Site-archief

Nachtzwemmen

Hagar Peeters

.

Hagar Peeters (1972) is begonnen als rapdichter (als dat al een woord is) waar ze, op het Double talk festival, al in 1997 opviel. In 1999 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ welke genomineerd werd voor de NPS Cultuurprijs. Ze won de J.C. Bloemprijs en de Jo Peters poëzieprijs in 2004 en werd in 2005 genomineerd voor de Anna Bijns prijs. Ze publiceerde inmiddels 7 dichtbundels en werd in 2005 door Nederlandse en Vlaamse scholieren verkozen tot jeugddichter des Vaderlands (van beide ‘Vaderlanden’ vermoed ik).

Over haar poëzie schreef Arie van den Berg in 1999 in het NRC: “Het gebruik van beeldspraak is beperkt in ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’. Wat niet wil zeggen dat de dichteres om beelden verlegen zit. Ze plukt ze met schijnbaar gemak uit het alledaagse. Stof wordt dan ‘pakmedannetjes in het licht’ en in ‘Vertweezaming’ wil de ik ‘niet van je neusbrug skiën’ en ook niet ‘in je blauwe ogen pootjebaden’. Ze lijken naïef soms, de metaforen van Peeters, maar ook in hun argeloosheid zijn ze doorgaans trefzeker.”

.

Nachtzwemmen

.

De maan rolt een loper
van licht op het water.
We waden ernaar
naakt in het donker
raken niet verloren
langs de baan van de maan
van licht door het water
alleen zichtbaar
voor dat van elkaar
in ons lichaam.

.

Uit: :Loper van licht’ uit 2008.

HP

hagar peeters

Yoga

Miroslav Holub

.

Al eerder schreef ik over de bundel ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ van de Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998), samengesteld door en in een vertaling van Jana Beranová. Al lezend begrijp ik steeds beter dat de Bezige Bij dit werk heeft laten vertalen. Prachtige “absurdistische en lyrische” poëzie.

Voor alle dichters en beoefenaren van Yoga het gedicht ‘Yoga’.

.

Yoga

.

Elke poëzie is rond

de vijfhonderd graden Celsius.

.

Maar bij dichters

verschillen de ontbrandingspunten.

Die gedrenkt zijn in alcohol

vatten het snelst vlam.

.

Wat zouden ze zijn zonder hun ziekte.

Hun ziekte is hun gezondheid.

.

Ze branden, stropoppetjes,

lezen geen Nietzsche,

wat jou niet doodt

verhardt je tot staal.

.

Ze smeulen.

Ze sissen.

Terwijl alleen een slechte yogi

zijn voeten brandt

aan gloeiende kooltjes.

.

MH

MH1

Als Atlas

Zichtbaar alleen

.

De bundel ‘Zichtbaar alleen’ die ik in 2008 publiceerde samen met fotograaf Ruben Philipsen mag zich nog altijd in een zekere belangstelling verheugen. Nog jaarlijks worden er exemplaren verkocht. Waarschijnlijk komt dit door de tijdloze foto’s en gedichten in combinatie met de uitvoering van de bundel, kwalitatief hoogstaand en met veel aandacht gemaakt.

Met enige regelmaat krijg ik ook nog de vraag om nog eens iets uit deze bundel te plaatsen. Vandaar vandaag het gedicht ‘Als Atlas’.

.

Als Atlas

.

Hoe vaak heb je het licht gezocht

de last gedragen, als Atlas

het hoofd gebogen

onder het gewicht van je verlangen

naar antwoorden en richting

.

Je tartte verstandige inzichten

revolteerde, bestormde, verloor

.

Gedwongen tot het einde

de last te dragen

de schoonheid en vrijheid

aanschouwend

als te begeren

maar onbereikbaar

.

.

Een exemplaar kopen van ‘Zichtbaar alleen’? Dat kan, mail me of reageer op dit bericht.

.

2015-04-29 11.49.50 HDR

ZA

La Poésie

 Tahar Ben Jelloun

.

Tahar Ben Jelloun is een Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist.Tahar Ben Jelloun was filosofiedocent. Sinds 1971 woont en werkt hij in Frankrijk, waar hij een studie Psychologie oppakte en in 1975 een doctoraat behaald in sociale psychiatrie, waar hij ook zijn werk van maakte.

Ben Jelloun schrijft in het Frans, hoewel het Arabisch zijn moedertaal is. Hij schreef voor diverse tijdschriften en kranten, waaronder Le Monde. Zijn roman ‘Gewijde Nacht’ (een vervolg op ‘L’Enfant de sable’) won de Prix Concourt in 1987. In 2004 ontving hij de International IMPAC Dublin Literary Award voor ‘Een verblindende afwezigheid van Licht‘.

In 2008 schreef Tahar Ben Jelloun het volgende bij onderstaande afbeelding:

La poésie n’est pas ou n’est plus dans les mots ; elle est dans l’acte d’entrer dans le tourbillon de ce qu’on ne maîtrise pas. Passion et poésie fusionnent de la montée vers les cimes à la chute dans les entrailles de la terre.

Une prière à ajouter au registre de l’espérance : Mon Dieu ! Donnez-nous une passion ! Qu’elle vienne de l’étrange ou de l’inconnu, qu’elle soit forte et belle, qu’elle fabrique du bonheur et de la folie, mais qu’elle soit là sur notre chemin, tant que nous avons l’énergie de défier les impossibles, d’imaginer le rêve et d’en être jusqu’à la fin.

Of in het kort in het Nederlands (vrij geïnterpreteerde vertaling):

Poëzie is niet meer alleen woorden ; het is een handeling die we aangaan in een draaikolk die we niet kunnen controleren. Passie en poëzie samenvoegen tijdens de klim naar de toppen, of het afdalen in de ingewanden van de aarde.

Een gebed om toe te voegen aan het register van de hoop : God ! Geef ons een passie! Het komt van het vreemde of het onbekende, het is sterk en mooi, het produceert geluk en waanzin, maar het is er op onze manier, zoals we de energie hebben om het onmogelijke van een droom te bedenken en er bij te zijn tot het einde .

.

Tahar Ben Jelloun

 

Tahar-Ben-Jelloun_Seminaire-Soutien-Taubira2

Poëzie op pootjes

Poster in de centrale bibliotheek van Den Haag

.

Net als in 2011 heb ik ook in 2014 meegedaan aan een poëzieproject van de R.G. Ruijs stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds met als aanstekelijke titel Poëzie op pootjes. Poëzie op pootjes organiseert om de drie jaar (vanaf 2005) een gedichteninzamelingsproject. Of zoals ze het zelf zeggen:

Iedere Hagenaar heeft wel een eigen verhaal over zijn of haar leven in de stad, dan wel zijn of haar beleving van de stad. Den Haag staat dus centraal, maar niet zozeer de stad alswel dat wat de bewoners van Den Haag zelf voelen over hun leven in de stad. Het gaat bij Poëzie Op Pootjes nadrukkelijk niet om een wedstrijd. De bedoeling is simpelweg om op deze manier zoveel mogelijk gedichten over de persoonlijke Haagse beleving te vergaren. Wel zal er nadrukkelijk worden gezocht naar (potentiële) kwaliteit en nieuw talent.

Zoals gezegd ook in 2014 een gedicht van mijn hand. Na ‘Oud Eik en Duinen’ in 2011 (zie onder gedichten) nu dus een gedicht dat mij ‘overkwam’ het afgelopen jaar met als titel ‘Lijn 24’ met een prachtig voorbeeld van Haagse humor.  Vandaag ontving ik van de organisatie het bericht dat mijn gedicht te lezen zal zijn (vanaf 5 januari) op grote posters in de centrale bibliotheek van Den Haag.

.

Lijn 24

 

Voor de chauffeur is de mens, de

menigte, groepje, stroom of clubje

mensen, bron van zijn bestaan

 

Onderscheid maakt hij niet

zolang ze zich maar gedragen.

Sommigen ziet hij liever;

 

De rokjes, strakke truitjes,

goeiedag zeggers, vrolijke

vriendelijke vroegemorgenvrouwen.

 

Anderen maken zijn werk tot een last,

blijven hangen in het pad, gaan niet

zitten, houden op. Dan roept hij om:

 

Dames en heren,

het achterste deel van deze bus

gaat ook naar het Centraal Station

.

poezieoppootjes

Hopla!

Muzikaal gedicht

.

Uit de bundel ‘Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley’  uit 2008
van Abdelkader Benali een muzikaal gedicht met de titel ‘Hopla!’.

.

Hopla!

.

In de auto door het drukke verkeer van Beiroet gezeten

Naast de donkerharige vrouw zing ik voor haar,

onweerstaanbaar

Vals, mijn favoriete zinnen van Elvis –

van geen nummer ken

Ik de hele tekst maar dat kan me naast haar gezeten,

niet deren,

In the ghetto

She walks like an angel

Jailhouse rock

Yeahyeahyeahyeah

En Yesterday maar dat is van de Beatles

Maakt niets uit want Elvis slaat de klok!

De zware, zwoele stem contrasteert zo mooi

met het licht

Van Hezbollah. Wat is dat toch dat we Elvis

niet willen zijn (liever niet!)

En toch hem worden wanneer we op een dag als deze,

geluk

Willen maken?

Mijn zinnen dragen zo ver dat ze

Japanners veranderen in lyriek

En ik verras haar er oprecht mee

You have talent, fluistert ze en stuurt naar rechts

Nu kan niets me nog deren. Ze heeft me

in mijn huig geraakt

 

.

1001004005492153

Men mag er niet aan denken

Paul Bogaert

.

Paul Bogaert (1968) is een Vlaams dichter. Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde tot nu toe vijf gedichtenbundels. In 1996 debuteerde hij met de bundel ‘Welkom Hygiëne’. In 2008 schreef hij het Gedichtendagessay (Verwondingen).  In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be/ zijn de gedichten van drie bundels integraal te lezen. Uit de bundel ‘Circulaire systemen’ uit 2002 het gedicht ‘Men mag er niet aan denken’.

.

Men mag er niet aan denken
dat het herbegint.
Men is op versnelling uit.
Men oefent in afwachting een uitspraak
of men staart zo een detail aan
dat het irritant wordt.
Niemand ontsnapt
aan gewenning.
Zelfs voor wie er niet aan went,
is hetzelfde nooit genoeg.

.

PB circulaire

 

paul bogaert

Te leen

Muziek in poëzie

.

Ik zal de komende tijd wat vaker gedichten met jullie delen die over muziek gaan. Ik schreef al vaker over tekstdichters, liedjesmakers en muzikanten die poëtische teksten schrijven maar nu dus liedjes en muziek in de tekst zelf. Door de tijden heen hebben dichters muziek en het lied als onderwerp gekozen voor hun poëzie. Van Guido Gezelle tot Stefan Nieuwenhuis. In deze nieuwe categorie gedichten uit alle tijden van verschillende dichters, te beginnen met de dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert (Brugge, 1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

Uit: ‘Als een geheim zat in ons huis een ander huis verborgen’, De Maan, Mechelen 2011 het gedicht ‘Van mij’.

.

Van mij

.

Je zong een liedje

en je zei: dit liedje

is alleen van mij.

Ik vroeg: moet je

niet zeggen: was?

Je keek verveeld.

Je zei: Waarom?

Ik zei: dat je dat zegt.

Wat je net zong heb je

gedeeld, want noten

zijn van iedereen.

Je krijgt ze maar

een liedje lang.

Zolang het duurt,

zei ik. Te leen.

.

bart moeyaert

Basiswoordenschat

Linda Maria Baros

.

Nu ik een categorie ben begonnen over Franse dichters valt het me op dat de dichters uit Frankrijk die her en der beschreven worden vrijwel allemaal mannen zijn. Het aantal vrouwelijke dichters is op de vingers van 1 hand te tellen. Nu geloof ik niet dat er in Frankrijk geen of weinig vrouwelijke dichters zijn maar waarschijnlijk is Frankrijk wat dat betreft nog altijd een mannetjes maatschappij.

Linda Maria Baros (1981) is één van de weinig vrouwelijke dichters die ik heb kunnen vinden en zij is dan ook nog eens van Roemeense afkomst. Linda Maria Baros is dichter, essayist en vertaalster in het Frans en het Roemeens. Ze publiceerde haar eerste gedicht in 1988 in een literair tijdschrift te Boekarest. Ze heeft in een serie tijdschriften gedichten, recensies en vertalingen gepubliceerd. Zij leeft tegenwoordig in Parijs. Naast haar schrijfwerk is ze hoofdredacteur van het Roemeense literaire tijdschrift VERSUs/m. In 2008 creëerde ze de virtuele bibliotheek ZOOM (125 auteurs), die een deel van haar vertalingen samenbrengt. Tevens is ze als onderzoeker verbonden aan de Sorbonne, waar ze een proefschrift voorbereid over mythokritiek.

Linda Maria Baros en Jan H. Mysjkin (die ook onderstaand gedicht heeft vertaald) hebben in 2010 de bloemlezing COBRAMSTERDAM, Cobra, uit het Nederlands in het Roemeens vertaald. Daarin gedichten van onder andere Hans Lodeizen, Remco Campert, Jan Hanlo, Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus.

Ze stond op vele poëziefestivals en ze mocht verschillende beurzen en literaire prijzen ontvangen zoals de Vertaalprijs voor Les Plumes de l’Axe (2001), de Prijs Guillaume Apollinaire (2007) en de Prix de la Vocation (2004).

Kijk voor meer informatie ook eens op haar website: http://www.lindamariabaros.fr/nl_literatuur_linda_maria_baros.html

Uit de bundel Revolver uit 2008 het gedicht ‘De basiswoordenschat’.

.

De basiswoordenschat

Als je niet elke dag mijn naam schrijft,
o, moge je hand geplet worden in de schroef van de zinnen !
Verstijfd, de mond
waarmee je de woorden krabbelt !
Gegeseld het woord
die de klemmen opent voor de wolven
tussen jou en ons !

En mogen ze voor altijd ongeneeslijk zijn, je wonden,
die je wast met mijn tranen,
in een vat vervoerd naar de stad !
En moge je gezicht
voor eeuwig bezoedeld zijn in de ramen,
als je niet alle dagen mijn naam kerft
in de kan van de liefde !

O, maar als je in je slaap niet mijn naam schrijft
met zachte en verfijnde letters,
zoals in het begin,
dan zal ik ze op je lippen naaien,
diep, met catgut.

.

Linda_Maria_Baros

 

revolver

 

Afgunst

Zichtbaar alleen

.

Uit mijn bundel ‘Zichtbaar alleen’ het gedicht ‘Afgunst’ met de foto van Ruben Philipsen.

.

Afgunst

 

Eerst is er

een klein gloeiend kooltje,

het brandt de jaloezie in

en laat haar

littekens, blijvend

in het vlees

 

En dan is daar

de wind

 

Gloeien wordt branden,

hitte verstikt de gedachte

aan afstand, of

het wegsnijden

van de bron

 

En de wind

doet zijn werk

 

De behoefte tot blussen en rust

wordt altijd overschaduwd

door wat niet is, niet heeft,

niet mag, niet kan

 

Dus waait de wind

en gloeit en schroeit

het door

.

02_AFGUNST