Site-archief
Het dondert en bliksemt niet
René Huigen
.
Dichter, vertaler, essayist en schrijver René Huigen (1962) maakte oorspronkelijk deel uit van de Maximalen, maar verliet deze groep al snel. Hij concentreert zich steeds meer op de vraag wat poëzie eigenlijk is en waarom poëzie betekenis heeft. Huigen doceerde in de jaren negentig van de 20e eeuw aan de Schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 1999 doceerde hij poëzie aan de Universiteit van Michigan. René Huigen debuteerde met de bundel ‘Paleis der ingewanden’ in 1989. De bundel ‘Geen muziek & geen mysterie’ uit 2003 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs.
In ‘In Liefde Bloeyende’ De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten’, nam Gerrit Komrij het gedicht ‘Het dondert en bliksemt niet’. Komrij noemt het een gedicht dat brutaal en ook wel geestig is van een dichter die laat zien dat hij donders goed weet waar de klepel hangt in de moderne poëzie. En;l De dichter is de magische schepper van zijn eigen wereld. Hij vraagt de lezers alleen maar of ze bereid nzijn in de ban van het gedicht te blijven, of ze het gedicht zolang het duurt niet willen verlaten. Dat laatste zeker niet lijkt me.
.
Het dondert en bliksemt niet
.
Mooi weer spelend wordt als donderslag
bij heldere hemel zonneklaar
dat tegen die achtergrond
het decor als foto
op het golfkarton van
een spiegelgladde zee is geplakt
Dat het niet dondert en bliksemt
hoe beelden aarde maken, hoe
de snavel van een vogel met zijn veren
kortgesloten wordt, of hoe
wat woord is tot stof verwordt
Zolang de suggestie zich ontlaadt
in wat tegelijkertijd wordt opgewekt,
als een zichzelf bedruipende kaars
in de vorm van een hondje
dat het eigen kaarsvet oplikt
.
Stof stof stof
Pieter Boskma
.
Teruglezend op mijn blog kwam ik tot de ontdekking dat ik in al die jaren dat ik dit blog al schrijf nog geen aandacht had besteed aan dichter Pieter Boskma (1956). Pieter Boskma studeerde tussen 1977 en 1984 onder andere Nederlands, Engels, Indonesisch, Kunstgeschiedenis van Oost-Azië en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de dichtbundel ‘Virus Virus’, uitgegeven in eigen beheer in samenwerking met Paul van der Steen. In hetzelfde jaar richtten Van der Steen en hij het tijdschrift ‘Virus’ op. Eind jaren tachtig was hij betrokken bij de poëziebeweging de Maximalen.
Vanaf 1990 werkte hij een aantal jaren als poëziedocent aan de Schrijversvakschool ’t Colofon. Hij publiceerde niet alleen in alle literaire bladen en de meeste landelijke kranten en opiniemagazines, maar ook in bladen als Playboy en Avenue, en in meer dan honderd bloemlezingen. Daarnaast werkte hij voor de VPRO- en NPS-radio.
Boskma’s werk werd vertaald in onder meer het Engels, Duits, Fries, Frans, Chinees en Italiaans. Pieter Boskma was geruime tijd redacteur van het poëzietijdschrift ‘Awater’. In 2003 had hij zitting in de jury van de P.C. Hooft-prijs. Voor zijn werk ontving hij onder meer de Ida Gerhardt-Poëzieprijs, de Rabobank Cultuurprijs Letteren voor zijn hele oeuvre en hij werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2016.
Het gedicht dat ik koos van Boskma komt uit zijn bundel ‘De messiaanse kust’ uit 1989 en is getiteld ‘Stof stof stof’.
.
Stof stof stof
.
wat maakt het ons uit of ook het stof tot stof vergaat?
wij zijn de douche-generatie, ordelijke gel-gebruikers,
wij laten niets
aan het toeval over.
.
wij shockeren de pillenslikkers van de bestbeprijsde kwis.
wij houden van de doofpot der sterren en kometen.
wij zijn allergies voor knarsende sloten
want wij roesten niet.
.
wij spreken graag voor duistere halflege zalen.
wij dragen fier de ons geschonken bokalen van afgunst.
wij spiegelen ons niet aan elkaar.
wij zijn eenzaam.
.
wij ontvangen ons fortuin van de streamlined stropdas.
wij halen een mes langs de hals die daarin zit.
wij zijn en blijven tegendraads.
ons universum rafelt.
.
en na de feestjes, als wij dertig zijn
en dronken van twee biertjes
in de beha-loze zomer
schrijden wij in onze eigenaardigheid naar huis:
.
hermetische cellen in het harnas van de angst
dat ook het stof tot stof vergaat
en ons als een watertaxi
op de Tafelberg
slechts met ademnood omgordt.
.
Kater
Froukje van der Ploeg
.
De dichter/vormgeefster Froukje van der Ploeg (1974) studeerde audiovisuele vormgeving aan de Kunst academie St. Joost in Breda en de opleiding van schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2005 ontving ze de Hollands Maandblad poëziebeurs en in 2006 debuteerde ze met de bundel ‘Kater’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Haar tweede bundel ‘Zover’ verscheen in 2013.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Verlenging’.
.
Verlenging
.
Op het terras werkt een langzame jongen
honden vliegen hysterisch langs, meeuwen
worden bootjes op het water naast de opblaasboot
van de meisjes met de vlechten
.
Dames praten hun voeten in nog warm zand
duwen ijsstokjes weg onder hun hand
De zandjongen haalt de bedden weg
bepaalt niet meer de sluitingstijd van de zon
.
Vrouwen
Gerry van der Linden
.
Onder het motto: Meer vrouwen en poëzie op dit blog (zelf bedacht motto) ga ik de komende tijd een aantal gedichten van vrouwelijke dichters plaatsen gebruik makend van de onvolprezen bundel ‘Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis’.
Vandaag een gedicht van Gerry van der Linden (1952) is docente Poëzie- en schrijftraining aan ’t Colofon in Amsterdam. Ze publiceerde een aantal dichtbundels waaronder ‘Zandloper’ uit 1997 waar het onderstaande gedicht in is gepubliceerd.
.
Enkele liefdesgedichten
VI
.
Ik zie een man die weggaat.
Een vrouw
laat hem passeren.
.
Daar gaat een schouder
en een heup
die ze heeft vastgehouden.
Ze zijn nu bij de deur.
.
Het is een messcherpe vrouw.
De plooien
heeft ze al weggestreken.
.
Er valt een droge regen
tussen zijn hemd
en haar rok.
Wat zullen ze groeien!
.








