Categorie archief: Dichtbundels

Heren zeventien

Simon Vinkenoog

.

In een geweldige tweedehands boekenwinkel kocht ik voor een klein bedrag de heerlijke kleine pocket ‘Heren zeventien’ proeve van waarneming van Simon Vinkenoog (1928 – 2009), gesigneerd door de dichter. Deze heruitgave van de bundel uit 1953, in de serie Poëziepockets van De Bezige Bij, uit 1987 is een kleine pocketuitgave (50 pagina’s) met een nawoord van R.A. Cornets de Groot.

.

Zoals discussies woedend sluiten

met het zichtbaar halfbegrijpen

van Denanders vooroordelen

.

die even overtuigend zijn

en inderdaad niet minder waar,

verwerpelijk, gevaarlijk,

ondoordacht behulpzaam,

.

als de waarden die wij eigen dachten

.

Zo gaat ook het leven dat de dag leidt

ons voorbij

.

Met dezelfde woede

(maar hoe schamel en hoe welbespraakt)

in de schoongewassen handen,

een hart verontwaardigd-zijn

en een gevoel van onderdrukt hartstochtelijk:

.

Wat deert het mij?

.

 

Bloedend op de Maasbrug

Hans Sleutelaar

.

Gedichten staan niet altijd in dichtbundels. Soms staan ze in een roman of in een non fictieboek, ter ondersteuning van een onderwerp of thema of, zoals ij het onderhavige geval, ter illustratie van het onderwerp. In een kringloopwinkel kwam ik het boek ‘Rotterdams accent 1961’ tegen. Uitgegeven door Ad. Donker met medewerking van de Rotterdamse Kunststichting uitgegeven in 1961. 

Voor Rotterdammers een heerlijk boek over Rotterdam aan het begin van de jaren zestig. Met bijdragen over Anna Blaman, de dichter Tollens, schilder M.J.B. Jungmann, grafici Wally Elenbaas en Wout van Heusden, toneelspeler Ton Lutz en regisseur Richard Flink. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door bekende en minder bekende namen (bijvoorbeeld J.H. Speenhoff, C. B. Vaandrager, Alfred Kossmann en Ellen Warmond). 

Naast de verhalen en een aantal leuke zwart/wit foto’s staan er dus ook enige gedichten in dit boek. Een van die gedichten is van de dichter Hans Sleutelaar (1935 – 2020). Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Na de vrije opvattingen van de literaire beweging de Vijftigers, predikten de Zestigers een nieuw realisme. De belangrijkste vertegenwoordigers hadden zich geschaard rond het tijdschrift ‘Gard Sivik’, ‘De Nieuwe Stijl’ en het Amsterdamse tijdschrift ‘Barbarber’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten, waar men later weer om veroordeeld werd.

Het gedicht in dit boek getiteld ‘Bloedend op de Maasbrug’ is zowel in vorm als in inhoud opmerkelijk. 

.

Bloedend op de Maasbrug

.

bloedend op de maasbrug

ontdek ik de gave proporties van de mist

en daarin de stad en daarin het gesternte van de stad

(een kern van spieren, beursberichten, zweet)

.

                                               de stad\ik\in deze sekonde
                                               veroorzaken wij elkaar

.

ik voel dat wij voelen

:

de littekens, de energieke echo’s van eeuwen

elke dag, in elke voorbijganger

, op elke straathoek de adem van een vermoeide mens

, achter ieder geluid het luisteren van het water

.

                                             de stad\ik\wij bewijzen elkaar, neuriënd

.

 

 

Gerrit Kouwenaar

Hans Franse

.

Naar aanleiding van het gedicht ‘Laatste brief’ van Cees Nootenboom over Hans Andreus, dat ik op 25 april op dit blog plaatste, kreeg ik van dichter, recensent (Meander) Hans Franse het gedicht ‘Zonsondergang’ toegestuurd. Hans schreef dit als memoriam bij de dood van Gerrit Kouwenaar op 4 september 2014. Omdat het een prachtig gedicht is en omdat het naadloos aansluit bij de gedichten in de categorie Dichters over dichters wil ik het hier met jullie delen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Een winter op Scheveningen’ van Hans uit 2020.

.

Zonsondergang
In Memoriam Gerrit Kouwenaar -4 september 2014
 .
Laten we de zee rood maken.
Laten we de lucht rood maken.
Laat ons nog eenmaal
de lucht en de zee rood maken:
Gerrit Kouwenaar is dood.
.
De letterbak van de taal
van het Woord van de taal
van de taal van zijn Woord
smolt weg in het water
van het westen.
.
Laten wij het Woord licht maken
zoals de kamer wit werd
eindelijk helemaal wit en licht werd
en de peilloze diepte van het Woord
bereikt leek:
levenszee het Woord.
.
Dat woord, zijn Woord
zal de lucht immer rood maken
zolang dat Woord zijn woord
niet achter de horizon verdwijnt.
.
Maar laten wij vooral onze eigen lucht
rood blijven maken,
stralend maken:
met ons eigen woord
maken wij een nieuwe morgen.
.
.

De nek van het paard

J. Eijkelboom

.

Soms komen dingen samen die je van te voren niet had zien aankomen. Zo liep ik afgelopen weekend in het plaatsje Wemeldinge in Zeeland en in de hoek van een tuin tussen twee heggen zag ik daar een paard. Niet zomaar een paard, nee een paard van kunststof. Naast dat ik mij meteen afvroeg waarom iemand een kunststof paard zou willen bezitten en dit in zijn tuin zou willen plaatsen kwam ook meteen de vraag op waarom je zo’n bezit dan ergens wegstopt in een hoek verscholen achter twee heggen.

Maar dat is niet de reden dat ik er hier over schrijf. De reden is dat ik daags daarvoor in de bundel ‘Tot zo ver’ De meeste gedichten van J. Eijkelboom (1926 – 2008) uit 2002 had zitten lezen en ik bij het aanzicht van dat paard (en dan met name de achterkant en dus de nek van dat paard) meteen moest denken aan een gedicht uit die bundel getiteld ‘de nek van het paard’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000. Allerlei details en onderdelen (trottoir, de nek, de staart, het gebogen hoofd) deden me aan dit gedicht denken. Uiteraard heb ik een foto van dit paard gemaakt omdat ik daar en toen wist dat ik dit bericht op mijn blog ging plaatsen.

.

De nek van het paard

.

De weg is bekend en precies

weet ik nog waar de mustang toen liep,

tussen trottoir en trottoir

dwars door de straat.

.

Maar was het cowboy of indiaan

die hem bereed? En van het paard

zie ik in feite niet meer dan de nek,

die strakgespannen boog

.

en ja, een golvende staart,

bijna reikend tot aan de grond.

Je kende wel het briesende paard

van horen zingen, maar

.

dat gebogen hoofd was trotser

dan wat ik ooit had meegemaakt:

ons leven in deemoed

met trappelpasjes achterhaald.

.

totaal witte kamer

Gerrit Kouwenaar

.

Op verzoek van dichter Hans Franse deel ik vandaag een gedicht van Vijftiger Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) hier met jullie. Volgens Hans een van de mooiste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Het gedicht komt uit de gelijknamige bundel ‘Totaal witte kamer’ uit 2002. Volgens Kamiel Choi,  Nederlandstalige schrijver van poëzie, essays en satirische vertellingen (1979) zou ‘witter dan samen betekenen dat het witte de essentie van ‘samenheid’ teniet doet. Samen kun je nooit volmaakt wit zijn, we zijn samen bij de gratie van leesbaarheid, van “taal en teken” in het jargon van Kouwenaar.

Hoe dan ook is het een bijzonder gedicht en om Hans (en waarschijnlijk velen) een plezier te doen hier het gedicht.

.

totaal witte kamer

.

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

.

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

.

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

.

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

.

Sex

Hans Vlek

.

Dichters en psychiatrie; het is een bekend gegeven dat er dichters zijn die in psychische problemen zijn gekomen, opgenomen zijn en (zelfs) vanuit die positie poëzie hebben geschreven. Aan de andere kant van het spectrum zijn er psychiaters ( Rutger Kopland) die dichter zijn. Van de dichters die psychische problemen hebben gehad is Gerrit Achterberg misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar ook dichters als Hans Andreus, Joost Zwagerman, C.B. Vaandrager, Boudewijn Büch en Hans vlek kampten met psychische problemen.

Hans Vlek (1947 – 2016) vind ik een intrigerende dichter, al was het alleen maar door de titels van zijn dichtbundels als ‘Onnette sonnetten’, ‘De toren van Babbel’ , ‘Hangmat voor Henoch’, ‘Boghazkøy’ en ‘De kylix van liber’. Hans Vlek was dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en trad ooit naakt op in Maastricht tijdens een poëzie manifestatie. Ook was hij redacteur van Manifest en medewerker aan onder andere De Gids en Tirade.

In ‘Onnette sonnetten’ uit 1980 staat een bijzonder gedicht getiteld ‘Sex’ waarin Vlek het schrijven van een gedicht vergelijkt met de geslachtsdaad.

.

Sex

.

Dit is een ode aan het papier.

Lichaam van mijn muze, lekker dier

waarmee ik niet slaap maar waak

en zachtkens aan uw wezen raak

.

Hier zit ik schrijfmachinaal te vrijen

en een vers ineen te breien alsof

ik tussen twee welgevormde dijen bezig

ben diep binnen te glijen in

.

het immer maagdelijk wit

waarop ik nu te staren zit met

mijn woord als een lid en

.

ejaculerend zoals dit

weer eens keurig geschreven staat

als een bevredigende geslachtsdaad.

.

Agenda hier

Rechtse poëzie

.

Hoewel ik de naam van Wout Waanders (1989) ken, en ik al het een en ander van hem heb gelezen (bijvoorbeeld via Meander in de recensie van ‘Parkplan’ zijn bundel uit 2020 https://meandermagazine.nl/2020/12/wout-waanders-parkplan/ ) ben ik toch iets nieuws te weten gekomen over hem, of eigenlijk twee dingen.

Allereerst het feit dat Wout Waanders lange tijd aandacht heeft gegeven aan stiftgedichten (en deze ook heeft gemaakt https://woutwaanders.nl/blog/wat-zou-u-doen-32 al lijkt het erop dat hij hiermee gestopt is). Maar stiftgedichten hebben altijd mijn interesse, ik heb er op dit blog onder de categorie Gedichten in vreemde vormen verschillende geplaatst.

Ten tweede het feit dat hij de geestelijk vader was van de vermakelijke website ‘De losse armpjes’ en dan met name de categorie ‘Rechtse poëzie’. Toen ik dit las was mijn interesse meteen gewekt want wat is in hemelsnaam Rechtse poëzie? Volgens de uitleg op de website: Rechtse poëzie is poëzie die inspeelt op de behoefte van de consument. En dan met name de digitale behoefte. Het is namelijk flink balen als je na een fijne zoekopdracht niet op de site komt waar je moet wezen. Daarom: poëzie geschreven naar aanleiding van de Google-zoektermen die naar deze blog hebben geleid.

In wezen dus een vorm van ready mades maar dan anders. Op de website https://woutwaanders.wordpress.com/ die sinds 2017 niet meer is geactualiseerd (de Rechtse poëzie categorie eindigt zelfs al in 2014) staan ook zijn stiftgedichten tot en met 2017. Maar de tien voorbeelden van wat Wout als Rechtse poëzie ziet zijn ook meer dan de moeite waard en zeker een bezoekje waar. Hier volgt van een voorbeeld van deze veelzijdige dichter getiteld ‘agenda hier’ dat tevens de zoekterm was, al schrijft hij erbij dat hij zich ook heeft laten inspireren door de twee zoektermen die hier direct op bleken te volgen: ‘kijharde porno’ en ‘porno keiharde’.

.

agenda hier

.

in de winkel van eva kon je terecht
voor agenda’s, sigaren, porno
of een huilbui

.

ik stormde de winkel van eva binnen
maar de winkel was die dag
van eigenaar Schouten

.

hij mompelde dat hij met mijn liefdesproblemen
weinig aan kon – wel had hij
agenda’s, sigaren, porno

.

Nooteboom over Andreus

Dichters over dichters

.

In de categorie Dichters over dichters vandaag een gedicht van Cees Nooteboom (1933) over de dichter Hans Andreus (1926-1977). Geen gewoon gedicht in dit geval maar een in memoriam naar aanleiding van de dood van Hans Andreus in 1977. Het gedicht verscheen in de bundel ‘Open als een schelp – dicht als een steen’ uit 1978 en is getiteld ‘Laatste brief’.

.

Laatste brief

                                            in memoriam Hans Andreus

.

Op het witte papier
de naam van de dode
door hemzelf geschreven
.
vier letters, was hij dat?
al die gemaakte woorden
al die gedichten van licht
.
nu niets meer
.
De bodem ligt op het water
de straat op de voeten
hij heeft zich omgekeerd
en hij is teruggegaan
naar waar hij vandaan kwam.
.
.

Fernando Pessoa

Er zijn ziekten

.

De column van Arthur van Amerongen (die in Portugal woont en van daaruit zijn columns schrijft) bevatte op 20 april een zin van de Portugese dichter Fernando Pessoa: ‘Geef mij nog wat wijn, want het leven is niets’. Als ik dat lees dan ben ik gelijk nieuwsgierig naar de rest van het gedicht (dat niet voorkomt in de column).

Na enig zoekwerk blijkt dat Fernando Pessoa (1888-1935) het gedicht twee weken voor zijn dood schreef. Het gedicht is dan een van de slotgedichten van de tweetalige dichtbundel ‘Een spoor van mezelf’ Een keuze uit de orthonieme gedichten. Het is niet het enige gedicht over pijn en wijn, ook het gedicht ‘Rubayiat’ gaat hierover. Dat gedicht kun je lezen op https://chretienbreukers.blog/2020/01/04/in-de-metro-30-fernando-pessoa-en-harrie-lemmens/

De gedichten uit deze bundel uit 2019 zijn vertaald door Harrie Lemmens.

.

Er zijn ziekten die erger zijn dan alle ziekten,
er is pijn die geen pijn doet, niet eens in de ziel,
maar die sterker is dan elke andere pijn.
Er zijn gedroomde angsten die echter zijn
dan de angsten die het leven ons brengt, gevoelens
die we alleen in onze verbeelding ervaren
maar die meer van ons zijn dan ons eigen leven.
Er is zoveel dat zonder te bestaan
bestaat, aanhoudend bestaat,
en aanhoudend van ons is…
Boven het vuile groen van de brede rivier
de witte v’s van de meeuwen…
Boven de ziel het zinloze gefladder
van wat nooit was en niet kan zijn en alles is.
.
Geef me nog wat wijn, want het leven is niets.

.

High Flight

John Gillespie Magee

.

Eind vorige eeuw gaf de BBC met haar boeken divisie een aantal dichtbundels uit onder de serie naam ‘The Nation’s Favourite’. Ik schreef al over de Nation’s Favourite Poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/08/23/do-not-stand-at-my-grave-and-weep/ The Nation’s Favourite Love poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/08/26/after-the-lunch/  en de Nation’s Favourite Comic Poems https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/09/29/koffie-in-de-hemel/  .

Er zijn echter meer delen zoals The Nation’s Favourite Poems of Journeys uit 2000. Opvallend in deze bundeling reisgedichten is het grote aantal gedichten van dichters uit de 19e eeuw en eerder. Beroemde namen zijn vertegenwoordigd, van William Shakespeare, Alfred, lord Tennyson, W.H. Auden en vele anderen.

Ik koos uit deze bundel een gedicht van een wat minder bekende (maar nog steeds beroemde) dichter John Gillespie Magee (1922 – 1941). Hij was de Anglo-Americaanse Royal Canadian Air Force piloot en dichter in de Tweede Wereldoorlog, die het beroemde gedicht ‘High Flight’ schreef. Hij vond de dood bij een onfortuinlijke botsing tussen twee vliegtuigen boven England in 1941.

.

High Flight

.

Oh! I have slipped the surly bonds of Earth
And danced the skies on laughter-silvered wings;
Sunward I’ve climbed, and joined the tumbling mirth
Of sun-split clouds, – and done a hundred things
You have not dreamed of – wheeled and soared and swung
High in the sunlit silence. Hov’ring there,
I’ve chased the shouting wind along, and flung
My eager craft through footless halls of air…

.

Up, up the long, delirious burning blue
I’ve topped the wind-swept heights with easy grace
Where never lark, or ever eagle flew –
And, while with silent, lifting mind I’ve trod
The high untrespassed sanctity of space,
Put out my hand, and touched the face of God.

.