Categorie archief: Poëziepodia
Poëziehuis de Rode Poort
Kamiel Choi
.
Wanneer ik wel eens over de periode na mijn werkzame leven fantaseer, de periode dat ik met pensioen ben, dan kom ik vaak uit bij de wens een poëziehuis of -winkel te bezitten of te runnen. Een plek waar ik mijn immer uitdijende poëziecollectie een plaats kan geven en van waaruit ik kan schrijven over poëzie (zoals dit dagelijkse blog), de MUGzine kan uitgeven, dichters kan faciliteren bij het uitgeven van een dichtbundel met MUGbooks, evenementen en podia kan organiseren en poëzie kan lezen en delen. Ik zou dan altijd open zijn voor publiek voor het rustig lezen van een bundel, praten over poëzie onder het genot van een kop koffie of thee, of het smeden van allerlei wilde plannen met betrekking tot poëzie. Maar zover is het nog niet.
Nu las ik pas geleden dat Jeanine Hoedemakers In 2021 in haar tuin een poëziehuisje opende. Ze noemde het De Rode Poort omdat de poort naar de tuin rood is. Aanvankelijk was het idee om mensen uit de wijk de mogelijkheid te bieden op een laagdrempelige manier kennis te maken met poëzie of om een tekst uit te komen zoeken voor bijvoorbeeld een bruiloft of geboorte. Om de aandacht op De Rode Poort te vestigen en de bedoeling te accentueren is er elke opening van het nieuw seizoen een literaire middag georganiseerd en vrijwel elke vrijdag is er een speciale activiteit.
Overigens toen ik op het wereld wijde Interweb op zoek was naar haar poëziehuisje kwam ik nog een ander poëziehuisje tegen Koog Zaandijk Westzaan. Iets dergelijks maar wel anders (vanuit een doopsgezinde hoek). Terug naar De Rode Poort. Het poëziehuisje is een soort inloop minibieb (afschuwelijk woord dat de lading niet dekt, ik zou zeggen miniboekenkastje), echter de bundels mogen niet mee naar huis genomen worden. Je kunt gebruik maken van de zitjes in de tuin, om er te gaan zitten lezen, maar er kan ook geschreven worden. Voor dichters is er de mogelijkheid om een gedicht of een voordracht uit te proberen. Als er feedback gewenst is dan kan die gegeven worden. Er staat altijd koffie en thee klaar. De tuin ziet er uitnodigend uit en is ruim. Bij wat slechter weer is er een overkapping en natuurlijk is er het huisje. Zelfs naar binnen gaan behoort tot de mogelijkheden. Kortom een oase van poëzie daar in Rosmalen.
Mocht je in de buurt zijn dan zou ik zeker een bezoek brengen. Het Poëziehuisje in Rosmalen bevindt zich aan de Bredestraat 20. Je bereikt het huisje door achterom te gaan, via de brandgang die je bereikt vanuit de Vondelstraat. Een van de regelmatig daar optredende dichters is Kamiel Choi over wiens bundel ‘Klein verzet‘ ik pas nog een lovende recensie schreef. Van zijn hand is het volgende gedicht getiteld ‘Basisinkomen’.
.
Basisinkomen
.
Ik heb een heel goed doekje.
Een groen microvezeldoekje
geschikt voor alles.
Tegen iedereen zeg ik
wat voor een goed doekje het is.
.
Dit doekje heeft me bevrijd
uit de brul van het overleven
ik ben nu net zo zeker
als een ver verleden.
.
Ik kan de hele dag lummelen
en met mijn doekje wrijven.
.
Poëzie in den Lande
Alphen Taal
.
In Nederland, en dat zal in België niet veel anders zijn, zijn overal dichtersgroepen en poëziestichtingen actief die podia organiseren, publicaties verzorgen, activiteiten organiseren en stadsdichters benoemen of kiezen. In de categorie Poëziepodia heb ik in de loop der tijd verschillende van deze initiatieven en clubs de revue laten passeren. Dat dit belangrijke initiatieven zijn blijkt wel uit de vele dichters die doorgebroken zijn en hun eerste schreden hebben gezet op een open podium of met de inzending van een deelname aan een poëziewedstrijd. Laagdrempelige, open, toegankelijke broedplaatsen voor jonge en nieuwe dichters zonder keuring of oordeel.
Een van die poëziegemeenschappen is Alphen Taal. Ik werd gevraagd door Peter Bouchier of ik interesse had in de voorzittersfunctie van deze stichting. Hoewel ik uiteraard vereerd was en zeker ook geïnteresseerd moest ik het aanbod afslaan in verband met mijn drukke werkzaamheden, de drie bestuurs- raad van toezichtfuncties die ik al bekleed en mijn particuliere poëziebezigheden (MUGzine, Mugbooks uitgeverij, Dichter bij de Dood en voordrachten). Maar ik heb Peter beloofd hier op dit blog aandacht aan te besteden omdat ik de stichting een warm hart toedraag, ze hele mooie initiatieven ontwikkelen en omdat ik het belangrijk vind dat dit soort poëzie- of taalstichtingen blijven bestaan.
Dus woon je in de omgeving van of in Alphen aan den Rijn, heb je het poëziehart op de juiste plek zitten en vind je het leuk om samen met anderen allerlei activiteiten te organiseren meld je dan aan via de website van Stichting Alphen Taal.
Geen blogbericht zonder gedicht en daarom het gedicht van de nieuwe stadsdichter van Alphen aan den Rijn, spoken word artiest Chanty Louis getiteld ‘Afro’, en het gedicht ‘Benthuizen’ van de vorige stadsdichter en voorzitter van Alphen Taal Lars Ferwerda.
.
Afro
.
Mijn haar neemt geen blad voor de mond
Ze mondt uit in een bladzijde van trots
Niet vaak als model geboekt
Omdat ze is afgeschreven
.
Gelukkig heb ik haar ontmoet
bij de gevonden voorwerpen van
losgelaten angsten
.
Blues om wat blijft
Willy Spillebeen
.
De Vlaamse dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer en essayist Willy Spillebeen (1932) ken ik door een andere Vlaamse dichter Hervé Deleu, die in 2012 de allereerste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! won. Toen ik in 2013 door Hervé gevraagd werd een paar gedichten voor te dragen bij de presentatie van zijn bundel ‘De geur van de maan‘ was Willy ook een van de dichters die daar voordroeg. Beide dichters wonen in Menen in Vlaanderen en kennen elkaar goed.
Na deze eerste kennismaking vroeg ik Willy in 2014 om voor te komen dragen in Rotterdam bij het podium van diezelfde poëziestichting. Daar maakte hij grote indruk op het vooral jonge publiek. Sindsdien ben ik Willy wat uit het oog verloren. Ik vroeg hem voor MUGzine maar na enige pogingen daartoe kreeg ik uiteindelijk een reactie van zijn vriendin dat Willy daarvan afzag. Het bleek dat ik in 2014 de beloofde reiskosten aan hem niet had voldaan. Stom natuurlijk al had ik het graag destijds meteen gehoord en niet jaren later achteraf. Een poging om het alsnog goed te maken kon in zijn (haar) beslissing helaas geen verandering brengen.
Dit staat los van de waardering die ik heb voor Willy en zijn bijdrage aan de literaire wereld en de poëzie in zijn lange leven. Om dit te illustreren wil ik hier graag een gedicht van hem delen. In Brugge waar ik pas geleden was, kwam ik in een boekwinkel zijn bundel ‘Blues om wat blijft’, uitgegeven bij uitgevrij P in 2011, tegen. In die bundel staat het gedicht ‘Reiger en specht’. En als je nou denkt ‘ah een natuurgedicht!’ ja dat is het ook maar het is zoveel meer, het verandert langzaam in een erotisch gedicht. Lees maar.
.
Reiger en specht
.
Blauwe reiger met grijs stuitje
vrouw met de rechte rug
staat roerloos naast het water
stijgt statig op.
.
Groene specht met geel stuitje
vliegt golven boven het water
vrouw met de rechte rug
hecht zich later aan een stam.
.
Hun stuitjes mimicry
van vogelverlangen.
.
Maar o de kuiltjes boven je stuitje
vrouw met de rechte rug.
.
O de orchidee van je schede.
.
O het verrukkelijke vrijen
met vogels met water
met bomen met bloemen.
.
Poëzie tussen beelden van Miró
Lin An Phoa
.
Gisteravond was in in het museum Beelden aan Zee op Scheveningen waar BAZ After Hours was. Bezoekers konden genieten van een avond vol poëzie omringd door de bijzondere beeldhouwwerken van Miró, er waren workshops gedichten schrijven, beeldgedichten, zelf drukken en er was muziek. Gevestigde namen en opkomende woordkunstenaars van Huis van Gedichten deden hun voordrachten en er was een open mic.
De avond werd gepresenteerd door Sophia Blyden en georganiseerd door Daniëlle Zawadi van het Huis van Gedichten. Daniëlle ken ik nog van haar deelname aan de Kunstbende in 2017 (waar ik samen met Alexander Franken en M in de jury zat en waar zij de voorronde van het onderdeel Taal won) en haar deelname aan het zomerpodium van poëziestichting Ongehoord! later dat jaar.
In de line up een groot aantal, voor mij, onbekende namen. Dat is ook de reden dat ik graag naar podia ga, om me te laten verrassen en om te kijken of er dichters zijn die ik niet ken. Ook dit keer werd ik niet teleurgesteld. Al bij de eerste dichter was ik diep onder de indruk. Door de performance en door de inhoud. Ik heb het hier over dichter performer Lin An Phoa (1995).
Lin An Phoa is taalwetenschapper, schrijft poëzie en treedt op als spoken word-artiest. In haar fysieke en kritische teksten onderzoekt ze de verwachtingen en patronen van de systemen waarin we leven, in een poging tot verbinding, verzachting en verandering. Waar de taal soms stug en hoofdelijk kan zijn, zo schrijft ze op haar website, zoekt Lin An naar manieren om van lichaam tot lichaam te spreken.
Maar deze nog jonge dichter is nog veel veelzijdiger. Zo treedt ze op als presentator, moderator, docent en programmamaker. Maakt ze deel uit van het talentontwikkeltraject van literatuurorganisatie Wintertuin en was ze werkzaam bij podia als Poetry International, Crossing Border, Nederlands Film Festival, Dansateliers en Kunstbende.
Naast de inhoudelijke kant van haar poëzie was ik onder de indruk van haar timing en haar performance. Dus ging ik op zoek naar werk van haar op het web en vond daar het gedicht ‘Balletmeisjes breken niet’.
.
Balletmeisjes breken niet
.
zelfs na al die jaren zit het ballet nog in je botten
niet het hele zwanenmeer, maar net genoeg om uitgedraaid uien te snijden
net genoeg om met je voeten het licht aan te doen als je handen vol net genoeg
om jezelf bij elkaar te houden aan je buikspieren
te geloven dat je zou afbrokkelen als je zou ontspannen
dat je gewichtloos kan worden als je nog iets harder werkt
net genoeg om je grenzen op te rekken alsof het je hamstrings zijn:
als je uitademt kan je nog net iets verder
iets verder
iets verder
iets verder
tot je onhoorbaar knapt maar blijft lachen naar de spiegel omdat alle meisjes lachen omdat
dat zo hoort omdat we mooier zijn als we lachen want wie lacht is ontspannen en gelukkig
en makkelijk omdat ze niet mogen zien dat we moeite doen want wie lacht kan het allemaal
zelf dragen en als je nog kan lachen valt het vast allemaal wel mee want
balletmeisjes breken niet, ze buigen
en ooit komt er applaus
.
Lin An Phoa
Hasan Gök
Bahghi
Zomerfestival
Augusta Peaux
.
In 2023 was ik uitgenodigd om voor te komen dragen op het Augusta Peauxfestival in Simonshaven. Samen met 24 andere dichters, de openingsdichter Ingmar Heytze en muzikanten van verschillende pluimage was dit een bijzonder mooie dag. Ook dit jaar was ik weer uitgenodigd maar helaas moest ik afzeggen door persoonlijke omstandigheden. Ik vind dat oprecht heel jammer want dit jaar is het voor de tiende keer dat dit charmante festival in de tuin en het voormalig woonhuis van dichter Augusta Peaux (1859-1944) plaats vindt.
Dit jaar is het thema ‘Vieren’ wat voor een jubileumeditie een mooi passend thema is. Dit jaar zullen tien dichters en vertellers komen voordragen, zal Mario Molegraaf een presentatie geven over de bron van het festival: het werk van Augusta Peaux, is er live muziek en zijn er lokaal geproduceerde feestelijke lekkernijen vanuit heel Zuid-Holland. Als motto heeft de organisatie een zin gekozen uit het gedicht ‘Vlindervlucht’ van Augusta Peaux: ‘Mijn dromen grepen de teugels’. Men hoopt (en ik verwacht het) dat dit een uitnodiging is om de verbeelding aan te zetten zodat de tuin weer vol van poëzie zal zijn.
Het festival is op zaterdag 31 augustus, Ring 42 in Simonshaven van 13.00 tot 17.00 uur. Om alvast in de stemming te komen hier het gedicht ‘Zomer’ van Augusta Peaux.
.
Zomer
.
0 Zomer, die wenkt met handen
op ’t zonnig pad!
Ik zie geen wenkende handen,
‘k zie ’t eikenblad
rood in de jonge toppen…
0, wenkte dát?
.
Ik ga de rulle paden
0, wat is dat?
Dat zijn twee vlindervleugels,
geen eikenblad.
Twee rode vlinderwieken,
die zeggen… wat?
.
O, zie mij van zonnige hemel,
Zomer, zo vreemd niet aan!
Hoe kan ik van uw dagen
het rode raadsel raân!
Leer mij in sterrennachten
zijn gouden zin verstaan.
.
Poëziepodium
Oud Eik en Duinen
.
Voor wie zich verveelt, vandaag graag een bezoek aan Den Haag brengt, van poëzie houdt of gewoon een leuke en interessante middag wil hebben met dichters is er het Dichter bij de dood poëziepodium. Op de begraafplaats Oud eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag zullen een aantal dichters acte de présence geven. Onder andere Steven Van Der Heyden en Ericka De Stercke uit Vlaanderen, Max Leroux en Renske Visser. Uiteraard is er een open podium. De oude aula op de begraafplaats is vanaf 13.30 geopend. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot ca. 16.00 uur. Deze poëziemiddag wordt mogelijk gemaakt door poëziestichting Ongehoord!, Marjon van der Vegt (presentatie) en de Cultuur Schakel Den Haag.
Een van de optredende dichters is Steven Van Der Heyden (1974), een mij inmiddels bekende dichter sinds de bundelpresentatie van ‘Zelfportret met woord’ van Hans Franse. Steven debuteerde met zijn solobundel ‘Filigraan’ en hij publiceerde in verschillende magazines en tijdschriften als Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther, Mugzine, Tijdschrift Landauer, Ballustrada, en Liter. In 2023 won hij de Rob de Vos-prijs en hij is stadsdichter van Roeselare. Daarnaast is Steven klimaatdichter en redactielid van het e-zine Roer.me.
Alle reden dus om naar hem en de andere dichters te komen kijken en luisteren op Oud Eik en Duinen. De toegang is gratis en de begraafplaats zorgt voor koffie en thee. Als voorproefje een gedicht van Steven dat hij schreef over een boom in Roeselare als stadsdichter getiteld ‘De Zwarte Els’.
.
De Zwarte Els
.
onder haar huid en in het diepste geheim
bundelen wortels zich tot vuistdikke knollen
die nakomelingen en stikstof bewaren
stugge wapens tegen steen en beton
ze aardt het best met ingesneden blad
dat de wind vangt die water aanvoert
met ingerold verlangen droomt ze van binding
ook al telt haar vlees een enkele jaarring
gastvrij waakt haar hart over zomen van pleinen
kades en parken , pompt zuurstof de nieuwe
stadszichten in, haar voeten koelen het asfalt
voor mos en dier wiegt ze de wereld anders
hittegolven gaan liggen in haar schaduw
onstuitbaar tast ze bosranden af,
haar taaie lichaam een wissel op later
groene sleutel voor ons eindig verdwijnen
.
Poetry International
Alfred Schaffer
.
Afgelopen donderdag was ik bij de opening van het Poetry International 2024 festival. Een keur aan boeiende, interessante, verrassende en prachtige dichters gaf daar acte de présence. In tegenstelling tot vorig jaar was er dit keer niet een dichter die er meteen uitsprong voor me al vond ik de IJslandse schrijver, dichter en theatermaker Eva Rún Snorradóttir (1982) wel bijzonder.
Naast vele buitenlandse dichters waren ook een aantal Nederlandse dichters aanwezig zoals de dichter des vaderlands Babs Gons, Lieke Marsman, Neeltje Maria Min en Alfred Schaffer (1973). Die laatste dichter kwam ik al bladerend tegen in ‘Het liegend konijn’ oktober 2005 met het gedicht ‘Waar is iedereen gebleven?’. Een vraag die hij zeker afgelopen donderdag niet hoefde te stellen, de grote zaal van het Zuidpleintheater in Rotterdam zat vol.
Poetry International is vandaag voor het laatst dus grijp je kans en laat je onderdompelen in een zee van internationale dichters en poëzie. En als je er dan toch bent neem dan een kijkje bij boekhandel Bosch & de Jong. Voor een dichtbundel of editie 21 of 22 van MUGzine.
Van Alfred Schaffer hier het gedicht ‘Waar is iedereen gebleven?’.
.
Waar is iedereen gebleven?
.
Ik ben direct gekomen, op een scooter reed ik langs zee,
nu wil ik weten of ik blijven mag, of je kan overleven in het wild.
.
Antwoord is uitgesloten, geen gezellige middagen hier
in de zevende hemel – een vette streep door je authenticiteit.
Waar waterijsjes smelten, waar gangsters nog op gangsters lijken.
.
Dit riekt naar hoogmoed maar medelijden klinkt beter.
Alles gereduceerd tot een luchtfoto hoor ik je zachtjes zingen,
hoe je geheugen een model bouwt van de wereld.
.
Wie ben jij nog, hoe slik ik mijn woorden in?
Je komt nergens meer vandaan, van je nabijheid weet ik niets,
hoe zou ik je dan kunnen missen?
.
Altijd moeilijk zo’n gedicht, je hebt ruim baan zolang je in het
ongewisse blijft.
Print de hele handel uit en trots aan mammie laten zien.
.
Tweede moeder
Dicht Slam Rap
.
Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet ben ik een fervent bezoeker van tweedehandsboekenwinkels en kringloopwinkels. Vooral omdat ik daar met enige regelmaat boeken en bundels voor een nette prijs vind die (vaak) niet meer in de reguliere handel zijn te krijgen. Zo liep ik afgelopen weekend tegen het bundeltje Dicht Slam Rap uit 2014 tegen het lijf. Een bundeltje dus van 10 jaar geleden. En wat ik zo aardig vind aan deze bundel, samengesteld door Marcel Linssen, Maarten Gulden en ACG Vianen, is dat ik verschillende van de dichters die in de bundel vertegenwoordigd zijn ken uit die tijd (en vaak nog steeds). De link naar de website werkt niet meer helaas maar gelukkig hebben we deze bundel nog.
In de bundel staan gedichten van dichters die toen nog aan het begin van hun carrière als dichter stonden. Zo lees ik gedichten van Lotte Dodion, Marco Martens, Merlijn Huntjens, Loren Brouwers, Jelmer van Lenteren, Hervé Deleu, Irene Siekman, Rinske Kegel en Marieke Rijneveld. Stuk voor stuk dichters die ik op ons podium van poëziestichting Ongehoord! heb mogen ontvangen. Van de een hoor ik wat minder van de ander heel veel maar indertijd waren deze dichters vaak nog jong en nog niet landelijk bekend.
Marieke Rijneveld (inmiddels Lucas Rijneveld) was in 2014 23 en had op 17 jarige leeftijd al gedebuteerd op een poëziepodium (ook bij poëziestichting Ongehoord!) maar moest nog doorbreken bij het grote publiek in 2015 met de bundel ‘Kalfsvlies’. In ‘Dicht Slam Rap’ staan twee gedichten van hem. Een daarvan is getiteld ‘Tweede moeder’.
.
Tweede moeder
.
Eén keer in de maand maak ik van een onbekende vrouw
mijn tweede moeder. Ik geef haar de naam van iemand
.
uit de Libelle en laat haar steeds vragen hoe het met mij
gaat. Ze draagt legerkleding en schiet op mij als ik vind dat
.
ik eventjes dood mag. Af en toe moet ze kanker, het is
zwaar zo een zieke moeder, zeg ik dan tegen de taxichauffeur.
.
Soms neem ik haar ook mee naar mijn ouders, te oud
fluisteren ze in de keuken en hoe lang ze nog heeft.
.
Finale
Rob Boudestein
.
Tijdens de Haarlemse dichtlijn mocht ik op twee podia voordragen. Allereerst in het koor van de Grote of St. Bavokerk, alwaar ik mijn wat serieuze keuze voordroeg en vervolgens in de kelder van de Ierse pub The Wolfhound, waar ik mijzelf enige frivoliteit permitteerde. In de kerk was ik ingedeeld met dichter Rob Boudestein. Rob Boudestein (Den Haag, 1947) publiceerde verhalen en gedichten in een groot aantal literaire tijdschriften en gelegenheidsbundels.
Hij treedt regelmatig naar buiten met – meest lichtvoetige – poëzie. Soms individueel, vaak samen met de mannen van het Light Verse Collectief. Voor zijn gedichten won hij meerdere prijzen waaronder de Poemtata Poëzieprijs, de Gorcumse Literatuurprijs en de Willem Wilmink dichtprijs.
Tijdens de Haarlemse Dichtlijn droeg hij een gedicht voor met een duidelijk geëngageerde strekking maar ook met humor. Hetzelfde geldt eigenlijk voor zijn gedicht ‘Finale’ waarmee hij in de festivalbundel is vertegenwoordigd.
.
Finale
.
Nieuwsgierig nog leest hij het laatste nieuws.
De grote lijster buiten fluit wat almaar niet
op de St. Louis blues wil lijken.
.
Een trouwe hand schenkt in – bordeaux,
mengt volgens voorschrift, roert slentando
(hij koos de trage variant).
.
Een laatste troost, hij stelt zich voor een
helder licht en iets van engelengezang.
Hij rekent nergens op.
.
Maar wat als elementen – aan zijn gezag ontsnapt,
straks blindelings een onbezielde stroming volgen,
meewaaien met lukrake winden,
.
mee schuldig worden aan het kruit,
collaboreren met de grensrivier
waarin het kind verdrinkt?
.
Het fonkelende glas draalt even.
Je zou er haast om blijven leven.
.


















