Categorie archief: Poëziewedstrijd

Vers van de pers

MUGzine 31

.

De nieuwe MUGzine is er!, op papier en morgen op de website. Dit keer met de winnende en genomineerde gedichten van de Rob de Vosprijs (de poëzieprijs van Meander). Deze prijs werd in 2025 toegekend door de jury aan de Vlaamse dichter Rik Dereeper (1962). MUGzine #31 opent met het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne Hermans en daarna meteen het winnende gedicht van Dereeper getiteld ‘Veldstraat 39. Een extra aanbeveling voor de kunst in #31 van Mariken van Heugten die deze editie van een voorjaarstintje voorziet, en het MUGgedicht van dichter Irene Wiersma.

De jury van de Rob de Vosprijs bij monde van Marc Bruynseraede en Monique Wilmer-Leegwater schreef over het winnende gedicht van Rik Dereeper:

In ‘Veldstraat 39’ heeft de dichter het thema ‘Dwalen’ treffend weergegeven. Het gedicht ontroert door zijn sobere toon en precieze waarneming van ouderdom, herinnering en verlies. Met groot inlevingsvermogen en zuivere formulering laat de dichter verstaan wat het is aan dementie te lijden. De Jury werd getroffen door de heldere, beheerste taal, waarmee de dichter een man schetst die, op weg naar een huis dat ooit zijn huis was, letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. De twijfel, stuurloosheid, slepende traagheid geven gestalte aan de tragiek. Bij mij kwam het beeld voor ogen van ‘De aardappeleters’ van Vincent Van Gogh: het schaarse licht, het duistere van de scène, de onontkoombaarheid der dingen weegt door in de woorden van de dichter.

De zinnen ademen rust, onzekerheid en melancholie. De dichter vermijdt sentiment en kiest voor kleine observaties: het slaan van de torenklok, het zweet dat parelt, het zoemen van het struikgewas. Juist die details maken de emotie tastbaar, zonder ze te benoemen. Het gedicht toont beheersing, de dichter ademt stilte en suggestie uit.

Thematisch is het werk sterk gelaagd. Achter de zoektocht naar een adres schuilt het besef van het verdwalen in tijd en geheugen. De man zal ‘het woonhuis op een middag amper vinden’ en dat zal – in de toekomende tijd – legt een zachte voorbode van verlies. De slotstrofe brengt een indrukwekkende verschuiving: van concrete handelingen (‘zalf proberen’, ‘zijn gebit betalen’) naar een bijna metafysische aanvaarding van vergankelijkheid.
Vormgeving en taalgebruik zijn klassiek, gestructureerd in strofen van driemaal vijf versregels. De onderliggende betekenis in sober beeldgebruik, zonder taaltechnische kunstgrepen, vormgegeven.

Veldstraat 39 is een ingetogen miniatuur over ouder worden, geheugenverlies en het langzaam verdwijnen van wat eens vanzelfsprekend was. De dichter roept in enkele strofen een wereld van weemoed op, zonder één woord teveel.
Een gedicht dat staat als een huis. Het huis waarnaar de getroffene op zoek is.

Het gedicht staat dus in MUGzine #31. Om niet meteen alles hier al weg te geven kun je het gedicht lezen op de website of donateur worden van MUGzine. Een particulier en spontaan poëzie initiatief van drie mensen die een groot hart voor poëzie hebben. MUGzine gaat haar 6e jaar in en ‘is here to stay’. Wil je ons steunen om dit fijne minipoëziemagazine uit te blijven geven, word dan donateur en ontvang alle nummers van 2026 in je brievenbus. Wij doen er dan een leuk extraatje bij.

Om niet zonder gedicht te eindigen hier een ander prijswinnend gedicht van Rik Dereeper (prijswinnend in Poëziepad van A tot Z) uit De schaal van Dighter uit 2020.

.

De kennisboom voorbij

.

Paradijselijke wortels vroegen geen beloning
om de kruin vol appeltjes te hangen. Dankzij
hoge takken kreeg de Schepper wind te horen,
zag Hij wuifplezier. De laagste takken reikten

naar piepjong gevogelte en uitgefloten zielen,
naar de kortgearmde fruitplukster en al te luie
lekkerbek; hij droomde van een houten ladder
uit de stam waarboven verre vruchten lonkten.

Door zo’n hemels ooft ontstonden klimaapjes,
gezonde tanden, zaadpithandel, bloesemwinst
van gaarden, apfelstrudel, cider, sproeistoffen

en bovenal laagstammigen voor hooggehakte
heksen. Met hun lingerie polijsten zij de schil
en krijsen: wie in appels bijt, krijgt gore schijt.

.

En de winnaar is..

Rob de Vosprijs en MUGzine

.

Zoals ik op 30 januari jongstleden al schreef gaan MUGzine en Meander een poëtische alliantie aan. Nu is dat niet de eerste keer dat we een samenwerkingsactiviteit doen want in het decembernummer van 2023 verscheen er al een editie van MUGzine (#20) met daarin de winnaars en de genomineerden van de Rob de Vosprijs 2023. Winanaar was toen Steven Van Der Heyden die al in #14 van MUGzine als dichter publiceerde (een MUGzine die toen al als richting ‘Metamorfosen’ had).

De jury van de Rob de Vosprijs 2025 bestond dit keer uit juryvoorzitter Peter Vermaat (recensent) en de leden Hettie Marzak (recensent), Anneruth Wibaut (schrijver/dichter/recensent), Annet Zaagsma (dichter), Marc Bruynseraede (schrijver/dichter/recensent) en Tom Veys (schrijver/dichter/recensent). Winnaar van de editie van 2025 werd dichter Rik Dereeper (1962) met het gedicht ‘Veldstraat 39’. Dereeper won al vele poëzieprijzen in Vlaanderen en Nederland en hij publiceerde poëzie in onder andere Het Liegend Konijn, Poëziekrant en De Gids.

De tweede prijs ging naar Koenrad Moerman en de derde prijs naar Irene Schoenmacker. Ok de zeven genomineerden gedichten staan gepubliceerd in #31 van MUGzine. De kunst is van de in Duitsland woonachtige Mariken van Heugten, het muggedicht is dit keer van Irene Wiersma en natuurlijk heeft ook deze editie van MUGzine een opvallend voorwoord van Marianne Hermans en staat op de achterpagina als altijd een nieuwe Luule.

De verschijningsdatum van #31 van MUGzine is medio volgende week (zowel op de website van mugzines.nl als op papier. Altijd de papieren versie van MUGzine ontvangen? Word dan donateur en stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of verleng je donatie door € 22,50 over te maken.

Van de winnaar een gedicht waarmee hij in 2013 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd kwam getiteld ‘Vier manieren om te dumpen’.

.

Vier manieren om te dumpen

Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.

Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.

Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.

Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.

.

 

30 jaar Meander

Jubileumbundel

.

Meander, literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie bestaat dit jaar 30 jaar. In 1995 werd Meander opgericht door Rob de Vos (1955-2018). De Vos was de vennootschap vader en de stuwende kracht achter Meander, die in 1995 begon als e-mailnieuwsbrief met gecombineerde website. Jarenlang bestierde Rob de Vos Meander samen met een grote groep vrijwilligers tot zijn onverwachte overlijden in 2018. Toen nam Alja Spaan het stokje over als voorzitter van de stichting en sinds dat jaar ben ook ik als bestuurslid en secretaris toegetreden tot het bestuur dat verder bestaat uit Peer van den Hoven (penningmeester). Inmiddels is Meander flink gegroeid en heeft het maar liefst 43 vrijwillige medewerkers.

Deze medewerkers verzorgen de interviews, de recensies, de website, de social media, de commentaren, de kopij, de columns, de readymades, de klassiekers en de nieuwsbrief. Sinds een aantal jaren organiseert Meander ook de Rob de Vos poëziewedstrijd en een jaarlijkse medewerkersdag. Ook wordt met enige regelmaat een bundel of boek gepubliceerd. Zo werd in 2010 de bundel ‘Nog een lente‘ 30 dichters gekozen door Meander, uitgegeven door uitgeverij P en verscheen in 2023 de bundeling ‘Wat maakt een gedicht goed?  met bijdragen van Meander medewerkers.

En nu, na 30 jaar vele medewerkers en duizenden bijdragen verder verscheen bij Meander de bundel ’30 jaar Meander’, opnieuw met bijdragen van medewerkers en opnieuw vormgegeven door Bart van BRRT.Graphic.Design. De medewerkers werd gevraagd ‘iets’ te schrijven dat betrekking had op Meander. En daar werd in grote mate gehoor aan gegeven. Door persoonlijke verhalen maar ook door middel van poëzie.

Uit die laatste categorie koos ik voor de bijdrage van Annet Zaagsma (medewerker sinds 2021) getiteld ‘Alles wat in de ochtend weer verdwenen is’.

.

Alles wat in de ochtend weer verdwenen is

.

Ik schrijf alleen. Er mag niemand in de buurt zijn.

Mijn kinderen slapen.

Ik zet een eerste stip, neem de ruimte.

Kijk rond in een droom waar mijn denken

traag en mistig is, probeer de details

te proeven die belangrijk zijn.

.

Tussendoor de afwas, of in bad

ontstaan woorden die spelen, buitelen

zonder harde gedachten.

Onderweg naar de Spar

kan ik al trappend fijne regels binnenkrijgen

.

waarvan de meeste verloren gaan

omdat ik wil doorrijden

omdat ik word afgeleid door een vogel

een berg of een kerk

omdat het geheugen

nu eenmaal zijn beperkingen heeft.

.

’s Nachts overvalt me dan het gedicht

aan de rand van mijn gezichtsveld.

Onscherp in halfslaap is het de kunst

die briljante flarden te vangen in leesbare krabbels.

Alles wat anders in de ochtend weer verdwenen is.

.

De nieuwe koers van AMAI

AMAIZING 2025

.

In 2023 mocht ik zitting nemen in de jury van de AMAI awards waar Jasmijn Lobik deze award won als beste dichter van Instagram. Jasmijn hebben we toen gevraagd om gedichten in te sturen voor MUGzine en deze werden gepubliceerd in editie 19.

Nu komt AMAI (Alle Monden Award Instagram) met iets nieuws. De AMAI Award maakt plaats voor de AMAIZING 2025, een magazine met de 144 mooiste gedichten en quotes van Instagram van 2024. Het magazine wordt aangevuld met inspirerende artikelen, interviews en achtergrondinformatie die de doelen van de Stichting AMAI ondersteunen: het verbinden en inspireren van mensen door middel van taal en Instapoëzie in al haar facetten de erkenning te geven die het verdient.

Met de AMAIZING houden de stichting het wedstrijdkarakter van de AMAI op een bijzondere manier in stand. Dichters en quoters van Instagram kunnen van 15 december 2024 tot en met 15 januari 2025 gedichten en quotes insturen via www.amaiaward.nl/amaizing2025.nl. Alle inzendingen worden vervolgens zorgvuldig beoordeeld door een eindredactie, bestaande uit een zevental dichters van Instagram én de erkende dichters Maud Vanhauwaert (met wie ik samen in 2023 in de jury zat) en Tsead Bruinja. Zij maken de definitieve selectie welke gedichten en quotes er in het magazine komen te staan. In vergelijking met de AMAI Award zijn er in 2025 dus niet 7 prijzen te vergeven, maar 144.

Voor kunstenaars is een speciale coverchallenge in het leven geroepen. Deze worden opgeroepen om een voorstel voor de cover van de AMAIZING 2025 in te sturen. Het magazine wordt gepresenteerd tijdens het Instadichtersbal op 29 maart 2025 en is online alvast te reserveren via de website.

Als opwarmertje hier een gedicht van Meliza de Vries die in 2021 de AMAI Award won in de categorie gedichten.

.

Backspace voor die letter
teveel, dat woord
dat telkens terugkeert terwijl
niet zo bedoeld

voor die brief die ik niet schreef
die ik niet in jouw kluisje deed
met 12 kleuren viltstiften
en een sticker van Liefde is…

voor die keer dat ik zei
of eigenlijk niets zei
dat wat ik zeggen wou
een springtouw is

dat opgaan in een ritme
meestal een baksteen is
om over te struikelen

Backspace voor het vallen
voor het glas dat brak
voor de scherf die schaaft
maar niet krast

voor een bij elkaar geraapt hart

Backspace voor de groep
die een groep vormt
om groepen heen en daartussenin
alleen

Backspace voor een plek waarin ik pas
of jij of wij of misschien niet
tegelijk

Backspace om nog te geven, de grond
omdat de grond dat niet zelf kan
omdat de grond niet van ons is

door er willekeurig op te staan.

Backspace voor een heelal
voor een ruimte, een spatie
teveel

.

 

Blues om wat blijft

Willy Spillebeen

.

De Vlaamse dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer en essayist Willy Spillebeen (1932) ken ik door een andere Vlaamse dichter Hervé Deleu, die in 2012 de allereerste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! won. Toen ik in 2013 door Hervé gevraagd werd een paar gedichten voor te dragen bij de presentatie van zijn bundel ‘De geur van de maan‘ was Willy ook een van de dichters die daar voordroeg. Beide dichters wonen in Menen in Vlaanderen en kennen elkaar goed.

Na deze eerste kennismaking vroeg ik Willy in 2014 om voor te komen dragen in Rotterdam bij het podium van diezelfde poëziestichting. Daar maakte hij grote indruk op het vooral jonge publiek. Sindsdien ben ik Willy wat uit het oog verloren. Ik vroeg hem voor MUGzine maar na enige pogingen daartoe kreeg ik uiteindelijk een reactie van zijn vriendin dat Willy daarvan afzag. Het bleek dat ik in 2014 de beloofde reiskosten aan hem niet had voldaan. Stom natuurlijk al had ik het graag destijds meteen gehoord en niet jaren later achteraf. Een poging om het alsnog goed te maken kon in zijn (haar) beslissing helaas geen verandering brengen.

Dit staat los van de waardering die ik heb voor Willy en zijn bijdrage aan de literaire wereld en de poëzie in zijn lange leven. Om dit te illustreren wil ik hier graag een gedicht van hem delen. In Brugge waar ik pas geleden was, kwam ik in een boekwinkel zijn bundel ‘Blues om wat blijft’, uitgegeven bij uitgevrij P in 2011, tegen. In die bundel staat het gedicht ‘Reiger en specht’. En als je nou denkt ‘ah een natuurgedicht!’ ja dat is het ook maar het is zoveel meer, het verandert langzaam in een erotisch gedicht. Lees maar.

.

Reiger en specht

.

Blauwe reiger met grijs stuitje

vrouw met de rechte rug

staat roerloos naast het water

stijgt statig op.

.

Groene specht met geel stuitje

vliegt golven boven het water

vrouw met de rechte rug

hecht zich later aan een stam.

.

Hun stuitjes mimicry

van vogelverlangen.

.

Maar o de kuiltjes boven je stuitje

vrouw met de rechte rug.

.

O de orchidee van je schede.

.

O het verrukkelijke vrijen

met vogels met water

met bomen met bloemen.

.

Dagvogels

MUG #22

.

Iets later dan we hadden gepland maar nog wel in Mei komt de nieuwe MUGzine uit. Nummer 22 alweer en in dit nummer poëzie van Rosalie Vogelaar, winnaar van de juryprijs gedichten van de AMAI wedstrijd 2024 met haar gedicht ‘Sound effects’. Maar ook van Roger de Neef (1941), de Vlaamse dichter die momenteel in Frankrijk woont en Jeroen van Wijk (1997), dichter, recensent voor Literair Nederland en Meander en lid van het Leidse kunstenaarscollectief ROEM.

Natuurlijk is er artwork, dit keer van reclamemaker, dichter en illustrator Rogier Cornelisse bekend van zijn instagram account @bureaucornelisse en zijn website dagvogels.nl . Uiteraard een nieuwe @Luule en een voorwoord van Marianne. Nieuw in de MUGzine is de QR code op de achterkant. Wanneer je deze scant wordt je doorgelinkt naar de donateurspagina op de website mugzines.nl .

Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Jeroen van Wijk getiteld ‘Zoete jeugd’ dat verscheen op Ooteoote.nl.

.

Zoete jeugd

.

In een steeg, in de regen
zoekt een man, sigaret in zijn hand,
tussen stof en huid
een oude aansteker

.

Verlicht door groene neondampen
de schokkende knip in zijn gezicht
verwelkomt de gure pijpenstelen
de avondlange fronsgedachte

.

Daar draait de molen van je pa
zijn wieken lachen naar
aanstekers die met moeite flitsen
hij blaast, het licht valt uit

.

Door de buien miste je vuur
en rook je chocolademist
Kerkklokken luiden, en jij,
jij ligt treurig, gescheiden te huilen

.

Einde van het jaar

Jorge Luis Borges

.

Vandaag, oudejaarsdag, kijk ik terug op een mooi jaar. Niet alleen is dit het 16e jaar dat ik dit blog schrijf maar er kwamen mooie poëtische dingen op mijn pad. Zo mocht ik plaats nemen in de jury van de Jana Beranováprijs (een door mij zeer bewonderd dichter), mocht ik als vakjurylid plaats nemen in de AMAI awards wedstrijd (poëzie en quotes) maar stond ik ook op mooie podia (Augusta Peaux festival, de Haarlemse Dichtlijn, Het Haagse Hofjesfestival, de bundelpresentatie van Joris Miedema).

Daarnaast mocht ik verschillende bundels recenseren en beleefde het mini poëziemagazine MUGzine, dat ik samen met Bart en Marianne maak, haar vierde jaar en staat de eerste Special van dit mooie, kleine en inmiddels in brede kring zeer gewaardeerde poëzietijdschrift op de rol voor de Poëzieweek 2024 (januari).

Ook in de stichtingen waar ik actief ben was veel en mooi werk te doen. Poëziestichting Ongehoord! met Dichter bij de Dood, Meander, De Zoek naar Schittering (Weesgedichten tijdens de Poëzieweek 2024).

Veel om dankbaar voor te zijn. En veel om naar uit te kijken. Ik wil jullie allemaal bedanken voor jullie betrokkenheid, reacties, complimenten, oplettendheid en goede zin en ik wens iedereen, lezers, poëzieliefhebbers, bloggers, een heel mooi en gelukkig maar vooral poëtisch nieuwjaar toe. Proost!

Geen blogbericht zonder gedicht. Daarom uit ‘Alle gedichten’ van Jorge Luis Borges uit 2014 het gedicht ‘Einde van het jaar’.

.

Einde van het jaar

.

Niet het symbolische detail

om van een twee een drie te maken,

niet die onvruchtbare metafoor

om een tijdsbestek dat sterft en één dat komt bijeen te roepen,

niet de vervulling van een astronomisch procedé

verwart en ondergraaft

de hoogvlakte van deze nacht

en dwingt ons om te wachten

op twaalf onherroepelijke slagen.

De ware reden is

het vaag en algemeen vermoeden

van het raadsel van de Tijd;

het is verbazing om het wonder

dat ondanks eindeloze lotgevallen,

dat ondanks dat wij zijn

de druppels van Heraclitus’ rivier,

er iets in ons volhardt:

onwrikbaar,

iets wat niet heeft gevonden wat het zocht.

.

Menhir in Mexico

Jan Bervoets

.

In 2009 nam Joris Lenstra afscheid van  Ongehoord Rotterdam, een poëziepodium waar hij sinds 2006 in de organisatie zit. In 2007 wordt in de centrale bibliotheek van Rotterdam het eerste podium georganiseerd. De mensen die Ongehoord Rotterdam organiseerden waren naast Joris Lenstra, Hein van de Assem, Ton Huizer, Yvonne Koenderman en Frida Winklaar. In 2010, na het afscheid van Joris neemt een nieuw bestuur het over van deze club. Hein en Yvonne blijven, Corina Kappen en ikzelf treden toe.

Door de jaren heen heeft het podium van poëziestichting Ongehoord! vele goede en bijzondere dichters op haar podium mogen begroeten. Een selectie: Daniel Vis, Roel Weerheim, (Marieke) Lucas Rijneveld, Frans Terken, Daniël Dee, Elfie Tromp, Lotte Dodion, Gijs ter Haar, Alja Spaan, Els de Groen, Demi Baltus, Myrte Leffring, Joz Knoop, Meliza de Vries, Evy Van Eynde, Kira Wuck, Jana Beranová, Lies Jo Vandenhende, A.C.G Vianen, Judith Herzberg en natuurlijk de ons ontvallen Rieneke Minderman, Derrel Niemeijer en Wim den Hertog.

Hoewel de podia in de bibliotheek van Rotterdam inmiddels tot het verleden behoren, organiseert poëziestichting Ongehoord! nog steeds de Ongehoord! Poëziewedstrijd (twee jaarlijks) en worden er incidenteel podia georganiseerd in Maassluis, Den Haag en Rotterdam.

Toen Joris Lenstra in 2009 afscheid nam van Ongehoord Rotterdam verscheen een klein bundeltje met gedichten van dichters die ooit het podium betraden. Een van die dichters was Jan Bervoets (1942). Bervoets publiceerde vanaf de jaren ’80 in onder andere Maatstaf, De Revisor en De Gids. Van zijn hand is het gedicht ‘menhir in mexico’ opgenomen in de bloemlezing van Poëziepodium Ongehoord Rotterdam uit 2009.

.

menhir in mexico

.

verschrikkelijk zoals dit weer is voorspeld

met een saffieren mes

zijn ingewanden blootgelegd

en alle gieren vreten aan de wolken

.

welke tornado wil hier nog aarden

als zelfs de huizen onhandelbaar blijken

en er dagelijks doden vallen

in een ritmiese kadans

.

zoveel natuurgeweld lijkt wel retories

de geldigheidsduur van een ademtocht

is zevenmaal verzekerd

men staat in de rij voor het product

.

slechts een oude galsteen blijft nog achter

en wijst de laatkomers de weg

.

Dek

Ruth Lasters

.

Begin van dit jaar kwam de bundel ‘Wat maakt een gedicht goed’ van het literaire e-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander uit. In deze bundel staan de verzamelde antwoorden van een brede groep medewerkers, redacteurs, recensenten, schrijfdocenten, dichters en poëzieliefhebbers op de vraag ‘Wat maakt een gedicht goed?

Op het digitale platform voor uiteenlopende meningen en opvattingen ‘Streven vrijplaats‘ schreef dichter Frederik De Cock (1973) een bijzondere interessante en lezenswaardige analyse van de bundel. Nasst deze analyse toetst De Cock hetgeen hij heeft gelezen in de bundel aan een gedicht van Ruth Lasters (1979) over wie ik al eerder hier , hier en hier schreef.

Na zijn lezing neemt hij het gedicht ‘Dek’ waarmee Lasters de Melopee Poëzieprijs 2022 won. Deze prijs bekroont elk jaar het meest beklijvende gedicht dat voor het eerst verschenen in een literair Vlaams tijdschrift (in dit geval van van 2021). De jury selecteerde op basis van een puntensysteem 20 gedichten waaruit Ruth Lasters met het gedicht ‘Dek’ als winnaar uit de bus kwam.

Zijn analyse van het gedicht ‘Dek’ is zeer de moeite waard om te lezen, net als het gedicht zelf. Daarom hier het gedicht ‘Dek’.

.

Dek

.

Ze schrobben sinds hun dood het dek

van een bootje in een fles

al blijft het eeuwig schoon, vrij van meeuwendrek.

.

Het boeit hen weinig wat er eerst was: het glas,

het scheepje, zij? Zolang ze, likkend aan de wand vanaf de mast

geen resten proeven van een tafelwijntje maar van

.

een grand vin. Soms schiet hun hele moedertaal plots

in hen los zoals de schoot van een grootzeil. Dan kleppert het

in hen, klakken hun monden slechts nog door

.

wat vroeger koude heette in dat land van huis en hond en

ons en uren die zich sloegen nog met aardappel-

plonzen en rauwe naast de kom gevallen

.

tijd die evengoed conform doormidden werd

gehakt. Van voor- tot achtersteven hangt een walm

.

die mams en paps daar op hun tweemaster zo nu en dan

ontzet doet snuffelen aan

zichzelf tot ze de rotte stop zien boven in de flessenhals

.

die hen gelukkig, hoewel vals,

geruststelt dan. Je ziet, pardon zeggen én welverdiend pardonneren

kunnen nog best en het behoeft niets geks,

.

gewoon de juiste kurk kiezen

voor hen.

.

Vindersloon

Monica Boschman

.

Van dichter, schrijver en schrijfdocent Monica Boschman (1965) is bij uitgeverij U2pi de bundel ‘Vindersloon’ verschenen. Eerder publiceerde Monica de bundels ‘Nieuwe wegen voor Mariken’ in 2019 en ‘Zeerslag’ in 2018. Haar gedichten waren te lezen in het tijdschrift DICHTER, in MUGzine nummer 14 en in bloemlezingen. Daarnaast ken ik Monica van haar deelname aan de Gedichtenwedstrijd van poëziestichting ongehoord! waar ze tweemaal derde werd, in 2020 en in 2022.

Maar nu dus haar derde dichtbundel ‘Vindersloon’. Een mooie uitgave met 7 hoofdstukken. Lezende in haar bundel valt me haar taalgebruik op; helder en duidelijk, geen grote woorden of stijlfiguren maar poëzie in een taal die iedereen kan lezen en begrijpen. Poëtisch taal, dat zeker. Veelal vanuit de ik persoon geschreven lijken dit persoonlijke gedichten maar nergens is het sentimenteel of verwordt het tot getuigenispoëzie, het is alsof de dichter vanuit een helicopter-perspectief naar de eigen ik kijkt en daarvan verslag doet.

Ik heb geprobeerd een lijn te vinden in deze bundel maar die is er niet echt volgens mij. En dat hoeft ook helemaal niet vind ik. Tegenwoordig lijkt het alsof poëziebundels één geheel moeten zijn, met een thema dat door de hele bundel wordt uitgewerkt. En dan nog het liefste in hele lange proza-achtige gedichten. Ik ben niet van die school en Monica Boschman ook niet. Haar gedichten staan op zichzelf en beslaan nooit meer dan een pagina.

Toch is er wel iets te zeggen over de indeling en de verschillende hoofdstukken. De bundel begint met het gedicht ‘Kijk’ en dat gedicht staat op zichzelf alsof de dichter duidelijk wil maken dat dat precies is wat je moet doen, kijken. Ik lees in dit gedicht ook een kijk op het dichterschap. ‘Er zijn er met het hoofd omhoog, de ogen gericht op boven’ en in de tweede strofe ‘Er zijn er met het hoofd recht, ze leven op ooghoogte / daar waar ze bij kunnen’. In de derde strofe: ‘Er zijn er met het hoofd naar beneden, hun nekbotjes / nemen een gebogen vorm aan, de blik volgt’ en in de vierde strofe ‘Er zijn er die voortdurend omkijken. Er zijn er / met het hoofd ver voor het lichaam uit’.

Ik denk dat Monica met dit gedicht haar bundel heeft samengevat. Er zijn vele manieren om poëzie te schrijven, met het hoofd in de wolken, in het hier en nu, te neer geslagen of met een vooruitziende blik. In deze bundel komen deze vier typen van poëzie schrijven voor.

Dan de hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk ‘Waar jij net liep, loop ik’ beweegt en ontmoet de dichter. Of het nu de ontmoeting is uit het openingsgedicht van dit hoofdstuk, de schommel in de lucht, de schemer onbemand op doortocht of de menigte die inhaakt en van links naar rechts meedeint in de feestzaal, alles beweegt in dit hoofdstuk en de taal beweegt mee. Tot aan de dichter zelf in het gedicht ‘Etude’ waar ze schrijft ‘Mijn mond geeft adem’.

In het tweede hoofdstuk ‘Zilver van berkenbos’ krijgen de vogels en de bomen menselijke trekjes; het bos is zelfs boos of ‘hing te drogen met knijpers aan een lijn in de klas’. Maar ook een zwerfkei laat weten ‘Het donkert  onder mij / dicht van aarde.’ In het derde hoofdstuk ‘De boeggolf en het uitdeinen’ speelt de water dan weer de hoofdrol (de zee, een rivier, een bron) maar niet zozeer het water zelf als wel alles wat er zich afspeelt op en rond het water.

In het vierde hoofdstuk ‘Het uitblijven van antwoorden’ gaan de gedichten over het leven, het bloeien, een hogere macht. Wat is er te verwachten van het leven, hoe zal het verlopen, Maslov komt langs en eigenlijk geeft de dichter zelf in het gedicht ‘Hoeveel, wanneer en waar’ het antwoord; ‘Je moet een verhaal hebben of maken’ en dat is wat ze doet. Het vijfde hoofdstuk ‘Alvast wat knoopjes los’ laat zich makkelijker duiden. Hier lees ik het verloop van een liefde, een geschiedenis met een angst  ‘niet meer worden aangeraakt’ die overgaat in het ‘meeslepen van het verleden’ naar ‘Nu veeg ik jouw adem van mijn huid’.

In het hoofdstuk ‘Een taaie in de ring’ is daar de vader die aan Alzheimer leidt, naar woorden en dingen zoekt, tot aan zijn overlijden. In dit hoofdstuk het gedicht ‘Hij leeft zijn moeder na’ waarin de titel van deze bundel op zijn plaats valt. Tot slot het laatste hoofdstuk ‘Naar onbekende streken’  waar een aantal thema’s opnieuw aan de orde komen. Waarmee de cirkel rond is, waarmee de gedichten in deze bundel allemaal een plek kunnen krijgen in de kijk op het dichterschap uit het openingsgedicht. Van dromen naar kijken, naar  verduren en tot slot met het hoofd ver voor het lichaam uit de wereld tot je nemen.

De taal van Monica Boschman is prettig leesbaar, haar thema’s herkenbaar en met deze bundel geeft ze een kijkje in haar persoonlijk en gevoelsleven waar je na lezing met gemengde gevoelens aan terugdenkt en waar je, gedichten uit terug wil lezen. Los van de context, om te kunnen bekijken waar je je als lezer bevindt, waar je zelf met je hoofd beweegt, omhoog, recht vooruit, naar beneden of vooruit gestoken.

Om je nieuwsgierigheid een beetje te kietelen hier het gedicht waar de bundel zijn titel aan ontleent.

.

Hij leeft zijn moeder na

.

al zijn de namen anders, van het huis

en van de mensen. Hij onthoudt zich

van onthouden en ook weten

.

is al ver gewist. Mijn naam geeft stem

aan wat vergeten is, waarbij herhalen

elke bodem mist.

.

We delen het vindersloon

wanneer een liedje zijn ogen kent

of een lepel zijn hand beweegt.

.

Op vleugelvoeten gaan we

door gangen. We weten

de helft van de weg.

.