Site-archief
Genealogie
Jos de Haes
.
Ergens deze zomer vertelde mijn moeder dat wij familie zijn van een zeeheld. Johan Evertsen is zijn naam en hij was Luitenant-Admiraal van Zeeland (net als zijn broer Cornelis overigens). Ik wist niet beter dan dat ik van een landarbeider afstamde (wat overigens ook zo is) maar ja familielijnen lopen natuurlijk via je moeder en je vader. Ik heb het praalgraf in de Wandelkerk, dat deel uitmaakt van het Abdijcomplex in Middelburg, deze zomer bezocht en het ziet er fraai uit.
Ik moest hieraan weer denken toen ik in de bundel ‘Gedichten’ van Jos de Haes (1920-1974) uit 2004 het gedicht ‘Genealogie’ las. Als je een beetje geïnteresseerd bent in de genealogie van je familie dan zijn er veel mogelijkheden om uit te zoeken waar je vandaan komt en uit welke familie(s) je afstamt. In het gedicht van de Haes komt dat mooi naar voren.
Jos de Haes was een Vlaams dichter, essayist en radiomaker. Hij publiceerde gedichten in het tijdschrift Podium (1943-1944), waarvan hij hoofdredacteur was en in Poëziespiegel. In 1950 werd hij recensent bij Dietsche Warande en Belfort en werd in 1960 redactielid. In 1942 debuteerde hij met de bundel ‘Het andere wezen’. Voor de bundel ‘Azuren holte’ uit 1964 ontving hij de Poëzieprijs van de provincie Brabant (1965), de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies (1965) en de Driejaarlijkse staatsprijs voor Poëzie (1965).
.
Genealogie
.
Tussen twee heuvelen van Brabant in
is de geschiedenis tot grond verteerd.
Geen steen, geen korrel of hij draagt een zin,
een hand, een hart heeft zich aan hem bezeerd.
.
Harten, handen, die ‘k ben en die ‘k bemin,
lijfeigenen die anders lijf begeert,
hoe lang hebt gij gewroet, om wiens gewin
zijt gij in zonde en armoe gecrepeerd!
.
Want uw geschiedenis ben ik . . . De grond
en ik zijn al wat rest in deze stond,
twee zuren die elkaar benaderen.
.
Zij prikken de papillen in mijn mond,
zij zetten ’t virus in mijn aderen,
o stalmeiden en dronkaards, vaderen.
.
Strandwandeling
Johanna Kruit
.
Over de Zeeuwse dichter Johanna Kruit (1940) schreef ik al eerder in een blogpost getiteld Brief aan de zee. Nu kreeg ik pasgeleden een nieuw bundeltje van haar in handen, of nieuw, voor mij nieuw maar uitgegeven in 1986 met als titel ‘Voorheen te Orisande’. In deze bundel hebben de gedichten allemaal een relatie met Zeeland. In 5 hoofdstukken (de vier seizoenen aangevuld met het hoofdstuk ‘Omlijnde dagen’) komen vele plaatsen en plekken in Zeeland voorbij; Het stoomgemaal in Tholen, de Dom van Veere, de Veermansplaat in Grevelingen, de boulevard van Vlissingen en ga zo maar door. Vrijwel alle gedichten zijn vrij vers en bestaan uit vier strofen van drie maal vier en eenmaal twee regels.
Voor wie Zeeland wil leren kennen in poëzie is dit de bundel om te lezen. De titel verwijst naar Orisant, een inmiddels verdwenen eiland voor de kust van Noord-Beveland. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Strandwandeling dat zich afspeelt in Zoutelande (sinds het gelijknamige nummer van BLØF inmiddels bij velen bekend).
.
Strandwandeling
.
We lopen langs het strand dat breder wordt
terwijl het water wegloopt met een schip
dat achtervolgd door meeuwen in een stip
verdwijnt. Zo nu en dan vermorst een wolk
.
wat regen. Jij legt me het woord grondzee
uit omdat de golven in de verte dansen
rondom het zandbankje van Zoutelande en
ik verbaasd naar dat verschijnsel wees.
.
Ik luister naar het antwoord in je stem
terwijl ik elke zin omlijn en vastzet in
mijn hoofd. Wind loopt ons tegemoet. Geen
eind lijkt zichtbaar deze dag. Ik denk
.
dat iedereen wel zien kan wat ik voel:
nooit heb ik je zo echt als nu bedoeld.
.
De nek van het paard
J. Eijkelboom
.
Soms komen dingen samen die je van te voren niet had zien aankomen. Zo liep ik afgelopen weekend in het plaatsje Wemeldinge in Zeeland en in de hoek van een tuin tussen twee heggen zag ik daar een paard. Niet zomaar een paard, nee een paard van kunststof. Naast dat ik mij meteen afvroeg waarom iemand een kunststof paard zou willen bezitten en dit in zijn tuin zou willen plaatsen kwam ook meteen de vraag op waarom je zo’n bezit dan ergens wegstopt in een hoek verscholen achter twee heggen.
Maar dat is niet de reden dat ik er hier over schrijf. De reden is dat ik daags daarvoor in de bundel ‘Tot zo ver’ De meeste gedichten van J. Eijkelboom (1926 – 2008) uit 2002 had zitten lezen en ik bij het aanzicht van dat paard (en dan met name de achterkant en dus de nek van dat paard) meteen moest denken aan een gedicht uit die bundel getiteld ‘de nek van het paard’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000. Allerlei details en onderdelen (trottoir, de nek, de staart, het gebogen hoofd) deden me aan dit gedicht denken. Uiteraard heb ik een foto van dit paard gemaakt omdat ik daar en toen wist dat ik dit bericht op mijn blog ging plaatsen.
.
De nek van het paard
.
De weg is bekend en precies
weet ik nog waar de mustang toen liep,
tussen trottoir en trottoir
dwars door de straat.
.
Maar was het cowboy of indiaan
die hem bereed? En van het paard
zie ik in feite niet meer dan de nek,
die strakgespannen boog
.
en ja, een golvende staart,
bijna reikend tot aan de grond.
Je kende wel het briesende paard
van horen zingen, maar
.
dat gebogen hoofd was trotser
dan wat ik ooit had meegemaakt:
ons leven in deemoed
met trappelpasjes achterhaald.
.
Nog eens een liefdesgedicht
Ed Leeflang
.
Het is alweer even geleden dat ik een liefdesgedicht plaatste. Daarom vandaag het titelloze gedicht van Ed Leeflang uit zijn bundel ‘Op Pennewips plek’ uit 1982. Ed Leeflang ( 1929 – 2008) was enkele jaren actief als journalist, studeerde Nederlands en gaf les in Zeeland en in Amsterdam. Als leraar besteedde hij veel aandacht aan het poëzieonderricht.
Hij begon met het schrijven van liedjesteksten en vertaalde kinderboeken uit het Engels.
Al schreef hij al heel lang poëzie, vanaf zijn vijtiende, toch publiceerde hij pas op zijn vijftigste gedichten. Dieren en de natuur in het algemeen, vooral die van het voormalige Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, spelen een belangrijke rol in zijn poëzie. Ook zijn ervaring als leraar vinden we terug in zijn gedichten zoals ook onderstaand voorbeeld.
.
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.
Ze haalt haar wijsheid uit een land
waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;
’s zomers zeilt zij op haar houten ledikant.
–
Haar lach vliegt zeer omslachtig
als een fazant bijvoorbeeld door het lokaal,
zo kleurig ook; zij houdt van allemaal
en niemand is alleen gelaten.
Zij kan niet haten.
–
Op het bord zij waaren en hij hete;
ze is er voor het zijn, niet voor het weten,
naar kennis heeft ze nooit gedorst.
Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig;
ze geeft straks heel de klas de borst.
.
Ballustrada
Literair periodiek
.
Van Job Degenaar, voorzitter van ‘The Writers in Prison Committee’ van PEN Nederland ontving ik het meest recente nummer van Ballustrada (jaargang 29, nummer 1/2). Dit literair tijdschrift of boekwerk moet ik eigenlijk zeggen is ontstaan en volwassen geworden in Zeeland. Tweemaal per jaar verschijnt er een uitgave van minsten 100 pagina’s.
Het biedt een podium aan jonge onafhankelijke schrijvers (zeg maar dwars). Behalve poëzie staan er ook columns, essays, grafiek, verhalen en prozaschetsen in het blad. Toen in 2014 de subsidie voor het blad werd stopgezet werd samenwerking gezocht en gevonden met uitgeverij Liverse in Dordrecht.
Een abonnement van 4 nummers kost € 20,- en een los nummer € 12,50. In het laatste nummer een uitgebreid artikel over de poëzie van Korea onder de titel Taal Ver Taal, Noord en Zuid, poëzie van een verscheurd Korea. De gedichten zijn vertaald door Job Degenaar. Een van de (vertaalde) gedichten is van Baek I-Mu (1985). Zij nam deze naam als dichter aan in China. Ze werd als kind in Noord Korea als literair wonderkind beschouwd. Nadat haar moeder omkwam van de honger werd ze een bedelkind en stak over naar China, waar ze de afgelopen 10 jaar heeft gewerkt in een restaurant. Het weinige geld dat ze verdient stuurt ze naar Noord-Korea om haar zus en neefjes te helpen zoals haar moeder het wilde.
.
Moedermelk
.
Zich verbergend in de uitgemergelde moederborst
huilt de baby.
.
Bedroefd om haar van honger huilende baby
laat de moeder haar tranen de vrije loop,
.
tranen die neervallen, de een na de ander,
.
drup – drup
.
De baby likt ze als een razende op.
.
.
Meer informatie over PEN Nederland is te vinden op http://www.pennederland.nl/pen-nederland
Meer informatie over Job Degenaar staat op zijn website http://jobdegenaar.nl/
Meer informatie over Ballustrada staat op de website http://www.liverse.nl/ballustrada.html















