Site-archief

De liefste

Louise Labé

.

In de bundel ‘de liefste’ onsterfelijke liefdesverzen uit 1990, samengesteld en vertaald door Paul Claes, staat een prachtig liefdesgedicht van Loise Labé. Deze Louise Labé (1526 – 1566) was een Frans renaissancedichter, schrijfster van amoureuze sonnetten en salonnière (deelnemer aan literaire salons, bijeenkomsten (meestal bij iemand thuis) waar verschillende schrijvers, dichters, filosofen en kunstenaars elkaar regelmatig ontmoeten om literatuur, poëzie, filosofie en soms andere (beeldende) kunsten en politiek te bespreken).

Louise Labé was samen met dichter Maurice Scève het middelpunt van een groep dichters, de Ecole de Lyon. Rond Labé verzamelden zich andere vrouwelijke dichters als Pernette du Guillet. In de bundel ‘De liefste’ staat het volgende sonnet van haar dat ik hier met jullie wil delen.

.

Kus mij, kus mij opnieuw en blijf me kussen:

Geef mij van je waanzinnigste er een,

Geef mij van je aanminnigste er een,

Ik geef er vier weer die niet zijn te blussen.

Wat klaag je? Kom, laat mij je lijden sussen,

Ik geef er jou tien andere meteen.

Wij mengen onze kussen kussen zacht dooreen

En vinden in elkaars genot intussen.

Zo vangt voor elk een dubbel leven aan.

Elk zal in zich en in zijn vriend bestaan.

Laat, Liefde, mij van deze dwaasheid dromen:

Steeds voel ik wrevel om dit kalm bestaan,

En ik ben nooit geheel en al voldaan

Indien ik uit mezelf niet los kan komen.

.

Topkok

Rieneke Minderman-Grobben

.

Begin van dit jaar overleed een bijzondere dichter en geweldige vrouw Rieneke Minderman-Grobben, Rotterdamse uit Charlois, altijd volledig gekleed in het roze. Ik kende Rieneke al jaren, ze was een vaste dichter bij de podia van Ongehoord! en ook daarbuiten kwamen we elkaar regelmatig tegen ook op podia die ik organiseerde, altijd in het gezelschap van haar man Jan.

Vlak voor haar overlijden heeft Joop van der Hor de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samengesteld en uitgegeven waarmee Rieneke als mens en dichter blijft voortbestaan ook nu ze niet meer onder ons is. Ik ben Joop daar zeer dankbaar voor. Rieneke schreef haar gedichten steevast op papieren rollen die ze in haar roze koffertje meedroeg (en waar altijd een lintje omheen zat) maar ze waren verder nergens te lezen. Door de publicatie van ‘De wereld volgens Grobben’ blijven haar gedichten bewaard.

Hoewel ik veel van haar gedichten ken (vaker gehoord uit haar mond) staan er ook nog genoeg in de bundel die ik niet kende. Voor iedereen die de poëzie van Rieneke niet kent maar zeker ook voor een ieder die haar wel kende en haar een warm hart toedroeg (en wie deed dat niet) hier één van mijn favoriete gedichten van haar hand ‘Topkok’.

.

Topkok

.

Ik droomde ik was Topkok

Ik zwaaide de scepter in een restaurant

Een dagmenu of à la carte

Gereserveerd door kelner of ober of gerant!

Schil aardappel, de bint

De eigenheimer

Of de opperdoes en smelt ondertussen

in een grote pan

De van goudreinetten appelmoes

Ik snij

Ik pluk

Ik snipper

Ik pers

Ik kneus

Ik pof

Ik hak

Ik stamp

Ik mix

Ik schaaf

Ik zeef

Ik pel

Ik bak

Ik braad

Ik stoof

Ik smoor

Ik sudder

Ik grill…

En hoe!

Voeg ondertussen

Vers gemalen peper én zeezout toe!

Ik pocheer

Ik lardeer

Ik trancheer

Ik gratineer

Ik blancheer

Ik pureer

Ik pommadeer

Ik fileer

Ik roqueer

Ik schockeer

En

Smeer..

Een boterham

Ik blus

Ik sus

Ik kus

De baas in de bezemkast

Wijn op temperatuur

Oven voorverwarmen

Sfeerverlichting aan

Thermostaat een graadje hoger

Dek de tafel met damast

En wel in ’t wit

Borden voorverwarmen

Bestek van zilver keurig gepoetst

In alle soorten én netjes in ’t gelid

Servet in de ring

Glazen in diverse soorten

Van flonkerend kristal

Coolers voor de wijn, champagne

Kaarsen in de kandelaar

Én … ondertussen

Is het eten beet of half gaar

De gasten schuiven volgens tafelschikking aan

De kledingcode:

Casual of naar believen chique

Het restaurant heeft sterren

Èn de ligging is uniek

De ober buigt en gaat serveren

Men begint

Te eten

Te schransen

Te schaften

Te slempen

Te bikken

Te zwelgen

Te buffelen

Te smikkelen

Te smullen

Te bunkeren

Te peuzelen

Te kanen …

Te dineren

.

Afijn:

Mijn taak als Topkok zit erop

Eet u allen smakelijk

Ik, ik ga hem smeren

En!!

Tussen ons gezegd

’t is geen geheim

U mag het allen weten

Ik! …

Ik ga lekker

Bij mijn moeder eten!

.

Omdat daar toch niemand zat

Hans Faverey

.

De dichter Hans Faverey (1933-1990) werd geboren in Paramaribo en kwam in 1939 naar Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde hij psychologie.  Sinds 1965 was hij als klinisch psycholoog verbonden aan de Universiteit Leiden. Hans Faverey begon gedichten te schrijven in de hoogste klassen van het Amsterdams Lyceum, toen hij via de stimulerende lessen van F. Lulofs kennis had gemaakt met de moderne Nederlandstalige poëzie. Tussen 1953 en 1957 schreef hij niet, omdat hij naar eigen zeggen zijn gedichten niet goed en muziek mooier vond. De poëzie van Faverey is modern en klassiek tegelijk, makkelijk en moeilijk. Soms verontrustend, met een dramatische ondertoon. Hij speelt een spel, hij goochelt, hij is de meester van het onverwachte, en hij heeft humor. In 1990 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Springvossen’ uit 2000, samengesteld door Lela Zeckcovic, de weduwe van Faverey, het gedicht ‘Omdat daar toch niemand zat’.

.

Omdat daar toch niemand zat

.

Omdat daar toch niemand zat,
en omdat het niet dicht zit,
is het weer tijd voor een wandeling
langs de oevers van het strand, daar
waar het woud zich plotseling inhield,
of zich gaandeweg heeft verwijderd.

Dit denkt iemand die niet weet
dat hij in deze tekst zit
en er nooit meer uitkomt,
hoe hij ook morrelt aan zinnen
en met betekenissen schuift.

Beter zo dan andersom,
wanneer de kou onverwacht inzet;
en beter nooit dan te laat.
Dat ben ik weer die dit denk.

In mijn afwezigheid hier
verschuilt zich een triomf
die nooit uitgevierd raakt.

.

Over Simon Vestdijk

A. Roland Holst

.

Van een goede vriendin kreeg ik een alleraardigst boekje uit 1953 van de wereldbibliotheek-vereniging met de titel: Kleine literatuurgeschiedenis in verzen over Nederlandse schrijvers bijeengebracht door Theo Vesseur. Een mooie jaren vijftig omslag en gedichten van dichters over andere dichters. Wat ook leuk aan deze bundel is, is dat in het ene gedicht een dichter dicht over een andere dichter (bijvoorbeeld Paul van Ostaijen over Guido Gezelle en even later Halbo C. Kool over Paul van Ostaijen).

In de inleiding schrijft Vesseur: elk vers in deze verzameling zegt ons minstens evenveel over elk karakter van de auteur zèlf als over de bezongene.  In het geval A. Roland Holst in zijn gedicht over Simon Vestdijk blijkt dat in ieder geval.

.

Simon Vestdijk

.

Wat mag het raadsel van uw arbeid wezen?

Muur van den Geest, waar die van de Chinezen

te kort bij schiet. – O, Tegenpool van Bloem!

O, gij die sneller schrijft dan God kan lezen!

.

Van vroeger en thans

Alain Teister

.

Je kunt heel veel vinden van de warenhuisketen V&D of Vroom & Dreesmann, je kunt ze missen of niet maar éen ding waarin de V&D zich onderscheidde van andere warenhuizen was hun uitgeverij. En in dit geval vooral hun poëzie uitgaven door de jaren heen. Ik denk dat ik inmiddels toch wel zo’n 5 uitgaven bezit die door de V&D is uitgegeven indertijd. Zo ook de bundel ‘Dag in, dicht uit’ uit 1994, samengesteld door Ernst van Altena.

In de inleiding lees ik: “Wie de Nederlandse poëzie van de laatste decennia gevolgd heeft, moet tot de conclusie komen dat Pegasus zich in onze streken niet hoog boven het maaiveld verheft, maar laag over het aardse scheert. Voor een hoge abstractie moeten we bij vuriger volken zijn. In Nederland wordt gedicht over een kropje sla en de afwasmachine”.

De gedichten in deze bundel gaan dan ook over de alledaagse dingen, over aardse zaken, over voetbal, ontbijt, het ontwaken, school en werk. Of, zoals in het gedicht van Alain Teister, over een pepersteak en een glas wodka. Alain Teister, pseudoniem van Jacob Martinus Boersma (1932 – 1979) was schrijver en schilder. Hij debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’ waarna nog enkele romans en poëziebundels zouden volgen.

.

Van vroeger en thans

.

Plotseling herinnerd: mijn moeder

die heimelijk peper strooide over

mijn steak sans poivre

want mijn vader vond peper een van de

slechte vergiften.

.

Hij zou eens moeten weten,

die onoverkomelijke oude baas,

(ik houd van hem als van een zoon)

dat ik zelfs in mijn wodka

een beetje peper gebruik.

.

De domoorworm

De muze op school

.

Met de aankoop van de bundel ‘De muze op school’ is mijn serie van muze bundels weer een stukje verder aangevuld (er zijn in totaal 16 edities van de muze serie uitgegeven). ‘De muze op school’, een bloemlezing van gedichten betrekking hebbend op de school en dus het leven werd samengesteld door W. van Beusekom en uitgegeven door de vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels collectieve propaganda van het Nederlandse boek (of zoals wij vroeger op de opleiding zeiden; de vereniging met de lange naam).

Deze bundel werd uitgegeven in het kader van de boekenweek 1961. De illustraties in de bundel zijn van Peter van Straaten, herkenbaar maar anders dan de Peter van Straaten zoals ik hem van de laatste 10, 20 jaar ken.

De poëzie in de bundel is zoals vaker bij dit soort samengestelde bundel een mix van heel bekende en vrij onbekende dichters. Zo vlak voor de uitreiking van de C. Buddingh’ prijs heb ik voor een gedicht van zijn hand gekozen met de aanstekelijke titel ‘Domoorworm’.

.

Domoorworm

.

De domoorworm vraagt zich af

Waarom God hem geen hersens gaf.

 

Mijn vader heeft oprecht geleefd,

En steeds het goede nagestreefd,

 

En ook mijn moeder deed haar best,

En heeft geflikflooid noch geflest,

 

Denkt hij verdrietig – O, waarom

Blijf ik dan toch zo oliedom?

 

Waarom de blauwbilgorgel niet,

De blobber, of de slurfparkiet?

 

Waarom juist ik, een arme worm?

Ben ik er dan maar voor de vorm?

 

Doch niemand die het antwoord weet

En hem komt troosten in zijn leed.

.

Ik ben de vurige

De liefste, onsterfelijke liefdesverzen

.

Gustavo Adolfo Domínguez Bastida (1836 – 1870), kortweg Gustavo Bécquer, was een Spaanse toneelschrijver en dichter. Hij wordt tot de bekendste schrijvers van de Spaanse romantiek gerekend.

Zijn bekendste werken zijn de Rimas (‘Rijmen’) en de Leyendas (‘Legendes’), die tegenwoordig doorgaans samen als de  ‘Rimas y leyendas’ worden uitgegeven. Deze gedichten en verhalen vormen een onlosmakelijk onderdeel van de Spaanse literatuur en behoren tot de verplichte stof van middelbare scholieren in de Spaanstalige wereld.

In de bundel ‘De liefste, Onsterfelijke liefdesgedichten’ staat het gedicht ‘Ik ben de vurige’ van zijn hand.

.

Ik ben de vurige

,

‘Ik ben de vurige, de donkere vrouw,

ik ben het zinnebeeld van elk verlangen;

door liefdeshunker is mijn ziel bevangen.

Ben jij op zoek naar mij?’ – ‘Neen, niet naar jou.’

.

‘Mijn hoofd is bleek; mijn vlechten zijn van goud;

ik heb jou eindeloos geluk bereid;

ik draag in mij een schat aan tederheid.

Roep jij misschien naar mij?’- ‘Neen, niet naar jou.’

.

‘Ik, ik ben een onmogelijke droom,

een hersenschim van nevel en van licht;

ik heb geen lichaam, ik heb geen gezicht;

ik kan je niet beminnen.’  – ‘Kom, o kom!’

.

‘T nicotiaansche kruid

Bilderdijk

.

Velen zullen de naam van Willem Bilderdijk kennen maar maar weinigen zullen zijn werk kennen. Bilderdijk (1756 – 1831) was geschiedkundige, taalkundige, dichter en advocaat.  In 1776 bekroonde het Leidse dichtgenootschap ‘Kunst wordt door Arbeid Verkreegen’ zijn vers over de Invloed van de dichtkunst op het staetsbestuur met de gouden medaille. Zijn ambitie om zich geheel aan de dichtkunst te wijden, werd door zijn strenge vader, die arts was en later belastinginspecteur, niet gesteund. In hetzelfde jaar begon hij met tegenzin als boekhouder op het kantoor van zijn vader te werken. In 1780 kon hij, inmiddels bekend als dichter en in contact met Rhijnvis Feith, beginnen aan zijn studie rechten te Leiden. Twee jaar later rondde hij deze studie af en vestigde hij zich als advocaat te Den Haag. In 1781 zag zijn bundel met licht erotische verzen, ‘Mijn Verlustiging, met de door hem zelf geëtste vignetten, het licht.

In 1981 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker een bloemlezing uit zijn gedichten getiteld ‘Ik reikhals naar het graf’ samengesteld door Peter van Zonneveld. In deze bundel korte en langere stukken, fragmenten en gedichten.  Toen ik de bundel doorlas bleef ik hangen bij ‘T nicotiaansche kruid. In dit lange gedicht gaat Bilderdijk tekeer tegen de slechte invloed en het ‘vergift voor borst en ingewand’ de tabak. Misschien moet Bénédicte Ficq Bilderdijk als boegbeeld nemen in haar strijd tegen de tabaksindustrie.

Hier een fragment uit dit lange gedicht. De hele tekst is digitaal terug te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/bild002dich08_01/bild002dich08_01_0023.php

.

‘T nicotiaansche kruid

.

Weg met dat stinkend stof! weg met die vuile dampen,
De lucht en ’t heldre licht van tafeltoorts en lampen
Verduistrend, d’ ademtocht verstikkend, en vergift
Voor borst en ingewand! Wat razerny van drift
Kon zoo het menschenras van zelfbesef berooven,
Om dus zich ’t leven in den boezem uit te doven?
En, Hemel, alles is aan deze dolheid vast,
En gaat op prikklingstank en walgingrook te gast!
Euroop, wat zijt ge dwaas! – Van waar toch dit gelusten
Naar ’t onkruid, naar ’t vergif van Oost- en Westerkusten?
Is ’t wonder, daar ge alom en ziekte en gift vergaârt,
Dat lichaamsplaag aan plaag ’t verzwakt gestel bezwaart?
Ja, ‘k gun u, specery der geurige Molukken,
‘k Vergun u, wierook, myrrhe uit Yemensgaard te plukken,
Verkwikkend, mits met maat genoten. – Maar venijn -?
Uw grond brengt giften voort, indien ze u noodig zijn.
’t Ontbreekt aan maankop niet of holle kervelstelen,
Indien ze noodig zijn om eenig kwaad te heelen;
Maar zeldzaam, zeldzaam ja, en minder dan men ’t denkt,
Is ’t heilzaam, wat uit d’ aart het menschlijk lichaam krenkt.
.

De hinde

Francesco Petrarca

.

Ik vond het wel weer eens tijd voor een liefdesgedicht en dus trok ik de bundel ‘De liefste, onsterfelijke liefdesverzen’ maar eens uit mijn kast. Deze bundel is samengesteld en vertaald door Paul Claes en bevat dichters die “eeuwig verliefd zijn, verliefd op hun beminde en op de taal, maar nog het meest op de liefde zelf”.

In deze bundel beroemde dichters uit alle tijden zoals Sappho, Dante, Keats, Hölderlin, Beaudelaire, Rilke, Yeats, Pessoa en vele anderen. Ik koos voor het gedicht ‘De hinde’ of zoals het in het Italiaans heet ‘Canzoniere CXC’ en ik heb zowel het origineel als de vertaling overgenomen.

.

De hinde

.

Een blanke hinde zag ik op het groen

met gouden horens onder een laurier

verschijnen bij de dubbele rivier,

terwijl de zon rees, in het guur seizoen.

.

Zo zoet verheven was dit visioen,

dat ik elk werk liet varen om het dier

te volgen, als een vrek die met plezier

zijn zwoegen opgeeft om een vondst te doen.

.

‘Raak mij niet aan,’ stond op haar sierhalsband

geschreven met topas en diamant,

‘Mijn heer heeft mij in vrijheid laten gaan.’

.

Reeds zag ik hoe de zon in ’t zenit scheen

-mijn ogen waren moe, maar niet voldaan-

toen ik in ’t water viel, en zij verdween.

.

Canzoniere CXC 

.

Una candida cerva sopra l’erba

verde m’apparve, con duo corna d’oro,

fra due riviere, all’ombra d’un alloro,

levando ’l sole, a la stagione acerba.

.   

Era sua vista sì dolce superba,

ch’i’ lasciai per seguirla ogni lavoro;

come l’avaro, che ’n cercar tesoro,

con diletto l’affanno disacerba.

Nessun mi tocchi — al bel collo d’intorno

scritto avea di diamanti e di topazî —

libera farmi al mio Cesare parve.

Et era ’l sol già vòlto al mezzo giorno;

gli occhi miei stanchi di mirar non sazî,

quand’io caddi ne l’acqua, et ella sparve.

.

Met de dood speel je niet

Zuidamerikaanse gedichten

.

In 1996 publiceerde uitgeverij de Prom de bundel ‘Met de dood speel je niet, Zuidamerikaanse gedichten’. Wouter Noordewier stelde de bundel samen en vertaalde gedichten van dichters uit Argentinië, Chili, Cuba, Nicaragua, Peru, El Salvador, Uruguay en Mexico (dat geografisch gezien natuurlijk niet in Zuid Amerika ligt maar ik begrijp de keuze).

Rond 1900 ontstond er overal in Zuid Amerika na eeuwen van kolonialisme en het daarbij volgen van het kolonialiserende land, een nieuwe vorm van poëzie. Waar voorheen de poëzie nationalistisch was en romantisch zonder oorspronkelijkheid was deze nieuwe poëzie juist modern, internationaal georiënteerd en thema’s waren de wetenschap, de industrie en de metropool (zoals bijvoorbeeld Buenos Aires, Sao Paulo en Mexico stad).

Opvallend bij deze nieuwe vorm van poëzie was ook dat ze heel symbolistisch was, irrationeel en surrealistisch. Het was poëzie zonder rijm, metrum  en leestekens.

Voorbeelden van dichters zijn bekende als Jorge Luis Borges uit Argentinië en Mario Benedetti uit Uruguay. Het aardige van deze bundel is dat er juist ook minder of redelijk onbekende dichters is vertegenwoordigd worden. Zo had ik van het merendeel nog nooit gehoord. En dat is ten onrechte. De bundel staat vol bijzondere gedichten. Van de heel korte gedichten van Guillermo Boido (Argentinië, 1941-2013) als:

.

Poëzie is niet te koop

want

niet te koop

.

Tot de poëzie van Nicanor Parra (Chili, 1914 – 2018) van wie ik het gedicht ‘Rituelen’ heb uitgekozen. Dit gedicht en deze dichter had ik uitgekozen uit de bundel om er vervolgens achter te komen dat hij afgelopen 23 januari (op mijn verjaardag) op 103 jarige leeftijd was overleden. Parra heeft zich altijd als “antipoeta” verklaard, wat betekent dat hij de pompeuze wijzen van andere dichters wilde verwerpen. Na lezingen zei hij, “Ik trek alles wat ik gezegd heb weer in”. Parra beschouwde het leven als zinloos en had geen boodschap, door vele critici werd dit als literaire zelfmoord beschouwd en toch is zijn invloed op andere, jonge dichters groot. Zo heeft zijn gedichtenbundel ‘Poemas y antipoemas’ grote invloed gehad op de beatgeneratie. In 2011 kreeg Parra de Cervantesprijs voor zijn hele oeuvre.

.

Rituelen

.

Telkens

Als ik na een lange reis

.thuiskom

Is het eerste wat ik doe

Vragen wie er dood is:

Ieder mens is een held

Gewoon omdat hij sterfelijk is

En helden zijn ons de baas.

.

En als tweede

.of er gewonden zijn

Pas daarna,

.niet dan na dit

Begrafenisritueeltje,

mag ik leven van mezelf:

Ik sluit m’n ogen om beter te zien

En zing vol wrok

Een liedje uit het begin van de eeuw.

.