Categorie archief: Uit mijn boekenkast
Eerst de hoeve, dan het hart
Nederlandse boerderijen in verhalen, gedichten en foto’s
.
Poëzie komt in vele vormen, dat schreef ik al vele malen. Poëziebundels vormen daarop geen uitzondering. Buiten de bundels van dichters zijn er vele bloemlezingen en themabundels uitgegeven. Daarnaast zijn er boeken en bundels die een mengeling bieden van poëzie en andere kunstvormen.
Het boek ‘Eerst de hoeve, dan het hart’ onder redactie van Arie van den Berg uit 2000 is zo’n boek. Aan de hand van verhalen en gedichten van Nederlandse schrijvers en dichters wordt een beeld geschetst van een aantal boerderijen uit vele hoeken van Nederland. Elke boerderij is daarbij in de vorm van een foto vertegenwoordigd om het beeld compleet te maken.
Bekende Nederlandse schrijvers en dichters als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil;, Robert Anker, Carla Boogaards en Rutger Kopland beschreven speciaal voor dit boek boerderijen maar er staan ook bijdragen in die er al waren maar goed bij het thema pasten. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), in literaire kring beter bekend als ‘De Boerenhuisclub’ uit de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil.
Ik heb, uiteraard, voor een poëtische bijdrage gekozen en wel van Karel Eykman met het gedicht ‘Verzuchting van de slome koe’.
.
Verzuchting van de slome koe
.De
waarom ik droevig kijk
dat moet je mij niet vragen
dat is niet anders.
.
niet dat ik ermee zit
je zal mijn niet horen klagen
er zit niks anders op.
.
het gaat zoals het gaat
daar begin je toch niets tegen
daar zit ik heus niet mee.
.
wat kijk je me dan nog aan
ik kijk niet terug, kan mij wat schelen
ik kijk wel voor me uit.
.
als je het niet te erg vindt
ga ik door waar ik was gebleven
wat was dat ook alweer?
.
juist ja, gras.
.
If
E.E. Cummings
.
Als je een kast vol poëziebundels hebt zoals ik, zou je soms bijna vergeten wat voor schatten zich daarin bevinden. Dus ga ik af en toe voor die kast staan en kies ik een bundel uit waar ik dan opnieuw in ga lezen. Dan kies ik een gedicht uit en die komt dan in de categorie ‘Uit mijn boekenkast’.
Vandaag was dat de bundel ‘100 selected poems’ van e.e. cummings (1894 – 1962) welke ik ooit kocht in een tweedehands boekenwinkeltje in Londen. Mijn regelmatige lezer weet dat ik een groot fan ben van het oeuvre van cummings en daarom uit die bundel het gedicht ‘If’.
.
If freckles were lovely, and day was night,
And measles were nice and a lie warn’t a lie,
Life would be delight,—
But things couldn’t go right
For in such a sad plight
I wouldn’t be I.
If earth was heaven and now was hence,
And past was present, and false was true,
There might be some sense
But I’d be in suspense
For on such a pretense
You wouldn’t be you.
If fear was plucky, and globes were square,
And dirt was cleanly and tears were glee
Things would seem fair,—
Yet they’d all despair,
For if here was there
We wouldn’t be we.
.
Eneas
Publius Virgilius Maro en Joost van de Vondel
.
Van Ton Rodenburg kreeg ik de ‘Eneas’ van Publius Virgilius Maro in de vertaling van Joost van den Vondel uit 1947 met lithografieën van Dignum Dominicus Lammers. Een mooi, groot, lijvig werk van 382 pagina’s dat eigenlijk te groot is voor mijn boekenkast. En toch ben ik zeer verrukt over deze gift van Ton.
Vergilius zijn bekendste werk is de Aeneis (of in vertaling de Eneas), het grote heldendicht waarin de grootheid van Rome, van Romes oorsprong en verleden wordt bezongen. Dit werk moest even beroemd worden als de Ilias en de Odyssee van Homerus, het heeft dan ook een gelijkaardige inhoud, maar het is kritischer geschreven.
De Aeneïs gaat over de legende van Aeneas, die de Romein voorstelt als de verre afstammelingen van de Trojanen en van het geslacht van de Iulii (=Julii), waartoe Augustus behoorde door de adoptie van Quintus, de zoon van Aeneas en kleinzoon van Venus en Jupiter. De vermenging van deze mythologie met Latijnse geschiedenis maakt dit epos tot een nationaal kunstwerk, dat vanaf zijn ontstaan tot het heden toe geldt als het mooiste gedicht in de Latijnse taal.
In de taal van Vondel wordt dit een prachtig maar niet eenvoudig werk om te lezen. En toch ben ik eraan begonnen. De taal van Vondel is archaïsch maar prachtig. En nee, niet alles wat ik lees begrijp ik meteen maar dat geeft niet, door de taal, de rijkdom aan woorden en beschrijvingen neemt de schrijver me mee in het verhaal. Wat ik verder heel bijzonder vind is hoe de taal is veranderd. Als je de tekst hardop in je hoofd leest is er niet zo gek veel veranderd maar het gebruik van d’s en t’s, van h’s en g’s waar we dat niet gewend zijn, de ae voor de e, het gebruik van de stille c, de n aan het eind van vele woorden, allemaal in onbruik geraakt. Mooi om te zien hoe taal steeds veranderd en zich aanpast aan de tijd.
Per boek staat aan het begin een korte inhoudsopgave zoals dat vroeger vaker gedaan werd. Hier de inhoud van het eerste boek. Als tekst bijna een gedicht.
.
Eneas, de godtvruchte en strijtbaere oorloghshelt,
Vervolght van Iunoos wrock, en doolende om te landen
In ’t oude Italie, vervalt, door ’t woest gewelt,
Der Siciljaensche zee, in ’t ende aen Didoos stranden.
Zijn moeder Venus wijst hem ’t onbekende padt,
Dat naer Karthago loopt: zij deckt met eene wolcke
Achates, en haer’ zoon; die vindt de nieuwe stadt,
En wint Elyzes gunst, ten troost van zijnen volcke,
Geberght, en wel onthaelt ter tafel in ’t palais,
Belust om trojes val te hooren, en hun reis.
.
Uit mijn boekenkast
Crowdsurfen op laag water
.
Daniël Vis publiceerde in 2014 de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’. Ik heb hier al eens aandacht aan besteed (29 januari 2014) maar omdat dit toch een bundel is die er voor mij uitspringt pakte ik hem uit mijn boekenkast en al lezend vond ik dat ik een gedicht van hem uit de bundel met jullie wilde delen.
Het is ‘Friedrichs ontstopper’ geworden, van zo’n titel wordt je vanzelf nieuwsgierig.
.
Friedrichs ontstopper
.
voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.
soms kroop hij ’s nachts uit bed
en schoof het gordijn open.
.
er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen
en hij heeft om dingen gevraagd.
.
van de pepernoten begreep hij ook niet
hoe ze in zijn schoenen kwamen.
.
maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.
en toen hij 13 was verzoop een schaap
in de sloot, achter.
.
je kan niet over water lopen.
.
in de cartoons hangen ze even stil in de lucht
voordat ze vallen,
.
er verandert iets in hun ogen.
.
hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,
dat het iets oplost daarbinnen.
.
‘doe je mond maar open,’ zeg ik.
‘als het prikt, werkt het.’
‘het botst toch op niks,’ zegt hij.
‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’
.
hij houdt zijn hand op z’n middenrif.
.
23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.
.
hij zegt:
.
‘als jezus terug op aarde komt
is dat als mannenmodel
voor h&m.’
.
O bemin niet al te lang
William Butler Yeats
.
Uit mijn boekenkast nam ik het boek ‘De mooiste van William Butler Yeats’ samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. In deze bundel de mooiste gedichten van Yeats met steeds ernaast de Nederlandse vertaling. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘O do not love too long’ of in vertaling van Ivo van Strijtem ‘O bemin niet al te lang’.
.
O bemin niet al te lang
.
O bemin niet al te lang:
Ik beminde lang, zo lang,
En raakte uit de mode
Als een oude zang.
.
Geen van beiden kon weten
Door onze jeugdjaren heen,
Wat de ene of de andere dacht,
Zozeer waren wij een.
.
Maar o, zo snel veranderde zij –
O bemin niet al te lang
Of je raakt uit de mode
Als een oude zang
.
O do not love too long
.
Sweetheart, do not love to long:
I loved long and long,
And grew out of fashion
Like an old song
.
All through the years of your youth
Neither could have known
Their own thoughts from the other’s,
We were so much at one.
.
But O, in a minute she changed –
O do not love too long,
Or you will grow out of fashion
Like an old song.
.
Doornroosje
Gerrit Achterberg
.
Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.
.
Doornroosje
.
Houthakkers, die zich in het bos verklikken.
Sloten, die op hun bodem staan te roesten.
Je eigen in de hoogte horen hoesten.
Een edelhert met plotselinge schrikken.
.
Spechten, als zachte mitrailleuren tikken
tegen de honderd jaar in eikeknoesten.
Dat wij elkander tegenkomen moesten
was te voorzien met langgeworden blikken.
.
Hier is het uur.Op deze ronde plek
heeft het tussen ons plaats, een vuur,
dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.
.
terwijl de stilte verder openspringt,
met bomen van verbazing opgewekt,
omklemmen wij het eeuwig avontuur.
.
Heimwee naar mijn dochter
Robert Anker
..
In mijn boekenkast staat de dikke bundel van Robert Anker met de titel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’. Al bladerend stuitte ik op het intrigerende gedicht ‘Heimwee naar mijn dochter’. Het is zo’n gedicht van Robert Anker dat je een paar keer moet lezen om een idee te krijgen wat hij nu eigenlijk wil zeggen.
Volgens mij gaat het over het proces van loslaten, terug vinden in uniciteit en het gemis aan hoe het was. Wat je er ook in leest, het is een prachtig gedicht door de bijna hypnotiserende toon en taal van het gedicht maar zeker ook door het weglaten van elke vorm van interpunctie.
.
Heimwee naar mijn dochter
.
Nu je terug bent want nu ik mijn dochter
terug heb want nu je terug bent gekomen
(waar was je wie ben je en wat was je)
maar nu je terug bent nu heb ik je zo
verloren en heb ik mij zo beschadigd
aan jouw aanwezigheid zonder jezelf
nu je schrille gestalte in volle emotie
verdween mis ik je dochter maar rijm je
met mij voor een leven naar voren
nu je terug bent en nu ik je zo
terug heb en liefheb omdat ik je mis.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Leo Vroman
.
Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.
Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).
Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,
een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.
Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?
Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?
En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.
.
Neerlands Dichterschat
De poëzie van de 19e eeuw
.
Een nieuwe aanwinst in mijn poëziecollectie is een lijvige bundel ‘saamgebracht door F.H. van Leent’, een vierde veel vermeerderde druk van uitgeverij H.J.W. Becht uit Amsterdam. Een klein dik boek met een lederen omslag en goudkleurige zijkanten. Uit welk jaar deze bundel komt kon ik niet achterhalen (waarschijnlijk rond de eeuwwisseling van 1900) maar het is een bijzonder werk. Veel, voor mij onbekende dichters zijn vertegenwoordigd in deze bundel maar een enkele naam ken ik zoals Alberdingk Thijm, Louis Couperus, Herman Heijermans, Multatuli, Potgieter en Tollens.
Ruim 450 pagina’s 19e eeuwse poëzie. Ik heb gekozen voor een vrouwelijke dichter Hélène Swarth (1859 – 1941) die wordt gerekend tot de Tachtigers. Wikipedia zegt over haar: “Hélène Swarth was tot op hoge leeftijd productief. Haar werk is enigszins ongelijk, maar in haar beste gedichten toont zij zich de evenknie van de andere vooraanstaande Tachtigers. Door haar zuiverheid van uitdrukking bereikte zij een opvallende eenheid van vorm en inhoud, terwijl anderzijds haar grote zintuiglijke ontvankelijkheid aan haar beste werk een kosmisch-religieuze inslag geeft.”
.
Uit ‘Eenzame bloemen’ uit 1883, het gedicht (Sonnet nummer) ‘I’ (uit Drie Sonnetten).
.
I
.
De zon bestrooit den blauwen vijverplas
Met gansch een vloed topazen en robijnen,
De zoele wind, alvorens weg te kwijnen,
Beweegt de bloemen van het oevergras.
.
Een zachte golving van gebroken lijnen
Zweeft in den vijver, trouw als spiegelglas,
Waar muggen zwermen tusschen ’t struikgewas
En gouden wolkjes komen en verdwijnen.
.
De roode stralen vloeien, drop bij drop,
Langs grijze wilg en bruinen beukentop,
Op ’t siddrend loof der popels en der elzen.
.
Traag zinkt de zon in ’t purper wolkengraf,
Alsof haar avondkus de wijding gaf
Aan aarde en hemel die elkaar omhelzen.
.
Erts
Gabriel Smit
.
Ik heb inmiddels ruim 6 meter aan dichtbundels verzameld door de jaren heen en daar zitten bijzondere exemplaren tussen. Een mooi voorbeeld daarvan is de bundel ‘Erts’ uit 1955. Een bloemlezing uit de poëie van heden, samengesteld en ingeleid door Bert Voeten.
Het aardige van dit soort bundels, zeker als ze al wat ouder zijn, is dat ik er dichters in tegen kom waar ik nog nooit van gehoord heb. Dichters die, om wat voor reden dan ook, ooit bekend waren en in de vergetelheid zijn geraakt. Een voorbeeld van zo’n dichter is Gabriel Smit (1910-1981).
Als je op zijn naam zoekt op internet kom je al snel een uitgebreide bi(bli)ografie tegen op http://www.schrijversinfo.nl
Dan blijkt Smit in zijn tijd een bekende dichter te zijn geweest. Op de website van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat te lezen over hem: “Dichter, prozaïst, journalist, toneel- en jeugdboekenschrijver, vertaler. Gold als een van de bekendste katholieke dichters, in de periode 1940-1970.
Werkzaam als journalist bij De Gooi en Eemlander (1933-1944) en bij het Utrechtsch Dagblad (1939-1950). Hij was daarna literair redacteur van De Volkskrant (1952-1975). Ook was hij na de oorlog redacteur van weekblad De Linie en het literair tijdschrift Roeping.” Ook won Smit gedurende zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder tweemaal de Henriëtte Roland Holstprijs (1957 en 1967).
Uit de bundel ‘Erts’ en oorspronkelijk verschenen in De Gids in 1955 de gedichten ‘Omschrijvingen van de liefste I en II’.
.
Omschrijvingen van de liefste
I
Je komt. Ik houd mijn adem in. Even
valt alles stil, auto’s zijn eeuwen
oud, Het uur is een eerste sneeuwen,
bijna dalend, bijna teruggedreven.
.
Samen weten wij wat niemand vermoeden
kan. Tussen ons beiden houden
onzichtbare stemmen een vertrouwde
doortocht open. Neuriënd behoeden
.
zij de zee voor terugval, blijven
van hart tot hart lang voor onze
geboorte hun verrukking slaan.
.
Nu ben je er. de wolken drijven
weer, de stad begint weer te bonzen.
Maar het neuriën houdt aan.
.
.
II
Samen zijn wij op reis. De dagen
glijden als in een trein de weiden
aan ons voorbij. Soms komen vragen
je ogen, je schoot verwijden,
.
adem opent je handen, even
trilt waterlicht aan de ramen,
gewiek van vogels, gevleugeld leven.
wij denken niet, wij kijken, samen.
.
Soms staat de trein verwonderlijk
stil. Buiten ligt het bezonnen
landschap en wacht, onvoltooid.
.
Even is ons samenzijn afzonderlijk,
dan weet het zich weer begonnen.
Soms is een hand genoeg, soms nooit.
.



















