Cult dichter
Weldon Kees
.
De cult dichter of cult poet Weldon Kees (1914 – 1955) was enig kind van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Behalve dichter was hij schilder, literair criticus, romanschrijver, toneelschrijver, jazz pianist, korte verhalen schrijver en filmmaker. Ondanks zijn korte leven wordt hij gezien als één van de meest belangrijke dichters van het midden van de vorige eeuw met generatiegenoten als John Berryman, Elisabeth Bishop en Robert Lowell. Zijn werk heeft veel invloed gehad op dichters in generaties na hem en is opgenomen in vele bloemlezingen.
Zijn poëzie, vooral in de laatste periode van zijn leven was sardonisch en confessioneel. Ondanks dat hij in kringen van de San Francisco Renaissance verkeerde. Kees verdween vervolgens onder verdachte omstandigheden. In 1955 vond de politie van San Francisco zijn auto bij de Golden gate Bridge met de sleutels in het contactslot. Twee vrienden van hem gingen naar zijn appartement om hem te zoeken. Daar troffen ze slechts zijn kat Lonesome aan, een paar rode sokken in de wastafel. Zijn portemonnee, zijn horloge en een slaapzak ontbraken. Er was geen geld van zijn rekening met 800 dollar opgenomen en geen afscheidsbrief. Na dit incident heeft nooit iemand meer iets van Weldon Kees vernomen.
The porchlight coming on again,
Early November, the dead leaves
Raked in piles, the wicker swing
Creaking. Across the lots
A phonograph is playing Ja-Da.
.
An orange moon. I see the lives
Of neighbors, mapped and marred
Like all the wars ahead, and R.
Insane, B. with his throat cut,
Fifteen years from now, in Omaha.
.
I did not know them then.
My airedale scratches at the door.
And I am back from seeing Milton Sills
And Doris Kenyon. Twelve years old.
The porchlight coming on again.
.
.
Schilderij van Weldon Kees uit 1949 getiteld ‘8XX’
.
Nieuw gedicht
Taal tonen
Ze praat niet zomaar, ze
praat als bloed
dat zuurstof met zich meedraagt
als brandstof voor het hart
haar woorden zijn niet slecht
gekozen, niet in haar mond gevallen
uit het niets, ze
dragen haar boodschap, haar
vragen en opmerkingen, als kristal
zo zuiver, breekbaar ook, ze
doet geen concessies, glas is
haar te dun, toonloos ook
en wie haar goed beluistert,
het oor gericht op zoveel waarheid,
kan alleen maar meezingen op haar
tonen, of mee neuriën
tot haar taal zich heeft vastgezet en
resoneert, rest slechts
het zorgvuldig luisteren
om te begrijpen
.
O, dat ik ooit nog eens
J. Eijkelboom
.
De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart 2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter). Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.
.
Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.
.
O, dat ik ooit nog eens
O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.
Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.
0, klonk het nog eens ongehinderd.
.
Weemoed
Zondag
.
Op de dag die ik nog altijd speciaal vrij hou voor een gedicht van de grote Vlaamse dichter Herman de Coninck, vandaag opnieuw een gedicht, dat verscheen in Tirade jaargang 23 (1979), zonder titel.
.
Slijtage
Judith Herzberg
.
Judith Herzberg (1934) is één van Nederlands bekendste dichters, publiceert sinds haar debuut in 1963 ( Zeepost) vele poëziebundels en heeft in de loop der jaren verschillende literaire prijzen gewonnen waaronder de Jan Campertprijs, de Constantijn Huygens-prijs en de P.C. Hooft-prijs. Ik bezit een aantal van haar bundels en schreef al verschillende keren over haar poëzie. Vandaag uit ‘Beemdgras’ uit 1968 een wat minder bekend gedicht van haar hand.
.
Slijtage
.
Bovenop de berg stopt het kamermeisje
een munt in de panoramakijker
en richt hem op de overkant waar zij nu
een minuut haar vriendje hout ziet hakken.
.
Forceer het oog terug, maar nooit
staat wie dan ook daar in zo’n ronde lijst
zoiets begrijpelijks te doen.
.
Zelfs heel exact, twee kanten blouses
uit Beiroet, worden vaag
omdat de lucht trilt.
Of zijn de ogen zelf beslagen?
.
Het is de regen die voortdurend regent
in versleten films
en ruisend valt op oude schellak platen.
.
Solomon Burke
Poëzie in songteksten
.
In 1979 bracht soul legende Solomon Burke het album ‘Sidewalks, fences & walls’ uit. Op dit album staat het gelijknameige nummer en sinds de eerste keer dat ik dit nummer hoorde was ik er weg van. De tekst, de muziek, de melancholie, het maakt dat het één van mijn favoriete soulnummers aller tijden is. Geschreven door Linda en Michael Stokes en opgenomen in de Motown recording studios. In de categorie poëzie in songteksten vond ik dat deze niet mocht ontbreken.
.
Sidewalks, Fences & Walls
Little crooked heart
Drawn in chalk
On an old brick wall
Started writing in the heart
Told one and all
“Solomon loves Mary”
On sidewalks, fences, and walls
Now the rain that fell
Washed away those hearts in a childish scrawl
But the love that came from those hearts
Was big when we were small
And I wrote my love letters
On sidewalks, fences, and walls
Got chalk on my fingers
Got chalk on my hands
But somebody wrote across my heart a love so grand
So grand, so grand, so grand
Now I write my letters
With a fancy pen
But my mind goes back to chalk
Every now and again
“Solomon loves Mary”
Came straight from my heart
But just like all the other kids
One day we had to part
Now Mary’s married to Billy
But I can recall
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
On sidewalks, fences, and walls
Yesterday I walked by there
To reminisce again
I saw a child that looked like Mary
My childhood friend
She was writing a letter, a love letter
To the boy of her dreams
Just then her mother walked by
I knew her but she didn’t know me
I stood there in a daze
My mind repeating the phrase
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
“Solomon loves Mary”
On sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls
Sidewalks, fences, and walls…
.
Zij
Bernard Dewulf
.
Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.
Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.
.
Zij
.
Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,
maar slapen ieder onze nacht.
Haar lichaam ademt in mij voort
en binnen word ik weggedacht.
.
Woont daar iemand die bestaat
als zij zich sluit? Alles is
zo denkbaar in dit hoofd, ik
raak er niet in en niet uit.
.
Ik ken haar enkel in mijn armen,
zij houdt mij eeuwig op de tast.
Zij slaapt en wie is zij
die morgen weer in alles past?
.
Mens en gevoelens
Strand
.
Hoewel ik in 2007 voor het eerst naar buiten kwam met mijn gedichten door samen met Ruben Philipsen de bundel ‘Zichtbaar alleen’ te publiceren (waar dit blog naar vernoemd is) is in de jaren ’80 van de vorige eeuw al eens een gedicht van mij gepubliceerd in het tijdschrift ‘Mens en gevoelens’ van Paul Haenen of eigenlijk van zijn alter ego’s Margreet Dolman en Dammie van Geest. In dit cultureel/humoristische tijdschrift was plaats voor gedichten, verhalen, columns, tekeningen en foto’s. Ook ik heb, ik denk in 1989, een gedicht opgestuurd (dat kon als abonnee) en toen werd dus voor het eerst een gedicht van mij gepubliceerd. Het gedicht was getiteld ‘Strand’ en er werd door een andere abonnee waarvan ik nu de naam niet meer weet, een tekening bij gemaakt.
Dit is het gedicht.
.
Strand
.
Daar loopt ze
het doldrieste water
met haar benen doorklievend
en dan ineens rent ze
terug naar mij
.
“kwallen” zegt ze.
.


















