Maandelijks archief: april 2016

Olifant

Kolder

.

Dat Herman de Coninck niet alleen prachtige gedichten schrijft over de vrouw, de poëzie, het leven, zijn kinderen en de liefde, bewijst hij met het kolderieke gedicht ‘Olifant’ dat werd gepubliceerd in ‘De Gedichten’ uit 1998.

.

Olifant

.

Hij is gemaakt van de grofste effecten,

draagt zijn broek als clown August,

de knieën slodderend, maakt danspasjes

als tante Bertha die een tango de grond

inheit, terwijl z’n kont doet denken

aan een vals gebit

.

dat net is uitgenomen. En dan zijn slurf

en vlak daarnaast zijn ogen. Hoe zou jij kijken

als ze je lul op je neus hadden gezet?

.

olifant

olifant 2

Zo of zo

Karin Kiwus

.

De Duitse dichter Karin Kiwus (1942) heeft een maatschappelijke loopbaan die haar voerde van redacteur bij Suhrkamp Verlag, hoofd van de afdeling Literatuur van de Berlijn Academy of Arts, gastdocent aan de Universiteit van Austin, Texas, docent Vrije universiteit van Berlijn en redacteur bij de Academie voor Beeldende Kunsten in Hamburg.

In 1976 debuteerde ze met de bundel ‘Aan beide zijden van de aanwezigheid’ waarna nog 6 bundels volgden. Ze ontving voor haar werk onder andere de Literatuurprijs van de stad Bremen en de Wiesbaden poëzieprijs Orphil.

In een vertaling van Joke Gerritsen en Martin Mooij het gedicht ‘Zo of zo’ of ‘So oder so’.

.

Zo of zo

.

Mooi

geduldig

met elkaar

langzaam oud

en gek worden

.

aan de andere kant

.

alleen

gaat het natuurlijk

veel vlugger

.

So oder so

.

Schön

geduldig

miteinander

langsam alt

und verrückt werden

.

andrerseits

.

allein

geht es natürlich

viel schneller

.

karin_kiwus

Roeping

Gerard Reve

.

Vandaag is het 10 jaar geleden dat ‘volksschrijver’ Gerard Reve (1923 – 2006) overleed in Zulte, Oost Vlaanderen waar hij woonde. Gerard Reve is natuurlijk vooral bekend en beroemd geworden door zijn roman ‘De Avonden’  uit 1947, dat hij aanvankelijk onder het pseudoniem Simon van het Reve publiceerde. Na de derde druk werd zijn volledige naam echte gebruikt en tot 1973 publiceerde hij onder de naam Gerard Kornelis van het Reve. In de loop van 1973 werd het echter Gerard Reve en bij Koninklijk besluit werd dit ook zijn burgerlijke naam.

Gerard Reve schreef behalve verhalen, toneelwerken, brieven, toespraken en romans ook poëzie. Zijn debuut als schrijver was als dichter in 1940 met de poëziebundel ‘Terugkeer’ dat hij in 1993 in eigen beheer als facsimile opnieuw uitgaf in een oplage van 500 stuks.

Misschien wel één van zijn mooiste en bekende gedichten is het gedicht ‘Roeping’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.

.

Roeping

.

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

.

Gerard-Reve

terugkeer

Huiskamergedicht

Luce Rutten

.

Onder het pseudoniem Loes Loyens schrijft Luce Rutten poëzie. Zij presenteert haar teksten het liefst in het kader van multidisciplinaire projecten: in combinatie met beeldende kunst, muziek, fotografie, kalligrafie, edelsmeedkunst enzovoort. Daarnaast is Luce op diverse manieren actief met poëzie. Zij recenseert poëziebundels,  begeleidt jonge dichters, treedt op als medeorganisator van activiteiten, publiceert bijdragen over poëzie en is zo nu en dan jurylid bij schrijfwedstrijden. Kortom een veelzijdig mens.

Als Loes Loyens schreef zij voor een bevriende kunstenares Vera, een gedicht over hoe zij het talent van deze kunstenares ziet. Vera schilderde het gedicht op een muur in haar woonkamer. Persoonlijk vind ik dat een bijzondere plek voor een gedicht en eigenlijk zou dat veel meer moeten gebeuren. Op die manier heb je altijd een ‘conversation piece’.

.

Huiskamergedicht

Wat zich niet

in woorden laat vatten

danst door dromen

wervelt door gedachten

woelt de bodem

van harten om

.

het legt zich neer soms

behoedzaam in een

pennenstreek penseelstreek

en wacht tot iemand

het wakker leest

.

waar een stem over

de juiste golflengte loopt

spant het zijn draden

en gonst

tot iemand tot jij

decodeert

.

Waarom schrijf ik?

Toon Tellegen

.

Vorige week hoorde ik op radio 3FM een deejay die vertelde dat hij elke avond zijn vriendin een verhaaltje voorlas van Toon Tellegen (of zij hem). Als dat geen echte liefde is. Reden om weer eens iets van Toon Tellegen te lezen (elke reden is een goede reden wat mij betreft). Omdat ik over poëzie schrijf, geen verhaaltje maar een gedicht.

Het gedicht ‘Waarom ik schrijf’ vind ik typerend voor Toon Tellegen. Op een luchtige toon een zwaar onderwerp behandelen. En als je dat dan ook nog op zo’n mooie manier kan, dan deel ik dat graag met jullie.

Uit ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit het jaar 2000 het gedicht ‘waarom ik schrijf’.

.

Waarom ik schrijf

.

Ik schrijf om dat ik wil schrijven

dat ik gelukkig ben.

.

Op een dag zal het zover zijn

en zal ik schrijven –

met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,

en met rode oren en rode wangen:

ik ben gelukkig.

.

Als ik daarna ooit nog twijfel

en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij

of zelfs reddeloos verloren,

kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:

gelukkig.

.

loesje

Toon

Reïncarnatie

Patricia Lasoen

.

De Vlaamse schrijfster, dichter en essayiste Patricia Lasoen (1948) werd samen met dichters als Herman de Coninck Roland Jooris en Daniël Van Ryssel tot de nieuwe realisten gerekend. In haar werk gaat ze uit van de dagelijkse realiteit maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief dat dienst doet als decor. Lasoen gebruikt in haar werk graag under- of overstatements. Daarnaast komen verhalende en surrealistische elementen voor in haar poëzie maar is ze daarin toch ook maatschappelijk geëngageerd.

In 1968 debuteert ze met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. In 1977 ontvangt ze de Poëzieprijs van de provincie West-Vlaanderen voor ongepubliceerd werk voor de bundel ‘Veel Ach & een beetje O’. Haar laatste werk verscheen alweer enige jaren geleden.

.

Reïncarnatie

mijn voetjes warmend
hoog tussen je zachte dijen
denk ik plots
aan die kale man
die vroeger de piano stemde
en alleen maar melk en
regenwater dronk.
Hij geloofde aan reïncarnatie en
– verstrooid de snaren toetsend –
heeft hij op een dag verteld
dat ik vroeger een prinses was
of de dochter van een Indianenstamhoofd
en Kiruka heette.
Zelf zou hij terugkeren
als bruingestreepte kater.

.

Patricia Lasoen

Patricia Lasoen

 

Ik, schaduw

Simon Vinkenoog

.

Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”.  Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.

In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.

.

Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.

.

Ik, schaduw

.

Een ander ben ik,

gestoken in mijn kleren,

die met mijn naam wordt aangesproken.

.

Hij woont in hetzelfde huis als ik,

wij slapen met dezelfde vrouw

en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.

.

’s Morgens wordt hij in mij wakker,

staat met mij op, wast zich en scheert mij,

wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.

.

Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,

uit mijn mond komen ook zijn woorden.

Soms overvalt hij hersenschuddend mij

en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.

.

Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.

Wat ik niet zeggen wil

schreeuwt hij voluit van de daken.

.

Ik weet niet meer wie ik ben,

ik weet niet waar hij mij zal leiden,

maar als ik niet meer leef

neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.

.

SV

Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)

De plek

Zondag 3 april

.

Op de dag dat ik zelf voordraag in Eindhoven bij mijn collega en vrolijke vriend Derrel Niemeijer in Pepperplus, het gedicht van Herman de Coninck getiteld ‘De plek’. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet heb ik iets met poëzie en plekken. Ik heb vooral een bijzondere voorliefde voor poëzie op vreemde plekken (zie ook deze categorie).

Maar vandaag op de Herman de Coninckzondag dus het gedicht ‘de plek’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.

.

De plek

.

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken

thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.

Er is niets te zien, en dat moet je zien

om alles bij het zeer oude te laten.

.

Er is hier. Er is tijd

om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

Daar moet je vandaag voor zorgen.

Voor sterfelijkheid.

.

De-Coninck-12

Doe mee! en win….

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016

.

Ook in 2016  organiseert de stichting Ongehoord! een poëziewedstrijd. Dit jaar is het eerste jubileum, het is namelijk de vijfde keer dat we deze wedstrijd organiseren. Doe mee en treedt in de voetsporen van Hervé Deleu, Anneke Wasscher, Alja Spaan en Gerad Scharn, prijswinnaars van de vorige vier edities.

Het thema dit jaar is: ‘Verwachting’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen  en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.

  • Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘Verwachting’.
  • Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
  • Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
  • Het gedicht moet worden aangeleverd in een Worddocument zonder opmaak, lettertype times new roman, 12 punts letter.
  • In de mail moet de naam van de dichter (geen pseudoniem) staan. ook al staat de naam in het e-mailadres, toch duidelijk de naam van de dichter vermelden, evenals de titel van het gedicht.
  • Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Deze namen worden in de loop van dit jaar bekend gemaakt.
  • Inzendingen kunnen vanaf 15 maart 2016 tot en met 31 mei 2016 worden ingezonden naar ongehoordgedichtenwedstrijd@gmail.com.
  • Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
  • De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden op zondag 20 november 2016 in het Bibliotheektheater in Rotterdam.
  • Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
  • Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
  • Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht in een eventueel te verschijnen E-bundel (mits opgenomen in de shortlist).

Dit kun je allemaal winnen!

Hou deze website in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De te winnen prijzen zijn: 1e prijs een beeldje van Lillian Mensing, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium

2e prijs publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium

3e prijs, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium

De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.

Deze gedichtenwedstrijd is ook terug te vinden op http://www.schrijvenonline.org

.

logo_nieuw

Daarachter

Doeschka Meijsing

.

In mijn jeugd was Doeschka Meijsing (1947 – 2012) een bekende schrijversnaam al kende ik niemand die ooit iets van haar gelezen had. Dat ze ook poëzie schreef was mij niet bekend tot ik las dat ze in 1986 een dichtbundel heeft uitgebracht met de titel  ‘Paard Heer Mantel’ . Dat was haar enige poëziebundel. Meijsing werd niet oud, ze overleed op 64 jarige leeftijd.  Voor haar proza ontving ze verschillende prijzen.

Uit de bundel ‘Paard Heer Mantel’ het gedicht ‘Daarachter’.

.

Daarachter

.

De diepte ja,

die kennen we.

Die is vaak nogal hartgrondig.

.

Maar de geur van violieren.

De deur naar de andere

kamer.

Waar ieder

voorwerp specifiek de geliefde

spiegelt.

.

Waar ieder

ander een rivaal is.

.

Die deur.

daarachter.

Wie er liederen zingt.

.

Die.

.

Steye Raviez

Foto: Steye Raviez