objectiviteit gebiedt

ons te vermelden, dat Piet

prachtig zingen kan.

.

vrijwel-alle-gedichten---j.a.-deelder[0]

Men moet

Gerrit Kouwenaar

.

Een van de dichtbundels die ik pas geleden kocht is een bundel getiteld ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen. Met een inleiding van Jan Wolkers. Deze bundel uit 2000 is ontstaan in nauwe samenwerking met Poetry international de NPS en NRC Handelsblad. En een fraaie bundel is het geworden. Zo ongeveer alle grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn vertegenwoordigd. Vaak met bekende gedichten maar ook vaak met minder bekende of, voor mij dan toch, volledig onbekende gedichten. Veel poëzie uit de laatste helft van de twintigste eeuw maar stuk voor stuk zeer leesbaar.

Op de achterflap van de bundel staat een quote van Jan Wolkers: “Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen, zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem uit een overdadige bloeiende bloemenweide te plukken”. Vandaar dat er zoveel gedichten zijn opgenomen.

Ik heb voor een gedicht van Gerrit Kouwenaar gekozen.Oorspronkelijk afkomstig uit de bundel ‘Helder maar grijzer’ Gedichten 1978-1996 uit 1998. Het gedicht is getiteld ‘men moet’.

.

men moet

.

men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis

nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen

.

men moet nog boodschappen doen voor het donker

de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder

.

men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters

een harnas aanmeten, ijswater koken leren

.

men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen

zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen

.

men moet nog een kuil graven voor een vlinder

het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –

.

helder

Gedichten voor tuiniers

Poems for gardeners

.

Van een vriendin kreeg ik de bundel ‘Poems fo gardeners’. Germaine Greer bracht gedichten over tuinen en tuinieren bij elkaar. De gedichten komen uit de klassieke oudheid tot aan de 21ste eeuw. Van Shakespeare en Anacreontea tot Alexander Pope en Louise Glück. Maar ook Cummings, Heaney en Simon Armitage.

Germaine Greer schrijft in haar inleiding: ‘Marianne Moore said that the poet’s job was to depict “imaginary gardens with real toads in them’. In truth, gardens are always imaginary because they are always the garden that you are aiming for rather than the garden you have, but the toads are real and immediate’.

Uit deze mooi vorm gegeven bundel een gedicht van Philip Larkin getiteld ‘Cut Grass’.

.

Cut grass

.

Cut grass lies frail:

Brief is the breath

Mown stalks exhale.

Long, long the death

.

It dies in the white hours

Of young-leafed June

With chestnut flowers,

With hedges snowlike strewn,

.

White lilac bowed,

Lost lanes of Queen Anne’s lace,

And that high-build cloud

Moving at summer’s pace.

.

GG

Hond met bijnaam Knak

Jan Hanlo

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik een paar mooie poëziebundels voor een habbekrats waaronder ‘Voor wie dit leest, proza en poëzie van 1950 tot heden’. Nu is heden een betrekkelijk begrip daar dit boekje uit de Salamanderreeks (nummer 306) gepubliceerd werd in 1977. Het papier is al behoorlijk bruin maar de gedichten in de bundel, samengesteld door Kees Fens, zijn er niet minder door geworden.

Uit deze bundel een gedicht van Jan Hanlo (1912 – 1969) met de intrigerende titel ‘Hond met bijnaam Knak’.

.

Hond met bijnaam Knak

.

God, zegen Knak

Hij is nu dood

Zijn tong, verhemelte, was rood

Toen was het wit

Toen was hij dood

God, zegen Knak

.

Hij was een hond

Zijn naam was Knak

Maar in zijn hondenlichaam stak

Een beste ziel

Een verre tak

Een oud verbond

God, zegen Knak

.

Voor wie dit

 

Hanlo