Categorie archief: Uit mijn boekenkast

Repeteergedicht

Ruisch

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkaast en viel me op dat ik toch eigenlijk best veel dichtbundels van Jules Deelder heb. In de jaren tachtig las en kocht ik veel werk van deze Rotterdamse grootheid. Vooral zijn humor, zijn archaïsch taalgebruik, de onderwerpen waarover hij schreef maar bovenal zijn performances spraken me zeer aan. Het was nieuw voor mij dat poëzie, waar ik eigenlijk nog maar net mee bezig was, ook zo gebracht kon worden. De bundel ‘Ruisch’ is een weerslag van wat zijn werk zo kenmerkt; aan de ene kant de bekende thema’s zoals de dood, de oorlog en de taal en aan de andere kant zijn (soms wel heel melige) humor. Toch zijn het de zaken die de rafelranden van de poëzie raken die ik interessant vind. In een recensie van deze bundel lees ik “.. een heerlijk boek voor wie van de rafelrandjes van het leven houdt, en van de poëzie van Deelder in het bijzonder”. Ik ben zo iemand en vandaar hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Repeteergedicht’ over de poëzie.

.

Repeteergedicht

.

Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.

Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.

Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk

met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.

.

Koud water

A. Roland Holst

.

Vandaag trok ik de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1970 van A. Roland Holst (1888-1976) uit mijn boekenkast. Een keuze maken uit zijn gedichten valt nog niet mee. Hij heeft er niet alleen ontzettend veel geschreven (de bundel bestaat uit meer dan 800 pagina’s) maar er zijn ook zoveel prachtige gedichten van zijn hand. Tijdens zijn leven verschenen al 42 dichtbundels en na zijn dood ook nog enige. A. Roland Holst heeft nog altijd veel liefhebbers en bewonderaars van zijn werk. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.

Het gedicht dat ik uiteindelijk koos (na vele gedichten te hebben gelezen, wat zeker geen straf was) is ‘Koud water’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Onder koude wolken’ uit 1962.

.

Koud water

.

Wat bleef mij als mijn adem eigen? Wat

is het met mij, dat ik mijn naam en mijn

mens-zijn onder de mensen onderschat

om in de vroegte zonder naam te zijn

en overeind?

Wat anders dan koud water

over mijn huid als het buiten dag wordt.

Wat anders dan te worden overstort

door het begin, het element, om later

tussen het vuur en de open glazen deur

een geest te zijn van vlees, een willekeur

tegen de wereld.

Noem het hoogmoed, noem

de enige roem waar ik mij op beroem

waanzin – de rest kan mij gestolen worden-

de zonden en de ziekten, het verdorde

verleden – wat gaat het mij aan, zolang

water, koud water, bij het dagaanbreken

mij met klinkklare aandrang

tot eersteling uitroept.

Geen taal of teken

des doods weerspreekt het leven in zijn kern.

Het daagt, maar in het water blinkt nog lang

de morgenster na – laatste van de sterren.

.

Uit mijn boekenkast

Pablo Neruda

.

Deze week zal ik willekeurig een aantal gedichtenbundels uit mijn boekenkast pakken en daar een gedicht uit plaatsen. Mijn boekenkast is inmiddels zo vol dat ik overgegaan ben op een andere boekenkast en dat ging ten koste van vooral romans. Toch ben ik erg blij met mijn bijna 10 meter poëzie, een onuitputtelijke bron van schoonheid en plezier.

Vandaag aandacht voor ‘Hoogten van Macchu Picchu, gedichten uit Canto General’ van Pablo Neruda. Gekozen en ingeleid door Huub Oosterhuis. Ruim 300 gedichten voor de weggeefprijs van destijds € 4,95 in de Sterpocketeditie.

Uit hoofdstuk XI ‘De bloemen van Punitaqui’ het gedicht XII ‘De mens’ in een vertaling van Bart Vonck.

.

De mens

.

Hier vond ik de liefde. Ze ontstond op het zand,

ze zwol stemloos aan, betastte de vuurstenen

van de hardheid en weerstond de dood.

Hier was de mens leven dat het gave

licht en de overlevende zee bijeenbracht,

hij viel aan, hij zong en streed

met diezelfde eenheid van metalen.

Hier waren de kerkhoven amper opgehoogde

aarde en over het verspilde hout

van de geknakte kruisen repten zich

de zanderige winden.

.

Kygnos

Ilja Leonard Pfeijffer

.

In de afgelopen zomervakantie heb ik, zeer tot mijn genoegen,  de roman ‘Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Het is een bijzondere roman die ik in één ruk uitlas.  Ik kende Pfeijffer eigenlijk alleen van zijn poëzie en zijn Instagram account @iljaleonardpfeijffer,  waar hij vooral foto’s van het dagelijkse leven (in vooral Genua) met zijn volgers deelt. Superba deed me besluiten weer wat van zijn poëzie te lezen.

In 2001 verscheen van zijn hand de dichtbundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Die heb ik voor de gelegenheid maar weer eens uit mijn kast gehaald en daaruit wil ik graag een gedicht met jullie delen getiteld ‘kygnos’.

.

kygnos

.

of wringt iets? nogal log in vogelvlucht

krakeel je krijtwit schraapt je zwanenhals

ten krijgersyell je valt je dondert als

bij heldere hemel tergend uit de lucht

.

maar altijd jeukt wel iets als vliegen vliegen

op beide vleugels liegen door de lucht

wie wil niet hemeltergend helder vluchten

uit loden schoenen en een kracht bedriegen?

.

het is de klank die klinken moet de gil

van schoolkrijt op een matzwart bord een zwaan

die vallend voor het eerst ten oorlog zingt

.

het is de kriebel in de buik die wil

spijbelen van bezwaartekracht en aan

de hemel dondert klaar en liegt en klinkt

.

Selected poems 1923 – 1958

e.e. cummings

.

Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot fan van de poëzie van E.E. Cummings. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik de bundel ‘100 selected poems ‘ van hem kon kopen in Londen in een tweedehands boekenwinkeltje. Nu blijkt er ook al (blijkbaar) lange tijd een andere bundel van hem in mijn boekenkast te staan waarvan ik het bestaan vergeten was namelijk ‘Selected poems 1923 – 1958’ in een Penguin pocket reeks namelijk ‘The Penguin Poets’ uit 1960.

De selectie is door Cummings zelf gedaan uit elf gedichtenbundels (waarvan 10 uit een verzamelbundel ‘Poems 1923 – 1954′ en een elfde bundel getiteld ’95 Poems’ uit 1958.

Uit deze kleine maar o zo fijne bundel koos ik voor het gedicht zonder titel met als openingszin ‘love is more thicker than forget’.

.

love is more thicker than forget

more thinner than recall

more seldom than a wave is wet

more frequent than to fail

.

it is most mad and moonly

and less it shall unbe

than all the sea which only

is deeper than the sea

.

love is less always than to win

less never than alive

less bigger than the least begin

less littler than forgive

.

it is most sane and sunly

and more it cannot die

than all the sky which only

is higher than the sky

.

Sprookje

De Vogel Phoenix

.

Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De vogel phoenix’ van M. Vasalis uit 1948 gepakt. Omdat het zo’n prachtige bundel (zowel inhoudelijk als fysiek, na 69 jaar ziet mijn exemplaar er nog als nieuw uit) maar ook omdat ik in het gedicht ‘Sprookje’ iets herkende.

.

Sprookje

Voor mijn Moeder en Dochtertje

.

Zij luistren beiden naar haar oud verhaal,

wondere dingen komen aangevlogen,

zichtbaar in hun verwijde oogen,

als bloemen, drijvend in een schaal.

.

Er is een zachte spanning in hun wezen,

zij zijn verloren en verzonken in elkaar,

-het witte en het blonde haar –

geloof het maar, geloof het maar,

alles wat zij vertelt is waar

en nooit zal je iets mooiers lezen.

.

Nette vent

Zoon van alle moeders

.

Gisteravond kwam ik de bundel ‘Zoon van alle moeders’ uit 1988, tegen in mijn boekenkast van Herman Brood (1946-2001). Toen ik er in bladerde kwam ik het gedicht zonder titel (geen van de gedichten heeft een titel) tegen die begint met de regel ‘Nette vent’. In dit gedicht ook de regel waar de bundel zijn titel aan ontleent. Brood blijft in zijn poëzie zoals ik hem mij herinner, geestig, sprankelend en licht absurdistisch. Ook in dit gedicht. Daarom hier het gedicht zonder titel uit deze gekke maar heerlijke bundel.

.

Nette vent

ook as atleet

jammer van die t’rugspeelballe

mistieke vergissing?

Gebroke gebede

daar komt bij:

zo’n bal maakt driftig

mot geen ruzie make

tut tut

t’is de zoon van

alle moeders!

Haat & nijd zeker…

.

Brommerdagen

Uit mijn boekenkast

.

Ik sta voor mijn boekenkast met poëzie en dan ineens valt me een oranje rug op. Het is de rug van ‘Brommerdagen’ van Jan Baeke (1956). Van de meeste poëziebundels weet ik dat ik ze heb maar ook waar ik er ooit aan gekomen ben, van deze bundel weet ik n iet hoe ik eraan kom, sterker nog, ik was vergeten dat ik hem had.

En dat is ten onrechte want bij herlezing blijkt de poëzie van Jan Baeke zeer genietbaar. In 2008 schreef de jury van de VSB Poëzieprijs over ‘Groter dan de feiten’: Onontkoombaar en huiveringwekkend. Op Wikipedia staat: Het is poëzie die in gewone taal en met directe beelden een mysterie weet op te roepen.

Oordeel zelf over het gedicht uit ‘Brommerdagen’ getiteld ‘In a sentimental mood’.

.

In a sentimental mood

.

Op een middag zeg ik zoveel tegelijk
ik moest aan vallen denken, aan explosies
hoe de jaren zeventig zijn weggevaagd.

Ik zat in mijn kinderkamer
had alles uitgestald wat mij toebehoorde.
Daarmee redden wat ik ben, het kon niet meer.

Ik nam de telefoon op met mijn moeders naam
en staarde de middag in. Een serieus fantast
met veel te veel herinneringen, zoals

dat ik ziek was en dat nooit te boven kwam
of dat de oorlog op de hoek stond, wachtend
op het juiste jaar, de juiste landverrader

viel ook goed te overzien waar zich
een haan mocht roeren en hoe.
en hoe de dingen zijn als je de mens weglaat.

.

Buk nog een keer

Margreet Dolman

.

In 1986 kocht ik het boek ‘Buk nog een keer’ een vrouw klapt uit haar leven van Margreet Dolman. Behalve een aantal hilarische ‘preken’ van dominee Gremdaat en een aantal sketches is er ook een hoofdstuk getiteld ‘Haar poëzie’. Ik was dit helemaal vergeten tot ik dit boek weer eens uit mijn boekenkast haalde om er in te lezen.

De gedichten zijn soms nogal kort en banaal, soms wat langer en meer inhoudelijk maar er zitten ook zeker zeer aardige gedichten tussen. Zoals het gedicht’Ik mis je’.

.

Ik mis je

.

Ik mis zijn versluierde ogen,

zijn ruime mond,

zijn soepele tong,

zijn lichamelijk begrip,

ik mis hem,

zijn dikke reet,

koppige natuur,

strenge klok

en aarzelend gevoel.

.

Muzen almanak

Vergeet mij niet

.

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw heb ik een tijdje oude boekjes gespaard. Of gespaard, als ik een mooi oud boekje tegenkwam kocht ik die en die heb ik altijd bewaard. Omdat ze vrij hoog in mijn boekenkast staan bekijk ik ze niet dagelijks (eigenlijk bijna nooit) en dat is jammer want vandaag besloot ik dat wel te doen en wat bleek? Tussen oude boekjes over ‘100 jaar Diergaarde Blijdorp’ en ‘Tijl Uilenspiegel’ stond een mooi klein boekje met gedichten! Het is de ‘Muzen almanak’ 35e jaargang uit 1853 met als titel op de franse titelpagina ‘Vergeet mij niet’. Uitgegeven door ene Laarman.

Op de eerste pagina’s staat te lezen: Aan hare majesteit de koningin-moeder der Nederlanden wordt dit jaarboekje met verschuldigde hoogachting eerbiedig opgedragen door harer majesteits onderdanigen dienaar J. H. Laarman.  Kom daar nog maar eens om tegenwoordig.

In dit bundeltje staan gedichten van onder andere Dr. Nicolaas Beets, Mr. J. van Lennep (de Heer van Burleigh), H.J. Schimmel en F.J. Blieck (en nog zo’n kleine 30 dichters waar ik nog nooit van gehoord heb). Een aantal gedichten zijn geïllustreerd ‘met eenen plaat’. Dit zijn prachtige gedetailleerde etsjes (?) of andere grafische afbeeldingen die bij het gedicht passen.

Daar heb ik er dan ook één van gekozen namelijk ‘Het jagertje van Verschuur’ Een liedje bij een plaatje door E. Wie deze E. is wordt verder niet uit de doeken gedaan en ik heb het ook niet kunnen vinden.

,

Het jagertje van Verschuur.

.

Stout jager! als ik vragen mag,

Wat jaagt ge hier toch elken dag?

’t En is niet om ’t patrijsken:

’t Is om een eedler hoen

Te doen:

’t Is wel om Mulders Lijsken,

Dat gij zo draaft door ’t groen.

.

Stout jager! als ik zeggen mag,

Gij zijt van ’t echte jagers-slag;

Maar, viert ge ook toom en teugels,

’t Wild danst al even vrij

Voorbij:

De deugd geeft Lijsken vleugels,

Die vlugger zijt dan gij!

.

Stout jager! als ik raden mag,

Hijsch dan de wirtte vredevlag,

Zoek ’t hoentje op uw voeten;

Werp strik en moordgeweer

Ter neêr:

Als vrouw zal Lijske’ u groeten,

Als dienstmaagd–nimmer meer!

.