Auteursarchief: woutervanheiningen

Zo’n gelukkige dag

Dichters spreken de waarheid

.

In 2005 publiceerde Amnesty International samen met uitgeverij De Geus de bundel ‘Zo’n gelukkige dag’ met “poëzie over waarheid en het ontmaskeren van leugens, over daden en wat dromen mogelijk maken, over vrijheid en wat een gevangenis niet breken kan, over liefde die niet verlaat.”

Uit deze bundel het gedicht ‘In de bibliotheek’ (je snapt waarom ik voor dit gedicht kies) van U Min Thu.

U Min Thu (1954 – 2004) een advocaat uit Myanmar (Birma) werd in 1994 veroordeeld tot een gevangenschap van zeven jaar omdat hij een studie maakte van de geschiedenis van de studentenbeweging. Amnesty International adopteerde hem als gewetensgevangene. Hij stierf in de Insein-gevangenis in 2004. Min Thu was de broer van de beroemde Birmese dichteres Nu Yin.

.

In de bibliotheek

.

Ik wist niet dat je hier was –

moest je niet tot tijgers spreken

de wolken de weg terug wijzen

een storm in je bed leggen?

.

Dat je hier zou zijn tussen gedichten

dat had ik in mijn droom niet gezien

ik geloof dat ik hier blijf

om je tot sluitingstijd te lezen.

.

u-min-thu

gelukkige-dag

Bruidskoor

De vier jaargetijden

.

In de bundel ‘De vier jaargetijden’ een keuze uit poëzie over klassieke muziek staat een prachtig en indringend gedicht van Saul van Messel. De titel van dit gedicht verwijst naar het Bruidskoor in de Opera ‘Lohengrin’ van Richard Wagner. Saul van Messel (pseudoniem van Jaap Meijer 1912-1993) was Joods historicus, neerlandicus en dichter. Hij dichtte in het Gronings en in het Nederlands.

Hij promoveerde als laatste jood in oorlogstijd bij Jan Romein op Isaac de Costa’s weg naar het christendom. Kort daarna werd hij leraar aan het Joods Lyceum te Amsterdam, Anne Frank was een van zijn leerlingen. Met zijn vrouw Liesje en zoon Ischa werd hij gedeporteerd naar Westerbork (1943-1944) en Bergen Belsen (1944-1945). Na terugkeer, met vrouw en zoon, wijdde Meijer zich aan de geschiedschrijving van het jodendom in Nederland en werd hij leraar.

.

Bruidskoor uit Lohengrin

.

zij trouwden nog

in westerbork

.

hun huwelijksreis

heette transport

.

hun wittebroodsdagen

in sobibor

.

vermeldt geen

enkel rapport

.

wat maakt het ook

poëtisch uit

.

hij was de bruidegom

en zij de bruid

.

saul_van_messel

Jurkje

Pat Donnez

.

De Vlaamse journalist en radiomaker Pat Donnez (1958) is vooral bekend van radioprogramma’s zoals Titaantjes (met de slogan Over wat het is, of had moeten zijn), Bromberen en Leef Lang! en van zijn reeks over Godfried Bomans. Donnez woont in Mechelen. In 2007 verscheen van Donnez de dichtbundel ‘Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat)’.

Aan de gedichten in dit debuut is jarenlang door Donnez geschaafd. Ze getuigen van een ongewone helderheid en directheid. Maar ze zijn bedrieglijk eenvoudig. Albert Hagenaars schreef over deze bundel: “Donnez kan goed observeren en legt zijn bevindingen vast in een open, makkelijk leesbare stijl met humoristische, vaak licht ironische toets”. Uit deze bundel het gedicht ‘Jurkje’.

.

Jurkje

.

Nee, je hoeft geen jurkje
te dragen
als je dat niet wilt
ook niet dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes
waar je sandalen zo
goed bij passen
en je slipje –
dàt jurkje dus

en als we gaan wandelen
en je jurkje –
je weet wel
dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes –
waait op
zodat ik je slipje zie
dat er zo goed bij past
net als je sandalen

en als je je op mijn
vloerkleed legt
dat zo goed past
bij dat heel bijzondere
blauwe jurkje
met glanzende streepjes
en ik je slipje voel
dat je nu niet draagt
en je vraagt
eerlijk, ik hoor niet in een
jurkje, hè?

geloof me dan als ik zeg
nee, jij hoort niet in een jurkje
ook niet dat heel bijzondere
blauwe met streepjes –
glanzend blauwe streepjes

.

Meer gedichten van Pat Donnez staan op zijn website http://www.patdonnez.be/gedichten.php?

.

cjoostjoossen1

                                                                     Foto: Joost Joossen

pd

Kerkhof

Guillaume van der Graft

.

De dichter (en theoloog, schrijver) Willem Barnard (1920 – 2010) publiceerde onder zijn eigen naam maar ook onder het pseudoniem Guillaume van der Graft zijn poëzie. Er staan talrijke dichtbundels op zijn naam maar ook publicaties met teksten voortgekomen uit een liturgische praktijk van jaren. Hij geldt als een van de belangrijkste dichters zowel wat strofische psalmvertalingen betreft als nieuwe gezangen en vertalingen van anderstalige gezangen in het Liedboek voor de Kerken.

Willem Barnard ontving voor zijn werk onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs (1954) en de C.C.S. Crone-prijs (2010).

In 1961 verscheen onder zijn pseudoniem Guillaume van der Graft de bundel ‘Gedichten’. In deze bundel staat een keuze uit zijn ‘vrije poëzie’ zoals de achterkant vermeldt. Naast verschillende gedichten met titels die verwijzen naar de bijbel ook het gedicht ‘Kerkhof ‘.

.

Kerkhof

.

Woordenboek staat op de poort.

Ik zoek hem bij de B,

ik wijs met mijn nagel bij,

ik graaf onder het woord

.

naar zijn tastbare naam,

een letter of zeven, acht,

waaruit hij heeft bestaan

tot die bewuste nacht.

.

Wat maak ik tenslotte buit?

niets dan een mondvol stof.

De aarde spreekt hem niet uit

en ik mis het geloof

.

dat hem oprichten zou

als een teken des tijds

op gevaar af dat hij

toch naar de hemel wou

.

waar immers naar men zegt

zijn naam opgeschreven staat.

ik klap de schepping dicht,

gelaat op gelaat,

gedicht op gedicht.

Ik loop verder op straat.

.

kerkhof2

                                                                                          Foto: Tünde Kassa

 

 

De spiegel

Laatste maal dichter van de maand

.

Vandaag is Toon Tellegen voor het laatst dichter van de maand want het is de laatste zondag van oktober. Zoals al aangekondigd zal de in oktober overleden dichter Derrel Niemeijer, als eerbetoon, in november dichter van de maand zijn. Nu dus nog eenmaal een gedicht van Toon Tellegen. Uit de bundel ‘De andere ridders’ uit 1984 heb ik gekozen voor ‘de spiegel’ zo’n typisch Tellegen gedicht waarin je, na zorgvuldige lezing, zoveel meer leest dan er op het eerste oog staat geschreven.

.

De spiegel

.

Er hing een spiegel boven het water.

De zwemmer keek omhoog

en zag zichzelf daar zwemmen in het glinsterende water,

hij zag hoe kalm hij zich bewoog.

De lucht was blauw

en de spiegel zweefde allengs naar de verte, weerkaatste

nog een waterlelie

en verdween.

De zwemmer zwom ontroostbaar verder

zo zonder spiegel zwom hij nergens heen.

.

zwemmer

Moeder en muze

Ed. Hoornik

.

Na een post over gedichten over vaders kan een gedicht over de moeder natuurlijk niet uitblijven. Ed. Hoornik schreef een prachtig gedicht over de moeder en de muze.

Ed. Hoornik (1910 – 1970) behoorde tot de Amsterdamse school. De Amsterdamse school was een verzameling dichters die een ironische, cynische of opstandige kijk op de dagelijkse werkelijkheid laten blijken in hun gedichten. Dit was dan vaak een reactie op de, in hun ogen, hoogdravende en onwezenlijke poëzie van hun voorgangers van voor 1937. Andere dichters van de Amsterdamse school waren Maurits Mok, Jac. van Hattum en Gerard den Brabander.

Aanvankelijk was het werk van Ed. Hoornik sociaal-kritisch. Zijn latere werk is sterk getekend door zijn ervaring als overlevende van concentratiekamp Dachau en heeft daarom vooral de confrontatie met de dood als thema. Naast gedichten schreef hij ook toneelstukken, romans en essays.

Uit zijn bundel ‘De erfgenaam’ uit 1940 het gedicht over de moeder en de muze.

.

Moeder en muze

.

Zij vond de melk nog in de stenen beker

en ’t ei, dat hij gepeld had laten staan;

altijd onrustig, ook al deed hij zeker,

was hij gekomen om weer weg te gaan.

.

Hem nawuivend liet zij de hand traag zinken,

en hield zich in, terwijl hij sneller ging,

alsof in hem een sterk nieuw lied ging klinken,

waarin hij wraak nam op haar liefkozing.

.

Geen moeder kan de dichter muze wezen,

al drinkt hij aan haar borst ’t Verlangen in;

geen moeder kan hem van de waan genezen

een God te zijn tussen de mensen in.

.

erfgenaam

ed-hoornik

Eva Gerlach

Seizoen

.

De bundel ‘O wie was mijn vader wie was ik’ uit 1995 is een bloemlezing van gedichten van meerdere dichters met gedichten over hun vader. Opvallend is het verschil in de manier waarop dichters en dichteressen in relatie staan ten opzichte van hun vader en hoe zij over hun vader schrijven.

Of zoals de achterflap meldt: Voor de dochter blijft er vaak een onbenoemd verlangen naar of een onbegrepen dreiging van de vader, terwijl voor de zoon het contact met de vader veel vanzelfsprekender is. Zij wandelen, fietsen, maken vistochten en krijgen begrip voor elkaar.

Ook ik heb ooit een gedicht voor en over mijn vader geschreven en vooral het begrip voor herken ik. In het gedicht ‘Seizoen’ van Eva Gerlach, oorspronkelijk verschenen in ‘Een kopstaand beeld: gedichten’ uit 1983 lees ik toch ook begrip voor de vader figuur. Misschien is het genoemde verschil niet altijd zo duidelijk.

.

Seizoen

.

Mijn vader die de dood niet lustte, laat

zijn handen die een meetlat op mij braken

met andere vingers hier het groen aanraken

van kiemblad onder een slaapmuts van zaad.

.

Maak zijn hart licht, laat hem het voorspelbare

ontroerd begroeten en voor wind bewaren,

de vruchten tot verrotting gadeslaan.

.

Hij heeft genoeg tegen zijn zin gedaan.

.

kopstaand

 

Eén voor één

Karine Martel

.

De Franse dichter Karine Martel (1968) publiceerde onder andere de bundels ‘Après’ (2003) en ‘Texture’  (2001). In 2006 was ze te gast bij Poetry International. Samen met dichter Arjen Duinker publiceerde ze tijdens Poetry International de bundel ‘En dat? Oneindig’ met van elk 40 gedichten waarvan niet duidelijk was wie welke gedichten had geschreven. Daarnaast zijn een aantal van haar gedichten vertaald in het Nederlands door dichter Arjen Duinker voor de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ uit 2009. Zo ook het gedicht ‘Un a un’ of zoals het in het Nederlands is getiteld ‘Eén voor één’.

.

Eén voor één

.

Eén voor één gaan de knopen los,

De hemel steekt af met een zijden draad.

In de uitsnijding het ritme blauw,

Vergetelheid heeft gehoefde vingers.

.

Aan wat antwoordt de stilte?

.

Eén voor één verdijnen de sterren,

Drukken ze zich in de korrelige huid.

De lippen omcirkelen de corolla’s,

Verluchten de ruiten van velijn.

.

Wat zingen de sporen van de kussen?

.

Eén voor één vallen de vingers uiteen,

De stift trekt hun vorm.

In een traliewerk van avonturen

De gladde jade van een ivoren tuniek.

.

Pak mijn hand, de rivier is breed!

.

Eén voor één smelten de doorns,

De bloes gaat open naar de nacht.

De vier van paarlemoer ontdane cirkels

Met een blinde naald doorprikt.

.

km

Levensavond van een drummer

Bert Voeten

.

Misschien komt het omdat ik mijn hele leven al een voorkeur voor drummers en percussionisten heb gehad of omdat ik zelf percussie speel of omdat ergens bij mij thuis op de kast ook nog een paar stokken liggen, maar het volgende gedicht van Bert Voeten trof me. Met liefde en compassie geschreven het gedicht ‘Levensavond van een drummer’ uit de bundel ‘Een bord bekijken’ uit 1966.

.

Levensavond van een drummer

.

Zijn trommen

-twee grote, vier kleine, twee

tom-toms, bongo’s etc.- heeft mijn

vader (78) al lang van de hand gedaan

.

maar niet zijn stokken

want zijn techniek houdt hij bij

op een schijf meubelplaat

met een middellijn van 15 cm

en, toegegeven,

ik ben jaloers op zijn beat.

.

drum

drum2

Poëzie en humor

Funny Poems top 10

.

Humor en poëzie, gaan ze wel samen? Voor een groot deel van de dichters waarschijnlijk niet en voor een ander deel waarschijnlijk wel. Plezierdichters, light verse dichters en cabareteske of liedtekstdichters maken graag en regelmatig gebruik van humor in hun poëzie maar ook serieuze dichters willen nog wel humor in hun gedichten verwerken.

Iemand als Drs. P. was een mooi voorbeeld van iemand die serieuze zaken op een humorvolle manier in zijn poëzie wist te verwerken. Maar ook dichters als Willem Wilmink, Kees Stip, Ivo de Wijs en Driek van Wissen mochten graag de kwinkslag in hun poëzie door laten klinken.

Ook in het Engels taalgebied zijn er voorbeelden van. Op de website http://www.tweetspeakpoetry.com/2013/08/29/top-10-funny-poems/ staat een leuke top 10 van funny poems met een aantal links naar nog meer humor in poëzie. De nummer 1 op de lijst is William Shakespeare wat maar aangeeft dat, wat mij betreft, poëzie en humor heel goed samen kunnen gaan.

Hier een Nederlands en een Engels voorbeeld.  Het eerste is een Ollekebolleke van Drs. P. en het tweede is van Francesco Marciuliano uit: ‘I could pee on this: and other poems by cats’.

.

Hoog hè, die berg daarginds.
Wil je zijn naam weten?
Po…eh…popo…wacht…
Popókattepel

Nee, senor, wij zeggen
Popocatèpetl
Ja dat bedoel ik
Maar hoog is hij wel

 

I could pee on this

Her new sweater doesn’t smell of me
I could pee on that
She’s gone out for the day and
left her laptop on the counter
I could pee on that
Her new boyfriend just pushed
my head away
I could pee on him
She’s ignoring me ignoring her
I could pee everywhere
She’s making up for it
by putting me on her lap
I could pee on this
I could pee on this

.

tweetspeak