Site-archief

Gekozen

Duhita Cori Kresge

.

Veel mensen hebben dans omschreven als “poëzie in beweging”. Maar voor de Amerikaanse Cori Kresge gaat de relatie tussen poëzie en dans veel dieper. Deze danseres, schrijfster, dichter, docente en lichaamstherapeute uit New York City debuteerde in 2019 met de bundel ‘Isn’t Devotion’.

Over de bundel en de inhoud zegt ze: “Dertien jaar lang was mijn familie betrokken bij een spirituele sekte die me volledig in beslag nam, me betoverde en me langzaam maar zeker zou hebben vernietigd. Op achttienjarige leeftijd werd ik plotseling en op mysterieuze wijze uit de sekte gezet. De bundel ‘Isn’t Devotion’ is een klein altaartje om de dood van mijn jonge geloof te verwerken. Deze dood is definitief. Daar heb ik voor gezorgd. Ik schreef deze gedichten om mezelf weer toegang te verschaffen tot een wereld die me buitensloot. Deze dichtbundel is een inbreuk op het goddelijke, een lofzang op ongeloof en een voorzichtige poging tot vergeving.”

Over de combinatie van dansen en poëzie zegt ze: “Beide vormen, dansen en poëzie, van communicatie voelen aan als de puurste en meest directe manieren waarop ik kan deelnemen aan een gesprek dat groter is dan mezelf. Ik verlang naar verbinding, naar intimiteit, en dansen en schrijven zijn de manieren waarop ik dat vind. Ik wil in gesprek zijn met de mensheid; ik wil mijn kleine stem toevoegen aan dit veel grotere koor van de waarheid.”

Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Chosen’.

.

Chosen

.

When God wants to gets rid of you
He doesn’t do it Himself
He sends His secretary
she takes you down

into a walk-in freezer
you sit on a white plastic bucket
there are shelves

with gallon jars of rose syrup
mango pickle frozen
cream cheese in bulk

you are tied down by your dress six yards
of imitation silk with floral print snakes
around you getting tighter

the secretary stands close and holds a knife
shaped like a note and a picture of Him
in front of your face and the knife goes slowly

slowly into your ribs until
it’s all the way in
and she says He told me to tell you

He loves you He loves you and He wants you
to carry His love with you far
far away and you say but this will kill me

I will die and you
give the knife back
and God’s secretary says nothing

.

De stem van het geheugen

Anna Achmatova

.

De Russische dichter Anna Achmatova (1889-1966) is geen onbekende op dit blog. Ik schreef al eerder hier, hier en hier over haar en haar werk. Ook schreef ik al eens over een gedicht uit de bundel ‘In andermans handen’ vertaald, gekozen en ingeleid door Hans Boland uit 1981.

Anna Achmatova is dan ook een zeer bekend en geliefd dichter. Met de dichters Sergej Gorodetski, Osip Mandelstam en Nikolaj Goemiljov en anderen behoorde ze tot ‘Het dichtersgilde’, een literaire groep die zich ook Acmeïsten noemden naar het Griekse woord ‘άχμή’ (akmé): hoogtepunt, bloei. De aanhangers streefden naar eenvoud en helderheid van hun teksten. Ze vermeden metafysische, mystieke en occulte termen ten faveure van aardse en concrete. In plaats van metaforen voor het hogere te gebruiken verwezen ze liever naar aardse dingen. Ze waren daarbij niet experimenteel zoals in het Futurisme, dat zich gelijktijdig als reactie op het Russisch symbolisme ontwikkelde.

In de bundel ‘In andermans handen’ staat een gedicht getiteld ‘De stem van het geheugen’ voor O. (Olga) A. Glebova-Sudejkina, geschreven in 1913. Deze laatste was een Russische actrice, danseres, schilder, beeldhouwer en een van de eerste Russische mannequins, en belangrijk in de ‘Zilveren periode’ (1890-1920) in Rusland. In die periode komt Rusland niet alleen economisch maar ook literair-cultureel opnieuw tot bloei, zodanig zelfs dat gesproken wordt van een ‘Zilveren eeuw’.

Olga Glebova-Sudejkina (1885-1945) was zeer goed bevriend met Achmatova en wordt in verschillende literaire werken van haar genoemd. Haar naam is ook verbonden met de tragische dood in 1913 van dichter Knyazev, die zelfmoord pleegde.

.

De stem van het geheugen

.

voor O. A. Glebova-Sudejkina

.

Wat zien je doffe ogen, in het uur

Van laatste zonnegloed, op deze muur?

.

De tuinen van Florence of, op het blauw

Van het gespreide waterkleed, een meeuw?

.

Het Tsarendorp met zijn enorme park

Waar bange onrust opdook op jouw pad?

.

Of zie je hem, die aan jouw knieën lag

En voor de witte dood jouw boeien brak?

.

Nee, ik zie niets, behalve op de muur

De weerglans van het dovend hemelvuur.

.

Danseres

Een (bijna) vergeten dichter

.

Michael Deak (1920), ik had nog niet van hem gehoord, staat met een gedicht opgenomen in de bundel ‘Liefde is het enige’. Ik kende zijn naam niet maar in de Nederlandse Poëzie Encyclopedie op http://www.nederlandsepoezie.org/ staat onder andere te lezen:

Pseudoniem van Simon Kapteijn, journalist, docent en dichter. Simon Kapteijn had eigenlijk priester willen worden. Maar op het Warmondse seminarie kwam hij erachter dat hij een ongelovige was. De celibaatsverplichtingen zaten hem nogal in de weg. Door middel van poëzie zocht zijn libido een uitweg. Lectuur Repertorium oordeelde in 1952 zo over zijn dichtwerk: ‘Sterk erotische, zangerige poëzie, die als decadent-verfijnde rederijkerskunst aandoet,’ alleen geschikt voor gevormde tot welgevormde lezers.’

Deak publiceerde in 1941 in Criterium en in Roeping,  en vanaf 1942 in Groot Nederland. De oude redactie van dit in 1903 opgerichte tijdschrift werd in 1943 door SS-Verwalter Reinier van Houten vervangen door een SS-redactie. Deak bleef tot en met 1944 medewerker aan dit collaborerende tijdschrift. Naast ‘normale gedichten’ leverde hij ook uitgesproken ‘nationaal-socialistische gedichten’ aan. Hij behoorde in 1948 tot de katholieke ‘jeugdige dichtersbent’. Naar eigen zeggen was in 1950 de inspiratie op en schreef hij geen nieuw werk meer.

In 1950 publiceerde Deak de bundel ‘Aphroditis’ en daaruit het gedicht ‘Danseres’.

.

Danseres

.

Zij ligt naast mij, reebruin; zij rekt zich uit

en laat mij zacht de lof der minnen spellen.

Met vingers die haar edeltenen tellen

streel ik de dieren achter in haar huid.

.

Wanneer de gemshoorn in het orgel fluit

dan zijn haar voetjes spitse springgazellen

waarin de welpen van haar enkels zwellen,

en die zijn snel en breekbaar als geluid.

.

Haar voeten zijn van Venus en volmaakt

met sterren om haar tenen te versieren

en als zij danst breekt er de melkweg uit.

.

Zij ligt naast mij, reebruin, als zij ontwaakt

en in mijn handpalm ademen de dieren,

slaags met haar hartslag waar mijn vinger sluit.

.

voeten