Categorie archief: Dichtbundels

Het laatste gesprek

Armando

.

Vandaag van de dichter van de maand maart het bijzondere gedicht ‘Het laatste gesprek’ uit de bundel ‘Dagboek van een dader’ uit 1973, een bundel met korte dagboeknotities van iemand die het tegendeel van slachtoffer wil zijn .

.

Het laatste gesprek

.

‘Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?’
‘Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?’
‘Ik wacht op woorden, Heer.’
‘Ik was Dader, u het Offer. De medemens is leeg.’
‘
Sterven Daders niet.’
‘Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.’
‘Heeft u ginds gesproken, Heer?’
‘De dagen zijn beschreven.’
‘Heeft de Tijd nog kwaad gewild?’
‘Ja, het slagveld is begroeid.’
‘Geen spoor van oorlog meer?’
‘Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.’
‘Nadert weer de Dood, o heer?’
‘Neen. Hij was er al.‘

.

Het kleine meisje

Nâzım Hikmet

.

In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.

Zo ook de dichter  Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963).  Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden  in meer dan 50 talen vertaald.

In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.

.

Het kleine meisje

.

Bij zovelen klopte ik aan,

wie weet, ook bij jou misschien.

Maar doden zijn onzichtbaar,

ik kan me niet laten zien.

.

Het is nu tien jaar geleden

dat ik in Hiroshima stierf.

Ik ben een meisje van zeven,

dode kinderen groeien niet.

.

Eerst vatte mijn haar vuur,

dan verbrandde mijn ogen.

Ik werd een handvol as,

mijn bloed is vervlogen.

.

Ik vraag van jullie niets,

je hoeft niet te boeten.

Een kind dat verbrandde

kan niet eens meer snoepen.

.

Ik klop weer bij jullie aan:

geef me toch je woord van eer.

Laat de kinderen snoepen.

en doodt hen nooit meer, nooit meer.

.

Ik heb Goddank twee goede longen

Gerrit Komrij

.

Schreef ik afgelopen zaterdag nog over Bilderdijks’ hekel aan sigaretten en tabak, vandaag een tegengeluid van Gerrit Komrij. Lezend in zijn bundel ‘Ik heb Goddank twee goede longen’ (fijne titel ook, uit 1978, 2e druk) kwam ik het gedicht ‘Hoog op de gele wagen’ tegen. Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’.  De bundel bestaat uit 6 stukken (of hoofdstukken zo je wil). De titel van het gedicht ontgaat me eerlijk gezegd (tenzij het geel een verwijzing is naar de zwaveldamp om je hoofd) maar dat maakt het gedicht er niet minder fraai op.

Niet alleen als tegenhanger van Bilderdijks’ ‘T nicotiaanse kruid’ maar ook als stille klacht tegen alles en iedereen die zo nodig heel gezond doet of vindt dat ie gezond moet doen.

.

Hoog op de gele wagen

.

Je hebt Goddank twee goede longen, want als je

Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart

Daarbij, want dans je voor je bed een walsje

Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.

.

Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile

Lucht, en slinks bespoten snijboontjes en sla.

Om het tarweloze kadetje kan je huilen,

En je grijpt zesmaal ‘daags naar de tandpasta.

.

Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,

Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,

En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp

Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’

.

Lennaert Nijghprijs

Beste tekstdichter

.

Ik lees zojuist in de krant van donderdag dat Huub van der Lubbe (1953, zanger van de Dijk) vanavond de Lennaert Nijghprijs voor de beste tekstdichter vandaag zal krijgen uitgereikt uit handen van de organisatie van deze prijs de BUMA. Volgens de organisatie achter deze prijs heeft van der Lubbe ‘ontzettend veel betekend voor de Nederlandse muziekindustrie’.

Helemaal mee eens, niet voor niks schreef ik al eerder ( 25 februari 2015) over de zanger van de Dijk op dit blog en over zijn dichtbundel’Guichelheil’. Maar niet alleen zijn poëzie is bijzonder, in de teksten van de Dijk zitten vaak zoveel poëtische zinnen. Hier een voorbeeld in de tekst van ‘Deze stad’ van de CD ‘Niemand in de stad’ uit 1989, nog altijd één van mijn favoriete nummers van de Dijk. Geschreven door Nico Arzbach, Pim Kops en Huub van der Lubbe.

.

Deze stad.

deze stad
altijd wat
niks van plan
toch weer plat
wil of niet
je gaat mee
deze stad
kent geen nee

en je weet wel dat het afloopt
met een koffer vol berouw

deze stad is een hele mooie vrouw

neonlicht
oogopslag
vlees is zwak
overstag
geen verweer
geen excuus
leven eens
leven nu

en wat draait ze met haar heupen
en wat sluit haar truitje nauw

deze stad is een veel te mooie vrouw
een veel te mooie vrouw
je geeft alles wat je hebt
maar zij geeft geen moer om jou

deze stad
meer dan zat
niks van plan
toch weer plat
graag of graag
ja of ja
deze stad kent
geen gena

en je weet wel hoe het afloopt
maar wat zijn haar ogen blauw

deze stad is een veel te mooie vrouw
een veel te mooie vrouw
je geeft alles wat je hebt
maar zij geeft geen moer om jou

.

Dichter van de maand Maart

Armando

.

Na mijn oproep om dichters te noemen die dichter van de maand Maart zou kunnen zijn kreeg ik veel reacties (waarvoor mijn dank). Bekende en minder bekende dichters, zelfs voor mij (nog) onbekende dichters. Uit de 16 suggesties heb ik gekozen voor de kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (1929) of Herman Dirk van Dodeweerd zoals zijn echte naam luidt.

Armando is een kunstenaar in de meest ruime zin des woords. Aan al zijn activiteiten is al af te lezen dat we het hier hebben over iemand die meer is dan alleen dichter. Toch mocht hij juist voor zijn schrijverschap verschillende prijzen ontvangen zoals De Herman Gorterprijs, de Ferdinand Bordewijkprijs, De Multatuliprijs en de VSB-Poëzieprijs. Armando debuteerde in 1964 met de bundel ‘Verzamelde gedichten’ en in 2017 verscheen zijn voorlopig laatste bundel ‘Liever niet’. Alle reden dus om Armando dichter van de maand te maken.

Ik wilde Maart beginnen met een gedicht uit zijn meest recente bundel ‘Liever niet’ getiteld  ‘De waarheid’.

.

De waarheid

.

Wee het veel te smalle bospad,
het stramme struikgewas,
wee de gaten in de bodem.

De jaren zijn in de boeien geslagen,
langs de straten slapen de vochtige lichamen,
stapels op een hoop verzameld.

Hier heeft iets plaatsgevonden
dat op de vage waarheid lijkt.

.

‘T nicotiaansche kruid

Bilderdijk

.

Velen zullen de naam van Willem Bilderdijk kennen maar maar weinigen zullen zijn werk kennen. Bilderdijk (1756 – 1831) was geschiedkundige, taalkundige, dichter en advocaat.  In 1776 bekroonde het Leidse dichtgenootschap ‘Kunst wordt door Arbeid Verkreegen’ zijn vers over de Invloed van de dichtkunst op het staetsbestuur met de gouden medaille. Zijn ambitie om zich geheel aan de dichtkunst te wijden, werd door zijn strenge vader, die arts was en later belastinginspecteur, niet gesteund. In hetzelfde jaar begon hij met tegenzin als boekhouder op het kantoor van zijn vader te werken. In 1780 kon hij, inmiddels bekend als dichter en in contact met Rhijnvis Feith, beginnen aan zijn studie rechten te Leiden. Twee jaar later rondde hij deze studie af en vestigde hij zich als advocaat te Den Haag. In 1781 zag zijn bundel met licht erotische verzen, ‘Mijn Verlustiging‘, met de door hem zelf geëtste vignetten, het licht.

In 1981 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker een bloemlezing uit zijn gedichten getiteld ‘Ik reikhals naar het graf’ samengesteld door Peter van Zonneveld. In deze bundel korte en langere stukken, fragmenten en gedichten.  Toen ik de bundel doorlas bleef ik hangen bij ‘T nicotiaansche kruid. In dit lange gedicht gaat Bilderdijk tekeer tegen de slechte invloed en het ‘vergift voor borst en ingewand’ de tabak. Misschien moet Bénédicte Ficq Bilderdijk als boegbeeld nemen in haar strijd tegen de tabaksindustrie.

Hier een fragment uit dit lange gedicht. De hele tekst is digitaal terug te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/bild002dich08_01/bild002dich08_01_0023.php

.

‘T nicotiaansche kruid

.

Weg met dat stinkend stof! weg met die vuile dampen,
De lucht en ’t heldre licht van tafeltoorts en lampen
Verduistrend, d’ ademtocht verstikkend, en vergift
Voor borst en ingewand! Wat razerny van drift
Kon zoo het menschenras van zelfbesef berooven,
Om dus zich ’t leven in den boezem uit te doven?
En, Hemel, alles is aan deze dolheid vast,
En gaat op prikklingstank en walgingrook te gast!
Euroop, wat zijt ge dwaas! – Van waar toch dit gelusten
Naar ’t onkruid, naar ’t vergif van Oost- en Westerkusten?
Is ’t wonder, daar ge alom en ziekte en gift vergaârt,
Dat lichaamsplaag aan plaag ’t verzwakt gestel bezwaart?
Ja, ‘k gun u, specery der geurige Molukken,
‘k Vergun u, wierook, myrrhe uit Yemensgaard te plukken,
Verkwikkend, mits met maat genoten. – Maar venijn -?
Uw grond brengt giften voort, indien ze u noodig zijn.
’t Ontbreekt aan maankop niet of holle kervelstelen,
Indien ze noodig zijn om eenig kwaad te heelen;
Maar zeldzaam, zeldzaam ja, en minder dan men ’t denkt,
Is ’t heilzaam, wat uit d’ aart het menschlijk lichaam krenkt.
.

Is dit genoeg

Een stuk of wat gedichten

.

In 1983 publiceerde Elsevier in de serie Elseviers literaire serie de themabloemlezing ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten’. Honderd jaar Noord- en ZuidNederlandse poëzie (1880 – 1980) in dertig thema’s samengesteld door C. Buddingh’ en Eddy van Vliet. Dit is deel 1 ( er is ook een deel 2) en de thema’s zijn Afscheid, angst, arbeid, dood, droom & illusie, eenzaamheid, engagement, eros, geluk, god, humor, jaargetijden, kind, liefde en moeder.

Tegenwoordig zouden de samenstellers ongetwijfeld voor andere thema’s kiezen. Vooral de thema’s engagement, arbeid en eenzaamheid vind ik interessant. Uit de bundel ‘Om zo de volledige mens te tonen’ uit 1970 van de dichter J.P. Guépin (1929 – 2006) nam men het gedicht ‘De Tsjechische emigré’ . Na de inval van de Sovjet Unie in Praag (1968) de zogenaamde Praagse lente, vluchten veel Tsjechen naar het Westen waaronder Nederland. Over één van die vluchtelingen gaat dit gedicht.

.

De tsjechische emigré

.

zong hij daarom

het russische volkslied

met zijn schallende stem

in de nachtelijke straten

van Bloemendaal

.

omdat hij vond dat het tijd werd

dat de Russen hier ook eens kwamen,

,

of was hij dronken?

.

Mond vol demonen

Daniël Dee

.

Op de dag dat Daniël Dee (1975) aankondigt op Facebook dat hij een week in afzondering gaat om zijn nieuwe bundel af te maken, lees ik zijn bundel ‘Mond vol demonen’ uit 2016. Deze bundel is één van de bundels uit de doos van Passage waarin naast ‘Mond van demonen’ nog 9 andere bundels zitten.

Wat ik vooral zeer waardeer aan de poëzie van Daniël is zijn georkestreerde gekte zoals ik het graag noem. Zijn soms bizarre wendingen, de onderwerpen van zijn poëzie en de liefde waarmee hij over zijn kinderen schrijft (vader van dochters, herkenning vandaar). En de humor ligt altijd op de loer, niet als middel maar als bijproduct. Een heerlijke bundel kortom. Daniël heeft me eens gezegd dat hij mijn keuze van gedichten uit bundels zo apart vindt, blijkbaar zou hij juist voor een andere gedicht kiezen dan dat ik dat doe. Benieuwd hoe hij over de keuze voor ‘We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten’ denkt.

.

We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten

.

Ineens was ik omsingeld. Ik weet niet hoeveel er waren. Zeven of acht. Het was echt

een traumatische ervaring. Een nachtmerrie. Ik wilde snel even een broodje kopen

in de supermarkt voor mijn lunch. Ze zaten allemaal in van die scootmobiels. Het

metallic, rode, blauwe metaal glom. Het was een chaotische blur van zuurstoftanks,

gerochel, shagrook en vetkwabben. Ze reden doelbewust tegen mijn schenen, mijn

achilleshiel.

.

Ze zijn te dik en leven te lang. Van onze belastingcenten. Die babyboomers – meer

dood dan levend – teren enkel op ons; zij zijn de parasieten van onze maatschappij.

Ergens is er iets misgegaan. Ze dragen niets bij. Dat geld kunnen we beter steken in

het onderhouden en uitbreiden van ons snelwegennet.

.

Kan de regering niet een vloot drones op ze loslaten. Drones met artificiële intel-

igentie die de vraag stellen waarom ze op maandagmiddag niet aan het werk zijn.

Als ze geen geldige reden hebben, laat zo’n drone dan een dodelijke injectie afschie-

ten. Dat is het meest efficiënt en het meest humaan voor alle betrokkenen. Zwarte

drones lijken me het beste, dat is indrukwekkend en angstaanjagend. Nee, drones in

camouflagekleuren zodat ze ze niet aan zien komen vliegen en geen tijd hebben om

te vluchten. En laat de drones eerst schieten en dan pas vragen stellen, beter safe

than sorry.

.

Laat de regering dat probleem eens aanpakken. De ziektekosten rijzen toch de pan

uit? De frituurpan in dit geval.

.

J. Slauerhoff

Serenade

.

In de bundel ‘Serenade’ van J. Slauerhoff uit 1954 kwam ik een alleraardigst briefje tegen. Blijkbaar was deze bundel ooit een Sinterklaas geschenk. Hoewel de eerste druk van deze bundel reeds uit 1930 stamt werd hij in 1954 in een vijfde druk opnieuw gedrukt “met dit voorbehoud dat de enkele door de Slauerhoff-Commissie geplaatste naamvals-n’s volgens nieuwere inzichten niet werden gehandhaafd en een paar door haar geschrapte t’s bij een gebiedende wijs enkelvoud weer werden geplaatst”.  Kom daar tegenwoordig nog maar eens om.

In de bundel las ik een grappig gedicht van Slauerhoff waarvan ik meteen wist, dit ging ik gebruiken voor dit blog. Het is getiteld ‘De schalmei’ (dit is een blaasinstrument met een rechte conische boring waarvan de toon wordt gevormd door een dubbelriet).

.

De schalmei

.

Zeven zonen had moeder:

Allen heetten Peter,

Behalve Wanjka die Iwan heette.

.

Allen konden werken:

Eén was geitenhoder,

Een vlocht sandalen,

Eén zelfs bouwde kerken;

Maar Iwan die Wanjka heette

Wilde niet werken.

.

Op een steen in de zon gezeten

Bespeelde hij zijn schalmei.

.

“O, mijn lieve,

Mijn lustige,

Laat mij spelen.

In de schaduw van mijn

Korte rustige vallei

Laat andren werken,

Sandalen maken of kerken.

Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.”

.

Contactadvertentie

Dichter van de maand

.

Dichter Rinske Kegel plaatst regelmatig de teksten van contactadvertenties op Facebook ter vermaak van mij en haar lezers. Toen ik door de gedichten van de dichter van de maand Lévi Weemoedt aan het bladeren was bleef ik dan ook hangen bij de titel van het gedicht ‘Contactadvertentie’.

Uit zijn bundel ‘Van Harte Beterschap, kleine trilogie der treurigheid’ uit 1982.

.

Contactadvertentie

.

Vanmorgen sloeg de poes ineens aan ’t zingen.
’k Zat aan ’t ontbijt en staarde radeloos in de thee.
0! ’t Was een treurig lied vol jeugdherinneringen:
van een geliefde en een wandeling aan zee.

Plots viel de hond in met een diep neerslachtig janken:
ach! van een setter stond zijn hartje zó in brand
maar zij was doodgereden; van die kranke
liefde rees hij nooit meer uit zijn mand …

Vóór ik het wist begon m’n eigen keel te zwellen
en huilde ik mee met de beschuitbus in mijn hand.
Die was van Bolletje, de thee was van Van Nelle;
maar van mijn tranen was Jeanett’ de fabrikant.

0! ’t Is geen leven meer voor deze vrijgezellen;
als dat zo doorgaat bung’len zij aan boord of band;

welk jong, knap meisje, dat kan koken en verstellen
stelpt nu hun leed, en schrijft een brief naar deze krant?

.