Site-archief

Koperlicht

Clara Haesaert

.

Hoewel de laatste gedichtenbundel van Clara Haesaert (1924) uit 1995 stamt, is zij, misschien wel daardoor en mede door haar hoge leeftijd een onbekendere dichter uit Vlaanderen. Na haar studie was Clara Haesaert werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (ik vermoed dat dat heden ten dage niet meer bestaat). In die functie zette ze zich in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken. Haar debuut kwam in 1953 met de gedichtenbundel ‘De overkant’, waarna diverse andere bundels verschenen. Haesaert was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijks tijdschrift De Meridiaan. Tevens was zij oprichtster van de Brusselse Galerie Taptoe. In de vuistdikke bloemlezing ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ samengesteld door Christine D’haen uit 1980 is Haesaert vertegenwoordigd met het gedicht ‘Koperlicht’.

.

Koperlicht

.

Ik stelde met ontzetting vast

dat ik alleen aan tafel zat.

Alleen met onze blinde kat

die stil haar oren en poten wast.

.

Het venster heeft mijn beeld weerkaatst

als in een gloed van koperlicht,

zodra ik dacht aan vrouwenplicht

heb ik de kat naast mij geplaatst.

.

Verloren slaapt zij op een stoel.

Ik tracht u steeds weer te vergeten,

doch alles: werken, slapen, eten,

herinnert mij uw maat-gevoel.

.

Het lange spoor 4

Jan Lauwereyns

.

De Vlaamse neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns (1969) promoveerde in 1998 aan de K.U.Leuven op een proefschrift over doelgerichte visuele waarneming en verrichtte neurowetenschappelijk onderzoek in Tokyo, Japan (1998 – 2002), Maryland, U.S.A. (2002 – 2003) en Wellington, Nieuw Zeeland (sinds eind januari 2003). Naast zijn wetenschappelijke werk  publiceerde Lauwereyns  dichtbundels zoals  ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), ‘Blanke verzen’ (2001), ‘Buigzaamheden’ (2002) en ‘Vloeistof en welvaart’ (2008). Ook werkte hij samen met wetenschapper en dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke in de bundel ‘Zwelgen wij denkend rond’.

Voor de bundel ‘Hemelsblauw’ uit 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Tegenvoetig, tweebenig’ uit 2004 het gedicht  ‘het lange spoor 4’.

 

Het lange spoor 4

Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,

mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,

op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkheid migreert.

Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.

.

Fragmenten van het onbeschrijfbare

Een recensie

.

Van de Vlaamse dichter Dimitri Hillewaert ( 1983) verscheen bij uitgeverij MUG books begin deze maand de bundel ‘Fragmenten van het onbeschrijfbare’. Dat doet meteen al de vraag rijzen wat dat onbeschrijfbare is. Niet te beschrijven als geheel maar in fragmenten lukt het wel. Is deze bundel daarmee een puzzel? Allerminst. Dit is een gedichtenbundel van een dichter die heel dicht bij zijn gevoel blijft, geen zakelijke beschrijvende dichter maar een dichter die steeds op zoek is naar de waarheid achter de schijnbare waarheid.

De bundel is opgedragen aan twee vrouwen; zijn moeder Doreen en zijn vrouw Danaë. In de gedichten is het duidelijk dat zij geliefde een rol speelt, en soms herkent men de moeder. De 33 gedichten zijn niet eenvormig, soms maar een paar regels en eenmaal drie pagina’s. De nummering leidde mij in eerste instantie in verwarring. Geen nummering zoals je die herkent. Zo begint de bundel met de gedichten (allen zonder titel) 1, 47, 65, 33, 24, 109 enzovoorts. Alsof de dichter uit een grote voorraad gedichten heeft gekozen en de nummering er eigenlijk niet toe doet. Dit verklaard dan ook meteen het ‘Deel 1’ op de titelpagina.

Navraag bij de dichter bevestigt mijn gedachten. De dichter heeft uit een aantal honderden gedichten gekozen op gevoel. Het Deel 1 duidt er inderdaad op dat het de bedoeling is dat er meer delen komen.

Dan de inhoud. De gedichten zijn, zoals gezegd veelal vanuit het gevoel geschreven, vanuit de dichter die zich het ene moment nederig en nietig opstelt en het andere moment opstandig of berustend. In de gedichten is er regelmatig sprake van de tegenstelling tussen het grote (het universum, de sterren, de geschiedenis) en het kleine (het lichaam, de cellen, het hier en nu) maar ook andere tegenstellingen komen terug (oud en jong, twijfelend en zelfverzekerd). Dit maakt de bundel zeer lezenswaardig. Ook is er in veel gedichten sprake van een ‘zij’. Zoals gezegd zal het hier de geliefde van de dichter betreffen, sommige gedichten zijn heel persoonlijk, intiem zelfs.

Ook in deze gedichten is er het spel van de daden en de woorden tussen de twee. Liefdevol, met vrees, dan weer optimistisch. Dat is hoe de dichter in deze bundel de wereld , de liefde en het leven beschouwt. Het onbeschrijfbare zal een combinatie van die drie zijn.

Ik heb voor twee gedichten gekozen uit deze bundel. Het gedicht nummer 27 als illustratie van een intiem gedicht en het laatste uit de bundel gedicht nummer 19 wat een en al optimisme en vertrouwen in zich draagt. Een opmerking nog over de opmaak, volgdne bundel graag met paginanummering.

.

27

.

ondanks alles

blijf bij me

.

deel hazelnoten muziek met mij

laat de ochtend onze ogen tot aquarel roze

kleuren en vlecht met mij de middaggeuren

samen

.

bedel in mij om avond bedank het kaarslicht

en leg daarna jouw huid op de mijne

.

luister bescherm me en fluister

alsof ik een weeshuis ben

zonder wetten vrees of roede

.

gewoon voor het plezier van het fluisteren

.

19

.

sterven in jouw armen

zou ik glimlachend aanvaarden

zoals schipbreuk lijden in Venetië

.

’s Zomers

Jotie ‘T Hooft

.

Tussen mijn poëzie parafernalia (mooi woord) kwam ik een bijdrage van mijn dochters tegen aan de Jotie ‘T Hooft poëziewedstrijd. Toen ze destijds hoorde dat je best wel mooie prijzen kon winnen bij poëziewedstrijden sloegen ze meteen aan het dichten, hoe heerlijk het opportunisme van kinderen. Grappig genoeg bleek één van de twee tot de genomineerden te behoren in haar leeftijdsgroep (ze won niet) maar het bracht ons ertoe om af te reizen naar de geboorteplaats van Jotie ‘T Hooft Oudenaarde, om daar bij de prijsuitreiking aanwezig te zijn. Ze mocht zelfs haar gedicht voordragen. Het heeft verder niet geleid tot poëtische aspiraties maar leuk was het wel.

Omdat ik dit tegen kwam heb ik er maar weer eens een (verzamel)bundel van “t Hooft bij gepakt en uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ koos ik voor het gedicht ’s Zomers’.

.

’s Zomers

.

’s Zomers vouwt men vliegers van mijn woorden

en holt ermee naar zee

alsof men ginds iets kon beginnen

zonder mij.

.

De huizen vol zand slapen nog

er zijn geen duinen

meeuwen hangen roerloos aan hun nylonkoord

er zijn nog geen schelpen gestrooid en

op de golfbreker ligt nog het blauwe lijk

van de bader van vorig jaar.

.

Pas als ik een woord ( ‘strandbal’)

tegen de wind ingooi, ontstaan:

een vrouw,

een schop, wat zonneolie

(en de ijskoventers kruipen uit hun gangen).

.

De rest laat ik met gerust gemoed

aan het stadsbestuur over.

.

jotie

Tegen de afgrond

Dirk van Bastelaere

.

Ik ruim mijn kast op. Dat is hard nodig want ik heb nog nauwelijks plaats voor mijn (nieuwe) dichtbundels. Tussen alle boeken vond ik ook nog een tijdschrift ‘Boek’ uit 2007. Waarom ik dat bewaard heb is me een raadsel, er staat hoegenaamd vrijwel niets over poëzie in behalve een klein stukje over de Week van de poëzie en de VSB poëzie prijs. Grappig om te lezen is dat de Week van de poëzie in 2007 van 21 tot en met 27 april liep (synchroon met de Poetry month in de VS) terwijl deze week inmiddels naar januari is ‘verhuisd’.

In dat stukje staan ook de genomineerde dichters waaronder Dirk van Bastelaere (1960) met zijn bundel ‘De voorbode van iets groots’.  De VSB poëzieprijs won hij niet dat jaar, wel de Jan Campert prijs. Uit een andere bundel ‘Hartswedervaren’ uit 2000 het gedicht ‘Tegen de afgrond’ waaruit duidelijk het post moderne karakter van zijn poëzie blijkt.

.

Tegen de afgrond

Dat ik je aanspreek,
stom hart,
is natuurlijk complete waanzin, je bent
een generiek gegeven uit de cultuurgeschiedenis.

Dat betekent: een sterrennevel,
drijvende paddesnoeren, een parcours d’accidents
een zon die in het zwart verkeert,
napalm, Reihung, een nevengeschikte wereld
en we schrijven entropie.

Het is een woord,
hart,
tegen de wereld. Net zo goed kan ik tegen
de afgrond gaan schreeuwen, een canyon waarlangs
op zorgvuldige plaatsen
een houten framepje werd opgesteld
met de vermelding Take Pictures Here. KODAK

.

dvb2

dvb

Herman de Coninck

Zoals dit eiland van de meeuwen

.

Lezend in de gedichten van Herman de Coninck, kon ik het toch niet laten weer eens een gedicht van hem te plaatsen. Het mag ook wel weer een keer, ik weet dat Herman nog altijd vele liefhebbers en fans heeft. Daarom,  en omdat ik wonend vlak bij zee, iets heb met meeuwen, het gedicht ‘Zoals dit eiland van de meeuwen’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.

.

Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,

zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.

.

seagull-788361_960_720

Nachtroer

Charlotte Van den Broeck

.

Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel  ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.

Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.

Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.

Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.

.

Wrijfklank

.

Een stap naar links

en je valt buiten de bladspiegel, lig daar

buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

.

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet

geschreven wordt en blijf

 .

liggen, stil en alsof

en slijtvast op de naad

die loopt tussen slagader en verhaal

.

je moet nog zoveel mensen voor me zijn

je moet nog

.

cvdb

Vrouw

Jozef Deleu

.

De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza  de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.

In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.

.

Vrouw

.

Van ieder woord

ben jij de pit

de harde korrel

in de bolle druif

het zachte vlees

van de amandel.

.

Je bent plantaardig

ring op ring

vormen zich de kringen

woord op woord

wordt harde hoorn.

.

Met de seizoenen

dubbel-zinnig

blauwe zomer

rode winter.

.

Mals en eetbaar

hard en bitter

pure pit.

.

Zó ben jij

van mij.

.

Zo ben ik.

.

jozef-deleu

Een wonder

Herman Brusselmans

.

Hoewel ik Herman Brusselmans als schrijver niet echt ‘ken’ (ik vind de absurditeit in zijn boeken vaak net even té) was het helemaal een verassing voor me toen ik het boek ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’ uit 1997 tegen kwam. In dit boek staan gedichten voor lezers vanaf een jaar of tien.

De gedichten, waarvan sommige op rijm, zijn grappig, hilarisch, baldadig, grof, gevoelig en geschreven in de zo bekende Brusselmans-stijl die zijn lezers zeer zal aanspreken. Aan de orde zijn liefde, geweld, racisme, seks, God en stoute kinderen. Teksten waar je hardop om moet lachen – maar tussen de regels lees je ook de tranen.

Omdat de Poëzieweek 2017 (vanaf 26 januari) als thema ‘humor’ heeft wilde ik een gedicht uit deze bundel hier delen. Toegegeven het is een speciaal soort humor en ondanks het wrange onderwerp  kan ik er wel om grinniken.

.

Een wonder

.

24 december:

Mama is aan de drank

Papa is aan de drugs

De kinderen krijgen slaag

De hond is dood

.

25 december:

Mama is aan de drank

Papa is aan de drugs

De kinderen krijgen slaag

De hond kwispelt nog één keer

.

meisjes

Een vogel

Jan Geerts

.

Op de weblog https://geertsjan.wordpress.com/ staan een aantal gedichten van de Vlaamse dichter Jan Geerts (1972) die gepubliceerd werden in ‘Het Liegend Konijn’, ‘De brakke hond’ en ‘Deus Ex Machina’. Helaas zijn het oudere gedichten en heeft Jan na 2013 geen nieuw werk gepubliceerd op zijn blog. Op gedichten.nl staat nog een enkel gedicht van na 2015 maar het is allemaal zeer beperkt. En dat is jammer want Geerts schrijft intrigerende poëzie.

In de verzamelbundel ‘Met dat hoofd gebeurd nog eens wat’, samengesteld door Arie Boomsma, staat ook een gedicht opgenomen van deze dichter. Dit gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Op het oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw’ uit 2005.

.

Een vogel

.

Een vogel is een vis die niet kan vliegen.

.

Een vogel is een vis die niet zonder water kan

en op het droge snakt naar lucht.

.

Een vogel is een vis die hoog moet

omdat hij lijdt aan dieptezucht.

.

Een vogel moet landloos balanceren

op de horizon tussen verlangen en vlucht.

.

Een vogel is een vis die tegen de hemel

kleeft, een beest dat zijn lot lipleest.

.

Maar een vogel is en blijft een vis.

.

collage-inge-vos

                                                        Collage: Inge Vos