Site-archief

November

Zondag

.

Hoewel het december is lijkt het soms wel alsof het nog november is. Regenachtig, niet al te koud en grijs. Niet echt een goede reden om een gedicht met de titel ‘November’  te plaatsen van Herman de Coninck op de zondag maar ach, eigenlijk is elke reden om iets van hem te plaatsen een goede, nietwaar.

Uit: ‘De gedichten’ zijn verzameld werk het gedicht ‘November’.

.

November

.

Er hangen nog twee blaren

aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn

rood geworden, alvorens dood.

Vergeten te kijken.

.

Vergeten gelukkig te zijn.

Nochtans had ik een tuin

waarin een stoel, en die stoel

had mij, en ik had een hand

.

en die hand had een glas

en mijn mond had meningen.

Alles had.

Alles had ons.

.

HdC

Kaart van Plint uit 1995,  uit de reeks ‘De 10 Mooiste Van Herman de Coninck’. De illustratie ‘Zweef’ is van Wim Biewenga.

E-poëzie

363 dichtbundels

.

Dichtbundels zijn niet goedkoop. Een bundeltje van 40 pagina’s kost soms meer dan een roman van 300 pagina’s. Natuurlijk gaat het niet om de dikte of de omvang van een boek maar om de inhoud en een dichtbundel kun je vaak nog herlezen, gedichten kun je gebruiken in communicatie en soms is een regel uit een gedicht handig om iets te willen zeggen of duidelijk te maken. De prijs van een dichtbundel is dan eigenlijk minder belangrijk.

Toch is de prijs van dichtbundels voor veel mensen een drempel om zo’n bundel aan te schaffen. Gelukkig zijn er mooie alternatieven. allereerst natuurlijk de bibliotheek. Daar heb je een keuze uit vele bundels. Natuurlijk zit ook daar een grens aan; je kunt ze maar voor een bepaalde periode lenen.

Een ander alternatief is de E-book collectie van de gezamenlijke openbare bibliotheken in Nederland. Elk lid van de bibliotheek kan hiervan gratis gebruik maken middels een app. Als je deze app download heb je altijd en overal de beschikking over 363 dichtbundels van Nederlandse en Vlaamse dichters (en enkele vertalingen).

Je eigen poëziebibliotheek altijd bij de hand. Word lid van je plaatselijke openbare bibliotheek en lezen maar.

Uit één van de bundels die in deze collectie staan van Luuk Gruwez, ‘Vuile manieren’ uit 1995 het gedicht ‘Scheppingsverhaal’.

.

Scheppingsverhaal

.

Misschien was God wel onvoorzichtig

toen hij het zoogdier schiep.

De leeuw, akkoord, een meesterwerk.

Maar wat te zeggen van de mens?

.

En had de olifant niet moeten briesen,

de dashond met zijn trieste blik

niet moeten piepen als een muis?

Had die mens niet moeten mekkeren?

.

er waren dichters nodig, beter in geluid,

en zangers met perfecte strot

om wat verkeerd ging te herstellen:

constructiefouten in zijn schepping.

.

Hij schiep er enkele, mijn God,

en met zijn vette schommelende lijf

deed hij, tot iedereens vermaak,

een walsje in een balzaal op aarde.

.

Hij zat goed fout maar zag het niet.

.

E-poezie

 

 

 

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

Bij die wilg, van god verlaten

W.H. Auden

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik het kleine maar fijne bundeltje van uitgeverij Bert Bakker uit 1995 ‘Vertel me de waarheid over liefde’ met gedichten van W.H. Auden met vertalingen van Willem Wilmink. Op de achterflap van de bundel staat te lezen:

“De poëzie van W.H. Auden hoort tot de mooiste van de twintigste eeuw. In deze bundel zijn een tiental van zijn tijdloze, even schitterende als aangrijpende liefdesgedichten bijeengebracht.”

Uit deze bundel het gedicht ‘Underneath an abject willow’ in het Engels en in de vertaling van Wilmink.

.

Underneath an Abject Willow

.

Underneath an abject willow,
Lover, sulk no more:
Act from thought should quickly follow.
What is thinking for?
Your unique and moping station
Proves you cold;
Stand up and fold
Your map of desolation.
.
Bells that toll across the meadows
From the sombre spire
Toll for these unloving shadows
Love does not require.
All that lives may love; why longer
Bow to loss
With arms across?
Strike and you shall conquer.
.
Geese in flocks above you flying.
Their direction know,
Icy brooks beneath you flowing,
To their ocean go.
Dark and dull is your distraction:
Walk then, come,
No longer numb
Into your satisfaction.

.
.
Bij die wilg, van god verlaten
.
Bij die wilg, van God verlaten,
minnaar, waar jij mokt,
wat kan daar jouw peinzen baten,
waarin alles stokt?
Als dit oord van eenzaam treuren
niets vergoedt,
toon dan weer moed:
sta op. Laat iets gebeuren.
.
Klokgelui over de halmen
uit een kerkgebouw
hoont in zijn macaber galmen
minnaars in de rouw.
Lief heeft al wat leeft, mijn jongen,
zwelg dus niet
in je verdriet:
’t lijden kan bedwongen.
.
Ganzen die hier overkomen,
weten waar ze gaan,
beekjes hier beneden stromen
naar hun oceaan.
Duf en donker is jouw peinzen.
Leer de kunst
voor liefde’s gunst
niet meer terug te deinzen.
.
willow

Telefoonseks

Herman de Coninckzondag

.

In de bundel ‘De gedichten’ van Herman de Coninck staan in het laatste gedeelte de zogenaamde ‘verspreide gedichten’. Gedichten die overal en nog ergens zijn gepubliceerd. Het gedicht dat begint met ‘Telefoonseks’ is gepubliceerd in 1995 in Nu dus.

.

Telefoonseks. Trek je je slipje uit?

Hou je hoorn erbij dat ik het hoor?

Kun je je benen zo opendoen dat ik hoor

dat je nat bent?

.

Je hebt een lange buik, aan weerszijden waarvan

wij aan tafel zitten, jij met je hoofd, ik van tussen

je benen komend met ook een hoofd.

Banket. In je navel zout voor de radijsjes.

.

Mijn verbeelding is zo groot als mijn gemis.

Het zou elkaar kunnen vullen. Zoiets als een glas

waarvan je drinkt en dat even vol blijft.

Het staat op een lege tafel

op een schilderij in een leeg huis.

.

telefoonseks

 

Herman de Coninckzondag

Zonder titel

.

Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.

.

Ik herinner me een gedicht dat ik nooit

schreef, waarin het woord bunker

veel wind door zich heen laat gaan

en rijmen moet op hunker.

.

Het tocht er van hartstocht.

Alles moet zich vasthouden.

Als het over is blijken wij

.

elkaar vast te houden.

Wat nu.

.

Nu, dus.

.

Nu dus

Nu dus 1

Foto’s http://veiling.catawiki.nl/

Hans van de Waarsenburg

Ach, de tijd

.

Op 15 juni, afgelopen maandag, overleed de dichter Hans van de Waarsenburg. Na Drs. P. de tweede dichter van naam in korte tijd. Hans van de Waarsenburg was dichter, literatuurcriticus, schrijver van kinderboeken, radiomaker en heel actief binnen de Nederlandse letteren. Zo was hij van 1988 tot  1994  kroonlid van de Raad voor de kunst, afdeling Letteren en van 1995 tot 2000 voorzitter van het P.E.N. – Centrum voor Nederland. In 1997 werd hij voorzitter van The Maastricht International Poetry Nights, een tweejaarlijkse, internationale poëziemanifestatie die in 2014 voor de zesde keer werd georganiseerd.

In 1973 ontving van de Waarsenburg de Jan Campert-prijs voor poëzie voor zijn bundel ‘De vergrijzing’.

Uit ‘Tussen nat mos en een begrafenis’ uit 1973 het gedicht ‘Ik zie haar nog wel eens…’

.

Ik zie haar nog wel eens…

.
Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43 , afscheid
hebben genomen.

.

Bernardo Ashetu

(bijna) vergeten dichter

.

Bernardo Ashetu (pseudoniem van Henk van Ommeren) leefde van 1929 tot 1982 en was Surinaams dichter. Ashetu debuteert in 1962 in de reeks Antilliaanse Cahiers van de Bezige Bij met de bundel ‘Yanacuna’ met gedichten en prozagedichten. Zijn poëzie is in in die dagen afwijkend van de mainstream poëzie die vooral strijdbaar is. Ashetu schrijft gevoelige gedichten waarin hij fijnzinnig observeert hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien en er slecht droefenis overblijft voor alle ontheemden overal ter wereld.

Bernardo Ashetu, zoon van een joodse moeder en een creoolse vader, voelde zich een ‘zwarte’ dichter en verwant aan Stokely Carmichael, Aimé Césaire, Frantz Fanon. Zijn poëzie heeft evenwel de klankrijkdom die Gezelle, Gorter, Van Ostaijen, Engelman, Lodeizen aan de Nederlandse taal wisten te geven.

In 1995, dertien jaar na zijn overlijden verschijnen er gedichten van zijn hand in tijdschriften als Bzzlletin, Poëziekrant, De Tweede ronde en Dietsche Warande. In 1995 worden gedichten van hem gepubliceerd in de Spiegel van de Surinaamse poëzie. In 2002 verscheen een bundeltje van hem in Paramaribo met als titel ‘Marcel en andere gedichten’ en in 2007 een keuze uit zijn werk (door Gerrit Komrij  samengesteld) met de titel ‘Dat ik zong’. Ook in 2007  verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht ‘Indiaans’. In 2011 tenslotte verscheen bij IndeKnipscheer de bundel ‘Dat ik je liefheb’ samengesteld door Michiel van Kempen.

Uit ‘Yanacuna’ het gedicht ‘Baleh-baleh’.

.

Baleh-baleh

Och, dat ik rijk ware

dat ik water had

en land

en wolken,

dat ik rijk ware

en de macht had

om zon en duister,

bloed en adem

te zetten naar mijn wil –

Och, dat ik rijk ware

en het beter had

alleen maar om lang te rusten

om lang en zoet en lang

te rusten een baleh-baleh

met klamboe van rode zijde

.

 

Bernardo

 

Yanacuna

dat ik je liefheb

 

Meer lezen over Bernardo Ashetu of zijn poëzie kun je op http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/tag/ashetu-bernardo/page/7/

Paradise regained

H. Marsman

.

Na pas ‘Paradise Lost’ te hebben besproken op dit blog kwam van Derrel Niemeijer de tip om vandaag ‘Paradise regained’ te behandelen. Dit werk van Milton is gepubliceerd in 1671 en wordt over het algemeen gezien als een minder werk dan ‘Paradise lost. Daarom gooi ik het eens over een andere boeg en behandel ik vandaag wel degelijk ‘Paradise regained’ maar in dit geval van de dichter Hendrik Marsman (1899 – 1940). Dit gedicht werd o.a. gepubliceerd in Verzamelde gedichten uit 1995.

Wil je een zeer aardige en gedegen beschrijving lezen van dit gedicht lees dan de bespreking van Joris Lenstra op Meander klassiekers: http://klassiekegedichten.net/archief/klas052.html

.

‘Paradise regained’

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van de morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgloos zingt langs het eeuwige water

een held’re, verruk-lijk-meeslepende wijs:

‘Het schip van de wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’.

.

Marsman

 

marsman 2

Interview met een dichter

Meander literair E-zine

.

Dichters en in poëzie geïnteresseerden kennen ongetwijfeld Meander. Sinds 1995 is de website van Meander een fenomeen in literair Nederland als het om poëzie gaat. Op http://meandermagazine.net/wp/ kun je uit een veelheid aan categorieën kiezen als dichters, wereldpoëzie, de klassiekers, en recensies. Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Antoinette Sisto, poëzieredacteur bij de rubriek Dichters, voor een interview. In het E-zine van deze  maand is het interview dat Antoinette mij afnam te lezen. Ga hiervoor naar: http://meandermagazine.net/wp/2014/10/gedichten-met-een-lekker-rauw-randje/

Bij het interview zijn ook vier van mijn  gedichten gepubliceerd uit mijn laatste bundel ‘Winterpijn’. Een van deze gedichten is ‘A la carte’.

.

A la carte
Kraaien vreten hun buikjes
rond, aan het kadaver van een
aangereden eend gaat geen
menukaart vooraf

palingen van de lucht zijn het
vuilnisbakkenrakkers in doodskleed

dan volgen de eksters, het blauw
van hun veren doet koninklijk aan
hun manieren aan tafel echter
bewijzen het tegendeel.

.

meander