Site-archief
’s Zomers
Jotie ‘T Hooft
.
Tussen mijn poëzie parafernalia (mooi woord) kwam ik een bijdrage van mijn dochters tegen aan de Jotie ‘T Hooft poëziewedstrijd. Toen ze destijds hoorde dat je best wel mooie prijzen kon winnen bij poëziewedstrijden sloegen ze meteen aan het dichten, hoe heerlijk het opportunisme van kinderen. Grappig genoeg bleek één van de twee tot de genomineerden te behoren in haar leeftijdsgroep (ze won niet) maar het bracht ons ertoe om af te reizen naar de geboorteplaats van Jotie ‘T Hooft Oudenaarde, om daar bij de prijsuitreiking aanwezig te zijn. Ze mocht zelfs haar gedicht voordragen. Het heeft verder niet geleid tot poëtische aspiraties maar leuk was het wel.
Omdat ik dit tegen kwam heb ik er maar weer eens een (verzamel)bundel van “t Hooft bij gepakt en uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ koos ik voor het gedicht ’s Zomers’.
.
’s Zomers
.
’s Zomers vouwt men vliegers van mijn woorden
en holt ermee naar zee
alsof men ginds iets kon beginnen
zonder mij.
.
De huizen vol zand slapen nog
er zijn geen duinen
meeuwen hangen roerloos aan hun nylonkoord
er zijn nog geen schelpen gestrooid en
op de golfbreker ligt nog het blauwe lijk
van de bader van vorig jaar.
.
Pas als ik een woord ( ‘strandbal’)
tegen de wind ingooi, ontstaan:
een vrouw,
een schop, wat zonneolie
(en de ijskoventers kruipen uit hun gangen).
.
De rest laat ik met gerust gemoed
aan het stadsbestuur over.
.
Tegen de afgrond
Dirk van Bastelaere
.
Ik ruim mijn kast op. Dat is hard nodig want ik heb nog nauwelijks plaats voor mijn (nieuwe) dichtbundels. Tussen alle boeken vond ik ook nog een tijdschrift ‘Boek’ uit 2007. Waarom ik dat bewaard heb is me een raadsel, er staat hoegenaamd vrijwel niets over poëzie in behalve een klein stukje over de Week van de poëzie en de VSB poëzie prijs. Grappig om te lezen is dat de Week van de poëzie in 2007 van 21 tot en met 27 april liep (synchroon met de Poetry month in de VS) terwijl deze week inmiddels naar januari is ‘verhuisd’.
In dat stukje staan ook de genomineerde dichters waaronder Dirk van Bastelaere (1960) met zijn bundel ‘De voorbode van iets groots’. De VSB poëzieprijs won hij niet dat jaar, wel de Jan Campert prijs. Uit een andere bundel ‘Hartswedervaren’ uit 2000 het gedicht ‘Tegen de afgrond’ waaruit duidelijk het post moderne karakter van zijn poëzie blijkt.
.
Tegen de afgrond
Dat ik je aanspreek,
stom hart,
is natuurlijk complete waanzin, je bent
een generiek gegeven uit de cultuurgeschiedenis.
Dat betekent: een sterrennevel,
drijvende paddesnoeren, een parcours d’accidents
een zon die in het zwart verkeert,
napalm, Reihung, een nevengeschikte wereld
en we schrijven entropie.
Het is een woord,
hart,
tegen de wereld. Net zo goed kan ik tegen
de afgrond gaan schreeuwen, een canyon waarlangs
op zorgvuldige plaatsen
een houten framepje werd opgesteld
met de vermelding Take Pictures Here. KODAK
.
Herman de Coninck
Zoals dit eiland van de meeuwen
.
Lezend in de gedichten van Herman de Coninck, kon ik het toch niet laten weer eens een gedicht van hem te plaatsen. Het mag ook wel weer een keer, ik weet dat Herman nog altijd vele liefhebbers en fans heeft. Daarom, en omdat ik wonend vlak bij zee, iets heb met meeuwen, het gedicht ‘Zoals dit eiland van de meeuwen’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,
zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.
.
Nachtroer
Charlotte Van den Broeck
.
Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.
Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.
Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.
Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.
.
Wrijfklank
.
Een stap naar links
en je valt buiten de bladspiegel, lig daar
buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om
.
lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet
geschreven wordt en blijf
.
liggen, stil en alsof
en slijtvast op de naad
die loopt tussen slagader en verhaal
.
je moet nog zoveel mensen voor me zijn
je moet nog
.
Vrouw
Jozef Deleu
.
De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.
In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.
.
Vrouw
.
Van ieder woord
ben jij de pit
de harde korrel
in de bolle druif
het zachte vlees
van de amandel.
.
Je bent plantaardig
ring op ring
vormen zich de kringen
woord op woord
wordt harde hoorn.
.
Met de seizoenen
dubbel-zinnig
blauwe zomer
rode winter.
.
Mals en eetbaar
hard en bitter
pure pit.
.
Zó ben jij
van mij.
.
Zo ben ik.
.
Een wonder
Herman Brusselmans
.
Hoewel ik Herman Brusselmans als schrijver niet echt ‘ken’ (ik vind de absurditeit in zijn boeken vaak net even té) was het helemaal een verassing voor me toen ik het boek ‘Meisjes hebben grotere borsten dan jongens’ uit 1997 tegen kwam. In dit boek staan gedichten voor lezers vanaf een jaar of tien.
De gedichten, waarvan sommige op rijm, zijn grappig, hilarisch, baldadig, grof, gevoelig en geschreven in de zo bekende Brusselmans-stijl die zijn lezers zeer zal aanspreken. Aan de orde zijn liefde, geweld, racisme, seks, God en stoute kinderen. Teksten waar je hardop om moet lachen – maar tussen de regels lees je ook de tranen.
Omdat de Poëzieweek 2017 (vanaf 26 januari) als thema ‘humor’ heeft wilde ik een gedicht uit deze bundel hier delen. Toegegeven het is een speciaal soort humor en ondanks het wrange onderwerp kan ik er wel om grinniken.
.
Een wonder
.
24 december:
Mama is aan de drank
Papa is aan de drugs
De kinderen krijgen slaag
De hond is dood
.
25 december:
Mama is aan de drank
Papa is aan de drugs
De kinderen krijgen slaag
De hond kwispelt nog één keer
.
Een vogel
Jan Geerts
.
Op de weblog https://geertsjan.wordpress.com/ staan een aantal gedichten van de Vlaamse dichter Jan Geerts (1972) die gepubliceerd werden in ‘Het Liegend Konijn’, ‘De brakke hond’ en ‘Deus Ex Machina’. Helaas zijn het oudere gedichten en heeft Jan na 2013 geen nieuw werk gepubliceerd op zijn blog. Op gedichten.nl staat nog een enkel gedicht van na 2015 maar het is allemaal zeer beperkt. En dat is jammer want Geerts schrijft intrigerende poëzie.
In de verzamelbundel ‘Met dat hoofd gebeurd nog eens wat’, samengesteld door Arie Boomsma, staat ook een gedicht opgenomen van deze dichter. Dit gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Op het oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw’ uit 2005.
.
Een vogel
.
Een vogel is een vis die niet kan vliegen.
.
Een vogel is een vis die niet zonder water kan
en op het droge snakt naar lucht.
.
Een vogel is een vis die hoog moet
omdat hij lijdt aan dieptezucht.
.
Een vogel moet landloos balanceren
op de horizon tussen verlangen en vlucht.
.
Een vogel is een vis die tegen de hemel
kleeft, een beest dat zijn lot lipleest.
.
Maar een vogel is en blijft een vis.
.
Collage: Inge Vos
Dichters en schrijvers begraafplaats
Schoonselhof in Antwerpen
.
Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.
Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.
Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.
Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.
.
een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
liefde of toeval niemand weet het
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Graf Gust Gils
Graf Hendrik Conscience
Graf Gerald Walschap
Oude graf Herman de Coninck
Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)
Winter
Herman de Coninck
.
Het is alweer een aantal maanden geleden dat ik over Herman de Coninck schreef. Het was ook alweer even geleden dat ik een gedicht van hem las. En nog steeds als ik zijn gedichten lees verwonder ik me over zijn taal, de schoonheid van zijn poëzie, de gelaagdheid. Ik denk dat ik zijn gedichten altijd zal blijven lezen en herlezen.
Vandaag is het één van de eerste winterse dagen in dit jaar, het vriest en dat deed me denken aan een titelloos gedicht dat ik van zijn hand las. Zoals zo vaak gaat het in dit gedicht over meer dan wat je leest. De winter is ook in dit gedicht op vele manieren uit te leggen. Het komt uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991.
.
.
Het moet met winter. Op de horizon een boom,
een stemvork voor noordenwind.
De eindeloze vlakten van het overleven.
Wolven zijn in een vorige eeuw gebleven.
.
Er is geen nieuwe gekomen.
Slechts bijna blauwe sneeuw:
zoveel wit dat je het kunt horen.
Daarin ingevroren.
.
In de grootste kou die ik ooit had.
Onleesbaar. dat ik van je? U? Au?
.


















