Site-archief

Ruimteschil

Dag zeven

.

Op de zevende dag…, nee niks religieus maar wel een gedicht over de ruimte en ons bestaan. Dit gedicht is van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en ik nam het uit haar bundel ‘Kameleon’ gedichten uit 2015.

.

Ruimteschil

.

Onder de oranje fleecedeken zijn we

volgens eigen en onveranderlijke wetten

miertjes op een mandarijnenschil

.

nemen we enkel wat we nodig hebben, niets

hoeft zich in een werkelijkheid af te spelen

omdat het hier toch geen verloop kent.

.

Het teken doen verdwijnen in de betekenis.

Het korstje markeert en verstopt de wonde.

We zullen een dubbele gulzige taal spreken.

.

Godzijdank

Dag zes

.

Op deze zesde dag van mijn korte vakantie een gedicht van Vijftiger, performer, levensgenieter, dichter en schrijver Simon Vinkenoog (1928-2009). Het gedicht ‘Godzijdank’ komt uit het hoofdstuk ‘Gesproken woord (jazz en poetry)/1963-1964’ uit de bundel ‘eerste gedichten 49|64’uit 1966.

.

Godzijdank

.

Godzijdank dat ik leef

Godzijdank dat ik engels spreek

Godzijdank dat ik adem en beweeg

Godzijdank dat ik leef.

.

Godzijdank dat ik spreek

Godzijdank dat ik weet

Godzijdank dat ik

Godzijdank

ik

God

.

ik,

waarneembaar,

Ik,

aanvaardbaar.

.

 

Rust

Dag vier

Als er één ding niet echt van toepassing is op mijn vakanties dan is het rust. Wanneer je ergens bent waar je nog nooit geweest bent dan wil je toch weten waar je bent, hoe het er daar uitziet, wat de bijzondere dingen zijn in de buurt? Aan de andere kant, rust is me gegeven omdat ik de gedichten in mijn vakantie altijd voorbereid. Dus vooraf geen rust en eigenlijk ook geen rust als ik op reis bent realiseer ik me. Maar zoals mijn oma al zei “als je dood bent kun je nog lang genoeg rusten”. Daarom hier het gedicht ‘Rust’ van Rob Schouten (1954) uit de bundel ‘Vuil goed’ een keuze uit al zijn gedichten uit 2011.

.

Rust

.

Van filmisch slapen gaat de wereld over

is mijn ervaring. Wacht geen werk, geen zin.

.

Toen ik eens uit gemakzucht niet ontwaakte

hield men mij voor vannacht ontslapen.

.

Ik kan niet zeggen dat het mij kon schelen

te zijn gestorven na geen werkzaam leven.

.

Wellicht schilderde ik een bergbeek uit,

hing gelukzalig met haar in een grot.

.

Terwijl men mij achter het glas bekeek

was ik er niet echt bij met mijn gedachten.

.

Mij viel niet in dankbaar te reageren

omdat de voorstelling me wel beviel

en ik geen last van het geheugen had.

.

Telde bekijks, zo’n kleine zeventig.

Na afloop bloemen maar ik kwam niet meer terug.

.

Reïncarnatie

Dag drie

.

Op dag drie van mijn vakantie een gedicht met een titel die dichters blijkbaar aanspreekt want ik plaatse al eerder een gedicht met de titel ‘Reïncarnatie’. Van Patricia Lasoen (1948) en van Daan Zonderland (1909-1977). Vandaag echter een gedicht met deze titel van Ester Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Servetten halfstok’ uit 2007.

.

Reïncarnatie

.

Wil iemand in mijn benen lopen,

in mijn mond zijn woorden leggen

en in mijn handen stijve vingers

soepel strekken voor pianospel

of strelen – wie wil mij aan?

.

Word ik de eerste keus of heeft

een mooier lichaam niet gepast?

Lig ik opgevouwen achteraan of

hang ik breeduit in de etalage?

.

Hoe weten zij hoe ik mij was?

Welk nog onzichtbaar etiket

is in mijn nekrand vastgezet?

.

Gisteren was een witte raaf

Dag twee

.

Op dag twee van mij korte vakantie wil ik een gedicht van Saskia de Jong (1973) getiteld ‘Gisteren was een witte raaf’ uit haar bundel ‘Resistent’ uit 2006, met jullie delen.

.

Gisteren was een witte raaf

.

wat nooit gemist was de mens

nu is er het gekarnde kind gekookt

water om ogen mee te poetsen

.

vroeger alleen leert belangrijke woorden

vroeger was alles een pond of een kilo

zoals een lichaam zich uitstrekte

.

werken was zo leuk in die dagen

smaak was heel gewoon

hoe heerlijk loog de welvaart

.

 

Voor de spiegel

Liane Bruylants

.

Vanaf vandaag ben ik even een weekje op vakantie. Daarom, zo als altijd de komende week elke dag een gedicht zonder al teveel omhaal. Vandaag begin ik met een gedicht van de Vlaamse dichter Liane Bruylants (1921-2009). Het gedicht ‘Voor de spiegel’ komt uit haar bundel ‘Droomgestalten’ uit 1976, als deel van ‘De Bladen voor de Poëzie’.

.

Voor de spiegel

.

Ik zat naast hem: aan de wand

weerkaatste de spiegel ons beeld.

Het was als een tijdloos verband

waarin niets van onszelf bleef verheeld.

.

Hij dacht dat ik, dromend, niet wist

wat hij me zwijgend verborg

en wat hij sinds lang had beslist

maar steeds nog niet zeggen dorst.

.

Steelsgewijs keek ik hem aan

toen hij zijn hoofd van me boog

en kon het niet langer bestaan

te verzwijgen hoe hij steeds loog.

.

Hij ging. Zijn afscheid was koel

als van een die weet wat hij wil.

Niets had zin n u noch doel:

wij scheidden zonder geschil.

.

.

 

Dag 13

Federico Garciá Lorca

.
In De Tweede Ronde, jaargang 1 uit 1980, zijn een aantal gedichten opgenomen van de Spaanse dichter Federico Garciá Lorca (1898-1936). De gedichten werden vertaald door Dolf Verspoor. Het gedicht ‘Qasida van de liggende vrouw’ lees je hieronder. Qasida is een oud Arabisch woord en een vorm van poëzie , vaak vertaald als ode . De qasida ontstond in de pre-islamitische Arabische poëzie en ging over naar niet-Arabische culturen na de Arabische moslimexpansie.

Qasida van de liggende vrouw

.

Je naakt zien is weer denken aan de aarde.
De aarde glad, van zijn paarden ontdaan.
Zonder een oeverriet, gave gestalte,
dicht voor het komende: zilver de grens.
.
Je naakt zien is de siddering begrijpen
van regen zoekend naar een tere loot,
de koorts der zee met het eindeloos voorhoofd
die nooit de glans zal vinden van zijn wang.
.
Het bloed zal daveren door de alkoven,
stormenderhand met fel fonkelend zwaard –
maar waar een hart van padde ligt verscholen
of het viooltje, zul je nooit verstaan.
.
Je buik is één verwoed gevecht van wortels,
je lippen onomlijnde dageraad.
Onder de lauwe rozen van je slaapstee
wachten de doden kreunend op hun beurt.
.
.

Dag 11

Jean Pierre Rawie

.

Vandaag uit de bundel ‘Handschrift’ uit 2017 van Jean Pierre Rawie (1951) het gedicht ‘Zo’n dag’.

.

Zo’n dag

.

Aan wie ik ook maar dacht vandaag was dood,
terwijl de landerijen en de steden
gestaag langs het beslagen treinraam gleden
en het om beurten miezerde en goot.

Al menig lief is langer overleden
dan dat ze mij verdriet of vreugde bood.
Ik reis alleen en mis mijn reisgenoot,
met wie ik elke windstreek heb doorsneden.

Zo’n dag. Ik deed het niet met opzet, maar
ik zag zelfs het gezicht van vaag bekenden,
wier naam mij bij hun leven reeds ontschoot.

Ik zag mijn vader in elk handgebaar.
Het regende. Waar ik mij keerde of wendde,
aan wie ik ook maar dacht vandaag was dood.

 

.

Dag 10

Ruth van Rossum

.

Dag 10 en vandaag een dichter die ik nog niet kende, Ruth van Rossum (1960). Zij bracht haar eerste levensjaren door in Japan. In 2006 verscheen haar debuutbundel ‘Eilandranden’. Ze treedt op met haar gedichten en is dichter voor De Eenzame Uitvaarten in Den Haag. In 2012 verscheen haar bundel ‘Sakasegawa’ en daaruit nam ik het gedicht ‘Welke wierde

.

Welke wierde

.

Ik was met twee mannen op de wierde.

De een zong: als je hier ligt in dit gras

weet je hoe de aarde smaakt. Je hoort

om ons heen de bomen onophoudelijk

bewegen in de wind. De luchten zijn

nooit hetzelfde maar altijd ver en leeg.

Ook de ander zong. Kijk rond, er is zo

veel voor ons, we kunnen overal naar

toe. Er zijn lauwe avonden die je kunt

voelen aan je huid, er zijn nachten van

luisteren naar wild groeien. met beiden

sliep ik. De een vertrok, de ander bleef.

.

Dag 9

Tjitse Hofman

.

Van de Drentse dichter Tjitse Hofman (1974) vandaag een gedicht uit zijn bundel ‘Ajaa’ uit 2008 het gedicht ‘Alles op de stoep en in de regen’.

.

Alles op de stoep en in de regen

.

De slabak

nog van mijn

tante uit Spanje

.

De slaapbank

ik ben het

luchtbed zat

.

En de klok

al weet ik reeds

hoe laat het is

.

Wil ik

als het even kan

wel mee

.

Plus 1

van de 3

televisies.

.