Hotel Eden
Herman de Coninck
.
Nog zo’n dichter waar ik een groot bewonderaar van ben, Herman de Coninck (1944-1997). Ook daar wil ik in mijn vakantie graag een gedicht van plaatsen. In dit geval het gedicht ‘Hotel Eden’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.
.
Hotel Eden
.
En ’s nachts gingen we naakt zwemmen, we zwommen
onze namen op het water, ik zwom An in twee
grote letters, jij zwom uitgebreid aan de naam
Herman, en met de gouden maan eroverheen
leek het wel of we onze namen definitief
genoteerd hadden op een van de gewijde bladzijden
van het Boek.
.
Nadien kuste ik de waterdruppels
van je gezicht, voorzichtig één voor één
zoals een pointillist toetsjes aanbrengt
op zijn doek ‘naakte vrouw bij maanlicht’,
en in geen enkele vergelijking pasten je
borsten zo mooi als in mijn handen.
.
En in bed, ik kwam al van ver aan-
gerend declamerend ‘Hier Ruk Ik Aan
Met Een Erectie Als Een Pompiersladder
Om Jouw Brand Te Blussen’ en we lachten
en wat maakten we een leven
.
dat we negen maanden later
Tomas zouden noemen.
.
16 bit Intel 8088 chip
Charles Bukowski
.
Even los van alle digitale toestanden deel ik graag het gedicht ’16 bit Intel 8088 chip’ van Charles Bukowski (1920-1994) hier met jullie. Want ondanks alle bits en bytes waait de wind nog steeds over de savanne en schreef Bukowski het liefste gedichten op zijn typemachine. Het gedicht verscheen in zijn bundel ‘The last Night of the Earth Poems’ uit 1992.
.
16 bit Intel 8088 chip
.
with an Apple Macintosh
you can’t run Radio Shack programs
in its disc drive.
nor can a Commodore 64
drive read a file
you have created on an
IBM Personal Computer.
both Kaypro and Osborne computers use
the CP/M operating system
but can’t read each other’s
handwriting
for they format (write
on) discs in different
ways.
the Tandy 2000 runs MS-DOS but
can’t use most programs produced for
the IBM Personal Computer
unless certain
bits and bytes are
altered
but the wind still blows over
Savannah
and in the Spring
the turkey buzzard struts and
flounces before his
hens.
.
In een andere wereld
Toon Tellegen
.
In mijn vakantie mag dichter Toon Tellegen (1941) natuurlijk niet ontbreken. Het gedicht ‘In een andere wereld’ nam ik over uit de bundel ‘Gedichten 1977-1999’ uitgegeven in 2000.
.
In een andere wereld
.
In een andere wereld
zien mensen de liefde niet
lopen er rakelings langs, druk pratend over genade
en de onvolkomenheid van de haat –
.
de liefde loopt ze achterna
.
In de schemering blijven ze staan.
Ze spitsen hun oren:
iemand die is verdwaald? Een sluipmoordenaar?
Ze kijken om zich heen, ze grijpen een mes,
ze houden een vinger op hun lippen.
.
In een andere wereld
staat de liefde in een portiek –
.
verraadt zich niet.
.
Voor W.
Stijn de Paepe
.
Van de te vroeg gestorven Vlaamse dichter Stijn de Paepe (1979-2022) heb ik het gedicht ‘Voor W.’ dat ik op lezenswaard.be las gekozen om een voor de hand liggende reden.
.
Voor W.
Hoewel een wereld zich ontvouwde
toen jij al mooi was en ik jong,
de tijd nog niet zo kwistig klauwde,
de wind een lied van later zong.
gleed alles toen je met me trouwde
ineen, als een Cole Porter-song.
Geen dag die me sindsdien benauwde
Hoezeer de tijd ook tegenwrong.
Zo is het goed. Zo zal het duren.
Zo zingt de wind en luidt het lied.
Het leven sist van hete vuren
maar hier, met jou, verbrand ik niet.
En in een land van louter muren
maak jij de kier, waar licht uit schiet.
.
In de boot genomen
Daan de Ligt
.
Van de Haagse dichter Daan de Ligt (1953-2016) is het gedicht ‘In de boot genomen’.
.
In de boot genomen
.
haar naam bracht visioenen van het noorden
weidse meren en de grauwe luchten
stille en zo eenzame gehuchten
haast onverstaanbare gezongen woorden
torenklokken die zacht kaatsend beieren
ijs op de vaart, Abe op zijn noppen
spijkerharde tegendraadse koppen
klunen, skûtsje, wad en kievitseieren
met zwijgzaamheid als deugd en niet als kwelling
doch toen zij sprak veranderde gestaag
de droomvrouw op de veerboot naar Terschelling
die klanken konden maar uit één plaats komen
daar stond mijn oude buurvrouw uit Den Haag
door dromen was ik in de boot genomen
.
Waterval 1961 M.C. Escher
Inge Boulonois
.
Van dichter Inge Boulonois (1945) van de website cedargallery (gedichten over kunst) uit 2010 het gedicht ‘Waterval 1961 M.C. Escher’.
.
Waterval 1961 M.C. Escher
.
Water stroomt hier niet en wel.
Gerimpeld klimt het opwaarts,
versplinterd stort het neer terwijl
de loop de zwaartekracht vernachelt,
het rad de roerloosheid verdraait.
Spiegelen en glanzen doet het
niet. Geen golf verdwijnt, geen
drup verdampt. Ondanks verval
verglijdt geen fractie tijd. Intussen
blijft het klotsen, kabbelen en ruisen
in je verbeelding. En net zo echt
is dat geklater als het water diep –
.
Drinken
Bernlef
.
Vanaf vandaag een weekje vakantiegedichten. Om te beginnen met een gedicht van Bernlef (1937-2012) getiteld ‘Drinken’ uit zijn bundel ‘Stilleven’ uit 1979.
.
Drinken
.
Alleen water kan
de fles ontdekken omdat
het stroomt (als het kan)
alle kanten op en dat
belet door dorst van mensen
en allerhand obstakels
zoekt en scharrelt tot in
wat de dronken classicus
een fles noemt (denkend aan statie-
geld en hoe dat later te beleggen).
Drinken is de vorm
van de fles (wat ieder mens
als baby weet en bijna iedereen
vergeet): drinken
Drinken is de vorm
.
Vakantiegedichten
Mustafa Stitou
.
De komende week heb ik een korte vakantie vandaar dat ik elke dag een vakantiegedicht zal plaatsen zonder al teveel tekst en uitleg. Vandaag nog een laatste wat uitgebreidere blogpost. Over een gedicht van Mustafa Stitou (1974) getiteld ‘Het orakel uit Zalk’.
Klazien uit Zalk was een hoogbejaarde NCRV-coryfee die huismiddeltjes paraat had voor alle denkbare kwalen en situaties. Over dit gedicht zegt Stitou in een interview in De Groene Amsterdammer van 1998: “Het gedicht “Het orakel van Kleusien” (dat blijkbaar in de uiteindelijke versie toch ‘Zalk’ is geworden) is een bewerking van een column van haar in de Flevopost. Kleusien, dat is Klazien uit Zalk.”
Het gedicht ‘Het orakel uit Zalk’ komt uit de bundel ‘Mijn Vormen & Mijn Gedichten’ uit 2000. Hierin zijn zijn debuutbundel ‘Mijn vormen’ uit 1994 en ‘Mijn gedichten’ uit 1998 samengevoegd.
.
Het orakel van Zalk
.
Hooor de wind
geselt
de grote
note-
boom op het gazon
in huis
zingt de ketel van
de cv
uit volle borst
mee
Zie
de wind snijdt
de kopjes
van bolgewasjes af
de geschubde kattepelzen vertellen
die wind houdt aaan
Strooi beschermend materiaal!
Dicht buitenhokken!
Bescherm dieren de kousenvoeten
– iets slaolie –
zorg voor drinkwater en
met een scheutje melk erin bevriest het ietsmindergauw!
Denk ook aan
eenzame
eenzame mensen.
.
Middag
Victor E. van Vriesland
.
Bladerend door een bundel die ik pas geleden heb aangeschaft las ik een gedicht van Victor E. van Vriesland (1892-1974). Terugkijkend in mijn blog kom ik erachter dat ik de naam van Victor E. van Vriesland wel een paar keer heb genoemd maar nog nimmer een blog aan hem of zijn poëzie heb gewijd. Tijd om daar verandering in te brengen. Want Victor E. van Vriesland mag dan zo’n dichter zijn die we (bijna) zijn vergeten, hij was al schrijver en dichter niet de eerste de beste. Zo ontving hij voor zijn werk de Constantijn Huygensprijs in 1958 en de PC Hooftprijs in 1960. Hij was voorzitter van de Nederlandse Penclub. Van 1962 tot 1965 was van Vriesland voorzitter van PEN International , de wereldwijde vereniging van schrijvers.
Van Vriesland debuteerde in 1915 met de bundel ‘De culturele noodtoestand van het Joodsche volk’ (van Vriesland was Joods) en publiceerde vele bundels, gedichten in literaire tijdschriften als Forum, Helicon, De Nieuwe Stem, Maatstaf en De Gids en hij was actief als vertaler van het werk van onder andere John Donne en Charles Baudelaire. In 2022 werd de bundel ‘Gekozen gedichten’ gepubliceerd waaruit ik het gedicht ‘Middag’ nam.
.
Middag
.
Dit is het einde; met haar daverende koorden
Peilt de vergeefse zon het grondeloze meer.
Mijn boot ligt onbeweegliijk in een hete sfeer
Van glanzende eenzaamheid. Op ’t stroeve lichtveld moorden
.
Striemende branden mijn geteisterd aangezicht.
Dit is het einde; want de somber loden dreiging
Der barre bergen stort zich op me in starre zwijging
Onder ’t gewicht van het verschrikkelijke licht.
.
Vloeibaar vuur stroomt roerloos uit vlambladige kelken.
Mijn boot ligt stil; ik hoor het gonzen van mijn bloed.—
In ’t stage laaien van een blinde stenen gloed
Voel ik het leven als een bloem langzaam verwelken.
.
Orakelpoëzie
Waka (Poëzie)
.
Van Marianne ontving ik een mail met daarin een paar foto’s uit Japan. De foto’s zijn genomen in een tempel waar je voor 100 yen mag rammelen met een koker tot er een stokje uitkomt met daarop een nummer. Dat nummer correspondeert met één van de laadjes uit een bijbehorend kastje. Uit dat laadje haal je dan vervolgens een briefje met een waka (gedicht) dat de vorm heeft van een tanka.
De tanka is een kort gedicht (denk ook aan de haiku) gebruikt om ‘korte gedichten’ te onderscheiden van de langere chōka (in de tijd dat deze vorm ontstond, de 8ste eeuw). In de negende en tiende eeuw werd het korte gedicht echter, met name met de compilatie van de Kokinshū (een vroege bloemlezing van de Japanse poëzie), de dominante vorm van poëzie in Japan, en het oorspronkelijk algemene woord waka werd de standaardnaam voor deze vorm.
De Japanse dichter en criticus Masaoka Shiki (1867-1902) heeft de term tanka in het begin van de twintigste eeuw nieuw leven ingeblazen vanwege zijn uitspraak dat waka vernieuwd en gemoderniseerd moest worden. Haiku is ook een van zijn ‘uitvindingen’. Deze term gebruikte hij voor zijn herziening van de op zichzelf staande Hokku. De Hokku is de openingsstrofe van een Japans orthodox, samenwerkend gedicht, renga , of van zijn latere afgeleide, renku, dat dus aan het einde van de 19e eeuw tot haiku werd omgedoopt en sindsdien de meest bekende Japanse dichtvorm is buiten de Japanse landsgrenzen.
Het Genootschap voor de Japanse Badhuizencultuur organiseert sinds een aantal jaar elk jaar een haikuwedstrijd over deze cultuur. Als voorbeeld wordt een haiku van Masaoke Shiki meegestuurd over de badhuiscultuur in Japan.
.
in het badhuis
gaan over Ueno’s bloesems
de verhalen rond
.
















