Site-archief
De klimmer, een berg
Sander Koolwijk
.
Poëzie hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn, hoogdravend of doorwrocht, poëzie kan ook helder en duidelijk zijn. Wanneer je het leest weet je waar het over gaat. Dan is het idee, of de manier van opschrijven wat het interessant maakt. In de bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten voor onderweg, samengesteld door Henk van Zuiden, uit 2009 en uitgegeven als Rainbowpocket, staat zo’n gedicht.
Van Sander Koolwijk is het gedicht ‘De klimmer, een berg’ opgenomen dat eerder verscheen in ‘Bergstraat 55’ in 2002 bij Sillen Media Projecten.
.
De klimmer, een berg
.
Aan het einde van de vlakte
staat een berg, een hoge berg.
.
Voor de berg
staat een persoon, een klimmer.
.
Bovenop de berg
staat niemand.
.
Maar dat komt nog wel, want
voor de berg
.
staat een klimmer.
.
Wat ik graag zie
Anton Korteweg
.
Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.
Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.
Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.
.
Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.
Wat ik graag zie
.
Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.
Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?
.
Geboortestad Rotterdam
Dichter bij Rotterdam
.
Al eerder schreef ik over de bundel ‘Dichter bij Rotterdam’, een verzameling gedichten over Rotterdam, samengesteld door Meijer de Wolff in 1981. In deze bundel veel onbekende gedichten over Rotterdam en Rotterdamse zaken (Oude Binnenweg, de tram, Sparta, de Leuvenbrug, Boompjes, de Rotterdammer) van dichters waarvan de naam ons niet veel of niks meer zegt, van wat bekendere dichters ( J.H. Speenhoff) en van onbekende dichters (gedichten waar de naam van de dichter niet bekend is).
Van die laatste categorie wilde ik een gedicht hier delen. De dichter is onbekend maar het gedicht mag er zijn, in stoere taal, oud Hollands, uit een tijd dat het nog de verkeerde kant op leek te gaan met Rotterdam.
.
Geboortestad Rotterdam
.
Is dit mijn stad? – De welvaart is voorbij,
De schepen liggen rottend in de haven.
En door het touwwerk vliegen zwarte raven,
Het is gedaan met vloot en visscherij.
.
Waar is het volk van dit verlopen tij?
Men zag het vroeger langs de kade draven.
Het is vergeten nu of reeds begraven,
Prooi van zijn laatst, onheelbaar averij.
.
Voorgoed gedaan, vergeefs gekalefaat?
Daar ligt een schip waarop ‘Vertrouwen’ staat,
Ik zie een jongen, turend over ’t water.
.
Vertrouw, mijn stad: nóg stroomt de Maas voorbij,
En dit is sterker dan uw averij:
De trek naar zee, een jongensdroom voor later.
.
Dichter bij Rotterdam
G.J. Laan
.
In 1981 verscheen bij uitgeverij Futile een aardig boekje samengesteld door Meijer de Wolf, met als titel ‘Dichter bij Rotterdam’. In tegenstelling tot de ook niet onaardige bundel die een paar jaar geleden bij MUG books verscheen ‘Wij dragen Rotterdam’ in deze bundel geen hedendaagse dichters maar een overzicht van gedichten door de tijden heen over Rotterdam. Van de 16e eeuw tot de 20ste eeuw is er veel over Rotterdam geschreven in poëtische zin.
Wat opvalt zijn een aantal voor mij onbekende namen als C. A. Cocheret , W. Punt en B. Snel maar ook bekende (Rotterdamse) namen als Gerard Cox, Clara Eggink en J.H. Speenhoff, alsmede een groot aantal gedichten waar de dichter niet van bekend is. Een boek dat aan alle kanten rammelt (op het kaft staat M. de Wolff, op de titelpagina Meijer de Wolf bijvoorbeeld) met een rare bladspiegel maar dat maakt niets uit. Het is het levenswerk van deze de Wolf(f) en hij heeft een fraaie doorsnee van poëzie (hoge en lage) over Rotterdam bij elkaar gebracht.
Ik heb gekozen voor het gedicht ‘De Oude Binnenweg’ van G.J. Laan.
.
De Oude Binnenweg
.
Rond de Ouwe Binnenweg
draait ’t leven door.
Daar is geen sprake van hoge flats
of een groot glazen kantoor.
’n Biertje in ’n cafeetje,
bij de visman een vette bek.
Dan voel je je goed
en dan pas bruist je bloed,
Aan de Binnenweg is nog pret.
.
Die smalle Oude-Binnenweg,
’n stukje oud Rotterdam,
daar hoor je ’t orgel nog spelen,
in de kroeg zit ’n ouwe man.
Hij draait een zware Van Nelle
en bestelt weer een Ouwe Vlek,
want waar smaakt je borreltje lekkerder
dan aan de Ouwe-Binnenweg.
.
Ik ben bang voor de honger
Gedichten die mannen aan het huilen maken
.
Uit de fijne bundel, samengesteld door Nick Muller, ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ koos Arie Boomsma voor het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’ van Jan Arends (1925 – 1974).
Als motivatie waarom hij juist dit gedicht koos zegt Arie: Wat mij zo treft in het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’is de schaamte, dat het leven zo anders is gelopen dan gehoopt. Maar wat schuilt er toch veel schoonheid in mineur. het gedicht is om te grienen zo mooi.
.
Ik ben bang voor de honger.
.
Ik ben bang
voor de honger.
.
Ik heb vrees
voor honger.
.
Ik ben mijn leven bang
voor honger geweest.
.
Ik ben jong
en sterk geweest
en ik was er zeker van
dat er bloemen zouden zijn
vrouwen
een huis.
.
Dat ik de dingen zou beheersen
.
en misschien was dat ook zo geweest.
.
Maar ik ben altijd bang
voor honger geweest
en daarom ben ik dit geworden.
.
Dieren gedicht
Het grote dieren gedichten boek
.
Door omstandigheden vandaag even geen gedicht van Remco Campert (dat komt morgen) maar een andere dichter. Uit ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007, samengesteld door Guus Luijters, dat vol staat met juist dat, een fijn nonsensgedicht van de dichter Daan Zonderland zonder titel.
.
Er is een koe gestolen
In het dorpje Donderen.
Dat is voor velen oorzaak
Zich te verwonderen.
.
Maar als die mensen wisten
Wat er gebeurd in Grauw,
In Ulkesluis en Tuitjehorn,
In Peize en De Pauw,
.
En al die duistre daden
Verricht in Goudriaan,
Dan zouden deze lieden
Niet zo verwonderd staan.
.
Voorbij de laatste stad
Gerrit Achterberg
.
In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.
De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.
Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.
Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.
.
Concave
.
Liggend twee heilige heelallen in elkander,
hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,
voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,
schuif ik bedachtzaam bolsegment
na bolsegment langs uwe klingen,
zonder in u te dringen;
wij hebben eender middelpunt
.
Even zuiver als de ongeschreven brief
Rogi Wieg
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.
Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.
Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.
.
In het verlengde van een vleugel
.
Dit is de zee, zeg ik je,
de zee van de vertwijfeling,
de gelaagdheid en die van
verfijndheid, de zee als
zee voor jou. In het verlengde
van een vleugel
.
zal ik de zee zo ontdoen
van die werkelijke zee,
of heb je liever dat
het klinkt zoals water,
dat oproept en uitbeeldt
dat groot is, en misschien als de zee,
zo zonder golven ook,
wie ben je liefst, mij of een ander.
.
Lees eens een gedicht
Bundel uit 1974
.
Ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er al aan promotie van de poëzie gedaan. Bij Querido verscheen in 1974 de bundel “lees eens een gedicht’, samengesteld door T. van Deel, met daarin 170 gedichten van alle, in die tijd, bekende Nederlandse dichters.
Kees Fens schreef destijds over deze bundel: “van Deel heeft uiteraard op kwaliteit gekozen, maar heeft met die keuze niet volstaan. Hij heeft de gedichten gegroepeerd rond gemakkelijk herkenbare thema’s..”
“Deze bloemlezing heeft dus een echte opbouw. Poëzie wordt alledaagser dan u denkt. Dat een bloemlezer dat kan bereiken, is een prestatie”.
De bloemlezing wil het plezier in het lezen van poëzie activeren. Of dat gelukt is weet ik niet (geen idee ook hoe ze dat willen gaan controleren) maar het heeft in ieder geval een mooie bundel opgeleverd met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse dichters uit die tijd. Bekende namen maar ook minder bekende namen staan in deze bundel door elkaar.
Ik heb gekozen voor een gedicht van een wat minder bekende dichter namelijk van de dichter Alain Teister. Teister (1932 – 1979) was behalve dichter, schrijver en schilder. Hij was ook een van de drijvende krachten achter de oprichting van theater De Engelenbak.
.
Versvoeten
.
Elk dichtertje zingt
zoals het genekt is
door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.
En hij is de eminentste
die tussen de brekebenen
zijn voeten het minst kapothinkt
en dat het bedroefdst formuleert.
Elk dichtertje zingt
vrij ongedeerd.
.













