Site-archief

Geranium

Hans Vlek

.

Uit de fijne bundel ‘Voor wie dit leest, Proza en poëzie van 1950 tot heden (1977) een gedicht van Hans Vlek. Hans Vlek (1947) Dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en veroorzaakte enige commotie in Maastricht, waar hij bij een poëzie-manifestatie in de schouwburg naakt optrad. In de jaren zeventig verbleef hij enige tijd in psychiatrische klinieken. Vlek was medewerker van onder andere Tirade en De Gids en redacteur van Manifest. Het gedicht Geranium verscheen in zijn bundel Zwart op wit.

.

Geranium

.

Vanuit de slechtzittende

schoolbank in een geur van stof

oud hout en pis, onder hoge ramen

in bladderend kozijn: het rood

van de geranium

.

Mijn grootmoeder zwoegend boven

een tobbe in de tuin, en naast

het keurig tegelpad in rij, in het rood

waarvan mijn opa op vergaderingen

sprak: geraniums.

.

Thuis hadden wij er een

die nooit bloeien wilde omdat

iedereen zijn peuken doofde

in de pot. O god, de triestheid

van zijn harig-groene, knokelige

steel!

.

Geranium, prachtige bloem

die niet mooi is, wijn

van de kruidenier, kip

tussen de vogels, sieraad

van alles wat arm en goedkoop is.

.

Zwart op wit

 

voor wie dit leest

 

Hans Vlek

Hopla!

Muzikaal gedicht

.

Uit de bundel ‘Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley’  uit 2008
van Abdelkader Benali een muzikaal gedicht met de titel ‘Hopla!’.

.

Hopla!

.

In de auto door het drukke verkeer van Beiroet gezeten

Naast de donkerharige vrouw zing ik voor haar,

onweerstaanbaar

Vals, mijn favoriete zinnen van Elvis –

van geen nummer ken

Ik de hele tekst maar dat kan me naast haar gezeten,

niet deren,

In the ghetto

She walks like an angel

Jailhouse rock

Yeahyeahyeahyeah

En Yesterday maar dat is van de Beatles

Maakt niets uit want Elvis slaat de klok!

De zware, zwoele stem contrasteert zo mooi

met het licht

Van Hezbollah. Wat is dat toch dat we Elvis

niet willen zijn (liever niet!)

En toch hem worden wanneer we op een dag als deze,

geluk

Willen maken?

Mijn zinnen dragen zo ver dat ze

Japanners veranderen in lyriek

En ik verras haar er oprecht mee

You have talent, fluistert ze en stuurt naar rechts

Nu kan niets me nog deren. Ze heeft me

in mijn huig geraakt

 

.

1001004005492153

Oudejaarspoëzie

31 december 2014

.

Op deze laatste dag van het jaar een mooi gedicht over het oudejaar van Anton van Wildenrode (1918-1998) uit de bundel ‘Op hoop van vrede’ getiteld ‘De laatste dagen’.

.

De laatste dagen

 

en de laatste vragen
van het geleden jaar
staan voor de deur,
de bomen kouder
en de dromen ouder
maar de verwachting
nog vol gloed en kleur
want wij geloven:
het licht van boven
is niet te doven
stelt niet teleur
voor alle vragen
van alle dagen
achter de einder
achter de deur.

.

oudjaar

Schurende poëzie

Daniël Vis

.

Afgelopen zondag was het laatste Ongehoord! podium van 2014 en in dit geval geldt; was je er niet dan heb je echt wat gemist. Prachtige poëzie van de 82 jarige Willy Spillebeen, Rinske kegel, Marjolein van Aperen, de breekbare muziek van Bryony Burns en Daniël Vis.  Daniël Vis schrijft poëzie die schuurt, tot denken aanzet, absurd is soms maar altijd intrigeert. Ik kon dan ook niet anders dan zijn bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ aanschaffen. De achterflap zegt over hem:

Op Tarantino-achtige wijze ontrafelt Daniël Vis uiterst actuele doch ook persoonlijke thema’s. Dit doet hij op een harde, narratieve en atypische manier, waarbij niets mooier gemaakt wordt dan het is.

Ik heb altijd een zeker voorbehoud als het gaat om coverteksten (zelfs bij mijn eigen bundels) maar in dit geval ben ik het helemaal eens met de inhoud van deze tekst. Uit deze bundel het gedicht ‘Friedrichs ontstopper’.

.

Friedrichs ontstopper

.

voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.

soms kroop hij ’s nachts uit bed

en schoof het gordijn open.

.

er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen

en hij heeft om dingen gevraagd.

.

van de pepernoten begreep hij ook niet

hoe ze in zijn schoenen kwamen.

.

maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.

en toen hij 13 was verzoop een schaap

in de sloot, achter.

.

je kan niet over water lopen.

.

in de cartoons hangen ze even stil in de lucht

voordat ze vallen,

.

er verandert iets in hun ogen.

hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,

dat het iets oplost daarbinnen.

.

‘doe je mond maar open’, zeg ik.

‘als het prikt, werkt het.’

.

‘het botst toch op niks,’ zegt hij.

‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’

.

hij houdt zijn hand op z’n middenrif.

.

23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.

.

hij zegt:

.

‘als jezus terug op aarde komt

is dat als mannenmodel

voor h&m.’

.

Vis

 

plunger

 

Nonsensgedichten

Nico Scheepmaker

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:

 

Short rap

De grootste motherfucker

is toch altijd nog je vader.

.

Of deze van Cees Buddingh

.

Zeer vrij naar het chinees

de zon komt op. de zon gaat onder.

langzaam telt de oude boer zijn kloten.

.

Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.

.

Wereldkampioen

.

Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld

en iedereen zich daarbij dood verveelt

is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,

al is het een gedachte die nooit went.

.

Wij willen het niet weten, want zo’n sport

komt niet alleen in speelduur al te kort,

maar kampt ook met een uitgedund publiek

dat clublid is dan wel familieziek.

.

Alleen als onze meisjes moeten knokken

– in overigens verrassend korte rokken-

voor ’t wereldkampioenschap met de mof,

is het publiek nog wel bereid te komen

om even bij die meisjes weg te dromen,

al nemen zij de bal nooit op hun slof!

.

oranje-dames-hockey

Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.

.

Driewieler

geen vier

en geen twee-

daartussenin

.

driewieler

 

 

Woensdagmiddag

Dolf Jansen

.

Van de goede Sint weer een paar leuke dichtbundels gekregen. De eerste die ik wil behandelen is misschien niet zo voor de hand liggend. het is de bundel ‘Om te huilen’ van Dolf Jansen. Nu kent iedereen Dolf Jansen denk ik vooral van zijn cabaretwerk (solo en met Lebbis) maar ik wist al langer dat Dolf Jansen heel aardige gedichten schrijft en deze ook vaak verwerkt in zijn theatershows. Rijmend in veel gevallen maar altijd met een groot poëtisch gevoel. In de bundel ‘Om te huilen’ staan vooral liedteksten maar ook gedichten en zelfs zo nu en dan een gedicht dat niet rijmt. Voor degene die bekend zijn met Twittergids.nl; als je kijkt onder ‘Dichter’ dan staat Dolf Jansen op eenzame hoogte op nummer 1 (maar dat komt uiteraard door zijn cabaret bekendheid) onder de twitterende dichters.

De liedteksten en gedichten van Dolf zijn veelal serieus en maatschappijkritisch. De bundel besluit met acht gedichten in het Engels, dan nog twee in het Nederlands en als toegift zijn bekendste gedicht (denk ik) ‘100’.

Als voorbeeld van een gedicht met een zwaar onderwerp, de existentiële angst dat je kind sterft,  hier het gedicht ‘Woensdagmiddag’.

.

Woensdagmiddag

.

als een woensdagmiddag in de tuin

verscheurd kan worden door sirenes

van een ambulance

onderweg in volle vaart

naar het zwembad waar jij al uren bent

kan jij het zomaar zijn

die verdween onder water

net te diep

net te lang

en wacht ik meer dan ooit

op je fietsje in de voortuin

en je natte haren tegen mijn arm

.

jansen

 

pool

Nader en onverklaard

Niels Landstra

.

Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu

Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):

 

” Een tram in het dwangspoor van een brug

Met lammeren tegen leunend glas, mat

Over de grachten van de grauwe cyclus ”

 

Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.

Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.

Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.

.

Struikelstenen

.

Om de namen van hen niet te vergeten

die een hel zagen zonder enige reden

stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd

nu door een stolp van blinkende messing geschraagd

,

de inscriptie zwart als de as die warrelde

door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden

op een weg besloten door een gillende vrees

die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet

.

van ontreddering verstomd in het trottoir

voor statige woningen die er zwijgend staan

getuigen van gezinnen beroofd van status

en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust

.

door het reizen naar de verkommerde tijd

het komen bij de duivel thuis, het gelijk

struikelen in de kwade geschiedenis

over waanzin. moord en eeuwige droefenis

.

IMG_8978

 

stolpersteinemaassluis-1

Meneer Cogito

J. Bernlef

.

J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.

.

Meneer Cogito in Rotterdam

.

Zijn gelaatstrekken wijken

half op de achtergrond al

lijken zijn ronde ogen geloken

.

Meneer Cogito spreekt

over de puzzelstukken van zijn bestaan

door anderen gelegd

.

Tot een beeld dat hij

denkt te herkennen

op één stukje na

.

In de marmeren wand achter zijn rug

opent zich een deur

vol spiegelend licht

.

De vleugelloze engel zet

een zwarte stoel op het toneel

terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt

.

Aan draden worden rotsen neergelaten

ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij

net over het heldere oog van de kiezel begint

.

De engel wil dat hij gaat zitten

maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag

getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait

.

De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd

compleet met jaartallen en naam en daarachter

de stoel, uitnodigend zwart

.

Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd

al kijkend naar de stoel

wil hij ‘Icarus’ zeggen

.

Plompverloren valt hij de engel in de armen

dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder

vleugels

in een woordloze omhelzing verstrengeld.

.

bernlef-300x166

 

engel

Basiswoordenschat

Linda Maria Baros

.

Nu ik een categorie ben begonnen over Franse dichters valt het me op dat de dichters uit Frankrijk die her en der beschreven worden vrijwel allemaal mannen zijn. Het aantal vrouwelijke dichters is op de vingers van 1 hand te tellen. Nu geloof ik niet dat er in Frankrijk geen of weinig vrouwelijke dichters zijn maar waarschijnlijk is Frankrijk wat dat betreft nog altijd een mannetjes maatschappij.

Linda Maria Baros (1981) is één van de weinig vrouwelijke dichters die ik heb kunnen vinden en zij is dan ook nog eens van Roemeense afkomst. Linda Maria Baros is dichter, essayist en vertaalster in het Frans en het Roemeens. Ze publiceerde haar eerste gedicht in 1988 in een literair tijdschrift te Boekarest. Ze heeft in een serie tijdschriften gedichten, recensies en vertalingen gepubliceerd. Zij leeft tegenwoordig in Parijs. Naast haar schrijfwerk is ze hoofdredacteur van het Roemeense literaire tijdschrift VERSUs/m. In 2008 creëerde ze de virtuele bibliotheek ZOOM (125 auteurs), die een deel van haar vertalingen samenbrengt. Tevens is ze als onderzoeker verbonden aan de Sorbonne, waar ze een proefschrift voorbereid over mythokritiek.

Linda Maria Baros en Jan H. Mysjkin (die ook onderstaand gedicht heeft vertaald) hebben in 2010 de bloemlezing COBRAMSTERDAM, Cobra, uit het Nederlands in het Roemeens vertaald. Daarin gedichten van onder andere Hans Lodeizen, Remco Campert, Jan Hanlo, Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus.

Ze stond op vele poëziefestivals en ze mocht verschillende beurzen en literaire prijzen ontvangen zoals de Vertaalprijs voor Les Plumes de l’Axe (2001), de Prijs Guillaume Apollinaire (2007) en de Prix de la Vocation (2004).

Kijk voor meer informatie ook eens op haar website: http://www.lindamariabaros.fr/nl_literatuur_linda_maria_baros.html

Uit de bundel Revolver uit 2008 het gedicht ‘De basiswoordenschat’.

.

De basiswoordenschat

Als je niet elke dag mijn naam schrijft,
o, moge je hand geplet worden in de schroef van de zinnen !
Verstijfd, de mond
waarmee je de woorden krabbelt !
Gegeseld het woord
die de klemmen opent voor de wolven
tussen jou en ons !

En mogen ze voor altijd ongeneeslijk zijn, je wonden,
die je wast met mijn tranen,
in een vat vervoerd naar de stad !
En moge je gezicht
voor eeuwig bezoedeld zijn in de ramen,
als je niet alle dagen mijn naam kerft
in de kan van de liefde !

O, maar als je in je slaap niet mijn naam schrijft
met zachte en verfijnde letters,
zoals in het begin,
dan zal ik ze op je lippen naaien,
diep, met catgut.

.

Linda_Maria_Baros

 

revolver

 

Puur Gelul

Uit de bundel

.

Sinds een aantal edities geleden ben ik een regelmatig bezoeker van Puur Gelul in het Paard van Troje in Den Haag. Vanaf 2005 organiseren Boozy, Karel Kanits en Jeffrey Huf een mini literair festival op Haagse leest geschoeid, waar de groten uit de literatuur voor in de rij staan. Mooie herinneringen heb ik aan de editie met Kees van Kooten, Freek de Jonge en Heleen van Royen (die werd weggejoeld omdat ze een supersaai stuk uit haar boek plichtmatig voorlas dat ook nog eens veel te lang duurde). Maar ook dichters en stand up comedians treden op. Zo is Nico Dijkshoorn een graag geziene gast op Puur Gelul.

In 2010 werd de bundel Puur Gelul uitgegeven met bijdragen van o.a. Ronald Giphart, Hugo Borst, Susan Smit, Ernest van der Kwast en de Haagse dichter Jeroen de Vos. Nu ken ik Jeroen al een tijd, hij droeg voor bij presentatie van mijn laatste (papieren) dichtbundel en we stonden ooit samen op het podium in Maassluis. Dat hij bij Puur Gelul stond was voor de tijd dat ik daar regelmatig kom.

Uit deze bundel zijn gedicht ‘Eenvoud’.

.

Eenvoud

.

Zoals er boerenbruiloften zijn

kan ik van deze dag niet anders vertellen

dan dat het een boerenbegrafenis was.

.

Zonder pakken, zonder stijfheid.

Het was gebeurd.

.

De ouwe was dood, niet meer niet minder.

God zou over hem waken, zei de man van de kerk.

De ouwe zou bij God zijn.

.

Ik wist wel beter.

Die ouwe had geleefd…. en goed ook.

Hij zat nu zijn handen te warmen aan het hellevuur.

.

puur1

puur2

 

puur3

 

Jeroen