Site-archief

Haags fris

Anne Borsboom

.

Op 26 maart 2015 bestond Poëziecafé in bodega De Posthoorn in Den Haag 2 jaar. Ik mocht daar samen met o.a. Frans Reijman, Eelco van der Waals en Cor van Welbergen voordragen, zoals ik twee jaar daarvoor ook bij de allereerste editie mocht voordragen. Op deze avond kregen alle aanwezigen van Will van Sebille de bundel ‘Haags fris’ met als ondertitel ‘Huilend in Den Haag’. De bundel werd in 2010 uitgegeven door De Witte Uitgeverij en samengesteld door Diann van Faassen, Harry Zevenbergen en Will van Sebille.

Uit deze bundel heb ik het gedicht ‘Na vandaag: Den Haag’ van Anne Borsboom gekozen. Anne Borsboom is een collega auteur van mij die (net als ik) bij uitgeverij De Brouwerij poëzie heeft gepubliceerd (Brussels kant).

.

Na vandaag: Den Haag

.

De contactsleutel draait stroef

mijn roestige Italiaan zwelt

achterin de kinderen

‘vandaag verhuizen we’, zeg ik

‘wees flink,

nieuwe vrienden maak je zo

en herinneringen zijn voor later’

ze sputteren

de katten mauwen

de kanarie wil niet

ze verstaan geen Haags

.

ik zal het ze leren

.

IMG_0162

anne

Het huis woont in mij

Peter Swanborn

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Het huis woont in mij’ van Peter Swanborn. Swanborn is dichter, schrijft liedteksten, is literair medewerker van de Volkskrant en redacteur van Tortuca. Tortuca is een tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst dat sinds 1997 in Rotterdam wordt uitgegeven. Ieder nummer van Tortuca bevat een afgewogen compositie van verhalen, gedichten, tekeningen, foto’s en schilderijen. (meer info op http://tortuca.com/).

Een aantal gedichten uit deze bundel verscheen eerder in Het liegende konijn, Liter, Poëziekrant Tirade en Tortuca. De bundel bevat 31 gedichten in 3 hoofdstukken en werd uitgegeven door uitgeverij Podium in 2013. Uit deze bundel het gedicht ‘Avond op het balkon’ uit hoofdstuk 3 ; Geen mens te zien.

.

Avond op het balkon

.

Op de daken wacht een bed van vuur. De wind veegt

door de binnentuin.Ik stap over de reling, laat me vallen

als word ik gedragen, via de vijver, een moment verloren

in een muggenzwerm, dan langs achtergevels steil omhoog

naar vlammen die gretig over de rand slaan. Mijn arm strekt,

mijn hand grijpt, als het hoofd, bezweet, om orde roept en ik

met een schok in mijn oude vorm tot stilstand kom.

.

het huis

Swanborn

Tortucas-02

Daniel Dee

Stadsdichter Rotterdam geeft zijn functie door aan Hester Knibbe

.

Gisterochtend werd tijdens een bijeenkomst in de centrale bibliotheek van Rotterdam (in het Bibliotheektheater) het stadsdichterschap overgegeven van Daniel Dee naar Hester Knibbe. Daniel heeft de afgelopen 2 jaar Rotterdam gediend als stadsdichter met mooie projecten en dito gedichten. De stadsdichter schrijft in ieder geval elk jaar 6 gedichten met de stad en haar bewoners als inspiratiebron. Daarnaast heeft de stadsdichter de vrije hand in hoe hij of zij het stadsdichterschap invulling wil geven.

Daniel heeft zich heel veel begeven onder de inwoners van Rotterdam, heeft vrijwel geen enkele uitnodiging afgeslagen en heeft dus in opdracht minimaal 12 gedichten geschreven over Rotterdam en de Rotterdammers. Zijn laatste gedicht werd tijdens de bijeenkomst getoond met een animatie van Daniel Oliveira Prins.

.

Hier zijn laatste stadsgedicht en het filmpje van Daniel Oliveira Prins.

.

Biopic de film van je leven flitst aan je ogen voorbij

.

als ik de film van je leven mocht regisseren

zou ik beginnen bij de virussen in je lijf

.

het menselijk lichaam bestaat

tenslotte voor negenennegentig procent uit zuurstof

koolstof waterstof stikstof calcium en fosfor

.

wat is dus werkelijk van jou

wat maakt jou

.

ik zou de virussen filmen hoe ze na het gestelde ultimatum

een alles vernietigende oorlog beginnen

zoals we die kennen van verre vreemde landen op het journaal

waar geen rambo nog iets aan kan redden

iedereen van het padje af

er er zou gesneuveld worden dat de stukken eraf vlogen

.

een oorlog die uiteindelijk resulteert in de totale overgave van je geest

zodat je niets anders kan dan naar mij verlangen

.

in de slotscène zou ik op ingenieuze wijze uitzoomen

om in softfocus in beeld te brengen hoe wij op de bank

verstrengeld met elkaar innig zoenen en versmelten

.

ik zou niet eens hoeven acteren

.

daniel-dee-arminius-feb14

 

Meten & wegen

Anne Vegter

.

In het op een na laatste jaar van haar Dichterschap des Vaderland (2013-2016) aandacht voor Anne Vegter. Uit mijn boekenkast trek ik de (zeer recent verkregen) bundel ‘Eiland  berg  gletsjer’ uit 2013. In deze bundel met pikante tekeningen ( ze doen me denken aan de erotische tekeningen uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik met Alja Spaan publiceerde, van Pierre Struys) 12 gedichten en 2 langere gedichten (Eiland berg gletsjer en Dochter van).

Uit de reeks gedichten het gedicht ‘Meten & weten’.

.

Meten & weten

.

Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.

De schotels in de lucht houden, probeer ik.

,

Ik doe natuurlijk maar wat.

Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.

.

Iemand zei genen van belangstelling

woekeren/denkers willen verspilling!

.

Het kost niet per se tijd maar het hoofd

(denken aan de liggende jaren, een tegen-

.

stelling noemen van verlangen) puilt uit.

Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.

.

vegter

 

eiland

Lichtgedicht

Ester Naomi Perquin en Geert Mul

.

In januari 2014 verscheen in de Noorderzon, wijkkrant van Rotterdam-Noord het bericht dat in december 2013, in het Muizengaatje (de onderdoorgang van het spoor bij station Rotterdam Noord, nabij de Bergweg) een lichtgedicht is geplaatst van dichter Ester Naomi Perquin (toen stadsdichter van Rotterdam) en kunstenaar Geert Mul. Het gedicht is geplaatst op het plafond en door de speelse belichting krijgt het steeds een andere dimensie.

De combinatie van tekst en gekleurd licht zorgt voor verschillende lagen en daagt de lezer uit om de tekst opnieuw te lezen, te interpreteren en te ontdekken.

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3591-NZ-NZO

 

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3609-NZO

Foto’s: Johannes Odé, redacteur van Noorderzon.

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand

Gewicht van verwerking

Meine Maipoto

.

Poëzie is niet altijd ‘een gedicht’ of een vorm die we kennen. Soms ligt poëzie verborgen in teksten die misschien niet bedoeld zijn als poëzie maar wel zo ervaren kunnen worden. Die gewaarwording heb ik bij een werk getiteld ‘The Weight’ van kunstenares Adeline de Monseignat.

Adeline de Monseignat is een kunstenaar die woont en werkt in Londen. Haar, op sculpturen en installaties gebaseerde, en in papier gevatte werken komen voort uit haar interesse in de  Uncanny ( een Freudiaans concept van alles wat bekend is maar een gevoel geeft van oncomfortabele bevreemding), het lichaam , het moederschap en het begrip van de oorsprong .

In 2013 maakt zij een kunstwerk met de titel ‘The Weight’.

Dit werk werd gemaakt in reactie op de getuigenis van de 16 jarige Zuid Afrikaanse Meine Maipoto uit het Rammulotsi Township, met de titel ‘Over mijn toekomst’. De Monseignat hierover: “Mij werden mondelinge en schriftelijke getuigenissen gestuurd van kinderen die de trauma’s die ze hebben opgelopen, beschrijven en ik voelde me bijzonder geraakt door het verhaal van de jonge Meine Maipoto. Deze, met de hand geschreven, getuigenis waarin ze beschrijft hoe ze, op achtjarige leeftijd, plots haar moeder verliest en wordt gescheiden van haar broer.  De belasting voor zo’n jonge ziel en het gewicht van haar woorden vervulde mij met een sterk verlangen om haar te helpen. De manier waarop ze haar tekst had ‘ gebouwd ‘, woord voor woord –  steen voor steen – als een solide basis voor haar toekomst, in combinatie met mijn wil om een ​​monument te bouwen om haar verhaal te eren , maakte dat ik een muur van stenen voor haar wilde bouwen. Elke baksteen is zorgvuldig verpakt in weefsel, voorzien van een woord of twee van haar handschrift ; met rood geschreven op wit , zoals de kleuren van de schoolkleren die ze droeg toen men haar het nieuws vertelde dat haar moeder was overleden, waardoor haar blote weerloze lichaam wordt blootgesteld . De verpakking is dus een poging om haar in staat te stellen een gevoel van bescherming op geven . Elke rij stenen is een zin van haar tekst. De muur is haar getuigenis.

.

mm

mm3

mm5

mm4

Iemand moet altijd gemist worden

Recensie van een dichtbundel van Antoinette Sisto

.

Afgelopen zaterdag presenteerde Antoinette Sisto haar derde dichtbundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Na de bundels ‘Het verre huis’ uit 2006 en ‘Dichter bij de dagen’ uit 2013 nu dus haar derde bundel bij uitgeverij Oorsprong.

Ik was een van de dichters die Antoinette had uitgenodigd om de presentatie extra glans te geven maar door een ongelofelijke stomme fout van mijn kant (vergissen in de dag) was ik er niet bij. Ik kan aanvoeren dat ik een hele drukke week achter de rug had en me de hele week al niet lekker voelde maar feit blijft dat ik Antoinette in de steek heb gelaten en daar baal ik enorm van. Desondanks was de presentatie een groot succes met bijdragen van Herbert Mouwen, Peter W.J. Brouwer, Jos van Daanen, Wilma van den Akker en niet in de laatste plaats Antoinette zelf.

Dan de bundel.

´Iemand moet altijd gemist worden´ bestaat uit 7 delen of hoofdstukken met als titel: Onderweg, Focus, Achter glas, Iemand moet altijd gemist worden, De man in het gedicht, Schrijven als anderen slapen en Zicht op de stad.

De poëzie van Antoinette laat zich het best omschrijven als observerend waarbij ze gebruik maakt van elegante taal. In het hoofdstuk ‘Onderweg’ is de afwezigheid van de ander steeds aanwezig, in een vorm van melancholisch herinneren. In ‘Focus’ staat  liefdespoëzie die ik het liefste lees, tussen de regels doorlezen op zoek naar waar de liefde zich bevind. Maar ook hier overvalt me soms een zekere triestheid bij het lezen. ‘Achter glas’ lijkt het keerpunt in deze bundel. In de eerste twee hoofdstukken moeten zaken uit het verleden worden beschreven, verwerkt  om in ‘Achter glas’ met een schone lei, opnieuw  te kunnen beginnen. Dit hoofdstuk ademt een nieuw positief gevoel uit, een nieuwe start (lentezon, het jonge gras).

In het gedicht ‘Keukenprinses’ straalt een nieuwe ik, ondeugend en klaar voor iets nieuws. Of in het gedicht ‘Tomeloos’ waarin de herfst tot de nieuwe lente wordt gemaakt, waarna dit in het gedicht ‘Mantra’s’ nog eens wordt bevestigd.

In ‘De man in het gedicht’ legt Antoinette uit hoe het zit met de man en de vrouw in haar poëzie. Misschien had ze hier mee moeten beginnen maar aan de andere kant, het verklaard maar veranderd niet, het bevestigd mijn idee dat deze bundel een bundel van hoop is, van verandering.

In ‘Schrijven als anderen slapen’ laat Antoinette zien dat dat is wat ze doet, ze geeft een proeve weg van haar poëzie over een aantal onderwerpen die los staan van de eerdere hoofdstukken, om te eindigen met ‘Zicht op de stad’ waarin gedichten over de stad. Een voorzet voor een volgende bundel wellicht?

Al met al moet ik zeggen dat ik de bundel met veel plezier heb gelezen. Sommige gedichten moet je een paar keer lezen om ze echt goed te kunnen duiden maar de poëzie van Antoinette is heel toegankelijk en rustig van toon. Het enige dat je mist bij het lezen is de stem van Antoinette, haar te horen voordragen voegt werkelijk iets toe aan de beleving van haar poëzie.

De bundel is binnenkort te koop via de boekhandel of bij uitgeverijoorspong.nl

.

Een gedicht dat ik had willen voordragen bij de presentatie uit het hoofdstuk ‘Onderweg’ is ‘Maandag, 15.29u, Antwerpen Centraal’.

.

maandag, 15.29u, Antwerpen Centraal

.

Een snellere dienstregeling

heeft de oude verdrongen

tijd in kiosken wordt weggebladerd

lucht door optrekkende treinen verplaatst

.

een roltrap daalt naar drie niveau’s diepte

betonnen perrons onder de grond

uit mijn blikveld haasten zich reizigers

naar richtingen uiteenlopend onbekend.

.

Wie sla ik hier gade?

de man die op zijn vrouw wacht

de vrouw die verlangt naar haar minnaar

de moeder die zoekt

naar een lang gemiste zoon

.

de émigré die slechts stationsgeur

hier komt ruiken, geknars van remmen

wil beluisteren

als muziek zonder welke hij niet slapen kan.

.

sisto1

Fuckende konijnen

Els Moors

.

De Vlaamse dichter Els Moors (1976) studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent en aan de Gerrit Rietveld Academie. In 2006 debuteert ze met de bundel ‘er hangt een hoge lucht boven ons’ waarmee ze dat jaar genomineerd wordt voor de C. Buddingh’ prijs en in 2007 de Herman de Coninckprijs voor het beste poëziedebuut wint.

In de jaren hierna publiceert ze nog de bundels ‘Het verlangen naar een eiland’ (roman, 2008), ‘Vliegtijd’ (verhalen, 2010) en ‘Liederen van een kapseizend paard’ (poëzie, 2013).

Van haar hand het volgende titelloze gedicht uit ‘er hangt een hoge lucht boven ons’.

.

de witte fuckende konijnen fucken en zij fucken samen
het dak plat
zonder afstandsbediening
galm galm het is ochtend
het is ochtend in dit natte land
dit tandpasta nutella land
dit natte afgematte veld
er staan drie camping caravans met oranje gordijnen
een uit zichzelf verschenen flard mist trekt zijdelings het oog
voorbij

.

ElsM

elsM2

 

Met dank aan Meander en Wikipedia.

Sylvie Marie

Vlaamse dichters

.

Sylvie Marie ( 1984) woont in Gent, waar ze politieke en sociale wetenschappen studeerde. In Brussel voltooide ze haar studententijd met een postgraduaat journalistiek. Ze publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium. In het voorjaar van 2009 verscheen haar debuutbundel ‘Zonder’.  In 2011 volgde een tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs en de JC Bloemprijs. In 2013 verscheen ‘Speler X’, een voetbalroman waarvan ze co-auteur is. In juni 2014 verscheen haar derde dichtbundel ‘Altijd een raam’.

Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo nadat ze Humo’s Gouden Aap won. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie. Ze was poëziecoördinator bij Meander en is redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina. Op haar website http://www.sylviemarie.be/ kun je veel meer informatie vinden.

Uit haar bundel ‘Zonder’ uit 2009 het gelijknamige gedicht.

.

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

.

Sylvie marie