Site-archief

Vers van de pers

MUGzine 31

.

De nieuwe MUGzine is er!, op papier en morgen op de website. Dit keer met de winnende en genomineerde gedichten van de Rob de Vosprijs (de poëzieprijs van Meander). Deze prijs werd in 2025 toegekend door de jury aan de Vlaamse dichter Rik Dereeper (1962). MUGzine #31 opent met het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne Hermans en daarna meteen het winnende gedicht van Dereeper getiteld ‘Veldstraat 39. Een extra aanbeveling voor de kunst in #31 van Mariken van Heugten die deze editie van een voorjaarstintje voorziet, en het MUGgedicht van dichter Irene Wiersma.

De jury van de Rob de Vosprijs bij monde van Marc Bruynseraede en Monique Wilmer-Leegwater schreef over het winnende gedicht van Rik Dereeper:

In ‘Veldstraat 39’ heeft de dichter het thema ‘Dwalen’ treffend weergegeven. Het gedicht ontroert door zijn sobere toon en precieze waarneming van ouderdom, herinnering en verlies. Met groot inlevingsvermogen en zuivere formulering laat de dichter verstaan wat het is aan dementie te lijden. De Jury werd getroffen door de heldere, beheerste taal, waarmee de dichter een man schetst die, op weg naar een huis dat ooit zijn huis was, letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. De twijfel, stuurloosheid, slepende traagheid geven gestalte aan de tragiek. Bij mij kwam het beeld voor ogen van ‘De aardappeleters’ van Vincent Van Gogh: het schaarse licht, het duistere van de scène, de onontkoombaarheid der dingen weegt door in de woorden van de dichter.

De zinnen ademen rust, onzekerheid en melancholie. De dichter vermijdt sentiment en kiest voor kleine observaties: het slaan van de torenklok, het zweet dat parelt, het zoemen van het struikgewas. Juist die details maken de emotie tastbaar, zonder ze te benoemen. Het gedicht toont beheersing, de dichter ademt stilte en suggestie uit.

Thematisch is het werk sterk gelaagd. Achter de zoektocht naar een adres schuilt het besef van het verdwalen in tijd en geheugen. De man zal ‘het woonhuis op een middag amper vinden’ en dat zal – in de toekomende tijd – legt een zachte voorbode van verlies. De slotstrofe brengt een indrukwekkende verschuiving: van concrete handelingen (‘zalf proberen’, ‘zijn gebit betalen’) naar een bijna metafysische aanvaarding van vergankelijkheid.
Vormgeving en taalgebruik zijn klassiek, gestructureerd in strofen van driemaal vijf versregels. De onderliggende betekenis in sober beeldgebruik, zonder taaltechnische kunstgrepen, vormgegeven.

Veldstraat 39 is een ingetogen miniatuur over ouder worden, geheugenverlies en het langzaam verdwijnen van wat eens vanzelfsprekend was. De dichter roept in enkele strofen een wereld van weemoed op, zonder één woord teveel.
Een gedicht dat staat als een huis. Het huis waarnaar de getroffene op zoek is.

Het gedicht staat dus in MUGzine #31. Om niet meteen alles hier al weg te geven kun je het gedicht lezen op de website of donateur worden van MUGzine. Een particulier en spontaan poëzie initiatief van drie mensen die een groot hart voor poëzie hebben. MUGzine gaat haar 6e jaar in en ‘is here to stay’. Wil je ons steunen om dit fijne minipoëziemagazine uit te blijven geven, word dan donateur en ontvang alle nummers van 2026 in je brievenbus. Wij doen er dan een leuk extraatje bij.

Om niet zonder gedicht te eindigen hier een ander prijswinnend gedicht van Rik Dereeper (prijswinnend in Poëziepad van A tot Z) uit De schaal van Dighter uit 2020.

.

De kennisboom voorbij

.

Paradijselijke wortels vroegen geen beloning
om de kruin vol appeltjes te hangen. Dankzij
hoge takken kreeg de Schepper wind te horen,
zag Hij wuifplezier. De laagste takken reikten

naar piepjong gevogelte en uitgefloten zielen,
naar de kortgearmde fruitplukster en al te luie
lekkerbek; hij droomde van een houten ladder
uit de stam waarboven verre vruchten lonkten.

Door zo’n hemels ooft ontstonden klimaapjes,
gezonde tanden, zaadpithandel, bloesemwinst
van gaarden, apfelstrudel, cider, sproeistoffen

en bovenal laagstammigen voor hooggehakte
heksen. Met hun lingerie polijsten zij de schil
en krijsen: wie in appels bijt, krijgt gore schijt.

.

Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld

Alja Spaan

.

Gistermiddag was de presentatie van de achtste bundel alweer van Alja Spaan (1957) getiteld ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’. De bundel, uitgegeven door de onvolprezen uitgeverij P uit Leuven, vond plaats in de Alkenaer in Alkmaar. Ik mocht, daarvoor gevraagd door Alja, het programma presenteren en uiteraard heb ik daar met veel plezier in toegestemd.

Het programma bestond uit voordrachten van bekende namen als Margreet Schouwenaar, Pom Wolff en Helle van Aardenberg. Er was muziek, gedichten van bekende Nederlandse dichters op muziek gezet, van Rob van der Plas, er was een uitreiking van het eerste exemplaar, een signeersessie, een boekentafel van uitgeverij P een gezellige drukte en liefde voor poëzie bij iedereen in de volle zaal.

In ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’ zijn gedichten opgenomen die Alja schreef over haar moeder. Een ontroerende en complexe moeder-dochter relatie, waarin veel schoonheid en melancholie schuilt. De gedichten werden al jaren geleden geschreven maar dankzij uitgeverij P zijn ze nu gebundeld. De dichters die hun gedichten voordroegen in het programma waren met zorg uitgekozen want alle drie gingen juist in op het thema moeder-kind.

Uiteraard zal ik ergens binnenkort een recensie van deze bundel op dit blog plaatsen maar nu alvast een voorproefje getiteld ‘de liefste’.

.

de liefste

.

Mijn moeder zegt er is niemand meer en

dat ze allemaal dood zijn en dat zelfs mijn

.

vader zo afwezig is de laatste tijd, ze kan

niet naar huis en ze verliest

.

deze omgeving en waar woon jij, vraagt ze,

woon jij nog ergens?

.

En dat haar fiets verkocht is maar dat ze

fietsen wou, ze kon met mij mee, dacht ze

.

en met lange nagels prikt ze in mijn vel

en dan opeens telt ze zachtjes, bijna

.

neuriënd de bolletjes op mijn trui die ik

zeker stuk voor stuk,

.

knikt ze, heb opgenaaid, van jou geleerd,

zeg ik dan maar en zij

.

dat verzin je maar wel dat mooie dingen

maken een manier is

.

om thuis te komen, denk ik, of om niets te

verliezen.

.

 

30 jaar Meander

Jubileumbundel

.

Meander, literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie bestaat dit jaar 30 jaar. In 1995 werd Meander opgericht door Rob de Vos (1955-2018). De Vos was de vennootschap vader en de stuwende kracht achter Meander, die in 1995 begon als e-mailnieuwsbrief met gecombineerde website. Jarenlang bestierde Rob de Vos Meander samen met een grote groep vrijwilligers tot zijn onverwachte overlijden in 2018. Toen nam Alja Spaan het stokje over als voorzitter van de stichting en sinds dat jaar ben ook ik als bestuurslid en secretaris toegetreden tot het bestuur dat verder bestaat uit Peer van den Hoven (penningmeester). Inmiddels is Meander flink gegroeid en heeft het maar liefst 43 vrijwillige medewerkers.

Deze medewerkers verzorgen de interviews, de recensies, de website, de social media, de commentaren, de kopij, de columns, de readymades, de klassiekers en de nieuwsbrief. Sinds een aantal jaren organiseert Meander ook de Rob de Vos poëziewedstrijd en een jaarlijkse medewerkersdag. Ook wordt met enige regelmaat een bundel of boek gepubliceerd. Zo werd in 2010 de bundel ‘Nog een lente‘ 30 dichters gekozen door Meander, uitgegeven door uitgeverij P en verscheen in 2023 de bundeling ‘Wat maakt een gedicht goed?  met bijdragen van Meander medewerkers.

En nu, na 30 jaar vele medewerkers en duizenden bijdragen verder verscheen bij Meander de bundel ’30 jaar Meander’, opnieuw met bijdragen van medewerkers en opnieuw vormgegeven door Bart van BRRT.Graphic.Design. De medewerkers werd gevraagd ‘iets’ te schrijven dat betrekking had op Meander. En daar werd in grote mate gehoor aan gegeven. Door persoonlijke verhalen maar ook door middel van poëzie.

Uit die laatste categorie koos ik voor de bijdrage van Annet Zaagsma (medewerker sinds 2021) getiteld ‘Alles wat in de ochtend weer verdwenen is’.

.

Alles wat in de ochtend weer verdwenen is

.

Ik schrijf alleen. Er mag niemand in de buurt zijn.

Mijn kinderen slapen.

Ik zet een eerste stip, neem de ruimte.

Kijk rond in een droom waar mijn denken

traag en mistig is, probeer de details

te proeven die belangrijk zijn.

.

Tussendoor de afwas, of in bad

ontstaan woorden die spelen, buitelen

zonder harde gedachten.

Onderweg naar de Spar

kan ik al trappend fijne regels binnenkrijgen

.

waarvan de meeste verloren gaan

omdat ik wil doorrijden

omdat ik word afgeleid door een vogel

een berg of een kerk

omdat het geheugen

nu eenmaal zijn beperkingen heeft.

.

’s Nachts overvalt me dan het gedicht

aan de rand van mijn gezichtsveld.

Onscherp in halfslaap is het de kunst

die briljante flarden te vangen in leesbare krabbels.

Alles wat anders in de ochtend weer verdwenen is.

.

Nieuw gedicht

NAVO-top

.

De NAVO-top is voorbij. Ik woon om de hoek van waar deze top werd georganiseerd (met alle obstakels van dien zoals vier maanden een afgesloten doorgaande weg naar het centrum) in Den Haag. Toen ik daar een paar weken geleden langs liep, langs de plek waar nu de gebouwen die daar tijdelijk werden neergezet, worden afgebroken, kreeg ik inspiratie en daar is het volgende gedicht uit voort gekomen.

.

NAVO-top

.

Waar ik met mijn rechterwang tegen,

waar pas daarvoor nog in oorlogsglas mijn

woorden toch niet vereeuwigd, luisterde een

wijk naar de zware bastonen van helikopters,

 

in schijnbare veiligheid boven ons hoofd

hingen ze, muggen van de nacht

zo groot, in filmisch decor dat slechts zou duren.

 

Met lichte tred kon ik de geringe afstand

nooit overbruggen, omhaal moest er zijn

of gedoogd afstand houden om geen

argwaan of verwijdering,

 

ik woon daar nu eenmaal, mijn voetstappen zijn

niet illegaal, hoe kan ik hier niet zijn, verdwijnen

slechts, kortstondig maar ongewenst door beide kampen.

.

Door de jaren heen

MUGzines

.

De afgelopen 5 jaar maken Marianne van Poetry Affairs, Bart van Brrt.graphic.design en ik, in samenwerking met een aantal losse vrijwillige redactionele krachten het leukste, eigenzinnigste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen. Inmiddels zijn we volop bezig met de voorbereidingen van #28 alweer. Dit nummer verschijnt deze zomer.

In de aanloop naar het verschijnen wil ik de komende weken terugblikken op oudere nummers, wat meer informatie geven over de dichters en gedichten plaatsen die zij bijdroegen aan MUGzine. Want ondanks dat we elk nummer gratis verspreiden onder donateurs en via de website, merken we dat veel poëzieliefhebbers MUGzine nog niet kennen. En dat is jammer.

In elk nummer proberen we een mix van gedichten aan te bieden aan de lezer van nog wat onbekendere dichters, dichters die op het punt staan wat bekender te worden, bekende dichters en dichters die wat op de achtergrond geraakt zijn als het gaat om bekendheid of aanwezigheid in het literaire veld.

Een van die dichters die enige bekendheid geniet en als één van de eerste dichters een bijdrage leverde aan MUGzine #2 is Sabine Kars (1971). De vaste lezer van dit blog kent haar naam, ik schreef al vaker over haar, haar debuutbundel ‘Hoofdkwartier‘ en de podia waarop ik haar tegenkwam of de jury waarin ik haar vroeg voor de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! in 2020. Daarnaast was ze op dit blog al eens Dichter van de maand april in 2018.

In de tweede editie (in #1 stonden alleen de makers, het was toen nog een soort pilot editie) is het gedicht ‘eerst was verlies iets om het huis te verlaten’ en dat gedicht deel ik hier graag met jullie.

Wil je nou ook een jaar lang elke editie van MUGzine ontvangen op papier (met een leuke extra) word dan donateur via de QR code hieronder of een mail aan mugazines@yahoo.com.

.

eerst was verlies iets om het huis te verlaten

.

ik herinner me de laatste kans

om afscheid te nemen

.

het onvermijdelijke blijven

dat voor inkeer werd aangezien

.

de onbekende

luw en zwervend

die nog altijd naast me

wakker wordt in het smalle huis

naar me kijkt me op de voet volgt

.

hij heeft al die tijd gezwegen

.

Muggenzuchten

Mooie zinnen

.

Mooie zinnen horen bij de literatuur. En natuurlijk bij poëzie. Veel mensen kunnen, daarnaar gevraagd, wel een zin reproduceren uit een gedicht of een roman die is blijven hangen, die iets met de lezer doet, een emotie teweegbrengt of een soort jaloezie; waarom bedenk ik niet van dit soort mooie zinnen?

In het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen MUGzine proberen we de lezer te verwennen met mooie, bijzondere, grappige, vervreemdende of emotionerende gedichten (en illustraties). Toch hebben we gemeend terug te keren naar ons oorspronkelijke uitgangspunt dat een tekst of stuk uit een verhaal of roman, die door het taalgebruik poëtisch is, ook een plek te geven.

Die plek is de rubriek Muggenzuchten geworden. Na Muggenbeten (met prikkelende en schurende uitspraken over poëzie), nu dus een rubriek met voorbeelden van prachtige en poëtische zinnen. We willen kijken hoe dit bevalt en we hebben al ideeën voor meer bijzondere rubrieken. Maar daarover later meer. In 2022 vroeg de CPNB naar aanleiding van de Boekenweek aan de bezoekers van het Boekenbal, wat zij de mooiste Nederlandse zin vonden. Dat werd toen een zin van Arthur Japin uit ‘Een schitterend gebrek‘.

Wij hebben de redactie gevraagd ( en zelf meegedacht) naar mooie zinnen. Die zijn opgenomen in Muggenzuchten in MUGzine #27 die de komende week verschijnt. Maar er is meer te vertellen over deze nieuwe editie. Het is een dik voorjaarsnummer geworden (maar liefst 24 pagina’s, zo dik was de MUGzine nog niet eerder) met vier prachtige dichters; de Vlaamse Veerle De Caestecker en Esohe Weyden, de Nederlandse Madelief Lammers en Marilou Klapwijk, illustraties van de zeer getalenteerde kunstenaar/illustrator Elzeline Kooy, natuurlijk een nieuwe @l.uule en een poëtisch voor woord van Marianne en als extra een gedicht van Marianne en van mij.

Kortom een MUGzine om te koesteren. Wil je nu zelf een jaar lang elke MUGzine op papier ontvangen? Word dan donateur. Dat kan al vanaf € 22,50, en door een mail te sturen naar mugazines@yahoo.com

Als voorproefje een gedicht van Esohe Weyden (niet in de MUGzine) dat zij schreef als campusdichter van de universiteit van Antwerpen, getiteld ‘De witte bladzijde’.

.

De witte bladzijde

.

Ik hoop dat je schrijfsels niet verdrinken.

Laat ze op serene wijze drijven

op een eindeloze

sinusgolf.

.

Laat

sommige woorden

even kopje-onder gaan,

de drukkende diepte verkennen

tot ze haastig moeten happen naar adem

om de lucht weer te kunnen

omarmen.

.

Ik wens je

duizenden geboortes toe

van verse zinnen die ervan dromen

om teksten te worden. Luister naar hoe ze

schreeuwen van verrukking bij

elke regel die dan toch

herschreven

wordt.

.

Voed je moed,

borstel de laatste

restjes twijfel van je borst.

.

 

 

Lijfelijkheid

Alja Spaan

.

Het thema van de Poëzieweek 2025 is ‘lijfelijkheid’ en in de Volkskrant schrijft Geertjan de Vught vandaag een aardige column over dit thema. Ook doet hij een aantal aardige suggesties voor dichtbundels die je kan kopen om zo aan het Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ te komen van Charlotte Van den Broeck. Ook een aanrader trouwens, ik heb de afgelopen dagen verschillende opnames van haar gezien waar ze de gedichten voordraagt en die zijn, meer dan zeer de moeite waard.

Nu zat ik nog even aan het thema te denken en kwam toen tot de conclusie dat de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik in 2011 samen schreef met dichter Alja Spaan (1957) eigenlijk heel veel raakvlakken heeft met dit thema. Deze bundel heeft de liefde in al haar verschijningsvormen als thema. Dus de romantische liefde, de hoofse liefde, maar ook de lichamelijke, lijfelijke en erotische liefde.

Daarom heb ik deze bundel nog maar weer eens ter hand genomen en al bladerend heb ik gekozen voor een toepasselijk gedicht bij het thema van deze Poëzieweek. Het betreft hier het gedicht ‘Sense’ van Alja Spaan.

.

Sense

.

morgen mag ik met mijn hoofd in jouw schoot

zeg je

en hoe vergaan de glorie was van deze hoofdstad

vuilnis op de straten

maar hoe aardig de mensen ook hier

en ik vertel je

hoe iemand binnenloopt en wijst en zegt

doe mij maar die

en die

en die

en me duizend contant betaalt

en je streelt mijn haar

ik knoop je broek los

.

Jubileum editie MUG

Nummer 25

.

Het begon in 2020 of eigenlijk al een jaar eerder. Ik was in het Justice museum in Nottingham (Engeland) en bij de balie stond ik even te wachten. Mijn oog viel op een rek met folders en daartussen stonden allemaal kleine zines, tijdschriftjes in A6 formaat van kunstenaars en dichters. Zelf gestencild en geknipt, nietje erdoor en klaar. De eenvoud, het formaat en de vrijheid van publiceren sprak me enorm aan. Dat wilde ik ook.

Nu had ik al jaren een facilitair poëzie uitgeverijtje (MUGbooks waar ik dichters die in eigen beheer willen uitgeven adviseer en help om niet) en daar wilde ik het aan linken. Maar zoals zoveel ideeën leek ook deze te stranden in schoonheid. Tot ik Marianne tegenkwam. Zij maakte ooit DURF!  een E-magazine voor de ondernemende Bibliotheek (ze zijn nog allemaal terug te vinden op Internet, zeer de moeite waard) en wist dus hoe je een tijdschrift in elkaar zet. Zij was de hoofdredacteur en had contact met schrijvers en vormgevers en was van de ideeën.

Toen we daarover spraken kwam mijn idee om een eigen klein poëzietijdschrift op te zetten weer boven drijven. De rest is geschiedenis. Want eerst probeer jezelf wat in elkaar te zetten (wordt hem niet) dan ga je aan de gang met vormgeven (kan ik niet) en dus vraag je je broer want die is vormgever. En dan gaat het ineens snel. Het eerste nummer was pionieren. De gedichten en teksten kwamen van Marianne en mijzelf en Bart deed de vormgeving. We besloten om MUGzine (want die naam had het inmiddels gekregen) gratis te publiceren op het Internet (dus moest er een website komen) maar we wilden ook echt bewust een papieren variant, een klein eigenzinnig, ander tijdschrift dat je kon oppakken en lezen en weer wegleggen. En we besloten 5 edities per jaar te gaan maken.

Van elke editie, besloten we, zouden er 100 gemaakt worden. Het grootste deel ervan werd opgestuurd naar allerlei stichtingen, uitgeverijen en mensen waarvan we dachten dat ze het wel zouden kunnen waarderen. De rest was guerilla-materiaal. Dat zou her en der verspreid worden, achtergelaten in boekwinkels, bibliotheken, bij festivals en voordrachten. We bedachten ook een klein lastig en eigengereid zusje Luule genaamd (Luule is het Estse woord voor poëzie) dat achterop elke MUGzine geplaatst zou worden.

Ook kwam al snel het idee om dichters (uit Nederland en Vlaanderen) te vragen en om MUGzine wat te verluchtigen met illustraties of afbeeldingen van kunst van kunstenaars. De eerste kunstenaar die we vroegen, Pieter Drift, was meteen enthousiast en leverde ons een combinatie aan van poëzie en beeld (zogenaamde concrete poëzie) en zo werd de tweede editie geboren.

Om lezers te trekken heb je een paar dingen nodig: inhoud (lees dichters die bereid zijn om een paar gedichten om niet aan te leveren), kunstenaars en/of illustrators (idem) en bekendheid. Dus naast de website kwamen er social media accounts van @l.uule, @mugzines (Instagram) @mugzines (X) en schrijf ik bij elk nummer dat verschijnt een stuk over de inhoud, dat vervolgens ook weer op Facebook gedeeld wordt.

Omdat MUGzines gratis wordt verspreid (via de website) en we er 100 van maken op papier waren er natuurlijk wel kosten aan verbonden. Die namen we in het begin graag voor lief, gemotiveerd als we waren om iets moois te maken. Op enig  moment kregen we vragen naar edities op papier en hebben we een vorm van donateurschap bedacht. Wordt je jaardonateur dan ontvang je automatisch via de post alle edities van dat jaar. We zijn er trots op dat er donateurs van het prille begin zijn die dus alle edities thuis ontvangen hebben. Omdat we niets hoeven te verdienen aan de MUGzine (we doen dit uit een grote voorliefde voor poëzie) kunnen we de kosten laag houden en ben je al donateur voor € 20,- per jaar.

En dan komt nu in december 2024 het 25ste nummer uit. Een jubileum. Wie had dat 5 jaar geleden durven dromen. Een lange reeks prachtige dichters en kunstenaars heeft meegewerkt aan die afgelopen 25 nummers, bij het verschijnen van #10 haalde ik al eens aan wie dat waren. Inmiddels hoen we steeds vaker terug dat men MUGzine kent, lezen we op dichterssites dat men in MUGzine heeft gestaan en stijgt het aantal donateurs en lezers online rustig door.

Voor deze jubileum editie hebben we weer wat nieuws bedacht (naast de special, de GUM en de poëzie ansichtkaart proberen we ook zo nu en dan inhoudelijk te vernieuwen) en dat is de Muggenbeet. En we komen begin volgend jaar met opnieuw een special.

Wij maken de MUGzine met heel veel plezier, enthousiasme en inzet. We willen al onze donateurs en lezers, de dichters die bijdroegen, de illustratoren en kunstenaars heel hartelijk danken. De vele mooie en enthousiaste reacties van jullie maken dat we MUGzine nog vele jaren willen blijven maken.

Marianne, Wouter en Bart

.

Er hangt iets in de lucht en het zoemt.

Het is stil op straat en nu horen we het ineens.

De collectieve twijfel aan de betekenis van ons bestaan.

Maar weet je, de mug is pas stil als ze platgeslagen is.

Alleen daarom is er literatuur, kunst, de poëzie.

Zomaar wat zinnen.

Voor die ene mug in de stille kamer.

.

Terugkijken

Van Zeggelen en Uilenspiegel

.

Afgelopen vrijdag was de negende editie van Dichter bij de Dood, een bijzonder evenement met dichters en troubadours. Normaal gesproken is dit evenement op 2 november (Allerzielen), de dag dat de doden herdacht worden, maar dit jaar was het, door omstandigheden, op 1 november (Allerheiligen). Ook dit jaar was begraafplaats Oud Eik en Duinen onze gastheer en de medewerkers zorgden weer uitstekend voor de dichters en de bezoekers.

Op de begraafplaats werd, zoals ook de afgelopen jaren, een route uitgezet in de buurt van de Aula (waar regelmatig poëziemiddagen worden georganiseerd door Dichter bij de Dood en poëziestichting Ongehoord!) waar middels fakkels de bezoekers langs de deelnemende dichters werden geleid. En in tegenstelling tot vorig jaar toen het koud en stormachtig weer was, was het dit jaar droog en niet al te koud.

Dat was te merken aan het aantal bezoekers. Meer dan 150 mensen namen de moeite om langs de dichters te lopen om de gedichten of liederen te beluisteren en wat meer informatie te krijgen over de bekende mensen waarover geschreven was. Zelf had ik dit jaar voor Willem van Zeggelen (1811-1879) gekozen. Deze dichter is vrijwel vergeten, behalve misschien nog door mensen die op de Van Zeggelenlaan in Den Haag wonen. En dat is niet terecht. In zijn tijd was van Zeggelen een bekend en zeer gewaardeerd dichter die de verhalen van Tijl Uilenspiegel berijmde.

Omdat in de tijd waarin van Zeggelen leefde de dichtkunst gebogen ging onder een brommerige serieuze preektoon, was van Zeggelen een verademing. Hij schreef in het begin van zijn dichterschap ook dit soort gedichten (die hij later misbaksels noemde) maar stapte later over op een meer komische toon. Hij schreef verzen met humor en publiceerde dichtbundels met titels als ‘Lach en luim’ (1864) en ‘Vrolijke schetsen’ (1853).

Over deze bijzondere dichter schreef ik het gedicht ‘Willem van Zeggelen’ dat ook terug te vinden is in het bundeltje ‘In het licht’ dat alle bezoekers op deze avond gratis aangeboden kregen. In deze bundel alle gedichten en bij elk gedicht een prachtige tekening van Geert Snijders. Ik heb mijn gedicht iets aangepast, je kan het hieronder lezen. En ik heb een paar sfeerfoto’s van de avond zelf toegevoegd van mijzelf en van Hanco van Geest. Op een van de foto’s staat Simon Mulder, deelnemend dichter, waarvan opnamen gemaakt werden voor een documentaire over de dichter P.C. Boutens (1870-1943) die begraven ligt op de begraafplaats.

.

Willem van Zeggelen

 

Het was de taal van Uilenspiegel, een lach om de

mond, een vrolijk gegeven vol streken en anekdoten,

grappen en grollen. Licht vermaak in

een serieus leven. Geen brommerige preek-

 

toon, geen opgeheven vingertje, Het leven moest

gevierd, langs omwegen en middels verhalen.

De bombast voorbij, het sentiment begraven;

misbaksels van taal en opvoeding. Vanaf dan nog

 

slechts de vreugde van een schelm uit een ver

verleden. De streken van zijn penseel in de vorm

van woorden als bron van vermaak, een sprankeling

van kwikzilverige verhalen.

.

Poëzie op de begraafplaats

Dichter bij de dood op 1 november!

.

In tegenstelling tot alle voorgaande jaren zal Dichter bij de Dood dit jaar niet plaatsvinden op Allerzielen (2 november) maar een dag eerder op 1 november (Allerheiligen). Helaas ging een bijeenkomst op de begraafplaats Oud Eik en Duinen dit jaar voor. Maar niet getreurd, op vrijdagavond vanaf 18.45 zal een keur aan dichters en troubadours van zich laten horen. Tussen 18.45 en 21.00 is het mogelijk langs een route met fakkels over de begraafplaats te lopen waar een aantal dichters staan die hun gedicht over donker en licht ten gehore zal brengen.

Ik zal daar ook aanwezig zijn en mijn gedicht voordragen. Andere dichters zijn bijvoorbeeld Karen de Boer en Simon Mulder. Ook dit jaar wordt er een bundeltje gemaakt van de gedichten van de dichters die meedoen. Dit bundeltjes wordt gratis uitgereikt aan bezoekers van Dichter bij de Dood 2024.

Zoals elk jaar wordt de dichters gevraagd een graf te ‘adopteren’ van een bekende schrijver, dichter of kunstenaar. Dit jaar koos ik voor Wilhelm Josephus van Zeggelen (1811-1879) mede eigenaar van de Haagse drukkerij gebr. Giunta d’Albani, en die daarnaast ook de dichtkunst beoefende. Van Zeggelen was een van de bekendste leden van het (Haagse) letterkundig genootschap ‘Oefening kweekt kennis’. Hij was vooral populair door zijn humoristische verhalende gedichten. Voorbeelden zijn ‘Pieter Spa’s reize naar Londen’ ter gelegenheid van het kroningsfeest van koningin Victoria (1838) en ‘Lach en luim’ (1846) en ‘Vrolijke schetsen’ (1851).

Begraafplaats Oud Eik en Duinen is gelegen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Let op: vanaf 18.00 uur is het betaald parkeren bij de begraafplaats.

Uit ‘De dichtwerken’ uit 1886 het gedicht ‘Vrijheid’ van van Zeggelen.

.

Vrijheid

.

Een leus, die alles aangrijpt en bezielt,
Een levensboom, waarvoor het mensdom knielt,
Een ster, die voorlicht naar een heilig Oosten,
Een wekstem om gebreidelden te troosten.
.
Een wapenschild voor leugen en bedrog,
Een krijgsbanier beklad met adderspog,
Een droom, die spreekt door valse visioenen,
Een struik, die wel verbruint, maar niet kan groenen.
.
Een loflied op een serafijnen wijs,
Een leidsvrouw naar een geurig paradijs,
Een toverwoord, dat geestkracht doet ontwellen,
Een morgenstraal, om ’t volle licht te spellen.
.
Een lokaas, dat het zwak gemoed verleidt,
Een woestaardskreet, die angst en wee verspreidt,
Een schaterlach van listige sirenen,
Een zwijmeldrank tot doven of verstenen.
.
O vrijheid, manna, – dat ons laaft en voedt,
Wat klinkt gij schoon, wat is uw voorsmaak zoet!
Helaas, is ooit een woord misbruikt in ’t leven,
Wie heeft als gij de teug van lief en leed gegeven!

.