Site-archief

Mahmoud Darwish

Dichter in verzet

.

Mahmoud Darwish (1941 – 2008) was een Palestijns dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. In 2004 ontving Darwish de Grote Prins Claus Prijs voor zijn oeuvre. Maar hij ontving meerdere internationale prijzen voor zijn werk zoals Ridder in de orde van Kunsten en Letteren (1993 Frankrijk), De Lenin Vredesprijs (1983 Sovjet-Unie) en De Lotusprijs (1969 Unie van Afro-Aziatische Schrijvers).

Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Asafir Bila Ajniha’ op negentienjarige leeftijd. Hij woonde in Palestina, Libanon (na de oorlog van 1948), de Sovjet Unie, Egypte en uiteindelijk kreeg hij van de regering toestemming om in Israël te komen wonen nadat hij jarenlang de toegang was ontzegd door zijn lidmaatschap van de PLO. Hij ging toen wonen in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Darwish werkte als directeur van het Palestinian Research Center van de PLO en werd in 1987 gekozen in de leiding van de PLO.

In 1988 schreef hij een manifest dat was bedoeld als de onafhankelijkheidsverklaring van het Palestijnse volk. In 1993, na het afsluiten van de Oslo-akkorden, nam hij ontslag uit het Uitvoerend Comité van de PLO. In 2004 schreef hij de nationale grafrede voor de overleden leider Yasser Arafat.

Darwish stond steeds een “gedurfd en eerlijk” standpunt voor in de onderhandelingen met Israël. Ondanks zijn kritiek op zowel Israël als op de Palestijnse leiding geloofde Darwish dat vrede haalbaar was. “Ik wanhoop niet”, vertelde hij tegenover de Israëlische krant Haaretz.

Darwish beschouwde zichzelf als een Trojaanse dichter, hij verzamelde en reconstrueerde de stemmen van de verslagenen. “De Trojanen zouden een heel ander verhaal hebben verteld dan Homerus maar hun stem is voor altijd verloren gegaan. Ik ben op zoek naar hun stemmen”. Maar Darwish schreef niet alleen over deze “Trojaanse stemmen”, zijn poëzie ging ook over de erotische liefde, de fysieke zwakheid, de spirituele verbijstering en de metafysische honger.

Op zijn optredens in het Midden Oosten kwamen vaak duizenden mensen af. Hij kreeg een staatsbegrafenis en vele duizenden in de Arabische wereld rouwden om zijn dood.

Zijn werk werd in meer dan twintig talen vertaald.

.

In 1964 schreef hij het gedicht ‘Identiteitskaart’  waarmee hij grote bekendheid verkreeg.

.

Identiteitskaart

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
En het nummer van mijn identiteitskaart is vijftigduizend
Ik heb acht kinderen
En de negende komt na een zomer
Zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
In dienst met collega-arbeiders bij een steengroeve
Ik heb acht kinderen
Ik haal brood voor ze
Kleren en boeken
Van de stenen…
Ik smeek niet om liefdadigheid aan je deuren
Noch kleineer ik mezelf bovenaan de treden van je vertrekken
Dus zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Ik heb een naam zonder titel
Geduldig in een land
Waar mensen woedend zijn
Mijn wortels
Werden diep ingebed voor de geboorte van de tijd
En voor de opening van de tijdsperken
Voor de dennenbomen, en de olijfbomen,
En voordat het gras groeide

Mijn vader.. stamt af van de familie van de ploeg
Niet van een bevoorrechte klasse
En mijn grootvader.. was een boer
Noch van goede komaf, noch van gegoede familie!
Leert me de trots van de zon
Voordat me geleerd wordt hoe te lezen
En mijn huis is als de hut van een wachter
Gemaakt van takken en riet
Ben je tevreden met mijn status?
Ik heb een naam zonder titel!

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Je hebt de boomgaarden van mijn voorouders gestolen
En het land dat ik bebouwde
Samen met mijn kinderen
En je hebt niets voor ons overgelaten  Behalve deze stenen..
Dus zal de staat ze afnemen
Zoals is gezegd?!

Daarom!
Schrijf bovenaan de eerste pagina:
Ik haat geen mensen
Noch maak ik inbreuk
Maar als ik honger krijg
Zal het vlees van de overweldiger mijn eten zijn
Pas op ..
Pas op..
Voor mijn honger
En mijn woede!

.

Mahmoud Darwish

Het kontje, ach hoe aardig

Carlos Drummond de Andrade

.

Nu we dagelijks overspoeld worden door beelden vanuit Brazilië leek het me een goed idee om stil te staan bij één van de bekendste Braziliaanse dichters namelijk Carlos Drummond de Andrade (1902 – 1987) . Hij wordt tot de belangrijkste dichters van Zuid Amerika gerekend en hij heeft op latere leeftijd een reeks prachtige gedichten geschreven over de lichamelijke liefde.

In deze poëzie voel je het plezier waarmee Drummond de Andrade ze geschreven heeft. Deze ‘erotische’ gedichten zijn postuum verschenen. Dit kwam omdat de dichter ze tijdens leven niet wilde publiceren in de angst dat ze als pornografisch zouden worden gezien. Pornografisch zijn ze allerminst, erotisch des te meer.

De bundel ‘O Amor Natural’ werd in het Nederlands vertaald door August Willemsen in de bundel ‘De Liefde, Natuurlijk’ en Hedy Honigman baseerde een gelijknamige documentaire over de erotische poëzie op deze bundel.

.

De gedichten van ‘O Amor Natural’ zijn vertaald naar muziek door Georgia Dias en Boca. De muziek kun je beluisteren op https://myspace.com/amornaturalboca/music/songs

.

Het kontje, ach hoe aardig

.

Het kontje, ach hoe aardig.

Lacht altijd, nooit tragisch

Kan niet schelen wat

van voren zit. Het kontje is zichzelf genoeg.

Is er nog meer? Misschien de borsten.

Nou-moppert het kontje-die jongens

hebben nog heel wat voor de boeg

 

Het kontje is twee tweelingmanen

in een bolrond wiegen. Loopt vanzelf

in zijn lieftallige cadans, zijn wonder

twee in een te zijn, volledig.

 

Het kontje, vermaakt zich

in zijn eentje. En bemint.

In bed beweegt het. Bergen

rijzen, dalen. Golven slaan

op grenzeloze kust.

 

Daar gaat het kontje, lachend. Blij.

met de streling er te zijn, te schommelen.

Harmonieuze sferen hoog boven de chaos.

 

Het kontje is het kontje,

een rondje.

.

kontje

Deelder

Deelder

.

Van Jules Deelder vandaag het gedicht ‘Reclamewezen’ uit de bundel ‘Interbellum’ uit 1987.

.

Reclamewezen

Ooit solliciteerde ik
naar een baan
bij het reclamewezen
in de veronderstelling
dat dit met een dichter
wel raad zou weten
niets bleek minder waar

Als proeve van bekwaam-
heid moest ik speciaal
voor detaillisten de voor-
delen van plastic ritsen
belichten wat niets te
maken had met dichten

Ik schreef dat plastic
ritsen verre boven metalen
waren te prefereren
met name voor heren
vanwege ’t geringere in-
fectiegevaar al bleef
het een pijnlijke affaire
voor wie niet was besneden

Ik vrees dat deze aanpak
in het oog van het
reclamewezen geen genade
heeft kunnen vinden
want tot op heden mocht ik
nooit meer iets vernemen

.

Interbellum

Brodsky

Joseph Brodsky ( 1940 – 1996)

.

Van de Russische dichters vandaag de dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd geboren in een Joods Russische familie in Leningrad. De familie Brodsky overleefde tijdens de tweede Wereldoorlog het beleg van Leningrad. Joseph werd vernoemd naar de Sovjet dictator Joseph Stalin. Na vele baantjes en zichzelf Engels en Pools te hebben geleerd, schreef Brodsky eind jaren vijftig zijn eerste gedichten. Vanaf 1960 publiceerde hij gedichten en vertaald werk in literaire tijdschriften. Na een schijnproces in 1963 waarin hij van parasitisme werd beschuldigd werd hij veroordeeld tot 5 jaar dwangarbeid. Het proces veroorzaakte veel ophef onder dichters in de Sovjet Unie en in het Westen. Onder andere Jean-Paul Sartre zette zich in voor zijn zaak. Na anderhalf jaar werd hij vrijgelaten en in 1972 werd hij uitgewezen. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten waar hij de rest van zijn leven zou wonen.In 1977 kreeg hij het Amerikaans staatsburgerschap en in 1987 de Nobelprijs voor de Literatuur. Na de val van het communisme wilde Brodsky niet terug naar Rusland.

Ballingschap is een centraal thema in Brodsky’s poëzie, naast isolement van de mens in het algemeen. Een ander thema dat telkens terugkeert in zijn werk, is de relatie tussen dichter en maatschappij: Brodsky benadrukt telkens de kracht van de literatuur, die naar zijn mening in staat is het publiek positief te beïnvloeden en de cultuur en de taal waarvan zij deel uitmaakt, in sterke mate te vormen. Hij was van mening dat de westerse literaire traditie deels verantwoordelijk is voor het overwinnen van de grote rampen van de twintigste eeuw, zoals het nazisme, het communisme en de beide wereldoorlogen.

Uit ‘Triton’ uit 1998, in een vertaling van M. Zeeman het gedicht’Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië’

.

Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië

.

Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd

was naar Australië. Van ver maar doodgemoedereerd

kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat

en het gedoe met je flat, je weet hoe dat gaat,

’t is helaas niet in het centrum, maar wel dicht bij zee,

vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt weer mee,

dikke enkels, ‘En ik ben mijn slippers kwijt’

klonk het zakelijk, om niet te zeggen, zuur.

En ineens gierde de hoor ‘Adelaide! Adelaide!’,

en bulderde, beukte, alsof er tegen de muur

een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.

Toch is dit stukken beter dan ingeblikte as,

dan het document waarop een sterfdatum staat-

je echoënde norse stem die praat en praat

en de poging om je voor te doen als spook

.

voor ’t eerst sinds jij bent opgegaan in rook.

.

Joseph Brodsky portrait

 

Met dank aan ‘Spiegel van de Russische poëzie’ en Wikipedia.

All I wanna do (is have some fun)

Sheryl Crow en Wyn Cooper

.

Vorige week hoorde ik op de radio dat de tekst van het nummer ‘All I wanna do’ van Sheryl Crow eigenlijk als gedicht is geschreven. Genoeg reden om eens uit te zoeken wie dan de dichter is. De single van Sheryl Crow verscheen in 1993 op haar debuutalbum ‘Tuesday night music club’ en werd een hele grote hit over de hele wereld. Ze won met dit nummer zelfs een Grammy.

Het gedicht waaraan dit nummer te danken is (de tekst is vrijwel een op een overgenomen) is van Wyn Cooper, een Amerikaans dichter uit Michigan. Hij studeerde aan de Universiteit van Utah waar hij later ook docent werd. Sinds 1987 publiceert hij poëzie. In 1987 schreef hij het gedicht ‘Fun’,  de tekst van ‘All I wanna do’. Tegenwoordig is hij actief als docent, dichter en schrijft hij songteksten.

Hieronder de tekst van zijn gedicht ‘Fun’ en de muzikale invulling van dit gedicht van Sheryl Crow.

.

Fun

“All I want is to have a little
fun
Before I die,” says the man
next to me
Out of nowhere, apropos of
nothing. He says
His name’s William but I’m
sure he’s Bill
Or Billy, Mac or Buddy; he’s
plain ugly to me,
And I wonder if he’s ever had
fun in his life.

We are drinking beer at noon
on Tuesday,
In a bar that faces a giant car
wash.
The good people of the world
are washing their cars
On their lunch hours, hosing
and scrubbing
As best they can in skirts and
suits.
They drive their shiny Datsuns
and Buicks
Back to the phone company,
the record store,
The genetic engineering lab,
but not a single one
Appears to be having fun like
Billy and me.

I like a good beer buzz early
in the day,
And Billy likes to peel the
labels
From his bottles of Bud and
shred them on the bar.
Then he lights every match in
an oversized pack,
Letting each one burn down to
his thick fingers
Before blowing and cursing
them out.

A happy couple enters the bar,
dangerously close
To one another, like this is a
motel,
But they clean up their act
when we give them
A look. One quick beer and
they’re out,
Down the road and in the next
state
For all I care, smiling like
idiots.
We cover sports and politics
and once,
When Billy burns his thumb
and lets out a yelp,
The bartender looks up from
his want-ads.

Otherwise the bar is ours, and
the day and the night
And the car wash too, the
matches and Buds
And the clean and dirty cars,
the sun and the moon
And every motel on this
highway. It’s ours you hear?
And we’ve got plans, so relax
and let us in –
All we want is to have a little
fun.

.

Meer over Wyn Cooper op zijn website: http://www.wyncooper.com/

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Twee uur, bier

Poëzie en film

.

De film Barfly uit 1987 van Barbet Schroeder is een semi-autobiografische film naar het leven van Charles Bukowski. In deze film worden de hoofdrollen vertolkt door Mickey Rourke (die het alter ego van Bukowski speelt Henry Chinaski) en Faye Dunaway (die Wanda Wilcox speelt). Charles Bukowski komt ook heel even kort voor in de film als cameo in een stukje zonder tekst.

Een korte inhoud van de film: Henry Chinaski is dichter en alcoholist, en spendeert zijn dagen in de kroeg. Op een dag ontmoet hij Wanda. Zij is ook alcoholist, en Henry wordt verliefd op haar. Even lijkt het erop dat Henry’s gedichten succesvol worden, maar zijn beroemdheid is van korte duur. Het wordt de twee duidelijk dat ze eigenlijk maar één doel in hun leven hebben, en dat is drinken en de buitenwereld laten voor wat die is.

In de film komen twee (delen) van gedichten voor van Charles Bukowski: ‘2 P.M. Beer’ en ‘Old man, dead in a room’. De laatste komt uit een bijzonderecollectie gedichten met de titel ‘It catches my heart in its hands’ (Loujon Press, 1963). De naam van de collectie gedichten is een regel uit het werk van Robinson Jeffers, een vroege inspiratiebron van Bukowski.

.

“2 p.m. beer”
.
nothing matters
but flopping on a mattress
with cheap dreams and a beer
as the leaves die and the horses die
and the landladies stare in the halls;
brisk the music of pulled shades,
a last man’s cave
in an eternity of swarm
and explosion;
nothing but the dripping sink,
the empty bottle,
euphoria,
youth fenced in,
stabbed and shaven,
taught words
propped up
to die.”

.

“Old man, dead in a room”

.

this thing upon me is not death
but it’s as real
and as landlords full of maggots
pound for rent
I eat walnuts in the sheath
of my privacy
and listen for more important
drummers;
it’s as real, it’s as real
as the broken-boned sparrow
cat-mouthed, uttering
more than mere
miserable argument;
between my toes I stare
at clouds, at seas of gaunt
sepulcher. . .
and scratch my back
and form a vowel
as all my lovely women
(wives and lovers)
break like engines
into steam of sorrow
to be blown into eclipse;
bone is bone
but this thing upon me
as I tear the window shades
and walk caged rugs,
this thing upon me
like a flower and a feast,
believe me
is not death and is not
glory
and like Quixote’s windmills
makes a foe
turned by the heavens
against one man;
…this thing upon me,
great god,
this thing upon me
crawling like snake,
terrifying my love of commonness,
some call Art
some call Poetry;
it’s not death
but dying will solve its power
and as my grey hands
drop a last desperate pen
in some cheap room
they will find me there
and never know
my name
my meaning
nor the treasure
of my escape.

.

Barfly_1987_film_poster

Poëzie en film

O Amor Natural

.

O Amor Natural is een prachtige documentaire-film van Heddy Honigmann over de erotische poëzie van een van de grootste Zuid-Amerikaanse dichters van deze eeuw, de Braziliaan Carlos Drummond de Andrade (1902-1987). Het is een film waarin de liefde alles overheerst en waarin raakvlakken tussen mannelijke en vrouwelijke erotiek voelbaar worden. Met deze film brak Honigmann internationaal door.

.
Liefde _ Want Dit Is Het Ene Woord

.
Liefde _ want dit is het ene woord _

moge mijn vers beginnen en omgeven.

Liefde leide mijn vers en zij verene

daarin ziel, verlangen, vulva en lid.

.
Wie zal beweren dat hij enkel ziel is?

Wie voelt niet van ziel zijn lichaam zwellen

tot het openbarst in louter kreten

van orgasme, onbegrensd moment?

.
(…)

Eenwording in bed, of in de kosmos?

Waar houdt de kamer op, raakt hij de sterren?

Welke lust in onze lenden voert ons

naar dat ver domein, etherisch, eeuwig?

.
Een zacht beroeren van de clitoris

en reeds is alles in een oogwenk anders.

Dat ene kleine plekje op het lichaam

is het centrum van bron, brand en honing.

.
De doorboring volgt en breekt door de wolken,

ontdekt zonnen van een schittering

die mensenogen niet verdragen, maar

de coïtus, van licht doorgloeid, gaat voort.

.
En voort, en breidt zich uit, zodanig dat,

aan ons voorbij, voorbij het leven zelf,

als vlees geworden actieve abstractie,

de idee van het genot geniet.

.
En in genotvol lijden tussen woorden,

minder nog, geweeklaag, klanken, klachten,

bereikt één enkel plasma in ons punt

waar liefde sterft aan liefde, goddelijk.

.
(…)

Vrede herstelt zich. De vrede der goden,

uitgestrekt in bed, gelijk in zweet

geklede beelden, dankbaar voor dat wat

de aardse liefde toevoegt aan een god.

.

De dichtbundel O amor natural van Carlos Drummond de Andrade is vertaald en van een nawoord voorzien door August Willemsen.  De vertaling, De liefde, natuurlijk, is verschenen bij de Arbeiderspers

Primo Levi

Dichter in verzet

.

In dit geval mag je de titel Dichter in verzet letterlijk nemen. De Joodse Primo Levi (1919-1987) raakte in 1942 betrokken bij het verzet. In eerste instantie als een soort loopjongen maar in 1943 bij de gewapende partizanengroep Giustizia e Libertà (Recht en Vrijheid).

Na verraden te zijn werd hij in december 1943 op transport gezet naar  concentratiekamp Auschwitz waar hij te werk werd gesteld in de Buna-Werke (Waar Buna rubber werd gemaakt en wat vandaag nog steeds bestaat als BASF)  als ‘bruikbare Jood’ omdat hij scheikundige was. Van de 650 Italiaanse Joden die naar Auschwitz werden getransporteerd was Levi één van de 5 overlevenden.

Na de oorlog begint Primo Levi aan een trilogie over zijn oorlogsjaren (Deel 1: Se questo è un uomo, Deel 2: La Tregua, Deel 3: I sommersi e i salvati).  Naast deze werken schreef Levi Primo nog talloze andere verhalen, essays en gedichten. Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin de oorlog een rol speelt is Ik zocht jou in de sterren.

.

Ik zocht jou in de sterren

 .

Ik zocht jou in de sterren
Toen ik hen als kind ondervroeg.
Ik heb jou aan de bergen gevraagd,
Maar ze gaven mij slechts af en toe

 .

Eenzaamheid en rust van korte duur.
Omdat jij er niet was, in de lange avonden
Bedacht ik de dwaze lastering
Dat de wereld een vergissing van God was,
Ik een vergissing van de wereld.

 .

En toen ik, in het aangezicht van de dood,
Neen heb geschreeuwd uit al mijn vezels,
Dat ik nog niet klaar was,
Dat ik nog te veel moest doen,
Was dat omdat jij me voor ogen stond,

 .

Jij met mij naast je, zoals vandaag gebeurt,
Een man een vrouw onder de zon.
Ik ben teruggekomen omdat jij er was.

.

primo

Into the wild

Poëzie en film

.

Into the wild, de film van Sean Penn uit 2007 is behalve een bijzondere mooie film om nog een reden een aanrader namelijk om de filmmuziek van Eddie Vedder. Heel anders dan de muziek die hij maakt met Pearl Jam maar nog steeds prachtig.

In deze, op een waar gebeurde verhaal gebaseerde, film met Emile Hirsch in de hoofdrol komt het gedicht ‘I go back to may 1937’  uit The Gold Cell (1987) van Sharon Olds (1942) voor.

.

I go back to may 1937

.

I see them standing at the formal gates of their colleges,
I see my father strolling out
under the ochre sandstone arch, the
red tiles glinting like bent
plates of blood behind his head, I
see my mother with a few light books at her hip
standing at the pillar made of tiny bricks,
the wrought-iron gate still open behind her, its
sword-tips aglow in the May air,
they are about to graduate, they are about to get married,
they are kids, they are dumb, all they know is they are
innocent, they would never hurt anybody.
I want to go up to them and say Stop,
don’t do it—she’s the wrong woman,
he’s the wrong man, you are going to do things
you cannot imagine you would ever do,
you are going to do bad things to children,
you are going to suffer in ways you have not heard of,
you are going to want to die. I want to go
up to them there in the late May sunlight and say it,
her hungry pretty face turning to me,
her pitiful beautiful untouched body,
his arrogant handsome face turning to me,
his pitiful beautiful untouched body,
but I don’t do it. I want to live. I
take them up like the male and female
paper dolls and bang them together
at the hips, like chips of flint, as if to
strike sparks from them, I say
Do what you are going to do, and I will tell about it.
.
.
Uit: Selected poems 1980-2002
.
Wil je dit gedicht beluisteren? Surf dan naar http://www.poetryfoundation.org/poem/176442
.
Olds
into the wild 2