Site-archief
Poëzie en film
Artificial intelligence
.
Het is alweer even geleden dat ik schreef over films die een gedicht als basis hebben. De film AI, Artificial Intelligence uit 2001 is zo’n film. AI (van regiseur Steven Spielberg) is een film over een robot die een echte jongen wil zijn (zoiets als Pinocchio). Dr. Know (met de stem van Robin Williams) citeert in de film uit het gedicht ‘The Stolen Child’ van William Butler Yeats. (Een slimme referentie in een film die veel van de donkere elementen van een sprookje bevat). Yeats publiceerde dit gedicht in 1889 in ‘The Wanderings of Oisin and Other Poems’. Zijn gedicht is gebaseerd op deze Ierse legende en heeft betrekking op faeries die een kind bedriegen om met hen mee te komen.
.
The Stolen Child
.
Where dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we’ve hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.
Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.
Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.
Away with us he’s going,
The solemn-eyed:
He’ll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than he can understand.
.
Man gevonden geen wormen wel maden
Tsead Bruinja
.
De van oorsprong Friese dichter Tsead Bruinja (1974) debuteerde officieel in 2000 met de Friestalinge bundel ‘De wizers yn it read/ De wijzers in het rood’. Zijn eerste publicatie is echter al van 1998 ‘Vreemdgaan’ (uitgegeven in eigen beheer). In 1999 publiceerde hij met onder andere Daniël Dee ‘Startschot’, ook in eigen beheer uitgegeven. In 2001 en 2002 verschenen nog Friestalige bundels maar zijn Nederlandstalige debuut ‘Dat het zo hoorde’ werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs. De laatste bundel van Bruinja vescheen in 2015 getiteld ‘Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden’.
Samen met Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Hagar Peeters en Ramsey Nasr was Bruinja genomineerd als volgende Dichter des Vaderlands voor de periode 2009-2013. Ramsey Nasr won die verkiezingen. Met het collectief ‘Gewassen’ (2001-2004), met onder anderen dichter Sieger MG en videokunstenaar Alan D. Joseph, won hij in 2002 het Hendrik de Vriesstipendium.
Uit zijn bundel ‘Overwoekerd’ uit 2010 het gedicht ‘man gevonden geen wormen wel maden’.
.
man gevonden geen wormen wel maden
.
vind je een lijk in een huis
kijk dan onder de deurmat
in de spleten van de vloer
in welke fase zijn de insecten
zijn het nog maden of zijn er al poppen?
eerst komen de maden en poppen van bromvliegen
bromvliegen kunnen binnen een uur eitjes leggen
ze ruiken een lijk over zestig kilometer afstand
er bestaat een bromvliegsoort waarbij de poppen op het lijk uitkomen
andere soorten maden kruipen van het lijk af
om enkele meters verderop te verpoppen
bij warm weer wordt een lijk binnen twee weken opgegeten door de maden
het eindigt met spektorren die eten droog vlees
museumkevers eten andere insecten
kleermotten eten haren en huid
het langste duurt het om huid en skelet te verteren
daartussenin zitten mijten
die de eieren van de vliegen opeten
met honderden tegelijk kruipen ze door je vlees
.
Foto: Tineke de Lange
Meer informatie: www.tseadbruinja.nl.
Het lange spoor 4
Jan Lauwereyns
.
De Vlaamse neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns (1969) promoveerde in 1998 aan de K.U.Leuven op een proefschrift over doelgerichte visuele waarneming en verrichtte neurowetenschappelijk onderzoek in Tokyo, Japan (1998 – 2002), Maryland, U.S.A. (2002 – 2003) en Wellington, Nieuw Zeeland (sinds eind januari 2003). Naast zijn wetenschappelijke werk publiceerde Lauwereyns dichtbundels zoals ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), ‘Blanke verzen’ (2001), ‘Buigzaamheden’ (2002) en ‘Vloeistof en welvaart’ (2008). Ook werkte hij samen met wetenschapper en dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke in de bundel ‘Zwelgen wij denkend rond’.
Voor de bundel ‘Hemelsblauw’ uit 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Tegenvoetig, tweebenig’ uit 2004 het gedicht ‘het lange spoor 4’.
Het lange spoor 4
Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,
mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,
op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkheid migreert.
Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.
.
Planeet jeugd
Rick de Leeuw
.
Al eerder schreef ik over Rick de Leeuw (1960), de voormalig zanger van de Tröckener Kecks (gestopt in 2001) toen over de bundel die hij samen met Erik Jan Harmens schreef ‘Echte mannen scheiden niet’. Dit keer las ik zijn bundel ‘Planeet jeugd’ uit 2003. Gedichten uit De laatste show, het Belgische tv-programma waar hij vaste studiogast was.
“Verwonderd beschrijft De Leeuw de wereld als een wedstrijd waarin we steeds aan het kortste eind trekken. Maar verliezen kun je ook met een glimlach.” Dat staat te lezen op de achterflap en eerlijk gezegd, in het gedicht ‘Briljant scheikundige’ lees ik dat wel terug. Teleurgesteld over zijn dromen maar vooral over het wakker worden en het besef dat hij gedroomd had, komt in dit gedicht heel treffend over.
.
briljant scheikundige
.
moegestreden en teleurgesteld
na weer een mislukte carrière
als wielrenner ditmaal
– briljant scheikundige was vorige week –
sleep ik me de badkamer in
en was de slaap van mijn gezicht
.
Noordereiland
J. Eijkelboom
.
Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse dichter, journalist, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Op 3 maart 2001 werd hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. Eijkelboom schreef en publiceerde verschillende dichtbundels en in 2002 werd een verzamelbundel uitgegeven onder de titel ‘Tot zo ver’. Hierna zou hij nog twee dichtbundels publiceren.
Uit zijn bundel ‘Het lied van de krekel’ uit 1996 komt het gedicht ‘Noordereiland’. Dit gedicht gaat over het Noordereiland in Rotterdam, een eiland in de Nieuwe Maas, verbonden door de Willemsbrug en Koninginnebrug.
.
Noordereiland
.
Toen, in die hoek
waar eerdere wind dood blad had vergaard
bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg
die als een bruine tol de lucht inging.
.
En uit de top daarvan
ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm
voorheen verscholen, luid
kwetterende mussen.
.
Ze leken meer te twisten dan te zingen.
Toch hoorde ik in al dat leven
de leeuwerikjes van de winter
.
Eén voor één
Karine Martel
.
De Franse dichter Karine Martel (1968) publiceerde onder andere de bundels ‘Après’ (2003) en ‘Texture’ (2001). In 2006 was ze te gast bij Poetry International. Samen met dichter Arjen Duinker publiceerde ze tijdens Poetry International de bundel ‘En dat? Oneindig’ met van elk 40 gedichten waarvan niet duidelijk was wie welke gedichten had geschreven. Daarnaast zijn een aantal van haar gedichten vertaald in het Nederlands door dichter Arjen Duinker voor de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ uit 2009. Zo ook het gedicht ‘Un a un’ of zoals het in het Nederlands is getiteld ‘Eén voor één’.
.
Eén voor één
.
Eén voor één gaan de knopen los,
De hemel steekt af met een zijden draad.
In de uitsnijding het ritme blauw,
Vergetelheid heeft gehoefde vingers.
.
Aan wat antwoordt de stilte?
.
Eén voor één verdijnen de sterren,
Drukken ze zich in de korrelige huid.
De lippen omcirkelen de corolla’s,
Verluchten de ruiten van velijn.
.
Wat zingen de sporen van de kussen?
.
Eén voor één vallen de vingers uiteen,
De stift trekt hun vorm.
In een traliewerk van avonturen
De gladde jade van een ivoren tuniek.
.
Pak mijn hand, de rivier is breed!
.
Eén voor één smelten de doorns,
De bloes gaat open naar de nacht.
De vier van paarlemoer ontdane cirkels
Met een blinde naald doorprikt.
.
Misverstand
Menno Wigman
.
Al eerder besteedde ik aandacht aan de poëzie van Menno Wigman (1966). Wigman publiceerde vanaf 1984 verschillende bundels, hij publiceerde poëzie in bladen als Vrijstaat Austerlitz, Zoetermeer, Optima, Maatstaf, De Tweede Ronde, Millennium, Payola, Bunker Hill, De Zingende Zaag, Passionate en De Gids en hij ontving voor zijn werk de A. Roland Holst-Penning (2015) en de Jan Campert-prijs (2002) voor ‘Zwart als kaviaar’. Naast dichter is Wigman vertaler en samensteller van bloemlezingen.
Uit de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 het gedicht ‘Misverstand’.
.
Misverstand
.
Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed
waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand
of drie geloof ik meer en meer dat poëzie
geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte
die je met een handvol hopeloze idioten deelt,
.
een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt
en ’s nachts – een heelkunst is het niet.
De kamer blijft een kamer, het bed een bed.
Mijn leven is door poëzie verpesten ook
al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets
.
wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig
lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Leo Vroman
.
Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.
Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).
Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,
een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.
Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?
Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?
En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.
.
















