Maandelijks archief: juni 2017

Autoroute du soleil

Elly de Waard

.

Van mijn dochter kreeg ik voor Vaderdag de fijne bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten onderweg. Ik ben gek op verzamelbundels rond een thema, daar staan vaak gedichten in die je nergens anders meer leest (naast vaak gedichten die je overal leest maar dat terzijde). In deze Rainbow Pocket uit 2009 kwam ik het gedicht ‘Autoroute du soleil (A7)’ tegen van Elly de Waard. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘Het zij’ uit 1995 en bracht mij even terug naar de lange autoreizen over deze bekende route van Lyon naar Marseille.

.

Autoroute du soleil (A7)

.

Waar

kantige bergen oprijzen

.

uit de nevelige verten

en wolken van gouden brem

.

zijn neergeslagen in de berm –

de averechts stijgende

.

puntcipressen de indruk van

vulkanen bevestigen

.

en een ongebreidelde hitte

zwavelt er de lucht – alleen

.

tussen toppen en als wolken

daaronder te liggen, rots-

.

klauwen, bavianekoppen

en te verlangen naar alle verre

.

en onbekende jonge vrouwen

omgeven door majoraan

.

waarvan de blaadjes in het gele

hangende gras groen overeind

.

zijn blijven staan en die gaan

geuren als we ze aanraken, als

.

we ze kneuzen – de zo zacht

behaarde die weer zijn zoals

.

nabije en bejaardere

vrouwenwangen

.

Ophelia

Jan Vercammen

.

De Vlaamse dichter en jeugdboekenschrijver Jan Vercammen (1906 – 1984) is zo’n dichter die redelijk snel uit het collectief geheugen van mensen aan het verdwijnen is. In Nederland was zijn dichterschap al weinig bekend maar ook in Vlaanderen nemen nieuwe namen zijn plaats in, in het literaire landschap. Daarom past zijn dichterschap prima in de categorie (bijna) vergeten dichters.

Jan Vercammens dichtdebuut was de bundel Eksode, uit 1929. Vanaf zijn De parelvisscher‘ uit 1946 wordt zijn werk religieus-humanistisch genoemd, met de liefde en de dood als belangrijke thema’s, daarvoor had zijn poëzie eerder een katholiek karakter. Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch, meerdere gedichten werden op muziek gezet. Daarnaast schreef hij ook jeugdverhalen en kinderpoëzie.

Jan Vercammen was redactiesecretaris van ‘De Tijdstroom’ (1931-1935), redacteur van ‘De Gemeenschap’ (1935-1941) en ‘De Schakel’ (1936-1940). Hij was lid van de Raad van Beheer van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1976), erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 het gedicht ‘Ophelia’, (de geliefde van Hamlet die verdronk) uit Hamlet van Shakespeare.

.

Ophelia

.

Ophelia, wit licht diep in het water

en de verukkelijke wonde van uw mond.

Uw duistre woorden werden dierbaar later

wanneer ik plotseling hun zin verstond.

.

Gij ziet het licht niet, want uw open ogen

zijn afgesloten met de schaduw van de dood,

o duisternis in hun verzonken bogen.

Ik was het leven dat gij duizelig ontvloodt.

.

De tijd beweegt zich traag als vinnen

van zilvervissen en ontstellend bloot.

Ophelia, nog moet ik u beminnen,

wit licht, verlokking tot de dood.

.

Vaderdaggedicht

Marijke Boon

.

Op vaderdag een gedicht op verzoek van een vader (eigenlijk ben ik dat zelf maar toen ik dit gedichtje tegen kwam wist ik dat dit op vaderdag op mijn blog moest komen). In ‘Tranen op het tafelzeiltje’ van Marijke Boon uit 1999, kwam ik namelijk twee erg grappige gedichten tegen. Een over moederdag en een over vaderdag.

In deze bundel staan gedichten en liedjes en ‘alles wat daartussen zit, geschreven voor man en vrouw en eenieder die zich daartussen bevindt’. Marijke Boon heeft door de jaren blijk gegeven over een groot gevoel voor humor te beschikken. Zo ook in het gedicht ‘Mooi cadeau II’.

.

Mooi cadeau II

.

Zondag alweer vaderdag,

paps bezit geen cent,

geef de goede man geen geld,

zorg dat je ‘m verwent

.

met een salmonella-ei,

wordt-ie ernstig ziek,

kan een maand geen eten zien,

scheelt tweehonderd piek,

.

die krijgt-ie toch maar mooi cadeau.

.

Bestemming onbekend

Sabine Kars

.

Met enige regelmaat bezoek ik de website van dichter Sabine Kars. Sabine schrijft poëzie die betoverend en tegelijkertijd complex en verwarrend kan zijn. Ik betrap mezelf erop dat ik haar gedichten nooit eenmaal lees maar meestal wel drie of vier keer. Zo ook het gedicht ‘Bestemming onbekend’. Lees veel meer van haar poëzie op http://sabinekars.nl/

.

bestemming onbekend

.

dit is voor

het vallen uit het zicht

in een kapotgeschoten lied

de vertraging van het licht er is

geen wachtlijst voor nauwe woorden

.

wie de ogen sluit

voelt de kans

om te verdwijnen

.

en vragen tot aan de lippen

worden in zeeën weer thuisgebracht

.

losgeraakt mens

waarheen te gaan

karavaan van zoeklichten

.

genummerd en rusteloos

veroordeelden in de kerende wind

.

Poëzie en film

Artificial intelligence

.

Het is alweer even geleden dat ik schreef over films die een gedicht als basis hebben. De film AI, Artificial Intelligence uit 2001 is zo’n film. AI (van regiseur Steven Spielberg) is een film over een robot die een echte jongen wil zijn (zoiets als Pinocchio). Dr. Know (met de stem van Robin Williams) citeert in de film uit het gedicht ‘The Stolen Child’ van William Butler Yeats. (Een slimme referentie in een film die veel van de donkere elementen van een sprookje bevat). Yeats publiceerde dit gedicht in 1889 in ‘The Wanderings of Oisin and Other Poems’. Zijn gedicht is gebaseerd op deze Ierse legende en heeft betrekking op faeries die een kind bedriegen om met hen mee te komen.

.

The Stolen Child

.

Where dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we’ve hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.

Away with us he’s going,
The solemn-eyed:
He’ll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than he can understand.

.

 

Nog eens een liefdesgedicht

Ed Leeflang

.

Het is alweer even geleden dat ik een liefdesgedicht plaatste. Daarom vandaag het titelloze gedicht van Ed Leeflang uit zijn bundel ‘Op Pennewips plek’ uit 1982. Ed Leeflang ( 1929 – 2008) was enkele jaren actief als journalist, studeerde Nederlands en gaf  les in Zeeland en in Amsterdam. Als leraar besteedde hij veel aandacht aan het poëzieonderricht.
Hij begon met het schrijven van liedjesteksten en vertaalde  kinderboeken uit het Engels.
Al schreef hij al heel lang poëzie, vanaf zijn vijtiende, toch publiceerde hij pas op zijn vijftigste gedichten. Dieren en de natuur in het algemeen, vooral die van het voormalige Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, spelen een belangrijke rol in zijn poëzie. Ook zijn ervaring als leraar vinden we terug in zijn gedichten zoals ook onderstaand voorbeeld.

.

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.

Ze haalt haar wijsheid uit een land

waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;

’s zomers zeilt zij op haar houten ledikant.

Haar lach vliegt zeer omslachtig

als een fazant bijvoorbeeld door het lokaal,

zo kleurig ook; zij houdt van allemaal

en niemand is alleen gelaten.

Zij kan niet haten.

Op het bord zij waaren en hij hete;

ze is er voor het zijn, niet voor het weten,

naar kennis heeft ze nooit gedorst.

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig;

ze geeft straks heel de klas de borst.

.

 

Poëzie in het alledaagse

Marktplaatspoëzie

.

Wanneer je mijn blog al wat langer en vaker leest dan weet je dat ik, naast veel aandacht voor fantastische poëzie, ook graag aandacht geef aan, wat ik de rafelranden van de poëzie noem. Een mooi voorbeeld van zo’n rafelrand is het boekje dat ik tegenkwam in de kringloopwinkel. Marktplaatspoëzie, ‘de meest ontroerende advertenties’ verzameld door Jan Hoek.

Zoals Jan het stelt: Bij het lezen van Marktplaatspoëzie word je overvallen door lachbuien, diep medelijden en tranen van ontroering. Nu kan het zijn dat Jan snel aangedaan is (de tranen, lachbuien en het medelijden bleven bij mij tenminste uit bij het lezen) maar dat er wat te genieten valt is een feit. Als je sommige advertenties bekijkt als een vorm van ready made poëzie dan begrijp je wat ik bedoel.

Ik heb er een paar geselecteerd die ik hier met je wil delen.

.

Spoed

.

wie kan ons op korte termijn helpen

meer info per mail

is echt heel dringend!!!

.

Als je je ouders niet eert…

.

Als je je ouders geen eer aandoet…

gaat het HELEMAAL MIS met je!!

…op school.. en in je privéleven…en overal!!!

Let er maar eens op.

Dit is niet zomaar een opmerking!

.

1zaam

.

wie kent het

zo eenzaam zijn, dat je jezelf een SMSje stuurt…

.

Vallen oudere vrouwen op jongere jongens?

.

Vallen oudere vrouwen op jongere jongens, of is dat een fabel?

.

Rita Mae Brown

Gedichten

.

Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.

Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives,  filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.

Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.

Uit deze bundel een aantal gedichten.

 

.

For Those of Us Working For a New World

The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.

The Woman’s House of Detention

Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.

A Short Note for Liberals

I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.

The Bourgeois Questions

“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”

“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”

A Song for Winds and My Vassar Women

Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.

.

Poëten in het parlement

Vlaanderen & Co

.

In 2002 bestond het Vlaams parlement dertig jaar en naar aanleiding van dit jubileum én de opening van het Huis van de Vlaamse Volksvertegenwoordigers, organiseerde het Vlaams parlement een poëziefeest. Vierentwintig dichters lazen voor uit eigen werk. En er werd een bundel uitgegeven met daarin gedichten van deze vierentwintig dichters.

De dichters kwamen uit alle hoeken en gaten van de wereld waar het Nederlands (of een dialect van het Nederlands) gesproken wordt: 10 Vlamingen, 8 Nederlanders, 1 Antilliaan, 1 Surinamer, 1 Zuid Afrikaan en ook 2 Franstalige Belgen en een Duitstalige Belg. Verrassende namen ook (voor mij dan) zoals Frank Martinus Arion (ik kende hem niet als dichter), Shrinivási (Suriname) en William Cliff (een Franstalige dichter).

De bundel is samengesteld door Jozef Deleu en van elke dichter zijn zo’n vijf gedichten opgenomen. Van de Frans- en Duitstalige gedichten ook de Nederlandse vertalingen.

Misschien is dit voor het Nederlandse Parlement ook een goed idee, laat alle parlementariërs hun favoriete gedicht kiezen en bundel deze. Voor dit moment doen we het met dit mooie initiatief uit Vlaanderen. Ik koos voor een gedicht van Gwij Mandelinck (1937).

Mandelinck (pseudoniem van Guido Haerynck) richtte in 1980 de Poëziezomers van Watou op die hij artistiek leidde tot 2008 samen met zijn echtgenote Agnes Hondekyn.

.

Beschuldigde

.

Ben ik vermengd met wolvenbloed,

kwam de stem van het gebroed in mij terecht?

Niet dat ik ben beducht voor averij

al zwakte mijn duim de schokken af

.

van deuren in het waaigat dichtgeklapt,

al zijn er messen aan te slijpen op mijn

onbehouwen kant. Een hand ligt in

de richting van mijn haar. Verbijt

.

jij straks de vinger die mij heeft beticht?

.

Dichter op verzoek

Deel 6: Harry Man

.

Van Odile Schmidt kreeg ik onder andere de vraag om aandacht te besteden in Dichter op verzoek, aan de dichter Harry Man, omdat “haar jonge gezelschap zo weg was van hem”. Geen beter reden lijkt me dan deze.

Hoewel ik dacht dat Harry Man wellicht een Nederlandse dichter was blijkt hij uit het Verenigd Koninkrijk te komen. Daar wordt Man (1982) gezien als een jonge, eigenzinnige dichter die de grenzen van papier en podium, wetenschap en kunst op intrigerende wijze aftast.

Begonnen als spoken word dichter debuteerde hij in 2014 met ‘Lift’ waarmee hij meteen al de prestigieuze (want langst bestaande) Struga Award won. Deze prijs wordt vergeven in Macedonië.

Harry Man was Clarissa Luard Wordsworth Trust Poet in Residence in 2016 en in 2016 Hawthornden Fellow. In 2016 was hij ook nog TOAST dichter. TOAST Poetry help dichters de stap te zetten van een debuut naar een inbedding van hun werk door ze een podium te bieden en door financiële middelen te vergaren. https://toastpoetry.com/

Zijn meest recente ‘pamphlet’ zoals hij ze zelf noemt, is ‘Finders Keepers’ dat handelt over bedreigde diersoorten op de Engelse eilanden. Hij heeft dit samen gemaakt met de kunstenaar Sophie Gainsley. Man’s poëzie  werd al in vele talen vertaald.

Het gedicht ‘Ultrasound’ werd gepubliceerd in Popshot Magazine in 2012.

.

Ultrasound

.

The white artery of your spine
hovers beneath a butterfly’s ghost;

wings budding into flight
twice a second, heartbeat by heartbeat.

The isthmus of your foot kicks in the fluid –
the pressure of the sensor is ticklish.

With the end of his biro the doctor
circles your magnified hand gloved in light

and this shimmer, this afterthought of air
in the trees is the breath of your mother.

Night-blind you will fumble back
to its anthem through the clicks

of your hardening head.
This song, secret as a light switch,

is how your breathing will be.
The warmth of my wrist on your belly;

your pulse and mine in time –
the first of your strengths is to be loved.

.