Categorie archief: Dichtbundels
Niets
Cees Nooteboom
.
In 1984 publiceerde (reis)schrijver/vertaler/dichter Cees Nooteboom de poëziebundel ‘Vuurtijd, ijstijd’ en uit deze bundel komt het heerlijke gedicht ‘Niets’, waaruit voor mij maar weer eens blijkt dat humor en poëzie heel goed samen kunnen gaan.
.
Niets
.
Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen
en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.
En ook verder kunnen ze niets.
.
Bij de uitvaart van het boek
Menno Wigman
.
Omdat ik in een bibliotheek werk krijg ik nog wel eens de vraag hoe lang het boek nog zal bestaan. Blijkbaar zijn er veel mensen die denken dat door de voortschrijdende digitalisering en de komst van E-books, het aloude papieren boek zal verdwijnen.
Ik ben niet één van die mensen. Ik denk dat het boek er altijd zal zijn en blijven. Misschien niet meer in de hoeveelheden als nu (maar is dat erg?) maar net als de LP (hoewel die eerder moet vrezen voor verdwijning dan het boek) zullen er altijd mensen blijven die een boek in handen willen hebben en houden.
In de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2012 schreef dichter Menno Wigman al een gedicht over het verdwijnen van het boek.
.
Bij de uitvaart van het boek
.
De schrijver met zijn ongeschoren woede,
de dichter van drie doodgeboren boeken:
daar staan ze met hun doos vol slome woorden.
Sterk spul of niet: de uitvaart van het boek,
we naderen de uitvaart van het boek.
Vannacht, ik was nog op, stond de literatuur
dronken aan mijn deur. Rot op, riep ik, rot op,
je hebt je kans gehad. Toen droop ze af
en keek ik weer wat grand old Google bracht.
We lezen om te leren hoe te leven.
En ik, mijn boeken moe, ging stil naar bed.
Wat ging er mis? Wat moet ik schrijven? Schrijf,
schrijf het, schrijf het op, smeer je wijsheid uit,
kom brallen op mijn stoep. Ik ga naar bed.
.
Op de hoogte van de vogels
Dirk Kroon
.
Dirk Kroon (1946) schrijft al vanaf zijn debuut in 1968 aan een landschap waarin het goed toeven is. Dat schrijft Wim van Til achterop de bundel ‘Op de hoogte van de vogels’ van Dirk Kroon. Deze meer dan vuistdikke bundel is het verzameld poëziewerk van Dirk.
Ik ben de bundel aan het lezen om er een recensie aan te wijden maar omdat het zo’n dikke bundel is (ruim 600 pagina’s) kan het nog even duren voor ik zover ben.
Toch wil ik alvast een gedicht van Dirk delen met jullie. Uit deze bundel, maar oorspronkelijk uit ‘Materiaal voor morgen’ uit 1968, het gedicht ‘Geëngageerd’.
.
Geëngageerd
.
Je schrijft dan maar
dat het goed gaat,
dat de doden opgestapeld in je kamer liggen,
.
je stamelt dan maar van liefde
en je lost een paar schoten.
.
De dagen zijn toch niets meer waard.
Na een vijftigtal jaren van volwassenheid pakweg
blijft er niets van je over
en wat zegt het.
.
Het huis
Martinus Nijhoff
.
De verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff ( Bert Bakker, 1975 vijfde druk) beslaat maar liefst 532 pagina’s. Na alle bundels die in deze verzameling zijn opgenomen staan aan het einde van het boek nog een aantal nagelaten gedichten. Het gedicht ‘Het huis’ is daar één van.
.
Het huis
.
Op akkerland, met duinen in ’t verschiet,
staat, in de schaduw van nabij geboomt,
het huis dat ik ontruimde en achterliet,
en dat thans door de vijand wordt bewoond.
.
De bomen zijn, naar ik verneem, geveld;
’t huis werd een kazemat, en het terrein
– indien het waar is wat mij wordt gemeld –
moet in een mijnenveld herschapen zijn.
.
Dit zegt men. Maar het huis zelf deelt mij mee
wanneer het in mijn dromen tot mij spreekt:
ik heb bericht ontvangen van de zee,
dat straks een reinigende storm opsteekt.
.
De koffieclub
Yahya Hassan
,
In een kringloopwinkel kwam ik de bundel van Yahya Hassan tegen. In mijn herinnering was hier bij publicatie nogal wat om te doen. Ik kocht de bundel en thuis zocht ik het op. De Deense Yahya Hassan (1995), zoon van Palestijnse vluchtelingen, schreef deze bundel in 2013 op 18 jarige leeftijd. Toen hij 13 was kwam hij in een jeugdinternaat terecht waar hij een grote belangstelling voor literatuur ontwikkelde. Dostojevski, de Deense dichter Michael Strunge en in het bijzonder het autobiografische werk van Karl Ove Knausgård waren zijn inspiratiebronnen.
Zijn dichtbundel werd lovend en als vernieuwend ontvangen en maakte veel discussie los over de migratiepolitiek in Denemarken. Van de bundel werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht.
De dichtbundel is een aanklacht tegen zijn ouders maar ook tegen moslimimmigranten in het algemeen, die volgens hem met de Koran in de hand alles doen wat die Koran verbied. Met een virtuoos gevoel voor ritme en klank, rauwe en pure woorden, en bijzondere taalvondsten vertelt Hassan zijn verhaal. De vertaling is gedaan door Lammie Post-Oostenbrink.
Het gedicht ‘De koffieclub’ gaat over een ervaring in het jeugdinternaat.
.
De koffieclub
.
Op alle afdelingen van Solhaven
hangt een nummer op het prikbord
dat de groepsleiders kunnen bellen
als ze zelf de gemoederen niet kunnen sussen
dan komt er assistentie van de directeur
en andere boeren komen aandraven
en als iedereen klappen heeft gehad en naar zijn kamer is
gestuurd
drinken ze koffie
boven blanco formulieren voor gebruik van geweld
.
Aan den uitgever
G. Brandt Maas
.
Ik hou van bijna vergeten dichters, vaak zijn dit dichters die enige bekendheid hebben gehad in een bepaalde tijdsperiode maar is hun bekendheid tot die periode beperkt. Grappig genoeg doen veel van dit soort namen toch altijd wel ergens een belletje rinkelen. Bij de dichter G. Brandt Maas, de dichter die ik vandaag in deze categorie wil behandelen, is dat maar zeer de vraag. In de bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw (samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters, 1994), staat Brandt Maas met twee gedichten.
Maar na enig speurwerk kom ik toch niet veel verder dan dat deze beste man (?) in de eerste helft van de 19e eeuw vooral vertaalde uit het Duits en het Engels. In dit geval kun je dus wel spreken van een vergeten dichter. Het gedicht ‘Aan den uitgever’ werd oorspronkelijk gepubliceerd in “Gedichten, deel I’. Vooral de laatste regel spreekt mij als uitgever van MUG books erg aan want zo is het maar net.
.
Aan den uitgever
.
Zou het mij hetzelfde wezen,
Wat gij aan mijn boekje deed?
Man! wenscht gij te zijn geprezen
Zorgt dan, dat gij ’t netjes kleedt.
’t Zij een hupsch, aanvallig klantje,
Zoo door letter als papier;
Keurig ook door ’t proper bandje,
Wel eenvoudig, maar met zwier.
Laat een prentje dan ook prijken
Op het zindlijk titelblad;
Geef te lezen en te kijken,
Elk zijn’ smaak en ieder wat.
Neen, het zijn geen grilligheden,
Dat die zorge u wordt verzocht;
’t Heeft gewis zijn goede reden,
Wel getooid is half verkocht!
.
Antoinette Sisto (1963 – 2017)
Stilstaan bij een overlijden
.
Gisteravond bereikte mij van een aantal kanten het afschuwelijke en in en in verdrietige bericht dat dichter, vertaler, redacteur van Meander en geweldig mens Antoinette Sisto, na een tweede hersenbloeding, afgelopen maandag is overleden.
Ik heb Antoinette leren kennen bij het WAK festival in Den Haag in 2014 waar we beide gedichten mochten voor dragen. Ik kocht daar haar bundel ‘Dichter bij de dagen’ waar ik van onder de indruk was. Ik nodigde haar uit om bij Ongehoord! te komen voordragen, zij interviewde mij voor Meander en nodigde mij uit om een gedicht voor De Vallei te schrijven.
Onze paden bleven elkaar kruisen, ik schreef recensies over haar bundels ‘Iemand moet altijd gemist worden’ waar ze mij voor de presentatie vroeg en door een stommigheid vergat op te komen dragen en haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ waar ze me opnieuw voor vroeg. Voor mij tekende dat ook de mens Antoinette, vriendelijk, vergevingsgezind en overall een mooi mens.
En nu is ze op een veel te jonge leeftijd overleden. Weggerukt uit het volle leven. Vorige maand nog nodigde ik haar uit om voor te komen dragen bij de slotmanifestatie bij de Week van de Cultuur in Maassluis. Ze wilde graag maar was nog te ziek om te komen. Ik had juist haar gevraagd omdat ik wist dat haar poëzie, waar ik zo van hou, prachtig zou passen bij de ambiance van deze slotmanifestatie. Het mocht niet zo zijn.
Met het overlijden van Antoinette verliezen we een prachtige dichter, een geweldig lieve vrouw en we zullen haar missen. Ik wens haar moeder en haar vriend en iedereen die Antoinette kende en waardeerde heel veel sterkte toe in deze zware en moeilijke tijd.
Uit haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ het gedicht ‘Ik teken de zon’.
.
Ik teken de zon
.
Jouw weg is nu verdonkeremaand
de gekartelde lijnen van rivieren
iemand vaagde ze uit
met gum gedecideerd
welke hand van bovenaf was dat?
.
Sinds jaar en dag loop ik
de drassige hoofdweg af
bossen vol mosgrond sla ik in.
.
Platanen boots ik na
met schaduwhanden
contouren van een onzekere toekomst
knip ik weg, ik teken de zon
zoals hij in kinderschetsen straalt
plat, honinggeel
.
een draaglijk beeld voor heel even.
.
Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken
Simon Vinkenoog
.
Ik lees een engelstalig stuk over dichters en drugs en onwillekeurig gaan je gedachten dan toch naar de bekendste wietrokende dichter die Nederland ooit kende, Simon Vinkenoog. In de bundel ‘Eerste gedichten’ uit 1966 staat een gedicht met een intrigerende titel ‘Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken’. Of dit gedicht onder zekere invloed is ontstaan weet ik natuurlijk niet maar dat doet er ook eigenlijk niet toe.
.
Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken
.
een kraan het hoog geluid van liefde fluit
een waterstraal die onverslapte aandacht tikt
een dronken boodschap in de brievenbus
een onverwacht bezoek aan de deur gevonden
de zee die door de straten weifelt
de zon een onbeholpen minnaar op mijn huid
en de doofstomme takken van de bomen
in mijn ogen et cetera
Tenzij ik jaren op je wachten wil
en op je mond het stempel ongeopend druk
als met een zegelring die woorden bloed
en vlijt in de nagels drijft
de handen die niets meer weten
van het feest dat morgen
in de cijfers van het heden
wijdbeens staat geplant
.
Pero Senda
Stille ballade
.
Op woensdag 28 juni jongstleden was het de geboortedag van mijn vriend en collega dichter Pero Senda. In 2013 stierf hij een veel te vroege dood. Zijn hartelijkheid en mooie verhalen mis ik nog steeds. Pero Hrvoje Senda kwam in 1993 naar Nederland met zijn gezin als vluchteling voor het oorlogsgeweld in het toenmalige Joegoslavië (Bosnië).
In 1997 was hij één van de winnaars van de Dunya Poëzieprijzen met zijn gedicht ‘De vrouw’ elders op dit blog te vinden. Het jaar daarna heb ik hem voor het eerst ontmoet en in 1999 kwam met hulp van de gemeente Maassluis zijn eerste dichtbundel uit ‘Krhotine’ of ‘Brokstukken’ waarin hij veel verwerkte van wat hij had meegemaakt.
Uit deze bundel het gedicht ‘Stille ballade’.
.
Stille ballade
.
Ik vertrok, me van jouw leugens bewust
Kleurrijke helden schonken je veel meer lust
Ik hoorde je vloeken: lafaard, zo van mij scheiden
Nou, goed dan liefste, zij mogen je leiden
Je bent een vreemde, grillige en kokette
Donkere dame, blondine of brunette
Ik was niet goed genoeg voor jou
Die andere bleef je liever trouw
Voor liefde zal het te laat nu zijn
Je bleef niet bescheiden, je bent niet meer rein
Duister is je verleden, toen viel je uiteen
Geen pad is er meer, waar kun je nog heen
Wat betekenen mijn sonnetten en romances
Als jij meer gesteld bent op verre avances
Nog steeds ben jij de gekrenkte dame
Vol wrok, met niemand ben je meer samen
Ach, zouden er maar nieuwe minnaars komen
Maar die zijn onverschillig voor enkel dromen
Ik besta niet langer, en steeds minder luid
Spreek ik jouw naam – Bosnië – nu uit
.















