Site-archief
Dichter draagt voor
Ramsey Nasr
.
In 2013 maakte de toenmalige Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr (1974) een persoonlijke selectie van 21 poëtische hoogtepunten uit de Nederlandstalige literatuur. Zijn keuze bestond uit gedichten uit de 14e eeuw tot en met de 20ste eeuw en alle eeuwen die daar tussen liggen. Van Bilderdijk tot Beets, van Hooft tot Kloos en van Bredero tot Claus. Het bijzondere echter aan dit project was dat hij bij elk gedicht in de bundel ‘Dichter draagt voor’ een QR code heeft af laten drukken die doorlinkt naar, speciaal voor dit project gemaakte poëzieclips, onder regie van Shariff Nasr, de broer van Ramsey.
Hieronder staat een gedicht uit deze bundel van Albert Verwey (1865 – 1937) getiteld ‘Baders hartewens’. Als je de QR code scande werd je automatisch doorgeklikt naar de clip die bij dit gedicht hoorde. Helaas werkt dit niet meer. Gelukkig staan de clips op YouTube en kun je ze allemaal terug zien onder ‘Dichter draagt voor’. De clip kun je hier bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=8i5SE9Bsjkw
.
Baders hartewens
.
Dwars door de tuinen
Van roos en ranken
Zich ’t p[ad te banen,
Dan door de lanen
Van zand en dennen
Vluchtig te rennen
Tot waar de kruinen
Van hoge duinen
In ’t blauwe banken,
En zo te naadren
Met zwellende aadren
In laatste loop
De harde golven.
En, overdolven,
Hun koele doop.
.
Een zomeravond
Albert Verwey
.
Nu de zomer voorbij is en alleen nog af en toe de zon door de wolken dringt, leek het me een goed moment om mijn favoriete tijdverdrijf (de poëzie) en mijn favoriete jaargetijde (de zomer) in een gedicht met jullie te delen. Nu kan ik dat zelf doen (dat heb ik al eens gedaan op 31 augustus 2009 in het gedicht ‘Var’, niet te verwarren met het systeem dat scheidsrechters tegenwoordig raadplegen bij overtredingen op het voetbalveld) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/08/31/var-gedicht/ maar in dit geval heeft Tachtiger en dichter Albert Verwey (1865 – 1937) dat al een keer heel mooi gedaan. daarom van zijn hand het gedicht ‘Een zomeravond’ uit de bundel ‘Dichtspel’ uit 1983.
.
Een zomeravond
.
De poëzie komt over me als een droom
Vol sterren en een lieflijke nacht
Van duister, waar me een hel gelaat uit licht
En vriendlijke ogen – enkel dat gelaat,
Want ál de rest is nevel zonder vorm.
En heel de nacht nijg ik me er heen en houd
Stille gemeenschap tot de morgen daagt-
Dan lig ik stil met halfgeloken wimpers
Te staren, waar ik telkens nog den lach
Dier ogen meen te zien en ’t blonde haar
Half over ’t voorhoofd – dan zijgt zijwaarts af
Mijn hoofd in ’t kussen en ik slaap in ’t licht. –
.
Rijmenderwijs
Jan Prins
.
In 1964-1965 werden op de schoolradio (ja die bestond toen) gedichten voorgelezen. De Stichting Nederlandse Schoolradio bracht in 1965 het bundeltje ‘Rijmenderwijs’ uit met de gedichten die op de radio werden voorgedragen. Samensteller was Jaap Maarleveld. In dit mooi geïllustreerde bundeltje staan vele grote namen zoals Willem Elsschot, Bertus Aafjes, A. Roland Holst, H. Marsman en Leo Vroman en Jan Prins.
Jan Prins (1876 – 1948) was een Rotterdamse dichter die actief was in de kring rond het tijdschrift ‘De Beweging’ van Albert Verwey. Prins (pseudoniem van Christiaan Louis Schepp) debuteerde in 1903. Zijn eerste dichtbundel verschijnt in 1911 en is getiteld ‘Tochten’. Prins vertaalde vele gedichten en in zijn eigen werk komt de liefde voor zijn geboortestad Rotterdam regelmatig voorbij. Of hij voor het gedicht ‘De zwerver’ uit ‘Rijmenderwijs’ inspiratie heeft opgedaan in Rotterdam is onduidelijk.
.
De zwerver
.
Door de leegen kouden akker
Loopt een oude, arme stakker,
Zoekend in den harde grond
Of-ie geen petatters vond.
.
Wroetend gaan de zwarte handen,
Klapperend de zwarte tanden,
Gulzig glimt de grauwe mond
Of-ie geen petatters vond.
In de avond nog, bedrogen,
Ging de moede schim gebogen,
Kroop de zwarte schaduw rond
Of-ie geen petatters vond.
.
En alvorens te beginnen
Aan het maal, zei de bazinne
Hoe een groote, vreemde hond
Zocht, of-ie petatters vond
.
Van de zee
Willem Kloos
.
Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.
In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift ‘Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.
Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).
De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.
Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).
.
Van de zee
(aan Frederik van Eeden)
.
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld
ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.
.
Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij
vliedt,
Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;
.
Dan had ik eerst geen lust naar menselijke
belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;
.
Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.
.
De Noordzee
Albert Verwey
.
De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ongeveer 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het Impressionisme en het Naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie. De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan. De Tachtigers schreven dus vooral om louter schoonheid te scheppen.
Een van de belangrijkste exponenten van de Tachtigers was Albert Verwey (1865 – 1937). Van hem het gedicht ‘De Noordzee’
.
De Noordzee
.
De Noordzee doet zijn gore golven dreunen
En laat ze op ’t strand in lange lijnen breken.
Zijn voorjaarswater marmren groene streken
En schuim en zwart waaronder schelpen kreunen
Zie van ’t balkon mij naar den einder leunen
Met ogen die sinds lang zo wijd niet keken:
Een droom in ’t hart is me eer ik ’t wist ontweken
En ’t oog wil buiten me op iets komends steunen.
Hoe ben ik altijd weer vervuld, verlaten:
Vervuld van liefde en hoop en schoon geloven;
Verlaten als mijn dromen mij begeven.
Maar dan komt, o Natuur, langs alle straten,
Uw kracht, uw groei, uw dreiging, uw beloven –
Hoe klopt mijn hart van nieuw, van eeuwig leven.
.










