Site-archief

De vereffening

Bart Chabot

.

Uit de (20ste!) dichtbundel van Bart Chabot (1954), ‘Hosanna dagen’ uit 2018 het gedicht ‘De vereffening’.

.

De vereffening

.

Ik had mijn vader een kwarteeuw niet gezien
laat staan gesproken
nu zocht ik hem op in het verpleeghuis
weldra zou hij sterven

via via had ik gehoord dat het niet goed ging
met degene die zich mijn vader noemde
en na ampel beraad
(zou ik wel, zou ik niet
wie schoot er wat mee op?)
zette ik de eerste stap
tenslotte woonde hij in een tehuis
bij mij om de hoek, geen ten minuten lopen
dat maakte die eerste stap wel zo makkelijk
zo’n opgave was het niet, een bezoekje,
qua afstand – de berken
beefden als skeletten langs de oprijlaan“““`

 

Hij was dement, was me gezegd
sprak wartaal
en herkende niets en niemand,
was me verteld
ik moest vooral nergens op rekenen
dan viel het alleen maar mee
maar toen ik op de begane grond de zaal in liep
herkende hij me meteen

het was een week na kerst
het nieuwe jaar stond in vol ornaat op de drempel
ik kampte met goeie voornemens
dat kun je hebben, soms
misschien speelde dat onbewust mee bij mijn komst –
hij zat in een rolstoel

– dag pap – zei ik
en legde een hand op zijn schouder
ik voelde zijn sleutelbeen
een dun, teer, broos stukje bot
dat zich eenvoudig verpulveren liet
hij was geen partij voor mij –
de rollen waren omgedraaid
hij keek naar me op
en begon te huilen

– dag pap – herhaalde ik
hij keek naar zijn loze schoot
en begon harder te huilen, mijn vader
er was iets misgegaan, leek hij
te beseffen
ergens onderweg,
iets wat niet meer te repareren viel

door zijn tranen heen
staarde hij me hopeloos aan
met hopeloze ogen
er was iets onherstelbaar misgegaan,
besefte hij, maar wat en hoe en waar?
– dag pap –
meer viel er niet te zeggen

buiten werd het donker, zag ik
de bomen liepen dicht
ik moest maar eens op huis aan
en dat vertelde ik hem ook
maar ik geloof niet dat hij me hoorde
of dat de boodschap tot hem doordrong
voor het raam zwaaide een twijg
me namens hem alvast uit
– dag pap-

alles bij elkaar duurde mijn bezoek
nog geen halfuur
langer was ook niet nodig
we wisten dat we elkaar niet meer zouden zien
en dat hoefde ook niet:
het onzegbare was gezegd,
het verzwegene verzwegen

toen ik wegging liet ik hem achter in de zaal
bij de andere stakkerds
met een slabber voor, ze gingen eten
maar zonder helpende hand lukte dat niet
dan liep, gleed en druppelde het meeste ernaast
hoogste tijd om te gaan, ik hoefde
niet alles te zien en niet alles te weten
sommige zake liet je beter rusten

bij de drempel keek ik nog één keer om
voor het laatst
– dag pap –
in de rolstoel zat een wrak

.

Poëzie Lagogo

Gratis poëzie festival

.

Op zondag 1 september tussen 13.00 uur en 18.00 uur, organiseert dichter, organisator, schrijver en collega bij De Poëziebus Edwin de Voigt aan de Bergse Voorplas in Hillegersberg het gratis toegankelijke poëziefestival Poëzie Lagogo. Op de Weissenbruchlaan 149 (op het gras naast Mendoza), treden bekende dichters en lokale helden uit Rotterdam en Hillegersberg-Schiebroek op. Er is muziek en er zijn poëzieworkshops voor kinderen (8-12 jaar), een stille kids-poetry-disco vanaf 4 jaar en een zweefmolentje voor de kleintjes. Een programma kortom voor het hele gezin. Geheel in jaren’20 stijl, poëzie, wijntjes en biertjes op een prachtige locatie.

Dichters die tijdens het festival komen voordragen zijn Ingmar Heytze, Jana Beranová (oud-stadsdichter van Rotterdam), Elfie Tromp, Demi Baltus en Dean Bowen (stadsdichter van Rotterdam) maar ook Von Solo, Lisa Heinsohn Huala, Ramona Maramis, Jeroen Sloof en Piet Janssen. Er is muziek van Mariachi orkest Los Mezcales en er zal jong talent op het podium te zien en horen zijn.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Elfie Tromp uit 2018.

.

Victorieverdriet

.

Ik ben altijd alleen als ik je schrijf
de woorden waarmee ik je overwon
werden op een eiland geschreven
waar ik nauwelijks nog mens was
veroverwoede slaat
eenmaal ingelost
om in victorieverdriet

was dit nou alle ophef waard?
een paar meter stenen, modder en gras
had me bijna mijn leven gekost

het is grootheidswaanzin om mezelf met Napoleon te vergelijken
het is grootheidswaanzin om Napoleon te zijn
voor jou doe ik mijn bloedjas uit

ik ben meer dan de achterkant van een heer
het snavelhondje ligt op mijn schoot

honderd titels draag ik over
je mag eruit kiezen om o.a.
Napoleon te zijn

.

De verlatenheid van grensgebieden

Radna Fabias

.

De ster van de, op Curaçao geboren, schrijver en dichter Radna Fabias (1983) is snel rijzende. In 2018 debuteerde zij met haar bundel ‘Habitus’ waar ze tien jaar aan had gewerkt. Het is één van de meest gelauwerde bundels van de afgelopen jaren die opvalt door de sterk visuele vorm waarin de poëzie is geschreven. Voor deze bundel ontving Fabias de C. Buddingh’-prijs, de Awater Poëzieprijs en een nominatie voor de Eline van Harenprijs (allen in 2018), de Herman de Coninckprijs en de Grote Poëzieprijs (beide in 2019). In 2016 kreeg zij al de Poëzieprijs Stad Oostende.

Uit haar debuutbundel ‘Habitus’ hier het gedicht ‘de verlatenheid van grensgebieden’.

.

de verlatenheid van grensgebieden

de eerste kamer waar we niet slapen is een uitgeholde boom
we zijn termieten
we eten ons naar binnen, betasten het donker
je termietenstem vertelt me dat de moren de beschaving naar het westen hebben gebracht
ik vraag waar jij staat
in de discussie betreffende de etniciteit van de Messias onze Heer Jezus Christus je zegt
natuurlijk was Hij zwart maar de rest van dat verhaal is onjuist

je kijkt niet goed
ik ben onjuist
ik neem je niets kwalijk
termieten zijn blind

de tweede kamer waar we niet slapen is een spaceshuttle we zijn buitenaards
ik zie je voelsprieten aan voor tentakels en omgekeerd
we zijn weerzinwekkend
we zijn kosmisch
we zijn vochtig
je vertelt me dat je een astronaut gekend hebt die vernietigd is in een zwart gat
je vergeet de waarnemingshorizon je ziet chaos aan voor sloop ik    zeg het niet

de volgende kamer is een vulkaan maar daar kan ik tegen
de hitte vreet de helft van je gezicht op en dan zie ik je eindelijk scherp
hoekig
bang

in de vierde kamer staat ten langen leste een bed maar de schrijftafel en de nachtkastjes
hangen aan het plafond
het nieuwe testament zou elk moment op ons kunnen vallen
je biedt me je andere wang en ik lik haar

in de vijfde kamer maak je van je handen kommen kom hier blijf hier we zullen moeten
trouwen
je verklaart ons je vertelt me dat ik vloeibaar ben en jij houdt ervan als dingen door je
stromen ik zeg
natuurlijk ben ik zwart, maar de rest van dat verhaal is onjuist

de zesde kamer waar we niet slapen bevindt zich tussen de lobby en de ontbijtzaal de receptioniste kijkt naar de telefoon maar neemt niet op in de ontbijtruimte liggen hardgekookte eieren in een metalen bak op een bedje van koffiebonen
we begrijpen niet waarom
iemand buiten de stad verplaatst heeft
ze zweeft nu op de wolken
het ziet er niet uit

voor de laatste kamer moeten we nogal een eind lopen om van de parkeerplaats bij de receptie te geraken de tegels in de badkamer brokkelen af de douche lekt er ligt haar in het putje het raam kan niet open de airco maakt te veel lawaai de dekbedden zijn te kort als het ontbijt op bed arriveert is het al bijna lunchtijd de bacon is taai het roerei soepig de koffie slap de waterleidingen beschimmeld er drupt iets uit het behang er is geen waterkoker er zijn geen badjassen de föhn werkt niet de sauna is slechts om de dag een uur open men moet bellen om de sauna aan te laten zetten het duurt minstens een half uur voordat het warm is bovendien ruikt de sauna helemaal niet naar eucalyptus

en het bed
is te zacht

.

                                                                                                                                         Foto: Casper Kofi

De wrede gek

Maarten Biesheuvel

.

Op de website van Frank Verhallen ‘Gedicht Gedacht’ https://www.frankverhallen.nl schrift de auteur over liedjes, gedichten en cabaret. In zijn archief dat inmiddels een aantal jaren omvat, is veel moois te lezen, vaak nog voorzien van een duiding of wat extra informatie. Zo kwam ik via zijn website op het gedicht dat J.M.A. (Maarten) Biesheuvel schreef in zijn laatste bundel uit 2018 met (vooral) korte verhaaltjes ‘Verhalen uit het gekkenhuis’. Zoals wel vaker ben ik altijd weer verrast wanneer ik lees dat ook schrijvers van proza en verhalen (soms) gedichten schrijven. In het geval van Maarten Biesheuvel was dit zeker het geval. Omdat het zo’n bijna hartverscheurend en vooral heel Biesheuveliaans stuk tekst is wil ik dit graag hier delen.

.

De wrede gek

.

Ik zat in een
cel in een gekkenhuis
ik was naakt en
woog nog maar een veertje
de deur kierde een keer
ik kroop – lopen kon ik niet –
naar buiten
in de cel naast mij
bromde een gek
Godverdomme
ze hadden hem
zijn kunstbeen
afgenomen
Krukken had hij niet
behendig ving hij
een vlieg
en rukte hem
een, twee, drie, vier, vijf!
De gek rukte de vlieg vijf
poten uit, zo handig
zo wreed
toen liet hij hem
weer vliegen
en zei
Zó zak!
jij één poot
ik één poot
Verbaast het u
lezer, dat ik naar mijn
cel terug kroop
en daar op mijn brits
in snikken uitbarstte?

.

Palletgedichten

Papendrecht

.

Eind oktober 2018 werd langs de Merwede een gedicht geschreven in zwarte letters op een pallet aangebracht aan de achterkant van een groot verkeersbord voor de scheepvaart, daar waar Merwede noord en Oude Maas te samen komen. De titel ‘Merwede’ verwijst naar de rivier waarover de schepen varen en was een initiatief van Jan van Wijngaarden. In december 2018 kwam daar een gedicht bij , pallet twee met de titel ‘Noord’ van schrijver/dichter Fred van Os over het verderop gelegen strandje De Noord.

De makers van de eerste twee palletgedichten riepen plaatsgenoten op om ook een gedicht op een pallet te schrijven. Er was voldoende plaats voor meer van deze vorm van low buget poetry zoals de initiatiefnemers het noemen. En al snel werd dit opgepakt door Wim Schut en inmiddels hangt ook pallet drie aan het Aviolandapad waarbij de dichtregels als titel dragen ‘Rivier’.

Door het palletgedicht te plaatsen op de achterkant van een scheepvaartbord, hoopt Van Wijngaarden geen afbreuk te doen aan het beeldenpark en het uitzicht over de rivier.  Hij hoopt dan ook dat wandelaars even stil staan om de gedichten te lezen. Er staan daar trouwens nog meer grote verkeersborden voor de scheepvaart. Op de achterkant is plaats voor nog meer palletgedichten.

.

4 x 5 = 8

Christiaan Abbing

.

Als het gaat om versvormen is er een grote variëteit te vinden. Ik heb al vele malen geschreven over verschillende versvormen (te vinden onder de categorie Versvormen). Toen ik echter de versvorm 4 x 5 = 8 tegen kwam moest ik onwillekeurig denken aan Pippi Langkous. Op zichzelf had er nog best een relatie kunnen zijn tussen de twee want de versvorm 4 x 5 = 8 is laat in de 20ste eeuw ontstaan. We spreken hier eigenlijk over een vierregelig rijm, schema BBBB in pentameter. Het binnenrijm A schuift elke keer een jambe op. De oneven regels van een 4 x 5=8 beginnen met één versvoet en krijgen er telkens één bij. De even regels vullen de vijftallen aan. Regel 1 kan een trefwoord zijn, maar dit is niet verplicht.

Hier een voorbeeld van Christiaan Abbing getiteld ‘Bij de plaszak van de NS’ over de introductie van de plaszak in treinen (Sprinters) zonder WC in 2011 (die overigens in 2018 weer werd afgeschaft).

.

Bij de plaszak van de NS

.

Gemak
Is wat de Sprinter node mist:
’t Toilet ontbrak
NS verzon een list
Maar voor vertrek al sprak
De machinist:
‘Zeg op, wie heeft hier naast de zak
Gepist?’

.

Eenzame uitvaart

Maarten Inghels

.

Maarten Inghels (1988) is een Vlaamse dichter die van 2016 tot 2018 stadsdichter was van Antwerpen. In die periode schreef hij het gedicht ‘Bij de eenzame uitvaart van een man die een boom wilde zijn’. De eenzame uitvaart is een literair en sociaal project waarbij dichters eenzaam gestorvenen begeleiden naar hun laatste rustplaats. Het gedicht werd geschreven door de dichter van dienst (in dit geval Maarten Inghels) bij de uitvaart van meneer P.V.d.W. Hij was een zwembadbouwer van beroep, maar leed aan het einde van zijn leven aan psychische problemen. Hij dacht hij een boom was.

.

Bij de eenzame uitvaart van een man die een boom wilde zijn

.

Een boom te willen zijn
Om in huizen binnen te kijken

Bijvoorbeeld in een kantoor in een Frans hoekgebouw
Het verlangen een Frans hoekgebouw te zijn
Waarin een ambtenaar naar zijn gaatjesmaker staart
Een gaatjesmaker te zijn en gratis lucht te drukken

De gedachte het verlangen een kantoorartikel te zijn
O de wens een voorwerp van gesprek te zijn
Een nuttige bijzaak te zijn

Een envelop zijn met iemands naam op

Een kartonnen doos met uitnodigende flappen
Het verlangen te worden gevuld

De gedachte een telefoon
Te zijn tegen vochtige oren
Vast te worden gehouden
Intieme praatjes te horen

De gedachte het verlangen een deelnemer

De gedachte het verlangen een kopieerapparaat te zijn
De billen van een kantoorbediende te printen
In een donkere bureaulade te liggen
Elk denkbaar moment onverwacht vastgegrepen te worden

Een nietmachine te zijn om dingen tussen je benen te klemmen

Of het verscheurende verlangen een liniaal te zijn
De werkelijkheid ijken aan mijn onbuigzame karakter
Een houvast worden

Het verlangen in zee
Smeltende zon te zijn

Ergens anders ter wereld weer boven te komen

De gedachte het verlangen een boom
Om bloot te worden en opnieuw te beginnen

.

Vanmorgen werd ik opgebeld

Ester Naomi Perquin

.

Dichter Ester Naomi Perquin (1980) debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’. In 2017 werd ze voor twee jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. In 2018 werd de Herman de Coninckprijs aan haar toegekend en ze ontving voor haar bundels meerdere literaire prijzen. In 2019 schreef Perquin het Boekenweekgedicht ‘Moeder’. Uit haar bundel ‘Namens de ander’ uit 2009 komt het proza-achtige gedicht ‘Vanmorgen werd ik opgebeld’. 

 

Vanmorgen werd ik opgebeld

.

Vanmorgen werd ik opgebeld door een mevrouw die wilde weten
of ik Richard was. Dit was nooit eerder voorgekomen.

Veel mensen hebben gewild dat ik iemand was, soms iemand
die ik was geweest, soms iemand die ik zou moeten zijn
– kijk eens angstig, praat als een non, spring op en neer,
kun je niet een keer een rokje dragen –
maar Richard heeft niemand mij gevraagd.

(Ondertussen ruist de stilte van twee kanten in een oor.)

Er is een ander leven vóór ik antwoord geef, volop mogelijkheden,
voor het zelfde geld had het materiaal waaruit ik besta
een andere vorm of naam. Wat als ik ja zou zeggen,
ja, ik ben het: Richard. Bent u dat moeder?
Wat is het lang geleden.

Zou ik door Richard te worden ook Richard zijn, inclusief lichaam,
ademhaling, geheimen, de manier waarop hij ’s ochtends vroeg
zijn veters strikt? Houdt hij bijvoorbeeld van pastinaak?

Zou zijn moeder de verbinding verbreken
of uit standvastigheid
of uit eenzaamheid
of uit gezelligheid
in mij geloven?

Is Richard nog in leven of belt zij steeds een ander op,
vraagt ze naar hem omdat wie weet toch iemand zegt:

Richard? Ja hoor. Die is boven.

Laat niemand haar vertellen dat Richard is verdronken, dat hij is
verdwaald, ontvoerd, verongelukt. Was er niet ergens
een feestje, een man? Heb ik Richard niet alleen
gekend maar zelfs gekust, gesproken,
dronk hij wijn, lachten we samen?

Nu, precies nu is het nog mogelijk geen geluid te maken,
op te hangen of met zakjes te gaan kraken alsof we – helaas –
zijn ingesneeuwd, ik kan u niet verstaan.

Ik stel me haar voor, ze staat in een donkere kamer, kijkt vragend.
Maar ik dan? Waar haal ik op dit uur een Richard vandaan?

Mevrouw, de eerlijkheid gebiedt mij u te zeggen
dat ik Richard niet ben, nooit ben geweest
en niet herken, hoewel onze nummers
misschien weinig verschillen, onze levens
zijn gescheiden door een acht, een vier, een twee.

Er zijn mensen met wie ik minder scheel dan een getal
maar wier moeders mij niet kennen, niet zullen bellen.

U verspilt uw tijd, ik besta slechts uit halve stemmen,
halve gezichten, geen Richard waardig, geen hond
heb ik ooit meer gebracht dan halfslachtige aanwezigheid.

(Er klinkt een vastbesloten stilte op de lijn.)

Mevrouw, ik weet niet tot wie maar ik bid met u mee
dat het iemand zal lukken.

Dat het iemand zal lukken om Richard te zijn.

.

Paleidokopus

Drager Meurtant

.

Van een vaste lezer van dit blog, die ook regelmatig reageert op mijn stukjes, Drager Meurtant ontving ik een aantal bundeltjes waar ik bijzonder blij mee ben. Niet in de laatste plaats met de bundel ‘Paleikokopus’ van Drager Meurtant zelf (De naam Drager Meurtant is een anagram). Gedrukt door drukkerij Libertas Pascal in Utrecht. In deze prachtig vorm gegeven bundel staan 55 gedichten in het Nederlands en in het Engels (een enkele in het Duits en sommige alleen in het Engels) die horen bij evenzoveel foto’s van assemblages, collages, schilderijen en grafieken van zijn hand.

Drager Meurtant voelde na 35 jaar als dierenarts/onderzoeker actief geweest te zijn de sterke behoefte zich meer kunstzinnig te uiten. Primair via assemblages maar dus ook via andere kunstvormen zoals bijvoorbeeld de poëzie. Dat Drager een voorliefde en fascinatie had voor Dada wist ik al maar hij laat zich ook inspireren door vertegenwoordigers van de CoBrA beweging en Jóan Miró evenals door kunstenaars als David Smith en Joseph Cornell. Invloeden van deze kunstenaars zie je terug in de foto’s van assemblages in de bundel.

Maar niet alleen de foto’s in deze bundel zijn zeer de moeite waard, de gedichten zijn dat zeer zeker ook. Gedichten die serieus zijn maar ook humor bevatten en soms tot in het absurde zoals in het gedicht ‘Toen Miro Beuys trof’.

.

Toen Miro Beuys trof

.

“Op de dag, dat Jóan Miro Joseph Beuys trof

was er niemand

op het strand, behalve ik.

.

Beiden waren ingenomen met de installatie

durf ik stellen.”

.

In een ander gedicht komt (wellicht) zijn bijzondere levensvisie naar voren.

.

Pensioen

.

“OK mensen, na zoveel jaar

slecht-gehumeurde types te hebben verdragen

met veel te veel pretentie

gekoppeld met gebrek aan gevoel, heb ik me

teruggetrokken.

Geen TV, mobieltje, of lap-top.

Als je me wilt zien, dan één voor één graag

en met bericht vooraf, tenminste twee dagen

tevoren,

zodat ik enkele voorzorgen kan treffen.

De hond heeft geen naam / maar des te meer

tanden.”

.

Paleidokopus is een mooi vormgegeven bundel waarin veel te genieten valt. Meer informatie over het werk van Drager Meurtant vind je op https://meurtant.exto.org.

Varkens

Les Murray (1938 – 2019)

.

Op 29 april jongstleden overleed de Australische dichter, bloemlezer en criticus Les Murray. Van 1963 tot 1967 werkte hij als vertaler bij de Australian National University. In 1971 staakte hij zijn werkzaamheden als ambtenaar in Canberra om zich volledig aan de poëzie te wijden. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘The Ilex tree’ waarna er nog vele zouden volgen. In 2015 verschenen nog twee bundels van zijn hand en in 2018 verschenen zijn ‘Collected poems’. Deze ‘Australia Bush Bard’ en gedoodverfde Nobelprijskandidaat was populair bij een brede groep lezers van intellectuelen tot boeren. Hij werd (tijdens zijn leven) door de National trust of Australia niet voor niets benoemd tot een van de 100 levende schatten van Australië.

In 2013 vertaalde Maarten Elzinga gedichten van Murray en stelde een bundel samen van deze gedichten met als titel ‘De planken kathedraal’. Uit deze bundel het gedicht ‘Varkens’.

.

Varkens

.
We waren op het zere cement met z’n allen.
Niet door de lichtgloed verwarmd. We slurpten geen brij
onder die paal waar de bliksem aan vast zit.
Geen melk met biggeschijt om ons op te geilen.
Wij toen in koele godenstront. We vraten knap.
We wroetten in struikgewasgangen naar smakelijk rot.
We waren toen allemaal neukers. En dik, hm? Reten
de hond die teelballenbijter open en schransden hem nat.
We schoven het zompe cement van rivieren omlaag.
We snurkten de grond hol, laafden een worp, knorden.
Hielden nooit op met groeien. We woelden, we snoven
en lieten het lot begaan, tot de heuvelruggen ons waren
met zwaar verborgen hoeven. Of borstelig, met melk.
We kenden niks toen van japende messen of waterstraal-dreun.
Niet het vreselijk bliksemsnijdend geschreeuw verderop.
De klappen van verbrand water. Dit gevoel van al weg zijn
hier op geen plek met onze koppen op ondersteboven.
.
.