Site-archief
Eva Gerlach
Seizoen
.
De bundel ‘O wie was mijn vader wie was ik’ uit 1995 is een bloemlezing van gedichten van meerdere dichters met gedichten over hun vader. Opvallend is het verschil in de manier waarop dichters en dichteressen in relatie staan ten opzichte van hun vader en hoe zij over hun vader schrijven.
Of zoals de achterflap meldt: Voor de dochter blijft er vaak een onbenoemd verlangen naar of een onbegrepen dreiging van de vader, terwijl voor de zoon het contact met de vader veel vanzelfsprekender is. Zij wandelen, fietsen, maken vistochten en krijgen begrip voor elkaar.
Ook ik heb ooit een gedicht voor en over mijn vader geschreven en vooral het begrip voor herken ik. In het gedicht ‘Seizoen’ van Eva Gerlach, oorspronkelijk verschenen in ‘Een kopstaand beeld: gedichten’ uit 1983 lees ik toch ook begrip voor de vader figuur. Misschien is het genoemde verschil niet altijd zo duidelijk.
.
Seizoen
.
Mijn vader die de dood niet lustte, laat
zijn handen die een meetlat op mij braken
met andere vingers hier het groen aanraken
van kiemblad onder een slaapmuts van zaad.
.
Maak zijn hart licht, laat hem het voorspelbare
ontroerd begroeten en voor wind bewaren,
de vruchten tot verrotting gadeslaan.
.
Hij heeft genoeg tegen zijn zin gedaan.
.
Ernstig genoeg
Uitreiking van Diploma’s
.
In de bundel ‘Ernstig genoeg, liedjes en gedichten vanaf 1986′ van Willem Wilmink uit 1995 staat een mooi gedicht, een sonnet over het uitreiken van diploma’s aan middelbare scholieren. Vooral de laatste zinnen maken dit gedicht tot een klassieker.
.
Uitreiking van diploma’s
Onder de meisjes menig stevig stuk,
maar er zijn ook van die nog hele tere,
onder de jongens veel in herenkleren,
en allen, allen stralend van geluk.
Niet langer meer gebukt onder het juk
van heel veel saais om uit het hoofd te leren:
niemand zal ooit nog bij hen informeren
naar passé défini of overdruk.
Maar ’t is meteen ook de examenklas,
die vol saamhorigheid en warmte was,
waarvan men zich zo zorgeloos ontdoet.
Nu slaat voor ’t laatst de grote schooldeur dicht,
en kijk, daar gaan ze: blij en doelgericht
een toekomst met veel heimwee tegemoet.
.
Do not stand at my grave and weep
The nation’s favorite poems
.
In 1995 vroeg de Het boekenprogramma van de BBC ‘The Bookworm’, in samenwerking met de National Poetry Day aan de inwoners van Groot Brittanië wat hun favoriete gedicht was. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren ( men dacht dat er vooral dirty limericks ingezonden zouden worden) reageerden maar liefst 12.000 mensen. De absolute winnaar was Rudyard Kipling’s gedicht ‘If’.
Omdat ik dit gedicht al eens plaatste op 31 mei 2013 ( zie het archief hier ter rechter zijde) heb ik de keuze laten vallen op een gedicht dat anoniem werd ingezonden. Het betreft hier het gedicht ‘Do not stand at my grave and weep’. Dit gedicht bleek in een enveloppe te zitten voor de ouders van Steven Cummins, een soldaat die was gestorven in actie tijdens zijn dienst in Noord Ierland. De enveloppe mocht alleen worden geopend in geval van zijn overlijden. Na publiceren ontstond er een grote vraag naar kopieën van het gedicht ( er zouden in totaal ruim 30.000 vragen komen naar een kopie).
In eerste instantie dacht men dat het gedicht door Cummins zelf was geschreven maar dit was niet het geval. Men dacht aan een publicatie uit een negentiende-eeuws magazine en zelfs aan een gebed van Navaho indianen maar uiteindelijk blijft het een mysterie wie het gedicht heeft geschreven. In feite bleek dit dus het meest favoriete gedicht van de Engelsen maar omdat er geen dichter bekend is heeft het niet mee gedongen naar de titel.
In het boek ‘The nation’s favorite poem’ dat de BBC in 1996 heeft uitgegeven is het echter wel opgenomen in het voorwoord.
Nagekomen bericht: Via een oplettende lezer (Annekomm) kreeg ik een bericht dat de identiteit van de dichter toch bekend is. Het betreft hier de Amerikaanse (!) dichter Mary Elisabeth Frye. De identiteit van de dichter was inderdaad onbekend tot Frye in eind van de negentiger jaren van de vorige eeuw onthulde dat zij de schrijfster was het gedicht. Het gedicht werd geschreven in 1932. Haar claim werd bevestigd in 1998 na onderzoek door Abigail Van Buren.
.
Do not stand at my grave and weep
.
Do not stand at my grave and weep;
I am not there. I do not sleep.
I am a thousand winds that blow.
I am the diamond glints on snow.
I am the sunlight on ripenend grain.
I am the gentle authumn rain.
When you awaken in the morning’s hush
I am the swift uplifting rush
Of quiet birds in circled flight.
I am the soft stars that shine at night.
Do not stand at my grave and cry;
I am not there. I did not die.
.
Négligé
Willem Frederik Hermans
.
Een van Nederlands grootste romanschrijvers, Willem Frederik Hermans (1921 – 1995) schreef behalve romans ook novellen, verhalen, poëzie, toneelstukken en scenario’s, alsmede essays, kritieken en polemieken. Sterker nog, Hermans debuteerde in 1944 als dichter met de bundel ‘Kussen door een rag van woorden’. Toch beperkte zijn poëzie uitgaven zich tot de jaren veertig van de vorige eeuw. Daarna werd er nog wel herdrukt en verzameld werk uitgegeven maar lag zijn focus duidelijk niet op het schrijven van poëzie.
In 1982 verscheen bij De Bezige Bij de bundel ‘Overgebleven gedichten’, een herdruk van de gelijknamige bundel uit 1968. De gedichten in deze bundel zijn een strenge selectie uit de twee bundels die Hermans in het begin van zijn literaire loopbaan schreef, aangevuld met ongepubliceerde verzen en de vertalingen van 7 gedichten.
Uit deze bundel een liefdesgedicht met in de titel één van de mooiste woorden die uit het Frans in het Nederlands is overgenomen ‘Samenzijn in négligé’.
.
Samenzijn in négligé
.
Zij stond voor haar toilettafel,
Een driedelige toilettafel,
Een toilettafel met drie spiegels.
.
Zij kamde haar haar.
En ik stond achter haar.
Zij plukte uit haar kam een rafel.
.
En zo lichtgevend was zij,
Dat ik, toen ik mij omdraaide naar de wand
(De toilettafel – zij – ik – de wand),
Zag een driedubbele schaduw van haar hand.
.
Drie lichtende vlinders; ik ontweek ze schuw,
Ik ontweek ze, ik, driedubbele schaduw.
.
Over en over
Ellen Warmond
.
Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.
Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.
Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.
.
Over en over
.
Taal toespitsen
tot huidloze speling
net nog tastbaar
.
tederheid meegedeeld
middels één ooghaar
.
dit is mijn bedoeling
bijna bewijsbaar.
.
Lichtval
Mark Boog
.
Schrijver en dichter Mark Boog (1970) debuteerde in 1995 als dichter in het tijdschrift ‘De Appel’. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift ‘Mondzeer en de Reuzenkreeft’ uitgaf. In 2000 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.
Boog publiceert bovendien in literaire tijdschriften als ‘Hollands Maandblad’ en ‘De Gids’. Zijn werk wordt gekenmerkt door een combinatie van alledaagsheid en wanhoop. Dit geldt zowel voor zijn taalgebruik als voor zijn onderwerpskeuze.
Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Lichtval’.
.
Lichtval
.
Als ineens de zon de schaduwen
opzij veegt naar de verste hoeken van de
kamer, kijken we op maar zeggen niets.
,
Ik buig me naar het stof, neem af,
jij strekt een been om naar de keuken te gaan.
De richting staat elegant gecomponeerd
lichtval te verdragen.
.
Over de tafel hangt een gesprek.
We hebben het verlaten,
we bewegen ons nu schuchter door het huis,
de gevangenis van het schilderij ontwijkend.
.
Het is te mooi hier om waar
te zijn, we ontkennen dat – we leven nog.
.
Tegen opname
Remco Campert
.
Het is juni, dus op zondag een gedicht van Remco Campert. In de vuistdikke bloemlezing ‘Nederlandse poëzië van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ is een gedicht opgenomen van Remco Campert met de veelzeggende titel ‘Tegen opname in de zoveelste bloemlezing’.
Ik denk dat de titel al genoeg reden was voor Gerrit Komrij om dit gedicht in deze bloemlezing op te nemen. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Dichter’ uit 1995.
.
Tegen opname in de zoveelste bloemlezing
.
Poëzie is een daad
van ontkenning. Ik ontken
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.
.
Poëzie is een verleden, denken
aan vorige week, aan hetzelfde land,
aan jou als we gescheiden zijn.
.
Poëzie breekt mijn adem, verlamt
mijn voeten, zeer afdoende,
op de aarde die dat koud laat.
.
Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is een feit.
.
Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin branding.
.
Elk woord dat wordt geschreven
is een bijdraag tot de ouderdom.
Ten slotte wint de dood, en hoe:
.
de dood dat is het lachen in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is hilariteit.
.
November
Zondag
.
Hoewel het december is lijkt het soms wel alsof het nog november is. Regenachtig, niet al te koud en grijs. Niet echt een goede reden om een gedicht met de titel ‘November’ te plaatsen van Herman de Coninck op de zondag maar ach, eigenlijk is elke reden om iets van hem te plaatsen een goede, nietwaar.
Uit: ‘De gedichten’ zijn verzameld werk het gedicht ‘November’.
.
November
.
Er hangen nog twee blaren
aan mijn esdoorn. Duizend andere zijn
rood geworden, alvorens dood.
Vergeten te kijken.
.
Vergeten gelukkig te zijn.
Nochtans had ik een tuin
waarin een stoel, en die stoel
had mij, en ik had een hand
.
en die hand had een glas
en mijn mond had meningen.
Alles had.
Alles had ons.
.
Kaart van Plint uit 1995, uit de reeks ‘De 10 Mooiste Van Herman de Coninck’. De illustratie ‘Zweef’ is van Wim Biewenga.
Zij
Bernard Dewulf
.
Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.
Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.
.
Zij
.
Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,
maar slapen ieder onze nacht.
Haar lichaam ademt in mij voort
en binnen word ik weggedacht.
.
Woont daar iemand die bestaat
als zij zich sluit? Alles is
zo denkbaar in dit hoofd, ik
raak er niet in en niet uit.
.
Ik ken haar enkel in mijn armen,
zij houdt mij eeuwig op de tast.
Zij slaapt en wie is zij
die morgen weer in alles past?
.
















