Jonge dode mol

J. Bernlef

.

Met Pasen maakte ik een wandeling door een voormalig afgraafgebied van veen dat nu een natuurgebied is geworden. Aan de randen van dit gebied in een grasweiland zoals een grasweiland zou moeten zijn, met paardenbloemen en klaver en allerlei soorten gras in verschillende hoogtes (dus niet zo’n mono-cultuurweiland zoals de meeste weilanden van boeren in Nederland) waren allemaal molshopen. Bij een van die molshopen lag een dode mol. Het deed me denken aan een gedicht dat ik ooit las van J. Bernlef (1937-2012) over een dode mol.

Dat gedicht ‘Jonge dode mol’ heb ik terug kunnen vinden in de bundel ‘Gedichten 1970-1980’ uit 1988.  Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Brits’ van Bernlef uit 1974.

.

Jonge dode mol 

.

Nog nooit had ik zo iets

gezien, zo innig in

zijn dood besloten

op een kinderhand

.

De graafpoten langszij

gestrekt tot in het kleinste

kootje als sierleeuwtjes

verfijnd verstard

de blinden stijf gesloten

.

Ondoorgrondelijk zwart

zaad dat zij snel met

smalle vingers teruglegt

niet begraaft

.

‘want zie je, zij eten aarde

maar deze had geen trek

kijk maar hoe schoon zijn handen nog

hoe dun en dicht zijn bek’.

.

De liefde wandelt vreemde wegen

Hans Dorrestijn

.

Bij sommige dichters hoor ik in mijn hoofd hun stem wanneer ik een gedicht lees dat uit hun pen kwam. Een van de meest bekende, en herkenbare waarschijnlijk, is Hans Dorrestijn (1940). In 1997 kwam de bundel ‘De liefde wandelt vreemde wegen’ uit, nieuwe liedjes en gedichten voor volwassenen. De liedjes en gedichten komen uit twee andere bundels ‘Positief genieten met Hans Dorrestijn’ uit 1994 en ‘Mag ik uw handtekening?, of: Hoe word ik een beroemd cabaretier’ uit 1996. Wanneer ik het gedicht ‘Rijm’ hieronder lees hoor ik in mijn hoofd de onmiskenbare en licht misantropische stem van Hans die het aan mij voorleest.

.

Rijm

.

Niet voor niets rijmt ster op ver

Want de sterren staan hier ver vandaan

Niet voor niets rijmt baan op maan

Daar zij van oudsher dezelfde weg moet gaan

.

Niet voor niets rijmt zacht op nacht

En niet voor niets rijmt meid op vrijt

En meteen daarna op eenzaamheid

Want je hebt ‘r en je bent ‘r kwijt *

.

Niet voor niets rijmt God op lot

Dat is logiosch want

God houdt alles in zijn hand

Van ’t begin tot aan het slot

.

Niet voor niets rijmt zicht op licht

En niet voor niets rijmt clown op down

en daarom rijmt ook zonneschijn

Op vrolijk zijn en Dorrestijn.

.

* Regel van Jean Pierre Rawie

.

Nog nooit verliefd geweest

Ans Wortel

.

Beeldend kunstenaar, dichter en schrijver Ans Wortel (1929-1996). Zij heeft diverse dichtbundels geschreven waarin haar beeldende kunst en poëtische teksten samenkomen. Ze debuteerde in 1959 met een gedichtenbundel in eigen beheer zonder titel. Ans Wortel is vooral bekend als beeldend kunstenaar. Ze maakte in haar lange kunstenaarsleven voornamelijk olieverfschilderijen, gouaches en tekeningen. Haar werk beslaat een periode van meer dan 50 jaar. Als autodidact begon ze vanuit de traditionele schilderkunst langzaam naar een eigen vorm te zoeken dat ‘abstract figuratief’ genoemd kan worden.

Uiteindelijk heeft ze echter ook een aantal dichtbundels uitgegeven waaronder de bundel ‘Voor ons de reizende vlezen rots’ uit 1970 die verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij. Uit deze bundel komt het liefdesgedicht ‘I’ve never been in love before’ like Chet Baker sings…’.

.

‘I’ve never been in love before’ like Chet Baker sings…

.

ik was nooit zo verliefd

dat mijn hart

mijn hoofd de baas werd…

nooit kon hij zover

beslag op me leggen

dat er geen ‘ik zijn’ meer overbleef…

.

voor hem wijzigde ik m’n dagindeling

voor hem veranderde ik m’n standpunt

wat ik geloof,

geloofde ik bij hem niet meer

ik hield rekening met zijn wensen

aangaande eten en vrijen en slapen…

.

nooit ben ik hèm

is hij mij geworden

.

ook nú zal ik ’t ‘wij’ niet halen

maar zo verliefd als nu,

was ik niet eerder…

.

Bokito

Ko de Laat

.

Afgelopen week stierf de troetelgorilla van Rotterdam en omstreken Bokito. De zilverruggorilla Bokito kwam in 2007 op een minder leuke manier in het nieuws toen hij een vrouw, die hem dagelijks bezocht, oogcontact zocht en meende een vorm van een liefdesrelatie te hebben met de gorilla, meesleurde, en meer dan 100 keer beet. Daarom, nadat hij met een verdovingsgeweer was beschoten en verdoofd weer in zijn hok was beland, zette men hem achter extra (naar ik meen spiegelend) dik glas zodat hij geen oogcontact meer kon maken met bezoekers.

Ondanks of misschien wel dankzij, wat er gebeurd was, bleef Bokito een ware trekker en favoriet van vele bezoekers van Diergaarde Blijdorp. Nu is hij dus, op 27 jarige leeftijd, overleden. Reden voor sommige mensen om hem toe te voegen aan de Club van 27 (een groep muzikanten die op te jonge leeftijd, namelijk 27 jaar, overleed). In dit geval is er wel iets voor te zeggen. Gorillamannetje in gevangenschap worden namelijk gemiddeld veel ouder dan 27 jaar (tot wel 50 jaar namelijk).

Ik moest, toen ik dit bericht hoorde, denken aan het gedicht van Ko de Laat op Gedichten.nl. In het geval van het gedicht van de Laat gaat het weliswaar niet over Bokito maar Koko, een testgorilla (het woord alleen al). Test-gorilla Koko kon al in gebarentaal met de mensen communiceren, maar wetenschappers hadden ontdekt dat hij in principe de stem- en ademcontrole heeft om te leren praten. Naar aanleiding van dit bericht schreef Ko de Laat in 2015 het gedicht ‘Monkey Business’.

.

Monkey Business

.

Gebarentaal beheerst hij sowieso
En straks leert hij waarschijnlijk converseren
Zo blijft men een gorilla transformeren:
De vlees-noch-vis-noch-aap-noch-mens Koko
.
Totdat men horen kan of lip kan lezen:
“Rot op en laat mij een gorilla wezen!”

.

De ziekte van jij

Joost Zwagerman

.

Het afgelopen weekend zat ik te lezen in de bundel ‘Zo heel jij mij’ troostgedichten samengesteld door Isa Hoes uit 2020. Het laatste gedicht in deze aardige verzamelbundel is van Joost Zwagerman (de gedichten staan op alfabetische volgorde op de achternaam van de dichter, iets wat mijn bibliothecarishart blij stemt).

Het gedicht zonder titel van Zwagerman (1963-2015) komt uit zijn bundel ‘De ziekte van jij’ uit 1988 en doet me in de verte denken aan het gedicht ‘Lamento’ van Remco Campert. Desalniettemin, of misschien juist daardoor vind ik het een bijzonder fraai gedicht.

.

… zag jij misschien dat ik naar jou,

dat ik je zag en dat ik zag hoe jij

naar mij te kijken zoals ik naar jou

en dat ik hoe dat heet zo steels,

zo en passant en ook zo zijdelings –

dat ik je net zo lang bekeek tot ik

naar je staarde en dat ik staren bleef.

Ik zag je toen en ik wist in te zien

dat in mijn leven zoveel is gezien

zonder dat ik het ooit eerder zag:

dat kijken zoveel liefs vermag.

.

 

Het museum

Eddy van Vliet

.

De volgende dichter die ik op verzoek, van dit keer Frans Terken, hier in het zonnetje wil zetten is Eddy van Vliet (1942-2002). Het werk van deze Vlaamse dichter en advocaat wordt wel neoromantisch genoemd of geplaatst in de richting van de nieuwe romantiek. Uit De Gids jaargang 159 uit 1996 nam ik het gedicht ‘Het museum’.

.

Het museum

.

Moe van het geniale, het eeuwige, de madonna’s
met kind, de hertogelijke portretten, de wereldkaarten
met ontbrekende continenten, de degens
van duellerende heren, de clavecimbels, de traanvaasjes
en van het meesterlijke het onvoltooid geblevene.
.
Moe van het zich aangestaard weten om wat anderen
begeerden. Moe van de suppoosten die al slapend
het naderen beletten, de gidsen die met woorden
de matte ogen der toeschouwers wakker kussen.
.
En ook droevig als na sluitingstijd schoonheid
in stilzwijgen tot zichzelve keert, de sextant
terugdenkt aan de kim, de tol naar de kinderhand
verlangt, de pijl het suizen van de wind ontbeert
en geen zijn pijn door bewondering lenigen kan.
.
Moe van salonmuziek en gebrek aan spieren verlaat
het museum zijn schatrijke zalen en begeeft zich
naar wijngaarden waar bevruchting plaatsvindt,
naar gevleugelde kinderen die netten binnenhalen,
naar de stal waar de varkensblaas rolt als een bal.
.
Plukt het witte veldbies en dertien soorten orchideeën.
Streelt het tevreden zijn verzameling passaatwinden,
handschriften uitgewist door de getijden, de kieren
waardoor jongens het verbodene zagen en zet zich neer
als een kat op de rand van een bad vol helder water.
.
.

Zo worden jaren tijd

Cees Nooteboom

.

schrijver, dichter en reiziger Cees Nooteboom (1933) wordt al jaren getipt voor de Nobelprijs voor de literatuur. En op basis van wat ik van hem gelezen heb verdient ie dat ook vind ik, maar ja ik ga er niet over. Als je kijkt naar zijn meer dan indrukwekkende lijst van boeken en prijzen dan kan je alleen maar ontzag hebben voor zijn schrijverschap. De Jan Campertprijs, de Lucy B. en C.B. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs en de Prijs der Nederlandse letteren zijn slechts een paar van de vele prijzen die hem zijn toegekend in Nederland en daarbuiten.

Naast vele romans en reisverslagen schrijft Nooteboom dus ook poëzie. Sterker nog, voor Cees Nooteboom komen zijn gedichten voor hem zelf op de eerste plaats. Of zoals zijn uitgever het stelt: “Zijn poëzie gaat over waarnemen en zien, en al bijna zeventig jaar is het voor hem een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of collega-dichters.”

Rond zijn 90ste verjaardag is nu de verzamelbundel ‘Zo worden jaren tijd’ gedichten 2022-1955 verschenen. Leuk vind ik dat niet 1955 maar 2022 als eerste genoemd wordt. In deze bundel van maar liefst 656 pagina’s is de poëzie verzameld die Nooteboom in de afgelopen bijna 70 jaar geschreven heeft. In deze bundel staat het gedicht ‘Lente’. Omdat de lente nu toch eindelijk lijkt te zijn aangebroken leek me dit een toepasselijk gedicht om hier te plaatsen. Het gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Bitterzoet’ uit 2000.

.

Lente

.

Iets vreet de aarde van binnen,

iets graaft, klopt, wil, groeit

tegen de gesloten deur van de grond.

.

Geesten zijn het,

met hoeden van bloemen,

mantels van vlinders en vruchten.

.

Hun domein is de onderste wereld,

hun afwezigheid gaat hun toekomst vooraf,

straks komen ze spoken in daglicht,

.

met de baldadige pracht van een zomer

op de aarde van omgekeerd.

.

 

Blauwe magie

Ineke Riem

.

In de nieuwe bundel van Ineke Riem (1980) ‘Fantasii’ (haar tweede dichtbundel) doet de dichter verslag van een crisis die haar verlamt en haar werkelijkheid uiteen laat spatten, momenten uit haar vroege jeugd drijven boven. Ze neemt je mee in de wereld van een meisje dat een levendige fantasie heeft. Ineke Riem is schrijfster, dichter en illustrator. Voor het gedicht ‘Pegasus in galop’ ontving ze de juryprijs van de Melopee poëzieprijs Laarne (die sinds 2009 elk jaar wordt uitgereikt). Het gedicht verscheen eerder in de Poëziekrant. Ik koos echter voor een ander gedicht uit deze bundel getiteld ‘Blauwe magie’.

.

Blauwe magie

.

Onderschat de magische kwaliteiten van je balpen niet. Alles

wat je schrijft wordt waar.

.

Momenten zijn gemaakt van dunne lagen inkt op luchtpostpapier,

de potloodlijnen in je notitieboekje schetsen de dag.

.

Deze wereld hangt van paperclips en losse velletjes aan elkaar.

In den beginne was er de typemachine.

.

Wees heel voorzichtig met verhalen, schrijf niet over het verdriet

van Tristan, over de zeeën tussen hem en Isolde, het tovergif

in zijn bloed, in haar bloed, de wond die niet heelt.

.

(Schrijf niet: ‘onmogelijke liefde’ als je liever een mogelijke wilt.)

.

 

Katrijn

Daan Janssens

.

In 2017 ging de Vlaamse Daan Janssens (1994) als één van de deelnemende dichters mee met de Poëziebus. Omdat ik het interessant vind om na al die jaren eens te kijken hoe het met jonge dichters gaat die destijds meegingen op de Poëziebus ben ik op zoek gegaan.

Daan Janssens is inmiddels stadsdichter van Hoogstraten geweest van 2017-2019 en in 2021 stond hij samen met Babeth Fonchie en Maan Methven bij ‘Vers van het Mes’ bij Perdu. Zij schreven een ‘kleine poëtica’, waarin ze zich uitspraken over hun rol in het poëzielandschap, en optreden in Vlaanderen en Nederland.

Ook was hij een van de makers van de Podcast ‘grensgangers’ (samen met Jens Meijen, Lisa Weeda en Onias Landveld) waarin ze met dichters uit Nederland en Vlaanderen praten over hun werk en het literaire landschap in de twee landen.

Daarnaast is hij mede oprichter van Dans! Dichter! Dans! een VZW die de ontwikkeling bevordert van beloftevolle schrijvers die graag over de disciplinaire grenzen kijken die eigen zijn aan de literatuur.

Het gedicht ‘Katrijn – een gedicht voor onze kerk’ schreef hij als stadsdichter van Hoogstraten.

.

Katrijn – een gedicht voor onze kerk

.

je kan niet ontkennen dat je mij ziet
al hul ik mij in de mistige herfstdagen of klauwt
mijn kruin naar de hoogste middagzon

.

ik ben de oermoeder van deze stad
en ik ben blij dat je weet dat je voor je moeder moet zorgen

.

dat je weet dat eeuwen hun tol eisen
dat ze sporen nalaten – geen groef
in mijn bakstenen lijf is onberoerd
geen schemering zonlicht langs mijn ramenmozaïek
tot in het binnenste van mijn catacomben

.

dat ik
zelfs gehuld in al jouw goede zorgen
steeds statig boven de kruinen van ieders huis reik
dat ik uitkijk op de dagen die komen – en weet
wat er altijd al was

.

want jullie allemaal zijn de kinderen van mijn oeverloze blik

.

De Rotterdamse school

Poëziepodcast

.

Als je er bij wil horen tegenwoordig dan doe je dat toch vooral middels een podcast. De podcast is alom vertegenwoordigd en werkelijk over elk denkbaar onderwerp zijn podcasts te beluisteren. Gek genoeg zijn er over poëzie eigenlijk heel weinig podcasts.

Zo heb je de podcast Poëzie vandaag. Dichter Ellen Deckwitz leest iedere ochtend van elke werkdag een Nederlands of vertaald gedicht aan je voor in deze podcast. Daarbij legt ze uit wat de dichter volgens haar heeft bedoeld, geeft ze achtergrondinformatie en vertelt ze waarom de teksten haar zo raken.

Er is de Poëziepodcast van Daan Doesborgh die hij maakt met de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam). Daan spreekt in deze podcast met dichters over hun werk.

Dan heb je de onvolprezen podcast van Feest der poëzie over vormvaste dichtkunst, klassieke voordrachtskunst en andere klassieke onderwerpen uit de literatuurgeschiedenis.

En zo zijn er nog een aantal wat minder bekende te lezen op deze website.

De leukste podcast over poëzie vind ik persoonlijk De Rotterdamse school gemaakt en gepresenteerd door dichters Daniel Dee en Mark Boninsegna. Poëzie op zijn Rotterdamst, met bravoure en enige baldadigheid bespreken de beide heren de actualiteit, dichters en dichtbundels. Sinds enige tijd nodigen zij ook dichters uit in hun podcast als gast. Inmiddels zijn er 45 afleveringen van deze podcast verschenen en als je je niet door de Rotterdamse inborst van deze twee laat afleiden dan is er veel te genieten. Want er wordt ook serieus over poëzie, dichters en dichtbundels gesproken.

In de laatste aflevering kwam MUGzine aan bod. Lovende woorden van de heren over dit kleinste en meest eigenzinnige poëzietijdschrift en een mooie bespreking van de laatste editie #16 (# 17 staat op de rol voor media april/ begin mei). In deze aflevering draagt Mark Boninsegna het voorwoord, wat vaak al een gedicht op zich is voor en dat deel ik hier graag met jullie. Elke twee weken een nieuwe aflevering die ik graag aanbeveel.

.

Vannacht voel ik de golven van de zee, de

zee die zichzelf herhaalt en luid huilend

overstroomt. Die ene keer per jaar als het

schuim groen oplicht en de vissen lijken te

zweven. Hoe ik, overgeleverd aan de grillen

van Poseidon, opnieuw onsterfelijk word

onder de zoute aanraking van het zand

en het water die nooit volledig in elkaar

opgaan.

.

Colod, cold water surrounds me now

And all I have is your hand

.