Categorie archief: Gedichten in vreemde vormen

Raar?

Concrete Formalist Poetry

.

Op Facebook is een groep actief die  Concrete Formalist Poetry heet. In deze groep worden voorbeelden van concrete poëzie gedeeld door allerlei ‘dichters’ uit verschillende landen. De groep wordt als volgt geïntroduceerd (in het Engels, hier door mij vertaald):

“Met de term Concrete Formalist Poetry wordt een categorie of benadering bedoeld om de poëzie die ik (wie dit precies is heb ik niet kunnen achterhalen) schrijf te introduceren en context te bieden voor de specifieke vorm waarin ik schrijf. Anderen noemen dit een blokvorm, maar ik kies ervoor om het een boxvorm te noemen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een willekeurig lettertype waarbij het aantal tekens in de eerste regel door het hele gedicht heen wordt herhaald en die in strofen kunnen worden gescheiden om een ​​enkele of meerdere blok- (of box-)vorm te vormen.”

Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet is dit zeker niet de eerste keer dat ik over concrete poëzie schrijf. Zo kun je hier meer lezen over de historie van de concrete poëzie. En hier staan een aantal bijzondere voorbeelden. Sterker nog, ik heb er zelfs een categorie aan gewijd. Omdat ik de afbeeldingen in deze Facebookgroep erg waardeer plaats ik hier nog een paar voorbeelden.

 

Rattenhoofdstad

The Chicago Rat Hole

.

Op zoek naar de rafelranden van de poëzie ben ik in de loop der jaren al vele wonderlijke en bijzondere plekken en gebeurtenissen tegen gekomen. Vrijwel al die berichten heb ik gerangschikt in de categorie Gedichten op vreemde plekken of Gedichten in vreemde vormen. Vandaag wil ik daar een gedicht aan toevoegen dat zich op een bijzondere plek bevindt én, en dit betreft niet zozeer het gedicht zelf maar de aanleiding tot het gedicht, een bijzondere vorm betreft.

Het gaat over de Chicago Rat Hole. Op een stoep in Roscoe Village aan de noordkant van Chicago bevindt zich een gat. Het gat is een afdruk van een knaagdier – een rat, of zoals sommigen veronderstellen, een eekhoorn – die volgens de legende zo’n twintig jaar geleden in vers cement is gevallen. De afdruk dus van een dode rat. Op zichzelf niet verassend in een stad die in 2022 al achtmaal op rij de rattenhoofdstad van de Verenigde Staten was.

Omdat het gat nogal wat bezoekers trok bleek iemand het een goed idee te vinden om het gat te vullen met cement. Bezorgd om het behoud van het gat, groef een volhardende buurman het gat uit (met zijn kentekenplaat!) naar zijn originele vorm en sindsdien, nadat Winslow Dumaine, een kunstenaar en komiek, er een foto van op sociale media plaatste, gaan berichten over de Chicago Rat Hole viraal. Naar aanleiding van de tweet die hij erover plaatste en het viraal gaan, heeft de Chicago Rat Hole al een eigen Wikipedia-pagina, veel media-aandacht en een speciale markering die het als “museum” op Google Maps vermeldt.

Inmiddels is de Chicago Rat Hole een toeristische attractie die concurreert met Bean in Millennium Park en wordt hij wel het Stonehenge van Chicago genoemd. Maar er is dus meer. en daar komt de poëzie om de hoek. Een dichter schreef een gedicht over de Chicago Rat Hole en de Riot Fest Historical Society heeft er zelfs een plaquette aan gewijd. Inmiddels is de Chicago Rat Hole ook een soort van moderne bedevaartplaats geworden waar mensen allerlei geschenken achterlaten zoals muntjes, gedichten, rubber eendjes, Starbucks mokken en allerlei voedsel en drankjes. Een gedicht dat werd achtergelaten bij de Rat Hole in (mijn) vertaling gaat als volgt:

In het hart van Chicago verschijnt een gat,

een rattenvormige leegte die mensen aantrekt.

Diepe emoties, een geleidende zucht. Samenkomend, onder de stadshemel.

Betuig uw respect en laat uw gevoelens de vrije loop.

Laat mededogen groeien in dit heiligdom op de stoep

.

160 tekens (inclusief wit)

Sofie Cerutti

.

Het lijkt alweer heel lang leden dat we nog SMSte met elkaar. Tegenwoordig lijkt de directe chat met elkaar overgenomen door Whats App, Signal of de chatfunctie van social media als Facebook, Instagram, TikTok (ik weet niet of deze Chinese vorm van social media een chatfunctie heeft eigenlijk, ben er niet actief op) of zelfs apps als Wordfeud.

Maar in 2007, toen de bundel ‘160 tekens (inclusief wit)’ van Sofie Cerutti werd gepubliceerd was SMS-en nog de gewoonste zaak van de wereld. In 2019 schreef ik al eens over SMS-poëzie, toen naar aanleiding van de bundel ‘Gesluierde schandaaltjes‘ uit 2008, en eerder in 2010 schreef ik al eens een SMS-gedicht ook toen al naar aanleiding van de website http://www.precies160.nl (die overigens al lang niet meer bestaat). In 2008 verscheen er zelfs al een bloemlezing van SMS-gedichten van Cerutti maar daarna is niets meer over dit fenomeen vernomen.

In de bundel ‘160 tekens (inclusief wit)’ wordt nog verwezen naar deze website en naar de stichting 160 (ook al ter ziele) maar er zit achterin de bundel wel een DVD met daarop 160 filmpjes + lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs, 30 gedichten van 14 dichters ( onder wie Vrouwkje Tuinman en Leo Vroman) en een interview met Sofie Cerutti. De bundel van Cerutti (1972) gaat over liefde, eenzaamheid, mobiele telefonie en de onmacht elkaar werkelijk te bereiken (toen was dit dus ook al actueel). Volgens de achterflap schrijft Cerutti prikkelende, melancholieke gedichten die behalve vormvast (160 tekens inclusief wit) ook lichtvoetig en speels zijn.

Jan de Jong kon de speelsheid en de vorm wel waarderen toen hij deze bundel voor Levende Taal in 2010 recenseerde (later, in 2021, opnieuw geplaatst op Tzum.nl).  Zo schreef hij: “Zo kunnen ook de strakke grenzen van een sms’je fraaie poëzie herbergen. Bijkomend voordeel is het medium. Door de alledaagse toegankelijkheid, zal een nieuw en jonger publiek makkelijker kennismaken met poëzie. De sms-bundel ligt voor velen nou eenmaal meer binnen bereik dan de dichtbundel.” Ik ben het met terugwerkende kracht helemaal eens met Jan.

Ik moet toegeven dat de vorm, de beperking van het aantal tekens een zekere compactheid brengt in de gedichten. Ik koos er twee, de eerste gaat over iets dat we nog steeds herkennen maar nu niet meer door de SMS maar door een andere ‘boodschapper’ en de tweede is een grappige variant.

.

SMS heeft de

wereld ingrijpend

veranderd: de

spanning in je lijf

als om 7:23 een

berichtje trilt

terwijl je wettige

wederhelft koffie

inschenkt redt

huwelijken.

*

De spannendste

komen van mijn

liefje (v), de

geilste van mijn

liefje (m), de

verstandigste van

mijn zus, de

mooiste van mijn

zoontje, de

leegste van mijn

vader.

.

Visuele poëzie

Hans Clavin

.

In de nieuwsbrief van de Haarlemse Dichtlijn lees ik dat er in het weekend van 12 en 13 en 20 en 21 september een retrospectief tentoonstelling gewijd wordt in Gallerie Wagenaar van Co.  aan de Genieweg 14a te Velzen-Zuid, aan het werk van Hans Clavin. Ik kende Hans Clavin (1946-2016) al en schreef al eens over zijn werk. In zijn tijd was hij een frequent deelnemer aan festivals van Haarlem tot in Italië. Hij is vooral bekend om zijn visuele poëzie.

Clavin begint op de middelbare school met het schrijven van gedichten, zoals zoveel jongeren doen, maar hij gaat al snel experimenteren met typografie. Hij ontdekt dat de inhoud van een gedicht voor hem minder belangrijk is dan de vorm of visuele presentatie. Zijn debuut als dichter is in 1966 als hij in het Rotterdamse tijdschrift ‘Vers Univers’ wordt gepubliceerd.  Dit markeerde het begin van zijn betrokkenheid bij de internationale beweging van concrete en visuele poëzie, een stroming die de nadruk legt op de typografische en visuele eigenschappen van taal boven de narratieve inhoud.

Vanaf dan begint Clavin zijn werk wereldwijd te verspreiden. Hij stuurde bijdragen naar tijdschriften in landen als Italië, Japan, Brazilië en Zuid-Afrika, en reisde in de zomervakanties naar steden als Florence en Milaan om collega-dichters zoals Ugo Carrega en Gianni Bertini te ontmoeten. Vanaf eind jaren zestig werkte Clavin aan een wereldwijde kunstenaarsloopbaan, die hem doet exposeren van Dendermonde tot New York, van Liverpool tot Milaan, van Bologna tot Regensburg, en van de bibliotheek Velsen tot het Stedelijk Museum te Amsterdam. ‘Koenst’, zo noemt hij het. De tentoonstelling in Gallerie Wagenaar en Co. draagt deze zelfde naam.

In 1970 richt Clavin ‘Subvers’ op, een tijdschrift dat tot 1976 een platform bood voor concrete en visuele poëzie. Via zijn eigen uitgeverijen, ‘The Subvers Press’ en later ‘Fizz-Subvers Press’, publiceerde hij niet alleen zijn eigen werk, maar ook dat van andere dichters. Na de hoogtijdagen van de concrete poëzie in de jaren zeventig, trok Clavin zich gedeeltelijk terug uit de schijnwerpers. Hij bleef echter actief als dichter en kunstenaar, en publiceerde werken zoals ‘Totaal’ (1976), ‘Enige en andere gedichten’ (1982), en ‘O.’ (1998), de laatste ter nagedachtenis van zijn overleden vrouw Olga.

.

Eén lettergreep

David Troch

.

De Vlaamse dichter, auteur, regisseur en schrijfdocent David Troch (1977) debuteerde in 2003 met de poëziebundel ‘liefde is een stinkdier maar de geur went wel’. publiceerde in tijdschriften als De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant, MUGzine en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Naast zijn vele werkzaamheden was redactielid van het literaire e-zine Meander en van Gierik en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Sinds begin 2009 maakt hij deel uit van de redactie van Kluger Hans. Sinds eind 2010 is David Troch ambassadeur van de Poëzie van de stad Gent waar hij ook stadsdichter was. Hij won verschillende prijzen waaronder de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd in 2012.

Naast dat Troch een hekel heeft aan hoofdletters, heeft hij ook een voorliefde voor woorden met één lettergreep. Zo verscheen in 2021 zijn bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ met alleen maar éénlettergreepgedichten. Voor deze bundel kreeg hij een nominatie voor de Wablieft-prijs, een jaarlijkse prijs die wordt uitgereikt door de redactie van de krant Wablieft aan personen, projecten of organisaties die zich inspannen voor duidelijke taal en heldere communicatie. De prijs is bedoeld als erkenning voor het gebruik van heldere en eenvoudige taal, waardoor informatie voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt. 

De bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ vormt een tweeluik met de bundel ‘een soort van troost’ die in 2024 verscheen. Uit die bundel koos ik het gedicht ‘taal’.

.

taal

.

zucht en schud het hoofd. keur elk woord

af. schrap. haal door. streep weg. gom uit

.

tot er niets meer rest. als prop is een blad

het best af. of scheur en vlok na vlok uit

.

tot het sneeuwt in huis. wees streng.

zie in dat het geen zin heeft.

.

het geeft geen pas

met de taal aan de slag te gaan.

.

ski de trap af. ga op je bek. breek een been.

nee, kleed het ook niet met zo’n beeld aan.

.

weet: naakt kan je de straat niet op.

trek op zijn minst een jas aan.

.

Nuages

Studenten beginnen nieuwe poëzie uitgeverij

.

Afgelopen week kreeg ik een bericht in mijn mailbox van VOX, onafhankelijk magazine van de Radboud universiteit. In dat bericht staat dat twee studenten, Mirjam Rijpma (22) en Robin Chardon (22) een eigen uitgeverij hebben opgericht: Nuages (Frans voor Wolken). De twee richten zich op Nederlands- en Franstalige poëzie en experimentele teksten. ‘We willen deze genres toegankelijker maken voor een jong publiek’ zeggen ze in het artikel op VOX.

Grote uitgeverijen geven vaak prioriteit aan bekende auteurs en populaire genres, daardoor is het voor beginnende schrijvers lastig om een plek te veroveren in de literaire wereld. Precies de reden waarom ik in 2014 een eigen uitgeverij van poëzie ben begonnen met als naam Mugbooks. Later (2020) gevolgd door een mini-poëzietijdschrift MUGzine.

‘Waarom dan niet zelf een uitgeverij beginnen?’, dachten studenten Mirjam Rijpma (Klassieke Cultuur) en Robin Chardon (Literatuur en Samenleving). Door het heft in eigen handen te nemen, creëren ze niet alleen een podium voor hun eigen werk, maar hopen ze in de toekomst ook andere jonge auteurs een kans te geven op de boekenmarkt.

In het artikel leggen ze ook uit waarom ze zich op experimentele poëzie en Franse poëzie, toch niet meteen een erg voor de hand liggende combinatie, richten:

Dat is een bewuste keuze, legt Chardon uit. ‘We hebben voor poëzie gekozen omdat het de meest krachtige en directe vorm van literatuur is. Elk woord draagt betekenis. In een roman kun je betekenissen over een langere tekst verdelen, maar in een gedicht moet elk woord op zichzelf staan en direct aanslaan. Met experimentele teksten bedoelen we teksten waarbij ook aandacht is voor vormgeving, zoals lettertype, taal of illustraties. Dit is voor ons net zo belangrijk als de tekst zelf’, vult Rijpma aan. ‘De manier waarop woorden gepresenteerd worden voegt een extra laag toe. Dat zien wij nog te weinig op de literaire markt.’

Over de keuze voor Franse poëzie zeggen ze: ‘Frans wordt in Nederland vaak onderschat, terwijl het een belangrijke literaire taal is’, zegt Chardon. ‘We willen die zichtbaarheid vergroten. Bovendien schrijf ik zelf veel in het Frans – het voelde vanzelfsprekend.’ Of dat laatste een verstandige reden is zal de tijd leren denk ik.

Ik ben heel benieuwd met welke nieuwe stemmen Robin en Mirjam gaan komen. In ieder geval wens ik ze veel succes, elk initiatief om poëzie meer aandacht te geven en al helemaal experimentele (en Franse) poëzie kan op mijn steun rekenen. Om af te sluiten ben ik op zoek gegaan naar een gedicht van Robin en/of Mirjam maar ik heb niets kunnen vinden. Daarom een mooi voorbeeld van experimentele poëzie van Antony Kok (1882-1969) dat verscheen in 1921 in De Stijl getiteld ‘Stilte + Stem (vers in w)’.

.

Stilte + Stem (vers in w)

.

Wacht

Wacht

Wacht

Wacht

Wachten

Wachten

Wek

Wak

Wek

Wak

Wachten

Wachten

Wekken

Wekken

Wek

Waak

.

Foto: Diede van der Vleuten

I.M. Marilyn Monroe

Hans Clavin

.

In september vorig jaar schreef ik al een stuk op dit blog over het boekje ‘Concrete Poëzie‘ deel 5 uit de reeks Moderne Literatuur Nederlands door Erik Slagter uit 1971. In dit boekje staan een aantal prachtige voorbeelden van concrete poëzie en in het laatste gedeelte gaat het over een vorm van beeldpoëzie namelijk gemaakt met collages en foto’s waarmee een meer plastische wijze van uitdrukken wordt nagestreefd. Poëzie zonder tekst of slechts met enkele woorden, letters en beelden.

Een dichter die nader wordt bekeken (en die ik ook al in mijn vorige blogbericht over dit boekje noemde) is Hans Clavin (1946-2016). Clavin is het pseudoniem van Hans van der Heijden, een dichter en uitgever van de tijdschriften Subvers, uitgegeven tussen 1970 en 1976 (en waar tegenwoordig grote bedragen voor wordt betaald bij veilinghuizen) en Clavin, dat onregelmatig verscheen sinds 1990.

Clavin debuteerde in 1967 in het Rotterdamse tijdschrift Vers-Univers.  Ook publiceerde hij gedichten  in De Tafelronde en hij schreef en publiceerde meerdere dichtbundels bij verschillende uitgeverijen (waaronder zijn eigen uitgeverij The Subvers Press) en in eigen beheer.

In 1970 publiceerde hij de bundel ‘Holland var. 969’ bij De Tafelronde. De Poëzie in deze bundel verrast door haar vormgeving. Het woord wordt herhaald of afgebroken en op die manier visueel in beeld gebracht, soms met behulp van kleur, met rekenkundige tekens, verschillen in de lettergrootten of met letters in een afwijkende stand. Het is zuivere concrete poëzie, speels en beweeglijk.

Zo ook het ‘gedicht’ getiteld ‘I.M. Marilyn Monroe’. In dit gedicht zien we een combinatie van een sjablone en het spel met het letterpaar ‘MM’.

.

Liefde en seks: deel 1

Steven Herrick

.

De Australische vers-romanschrijver Steven Herrick (1958) schrijft voor volwassenen, tieners en kinderen. Hij behaalde een BA aan de University of Queensland. In een artikel voor The Pulse schrijft Herrick over de verhalende elementen die in zijn poëzie voorkomen: “Mensen denken dat poëzie over heel statische, oude, saaie dingen gaat, zoals een boom of een rivier. Mijn poëzie gaat over een jongen die in de rivier springt. Ik schrijf geen beschrijvende gedichten. Ik schrijf verhalen in versvorm.”

In de bundel ‘Aan de rivier’ uit 2007 schetst Herrick het leven in een ingeslapen stadje ergens in Australië. Er gebeurt niets en toch is de spanning duidelijk aanwezig. Harry groeit op met zijn broertje in een leeg huis. Zijn vader werkt, zijn vriendinnetje verdrinkt. Dat is in het kort het verhaal, in lange proza-achtige gedichten (of verhalende verzen), waar ‘Aan de rivier’ over gaat.

Het gedicht ‘liefde en seks: deel 1’ hieronder is genomen uit deze bijzondere bundel.

.

liefde en seks: deel 1

.

Op mijn veertiende

word ik verliefd op Jane Russell,

de Koningin van Hollywood,

en Eve Spencer,

achttien jaar,

met een prachtige huid,

met een paardenstaart,

en borsten

die me nachtenlang wakker houden.

Ik begin naar meisjes in mijn klas

te kijken met net zulke

coole halfdichte ogen

als Wayne Barlow die zichzelf

in de spiegel bekijkt

en aan zijn kapsel werkt,

vrijdagavond laat

terwijl het meisje zich aankleedt.

Keith en ik,

nog steeds in de bosjes,

weten niet goed

of we naar haar bh moeten kijken,

of naar Wayne Barlow,

die verliefd is

op zijn spiegelbeeld.

.

Joan Miró

Een boomkruiper

.

Afgelopen weekend was ik bij museum Beelden aan zee in Scheveningen. Daar is momenteel een tentoonstelling van werk van Joan Miró (en van Jean Arp, ook zeer de moeite waard). Het werk van Miró (1893-1983) dat tentoongesteld wordt is veelzijdig en interessant. Wat minstens zo interessant is, is de bijbehorende handleiding langs de beelden in het museum. Daarin wordt aan de hand van zijn beeldhouwwerken het verhaal van zijn leven verteld. Zo las ik dat Miró in nauw contact stond met dichters als Paul Éluard (1895-1952) en André Breton (1896-1966). Maar Miró schreef ook zelf gedichten maar daar heb ik geen voorbeelden van kunnen vinden.

Waarschijnlijk omdat Miró geen onderscheid maakte tussen de verschillende disciplines (schilderkunst, beeldhouwwerk, poëzie). Een voorbeeld van dergelijke ‘poem-paintings’, de zogenaamde droomschilderijen waarin hij poëtische teksten en losse woorden verwerkte is ‘ceci est la couleur de mes rêves’ uit 1925.

.

.

Maar Miró illustreerde ook dichtbundels van  bijvoorbeeld René Char (1907-1988). Na de tweede wereldoorlog verschenen vier uitgaven van deze twee kunstenaars waaronder ‘Le chien de cœur’ uit 1966.

.

.

De tentoonstelling van Miró (en Arp) in Mueseum Beelden aan zee kan ik iedereen van harte aanbevelen. Vooral omdat er werk te zien is dat voor het eerst buiten Spanje te zien is én er zijn twee studies te zien waarvan er één voor het eerst in een museum. Omdat ik geen gedicht kon vinden van Miró heb ik gekozen voor de dichter René Char met wie Miró samen heeft gewerkt. Uit ‘Grenzend aan Van Gogh’ Les voisinages de Van Gogh in een vertaling van Clasine Herring, komt het gedicht ‘Een boomkruiper’.

.

Een boomkruiper

.

Nooit zal dit tere beestje het moe worden om het
reliëf van alles wat je ziet, die aardrijkskundeles
voor zoveel vogels, te leren,
Leuk vogeltje.
Hem zal je van momenten van verdwazing niet
afbrengen.
Hij leeft zo dicht bij onze stemmen van alledag.
Eerst wordt de schors gespleten, daarna opgetild,
maar steeds houdt hij de schors in stand!
.
Het boodschappertje heeft zijn snavel en zijn
nageltjes alleen gekregen om de rommelige
tuin van de Liefste te inventariseren.
Verfijnde aanzegger van een stille winterdag,
Boomkruiper, die argwanenden betovert.
.
.

Denkend aan Derrel

Life is a killer

.

Toen ik mijn poëziepaperassen aan het opruimen was (en dat is nogal wat kan ik je vertellen; flyers, kaarten, programma’s, draaiboeken, krantenknipsels, buttons, stickers, stukken van de notaris etc.) kwam ik de op papier geprinte versie van ‘Life is a killer’ complete poetry van William S. Burroughs tegen. Ik herinner me nog goed hoe opgewonden Derrel Niemeijer (1977-2016) was toen hij me vertelde dat hij toestemming had gekregen van de erven William S. Burroughs om de poëzie van deze vertegenwoordiger van de Beatgeneratie te mogen uitgeven. Het zou zijn eerste, en voor zover ik weet, enige uitgave zijn van zijn zelf opgerichte uitgeverijtje MeerPeper. Over Derrel heb ik vaak geschreven, over zijn drive, zijn enthousiasme, zijn rebelse geest. Ik denk nog vaak aan deze bijzondere man en dichter.

Maar terug naar ‘Life is a killer’ dat hij in 2016 liet verschijnen. In deze kleine uitgave is al het poëtisch werk van Burroughs bijeen gebracht. Het zijn niet veel gedichten en in het meeste werk is de zogenaamde cut-up techniek gebruikt (een vorm van readymades) maar ik ben blij dat Derrel dit hoogtepunt heeft mee mogen maken. De poëzie van Burroughs is een niche maar wel een interessante. Ik koos uit deze kleine bundeling het gedicht ‘My Legs Señor’. Dit gedicht werd gepubliceerd in 1973 in ‘Second Aeon’ 16/17: 157. Ed.

My Legs Señor

.

attic room and window my ice skates on the wall
the Priest could see the bathroom pale yellow wood panels
toilet young legs shiny black leg hairs
“It is my legs señor.”
lustre of stumps rinses his lavender horizen
feeling the boy groan and what it meant
face of a lousy kid on the doctor’s table
I was the shadow of the waxing evening and strange window panes.
I was the smudge and whine of missed times in the reflected sky
points of polluted water under his lavender horizen window pane
smudge scrawled by some boy cold lost marbles in the room
the doctor’s shabby table…his face…
boy skin spreads to something else.
“CHRIST WHAT’S INSIDE?”  HE screams
flesh and bones rose tornado
“THAT HURTS”
I was the smudge and whine of shinny back leg hairs
silver paper in the wind frayed sounds of distant city.

.