Site-archief

Ik ben een god

Annie M.G. Schmidt

.

Iedereen kent Annie M.G. Schmidt (1911 – 1995) en voor wie haar niet kent; ook jij kent haar of één van haar liedjes, teksten of boeken. Deze voormalig bibliothecaresse, dichter en  schrijfster van verzen, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiedrama is niet alleen in Nederland wereldberoemd maar ook buiten ons land bekend. Een gedicht dat ze schreef in 1938, niet voor kinderen en duidelijk als gedicht, is vooral door de eerste zin erg bekend. Ook bij mij. Voor een ieder die wel de erste zin kent maar ook graag eens de rest van het gedicht leest hier ‘Leeszaal’ destijds verschenen in het tijdschrift ‘Opwaartse Wegen’.

.

Leeszaal

.

Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
maar in de bibliotheek een volontair
die hunk’rend op een baantje zit te wachten
en boeken uitleent met een zeker air.

Ik lever geestlijk voedsel aan mevrouwen
die binnenkomen en alleen maar van
de allernieuwste liefdesboeken houwen,
“maar niet zo’n engerd als die Wasserman”.

Ik loop met stapels boeken rond te sjouwen
en plak een etiket op Gorters Mei.
Och, als nu juffrouw Jansen eens ging trouwen,
dan kwam er eindlijk eens een plaatsje vrij.

Ik ben het niet alleen, die staat te wachten
en achter me staat nog een hele rij.
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
maar niet zo heel veel in de maatschappij ..

.

De koffieclub

Yahya Hassan

,

In een kringloopwinkel kwam ik de bundel van Yahya Hassan tegen. In mijn herinnering was hier bij publicatie nogal wat om te doen. Ik kocht de bundel en thuis zocht ik het op. De Deense Yahya Hassan (1995), zoon van Palestijnse vluchtelingen, schreef deze bundel in 2013 op 18 jarige leeftijd. Toen hij 13 was kwam hij in een jeugdinternaat terecht waar hij een grote belangstelling voor literatuur ontwikkelde.  Dostojevski, de Deense dichter Michael Strunge en in het bijzonder het autobiografische werk van Karl Ove Knausgård waren zijn inspiratiebronnen.

Zijn dichtbundel werd lovend en als vernieuwend ontvangen en maakte veel discussie los over de migratiepolitiek in Denemarken. Van de bundel werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

De dichtbundel is een aanklacht tegen zijn ouders maar ook tegen moslimimmigranten in het algemeen, die volgens hem met de Koran in de hand alles doen wat die Koran verbied. Met een virtuoos gevoel voor ritme en klank, rauwe en pure woorden, en bijzondere taalvondsten vertelt Hassan zijn verhaal. De vertaling is gedaan door Lammie Post-Oostenbrink.

Het gedicht ‘De koffieclub’ gaat over een ervaring in het jeugdinternaat.

.

De koffieclub

.

Op alle afdelingen van Solhaven

hangt een nummer op het prikbord

dat de groepsleiders kunnen bellen

als ze zelf de gemoederen niet kunnen sussen

dan komt er assistentie van de directeur

en andere boeren komen aandraven

en als iedereen klappen heeft gehad en naar zijn kamer is

gestuurd

drinken ze koffie

boven blanco formulieren voor gebruik van geweld

.

Autoroute du soleil

Elly de Waard

.

Van mijn dochter kreeg ik voor Vaderdag de fijne bundel ‘Op reis’ de mooiste reisgedichten onderweg. Ik ben gek op verzamelbundels rond een thema, daar staan vaak gedichten in die je nergens anders meer leest (naast vaak gedichten die je overal leest maar dat terzijde). In deze Rainbow Pocket uit 2009 kwam ik het gedicht ‘Autoroute du soleil (A7)’ tegen van Elly de Waard. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘Het zij’ uit 1995 en bracht mij even terug naar de lange autoreizen over deze bekende route van Lyon naar Marseille.

.

Autoroute du soleil (A7)

.

Waar

kantige bergen oprijzen

.

uit de nevelige verten

en wolken van gouden brem

.

zijn neergeslagen in de berm –

de averechts stijgende

.

puntcipressen de indruk van

vulkanen bevestigen

.

en een ongebreidelde hitte

zwavelt er de lucht – alleen

.

tussen toppen en als wolken

daaronder te liggen, rots-

.

klauwen, bavianekoppen

en te verlangen naar alle verre

.

en onbekende jonge vrouwen

omgeven door majoraan

.

waarvan de blaadjes in het gele

hangende gras groen overeind

.

zijn blijven staan en die gaan

geuren als we ze aanraken, als

.

we ze kneuzen – de zo zacht

behaarde die weer zijn zoals

.

nabije en bejaardere

vrouwenwangen

.

Als wat wij zagen

Dichter van de maand april

.

Het voorlaatste gedicht in april van de dichter van de maand Neeltje Maria Min is het gedicht ‘Als wat wij zagen’. Door de afbrekingen een misschien in eerste instantie wat minder toegankelijk gedicht maar na een tweede en derde lezing wordt het vanzelf duidelijk. Uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995 dit gedicht.

.

Als wat wij zagen

.

Als wat wij zagen in de mouw
van die tot vod gedragen,
die visgraat, die nederige
vermomming van mijn moeder,
die waar geen knoop meer
aan zat maar toch sloot,
die oude grijze in zich-
zelf gekeerde winter-,
zou onze toekomst zijn:
zo duister en bekend,
zo splinternieuw.

.

Nooit wacht er een man op een vrouw

Neeltje Maria Min

.

Het gedicht van de dichter van de maand april, Neeltje Maria Min, is dit keer het gedicht ‘Nooit wacht er een man op een vrouw’ uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995.

.

Nooit wacht er een man op een vrouw

Nooit wacht er een man op een vrouw.
Een man gaat naar zee of hij vecht
of hij komt in een afgrond terecht.
Mannen gaan altijd weg.

Op een balkon speurt een vrouw,
de hand aan haar slaap,
de horizon af: Komt hij gauw?

De wacht zet zich voort
op luchthaven, kade, perron
en bij de gevangenispoort.

Eerlijk, het wachten viel licht
als hij terug is waar het begon.
Ze vertrouwt het vertrouwde gezicht.
Haar zeeman, haar dief, haar soldaat,
haar dappere ontrouwe lief
die het niet helpen kon.

.

In de avond

Aleksej Poerin

.

Geboren in Leningrad, ontwikkelde Aleksej Poerin (1955) zich na zijn studie scheikunde als dichter, essayist en literair criticus. Als dichter treedt hij in de voetsporen van Annenski, Mandelstam en Koesjner. Hij oogstte veel lof met de cyclus ‘Eurazië’uit 1995, een lyrische studie van het leven in militaire dienst. Uit ‘Optima’ uit 1997 het gedicht ‘In de avond’ in een vertaling van Hans Boland.

.

 

In de avond

.

Steek maar een ‘Herzegovina Fleur’ op, drink je cognac

om je op te warmen, kijk naar het zwarte, harige zwerk,

sneeuwhopen achter mica, al bijna tot aan het dak,

allerlei zilvergehaltes, aardewerk van elk merk.

.

Ga je dan naar de slaapzaal, trek je schapenvacht aan,

voel je een beeldje worden, tinkend, het vriest dat het kraakt,

lippen die smaken naar mint, cilinders van adem slaan

tegen de grond stuk, wat een geluid van scherven maakt.

.

In de tv met zijn melkwit scherm een viskom met ijs.

Kleumend en sidderend. Koortsdromen, Zweeds of Noors ge-ijl.

Hier vindt je dus het Walhalla – blauwogige, hitte, gehijs.

De kapitein Gordejtsjik is strontzat. Geen enkel heil.

.

Is het een wonder, zo’n rotzooitje, onder zijn gezag?

Tegen een muur breekt een fles, er wordt iemand opgejaagd.

Opvoeden kan hij ze toch genoeg, de godganse dag?

Is het misschien de monotonie van de drank, die knaagt?

.

Loop dan maar door naar het meer met de kapotte pomp

en de verwarmingsketel, adem de smerige damp;

niemand zal weglopen, in deze vorst, naar de zomp,

voel je gezond als een visje in een drabbige zwamp.

.

 

.

purin-aleksej

Neeltje Maria Min

Wak

.

Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.

Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.

.

Een toegetakeld wak,

een hinderlaag van ijs.

Het tabernakel geeft

niet prijs wat het heeft ingelijfd.

.

Waar roestig ijzer schrijft,

waar tekening begint

van lijn en hapering,

houdt wind de adem in en snijdt.

.

Hier is het wachten op:

Het einde van de tijd,

een kilte die ontdooit,

de dag waarop hij vleugels krijgt.

.

kindsbeen

SONY DSC

SONY DSC

Gewoontedier

Else Kemps

.

Else Kemps  (1995) is zo rond haar negende begonnen met het onderkliederen van haar K3-dagboeken met odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla. Op dit moment woont ze in Arnhem in een huis waar ze maar liefst vier keer in de afstand van grond tot plafond past.

Dat staat te lezen op haar website http://hardcoreindestiltecoupe.blogspot.nl/. Dit jaar was Else Kemps (die ook elke week bij Giel Beelen op radio 3FM een gedicht voordraagt en de winnaar was van de Turing poëzieprijs) te zien en te horen op het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam. Daar liet ze zien en horen dat, hoewel vooraf wat zenuwachtig, ze gemaakt is om haar bijzondere poëzie op haar heel eigen toon voor te dragen.

Van haar blog uit 2014 het gedicht ‘Gewoontedier’.

.

Gewoontedier

.

er zijn een aantal dingen die je eerder over mij had moeten weten:

 

dat ik het liefste slaap

met mijn handen op je buik

en mijn kop in het zand, en dan dingen zeg als:

de toekomst is een fase, we groeien

er wel overheen

.

dat ik mezelf de put uit lieg

als ik ganzenbord met je speel,

de regels niet onthouden kan

en soms langer stilsta dan nodig is

.

dat ik een gewoontedier ben

en mijn vriendjes al drie jaar verlies in dezelfde maand

aan dezelfde vijverrand met dezelfde reden

.
dat een ongedebuteerde dichter me leerde: verlies is een bezit

totdat het wordt vergeten

en dat ik sindsdien muren bouw om alles

dat dreigt weg te lopen.

.

ek

                                                                                                                               Foto: Rob Hilz

 

Eva Gerlach

Seizoen

.

De bundel ‘O wie was mijn vader wie was ik’ uit 1995 is een bloemlezing van gedichten van meerdere dichters met gedichten over hun vader. Opvallend is het verschil in de manier waarop dichters en dichteressen in relatie staan ten opzichte van hun vader en hoe zij over hun vader schrijven.

Of zoals de achterflap meldt: Voor de dochter blijft er vaak een onbenoemd verlangen naar of een onbegrepen dreiging van de vader, terwijl voor de zoon het contact met de vader veel vanzelfsprekender is. Zij wandelen, fietsen, maken vistochten en krijgen begrip voor elkaar.

Ook ik heb ooit een gedicht voor en over mijn vader geschreven en vooral het begrip voor herken ik. In het gedicht ‘Seizoen’ van Eva Gerlach, oorspronkelijk verschenen in ‘Een kopstaand beeld: gedichten’ uit 1983 lees ik toch ook begrip voor de vader figuur. Misschien is het genoemde verschil niet altijd zo duidelijk.

.

Seizoen

.

Mijn vader die de dood niet lustte, laat

zijn handen die een meetlat op mij braken

met andere vingers hier het groen aanraken

van kiemblad onder een slaapmuts van zaad.

.

Maak zijn hart licht, laat hem het voorspelbare

ontroerd begroeten en voor wind bewaren,

de vruchten tot verrotting gadeslaan.

.

Hij heeft genoeg tegen zijn zin gedaan.

.

kopstaand

 

Ernstig genoeg

Uitreiking van Diploma’s

.

In de bundel ‘Ernstig genoeg, liedjes en gedichten vanaf 1986′ van Willem Wilmink uit 1995 staat een mooi gedicht, een sonnet over het uitreiken van diploma’s aan middelbare scholieren. Vooral de laatste zinnen maken dit gedicht tot een klassieker.

.

Uitreiking van diploma’s

Onder de meisjes menig stevig stuk,
maar er zijn ook van die nog hele tere,
onder de jongens veel in herenkleren,
en allen, allen stralend van geluk.

Niet langer meer gebukt onder het juk
van heel veel saais om uit het hoofd te leren:
niemand zal ooit nog bij hen informeren
naar passé défini of overdruk.

Maar ’t is meteen ook de examenklas,
die vol saamhorigheid en warmte was,
waarvan men zich zo zorgeloos ontdoet.

Nu slaat voor ’t laatst de grote schooldeur dicht,
en kijk, daar gaan ze: blij en doelgericht
een toekomst met veel heimwee tegemoet.

.

diplomas