Site-archief
Guichelheil
Huub van de Lubbe
Vanmorgen luisterde ik naar ‘Groot hart’ van De Dijk en toen herinnerde ik me dat Huub van der Lubbe ook een niet onverdienstelijk dichter is (Gerrit Komrij nam drie van zijn gedichten op in zijn bloemlezing). Dat lees je al terug in zijn songteksten maar zoals ik al eerder schreef op dit blog, songteksten of liedteksten hebben hun eigen dynamiek en regels. Poëzie heeft deze regels niet of minder/anders.
In 2010 verscheen van Huub de dichtbundel Guichelheil, wat al zijn 5e dichtbundel is. Eerder verschenen ‘Melkboer met de blues’, ‘Versterkte gedichten’, ‘Geregeld leven’ en ‘Solo met Jan’.
Ter vergelijking uit de bundel Guichelheil het gedicht ‘Over en uit’ en van de CD ‘Door’ uit 2003.
.
over en uit
Als alles wat gedaan moest is gedaan
En alles wat gewaagd is geprobeerd
Als alles is gegaan zoals gegaan
En alles wat je deert je niet meer deert
Als alles wat bestreden is beslecht
Als wat onopgemerkt bleef is geduid
Als alles wat besproken is gezegd
En alles wat verbrast kon is verbruid
Soms voel ik even een verlangen naar
Het einde, die goedkope panacee
En naar de stilte daarvan, dat geluid
Ik merk dat ik me, langzaam weliswaar,
Maar toch verzoenen kan met het idee
Dat het voorbij is straks, over en uit
.
.
Wil je altijd van me houden
Wil je altijd van me houden
Zoals alleen jij dat kan
Wil je altijd van me houden
Al maak ik er een zootje van
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
En ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al praat ik nog zo krom
Wil je altijd van me houden
Al vraag jij je af waarom
Wil je altijd van me houden
Ook als het eiglijk niet meer gaat
Maar jij met je ruime denken
Mij in mijn waan en waarde laat
Wil je altijd van me houden
Ook al blijf je aan de gang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
en ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al jaag ik je op stang
Wil je altijd van me houden
Al lul ik tegen het behang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang
.
Vrijheid van denken en doen
Erich Fried
.
Op een dag als vandaag past alleen een gedicht over een groot goed namelijk de vrijheid. De vrijheid van denken, de vrijheid van doen en de vrijheid van uiten, daarom het gedicht van Erich Fried (1921 – 1988) over vrijheid en liefde uit de bundel ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ uit 2003 in een vertaling van Gerrit Kouwenaar.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt
en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’
zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig
of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid
.
Met dank aan http://www.amnesty.nl
Jan Wolkers
Wintervitrines
.
Jan Wolkers kent iedereen. Van zijn romans en verhalenbundels. Maar dat Jan Wolkers ook poëzie schreef is bij niet veel mensen bekend. Zijn poëzie is vaak prozaïsche. Het zijn meestal een soort ultra korte verhaaltjes met een poëtische toonzetting. In de bundel ‘Wintervitrines’ uit 2003 staan een groot aantal van dit soort proza gedichten maar ook een aantal ‘echte ‘ gedichten.Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘Winter’.
.
Winter
.
een landkaart van sapstromen
gestremd in rijp
onontdekt gebied van
verstijfde kronkelingen
de geometrie van sneeuw
stelt de wet
de eg van ijspegels
hangt boven de smetteloze
sprei van de dood
.
Semjon Lipkin
Russische dichter
.
Semjon Lipkin studeerde in Moskou en was daar een gewaardeerd vertaler uit oosterse talen. Hij was een protegé van Achmatova, die hem naar voren schoof als één van de betere dichters van de jaren ’50.
Semjon Lipkin (1911-2003) was getrouwd met de Russische dichteres Inna Lisnjanskaja (1928). Het echtpaar kon in de Sovjettijd weinig publiceren. Ze behoren evenwel tot de beste dichters van die periode en van de jaren na de perestrojka. Universele problematiek van de gedichten van Lisnjanskaja doet haar werk uitstijgen boven de actualiteit en alles wat kortstondig en tijdgebonden is. Meer dan Lisnjanskaja gaat Lipkin in op gebeurtenissen in het dagelijks leven of op dingen die hij zich herinnert, bijvoorbeeld uit de oorlogsjaren.
.
Gedenkplaats
.
Twee schilders, Beiers, blonde krullen,
Verven de openstaande ramen
En niets verraadt bij deze knullen
’t Bestaan van enig zielendrama.
.
Daarbinnen staan in strenge orde
Gedoofde ovens aangetreden.
Herauten van de as van morgen,
Of tekens van een dood verleden?
.
Ik volg de kalme kwasten, adem
De frisse lucht in van het najaar;
En angstig wervelen de blaren
Rond Dachau, het voormalig Lager.
.
Ben Ali Libi
Willem Wilmink
.
Bij De Wereld Draait Door van donderdagavond was één van de onderwerpen een documentaire van Dirk Jan Roeleven over de goochelaar Ben Ali Libi ( Michel Velleman 1895 – 1943) die in de oorlog in 1943 werd vermoord in concentratiekamp Sobibor.
Rode draad in dit item was het gedicht van Willem Wilmink over Ben Ali Libi. Het gedicht uit de bundel ‘Je moet je op het ergste voorbereiden’ uit 2003 is een aangrijpend gedicht over het leven van deze joodse goochelaar.
Joost Prinsen heeft het gedicht voorgedragen en dat YouTube filmpje kun je hieronder bekijken.
.
Ben Ali Libi
Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.
Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.
Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bosjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.
Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
In ’t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.
En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.
Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.
.
Als je groot bent
Het moest maar eens gaan sneeuwen
.
Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!
Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.
.
Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?
Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?
Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?
Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht
ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.
.
Eva Gerlach
Een hond met ijzeren ogen
.
Uit de bundel ‘Daar ligt het’ uit 2003 het gedicht ‘Een hond met ijzeren ogen’.
.
Een hond met ijzeren ogen
Een hond met ijzeren ogen had mijn hand
in zijn mond genomen. Ik wilde
niet dat dit gebeurde maar was bang
te scheuren als ik mij verzette. Luister
hond, zei ik, laat me los en ik geef je
wat je verlangt. Maar wat hij wilde was alleen
dat ik niet verder ging en met mijn andere hand
hem streelde. Zo. Dagen en nachten in
zijn ogen zag wie van ons sterker scheen.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Erich Fried
.
Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland maar hij schreef steeds in het Duits. Erich Fried was het enig kind van Joodse ouders. Toen zijn vader werd vermoord tijdens de Anschluss in 1938 vluchtte zijn moeder met hem naar Londen. Daar hield hij zich staande met allerlei baantjes waaronder die van bibliothecaris.
Vanaf jongs af aan kwam zijn schrijftalent naar voren maar het duurde tot 1958 toen hij eerste bundel publiceerde “Gedichte” dat hij echt als schrijver doorbrak. Vanaf die tijd publiceerde hij vrijwel jaarlijks een dichtbundel maar ook romans, novellen essays en vertaalde hij werk van o.a. Dylan Thomas, T.S. Elliot en Graham Greene naar het Duits.
In 2003 verscheen ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ in vertaling van Gerrit Kouwenaar. Uit deze bundel het gedicht ‘Liefdesgedicht voor de vrijheid, vrijheidsgedicht voor de liefde’.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt
en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’
zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig
of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid
.
Met dank aan Wikipedia
Jan Maria de Willebois
Vandaag 90 jaar
.
Van José Boersma kreeg ik drie dichtbundels te lezen van de, mij onbekende, dichter Jan Maria de Willebois. Deze dichter wordt vandaag 90 jaar dus ik had een goede reden om juist vandaag iets over zijn werk te schrijven.
De drie bundeltjes met de titels ‘een bloem van licht’, ‘Maar voort gaan, hoog, de reigers’ en Waar stille snaren spannen tot een harpbegin’ zijn alle drie uitgegeven bij Memini in respectievelijk 1998, 1996 en 2003.
Op de achterkant van de drie mooi uitgegeven bundels een kort stukje over de dichter.
Jan Maria de Willebois is geboren in 1924 te Hintham, studeerde sociale wetenschappen, is gehuwd met Lysbeth van der Does de Willebois-Bruining (die de illustraties verzorgde voor de bundels) en heeft twee zonen (aan wie de tweede bundel is opgedragen). Omstreeks zijn 23ste jaar begon hij , in gesprek met zichzelf, spontaan gedichten te schrijven. Heel veel later besloot hij tot publiceren (1996).
.
De poëzie van de Willebois is heel herkenbaar in vorm. De meeste van zijn gedichten bestaan uit gedichten van 4 strofen met twee strofen van 4 regels en twee strofen van 3 regels met als rijmschema abab cdcd efe ghg.
De onderwerpen zijn veelal de zoektocht naar zichzelf, de ander en de dimensies van het leven. Sommige zouden zijn poëzie wat ouderwets noemen maar dat hoeft zeker geen negatieve connotatie te zijn. Hier spreekt een man die het leven niet voor als van zelf sprekend aanneemt, een man die vragen stelt en op zoek naar de antwoorden deze soms wel, soms niet vindt. Voor de liefhebbers van rijmende poëzie zeker een aanrader, juist omdat steeds heel mooi in ritme wordt gedicht, muzikaal en met gebruikmaking van ‘mooie woorden’.
Uit de bundel ‘Maar voort gaan, hoog, de reigers’ het gedicht ‘Elevatie’.
.
Elevatie
.
“L ‘arbre, ce prêtre qui loue, transsubstantie…’ (anoniem, 14 eeuw)
.
Hoog ben ik, als alle bomen.
Adem mijn top
de hemel, waar de winden komen
in en neem ze op.
.
en leid ze naar de stille vaten
van mijn wortelnet
in alle dingen, – doen en laten,
kiezen en verzet:
.
de geestdrift zelf te verwerken,
breken tot bestaan
in vruchten om wat leeft te sterken:
.
de zon bied ik ze aan.
Ik kan niet meer dan ik kan leven.
En meer dan dat kan ik niet geven.
.


















