Site-archief
Ga nu maar liggen…
Rutger Kopland
.
Op een gure dag als vandaag is een mooi liefdesgedicht op zijn plaats. En zeker een gedicht met een titel als deze (alsof je het tegen de wind hebt). Rutger Kopland schreef vele mooie gedichten en ook op het gebied van de liefdespoëzie heeft hij zich laten gelden. Hier een prachtig klein gedicht waaruit alles spreekt. Uit de bundel ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975 het gedicht ‘Ga nu maar liggen…’.
.
Ga nu maar liggen…
.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
.
Dichter in het verzet
Louis de Bourbon
.
Louis Jean Henri Charles Adelberth de Bourbon (1908 – 1975) was een bijzonder mens, dichter en prozaschrijver. Hij was een achterkleinzoon van de in 1845 te Delft overleden Franse troonpretendent Karl Wilhelm Naundorff, wiens nazaten – ten onrechte, zou later blijken – gerechtigd waren de naam Bourbon te voeren. In 1998 werd middels DNA onderzoek aangetoond dat Naundorff niet verwant was met de familie de Bourbon en dus geen nazaat van Lodewijk XVI.
Louis de Bourbon studeerde in Nijmegen (rechten) en publiceerde vanaf 1932 werk in onder andere in ‘Het Venster’ en later in ‘De Gemeenschap’ waarvan hij ook redacteur werd. Van 1938 tot 1941 was hij burgemeester van Escharen. In 1941 werd hij benoemd tot burgemeester van Oss. Vanwege toenemende onvrede over de maatregelen van de Duitse bezetter nam Bourbon ontslag in 1943. Hij dook onder en ging in het verzet. De Duitse bezetter veroordeelde hem bij verstek ter dood. Daags na de bevrijding van Oss (19 september 1944) werd Bourbon als waarnemend burgemeester van Oss aangewezen. In 1946 trad hij terug en wijdde zich vooral aan de letteren. In de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat in een stukje over jonge katholieke dichters (de jong-katholieke poëten) uit de jaren dertig van de vorige eeuw:
“Een onthutsend groot aantal van hen (van de jong-katholieke poëten) belandde in nationaal-socialistisch vaarwater. Daarom was ik des te opgeluchter toen ik vandaag Louis de Bourbon in het lopende NPE-onderzoek behandelde. Niet alleen een goed dichter, maar ook nog eens een oprecht en dapper mens.”
In totaal publiceerde hij 8 dichtbundels. Uit de bundel ‘In Ballingschap’ uit 1939 het gedicht ‘Sonnet in de Lente’.
.
Sonnet in de Lente
.
Aan Gudrun
Een winter aan zee
A. Roland Holst
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Een winter aan zee’ van A. Roland Holst. Van Roland Holst hoor je niet meer zoveel maar ik weet dat hij nog steeds veel bewonderaars heeft. Roland Holst (1888 – 1976) heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten wat zich kenmerkt door een eigen, plechtige stijl vol symboliek. Roland Holst komt uit een beroemde familie, zo was zijn oom Richard Roland Holst een belangrijk beeldend kunstenaar en zijn tante (de vrouw van Richard) de nog veel bekendere dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst.
Adriaan Roland Holst ontving voor zijn werk vele literaire prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse letteren, de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs en de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (tweemaal). Hij publiceerde bij leven meer dan 40 bundels waarvan ‘Een winter aan zee’ in mijn bezit is. Deze bundel werd gepubliceerd in 1975 bij uitgeverij Bert Bakker in Den Haag. Uit deze bundel twee gedichten zonder titel.
.
Soms heerst in een duinkom
omtrent vroeg vallend donker
een zwijge’ als van rondom
daar wachtenden. De eenzame
die, in zichzelf verzonken,
daar binnenkomt, vertraagt
zijn pas, door wat geen namen
benoemen thans belaagd.
.
Dit is de plek: wantrouwen
ontzenuwt hier den moed
tot inkeer: in dit nauwe
duindal komt het wel voor,
dat men zichzelf ontmoet,
en aanziet, en moet lezen
in de andre blik. Dit oord
suizelt van angst en vrezen.
.
Ik heb je liever
Hans Andreus
.
In de categorie liefdespoëzie vandaag een gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977)
.
Ik heb je liever
.
Ik heb je liever dan brood,
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet
.
Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,
liever dan de stilte van drie uur
in de rustig in- en uitademende nacht.
.
De meeuwen scheren overdag met hun vleugels
langs de blonde warme lucht.
De wilde bloemen staan te lachen
in het warme bad van de zon.
De zon danst zijn toch maar kleine rol
met zoveel overgave dat het heel
stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.
.
Ik heb je liever dan brood,
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Liever dan vrolijkheid of regen,
liever nog dan ik heb je lief.
.
Uit: Gedichten 1948-1974, U.M.Holland, 1975
Liederen van de zelfkant
Willem van Iependaal (1891 – 1970)
.
Vandaag vond ik een bundeltje van Willem van Iependaal uit 1975, in een winkel met tweedehands goederen. Vooral de kaft trok me meteen aan. Na lezing van enkele gedichten en de achterflap kocht ik het. Het betreft hier de eerste poëziebundel van de Rotterdamse schrijver en dichter Willem van Iependaal. De tekst op de achterflap luidt:
Als iemand in Nederland recht voor zijn raap heeft gedicht, dan is het Willem van Iependaal wel. Hij bezong in de jaren dertig met geestelijke werkelijkheidszin en vaak zeer bewogen de crisis met haar werkeloosheid, armoede en misdaad-uit-nood en getuigde ook lang erna in liedvorm van zijn kritiek op maatschappelijke misstanden.
In zijn gedichten maakt Willen Iependaal veel gebruik van (Rotterdamse) straattaal uit het begin van de 20ste eeuw. Hier een mooi voorbeeld.
.
Jou, Joekel, Nabij
.
Zeg, joekel, jij schrokt en jij schranst zonder schroom
De piepers en prak uit een krant aan de boom
Fortuin was je gunstig, zoals haar betaamt
Ze liet je de schurft en onthield je de schaamt
.
‘k Heb honger, een dakloze ben ik als jij,
Een smetzieke zwerver, jou, straathond, nabij
Die prak aan mijn voet… Zal ik grijpen? Nee stop!
De mens zoekt het hoger: de mens hangt zich op…
.
Joekel=hond, prak=kliekje
.
The lost rider
The Corvina book of Hungarian verse
Eind jaren negentig van de vorige eeuw en begin van deze eeuw kwam ik met enige regelmaat in het plaatsje Hatvan in Hongarije.
Wat me meteen al opviel was de kennis van dichters en gedichten bij de Hongaarse bevolking. Waar hier in Nederland een enkeling een gedicht uit zijn of haar hoofd kan opzeggen, bleken in Hongarije vrijwel alle leerlingen van het voortgezet onderwijs hele lange gedichten van beroemde en bekende Hongaarse dichters te kunnen declameren. Van Tünde Kassa, mijn Hongaars-Engelse tolk en steun en toeverlaat in die tijd kreeg ik het boek ‘The lost Rider; a bilingual anthology’ met als ondertitel: The Corvina book of Hungarian verse. In dit boek is een overzicht opgenomen van de belangrijkste Hongaarse dichters 1550 tot 1991.
De titel van mijn derde bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ is een zin uit een van de gedichten van Juhász Gyula. De bibliotheken in Hongarije zijn vrijwel allemaal vernoemd naar dichters en schrijvers. De bibliotheek in Hatvan had de naam Endre Ady naar de gelijknamige dichter die leefde van 1877 tot 1919.
Hier is een gedicht (in het Engels vertaald) van hem.
.
Autumn appeared in Paris (Párisban járt az ósz)
.
Autumn appeared in Paris yesterday
silent down st. Michels its swift advance,
in stifling heat under unmoving branches
we met as if by chance.
.
Ambling in the direction of the Seine
my soul was brent with tiny shreds of song:
dark things, oddments, squibs, laments, which wispered
that death would not be long.
.
Autumn caught up and mumbled in my ear,
the entire boulevard trembled to the eaves,
ts, ts… along the street as if half jesting
flew bright-eyed civic leaves.
.
A moment; summer hardly had drawn breath
but autumn was on its cackling way and now
was gone and I the only living witness
under the creaking bough.
.













