Site-archief
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Into the wild
Poëzie en film
.
Into the wild, de film van Sean Penn uit 2007 is behalve een bijzondere mooie film om nog een reden een aanrader namelijk om de filmmuziek van Eddie Vedder. Heel anders dan de muziek die hij maakt met Pearl Jam maar nog steeds prachtig.
In deze, op een waar gebeurde verhaal gebaseerde, film met Emile Hirsch in de hoofdrol komt het gedicht ‘I go back to may 1937’ uit The Gold Cell (1987) van Sharon Olds (1942) voor.
.
I go back to may 1937
.
Uit: Selected poems 1980-2002
Collage gedicht
Hertha Müller
.
Hertha Müller (1953) is een Duitstalige schrijfster van Roemeense afkomst. Ze stamt uit een etnisch Duitse familie uit het Banaat (een geografische en historische regio in Centraal Europa). Zij studeerde Duits en Roemeense taal- en letterkunde en ontving voor haar werk in 2009 de Nobelprijs voor Literatuur. Omdat ze weigerde met de Securitate samen te werken werd haar werk in Roemenië verboden of ernstig gecensureerd. In 1987 week ze samen met haar partner Richard Wagner uit naar West Duitsland. Daar werkte ze verder aan haar oeuvre dat vooral gaat over het dagelijkse leven in een dictatuur.
Bij het schrijven van haar proza putte de schrijfster tijdens de dictatuur uit woorden die ondanks alles vrijelijk in haar hoofd konden rondzoemen. Vreemd genoeg bedient ze zich voor haar poëzie juist vaak van het gedrukte woord. In Nederland verscheen in 2011 bij uitgeverij De Geus haar bundel ‘De rokkenjager en diens bijdehante tante’.
Uit deze bundel, vertaald door Ria van Hengel, een ‘collage’ gedicht met vertaling.
.
op een keer regende
het melk op het huis
in 3 ploegen kwamen
alle katten drinken
de magere op de arm gedragene de
spitsneuzige die met slim genoegen
de hemel als privébezit in hun kop
droegen de verslagene de begravene
maar tevreden geworden
met de jaren – en overreden met
granaatrode poten waren de bulgaren
verreweg de mooiste van alle katten
in de dakgoten
.
Meer informatie over Hertha Müller is te vinden op de site van Meander: http://meandermagazine.net/wp/2011/06/een-lust-voor-het-lezersoog/
Gedichten op vreemde plekken
Deel 79: op postzegels
.
Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.
Het gedicht van Jan Hanlo uit 1970 uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot
–
Ik noem je bloemen etc.
–
Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
.
Ouder gedicht
1987
Nog maar eens een gedicht uit de duistere jaren 80 van de vorige eeuw.
.
In jouw omgeving
.
Traag
trek ik door jouw
laagland
.
bewandel ik jouw
wegen
bereis ik jouw
omgeving
.
ben ik een reiziger,
een ontdekkingsreiziger,
.
dan kniel ik
voor jouw altaar
brand ik mijn wierook
en rozekrans ik mij
door de tempel
van jouw liefde
.












