Site-archief

Czeslaw Milosz

Dichter  van alle nationaliteiten

.

Czeslaw Milosz wordt vaak als Pools dichter geportretteerd maar werd in 1911 geboren in Litouwen ( hij overleed in 2004 als Amerikaans staatsburger) dat toen deel uitmaakte van Rusland. Hij studeerde in Vilnius en trok later naar Warschau. In de tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet maar in 1951 brak hij met de Poolse communistische partij (hij was na de oorlog Pools diplomaat). In 1951 vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk. Uiteindelijk kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij weer in Polen. Een waar wereldburger. In 1980 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Uit de in het Nederlands vertaalde bundel ‘Verre omstreken’ uit 1991 het gedicht ‘De zin’.

 

De zin

‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’

‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’

‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’

 

Czeslaw-Milosz

Eva Gerlach

Een hond met ijzeren ogen

.

Uit de bundel ‘Daar ligt het’ uit 2003 het gedicht ‘Een hond met ijzeren ogen’.

.

Een hond met ijzeren ogen

Een hond met ijzeren ogen had mijn hand
in zijn mond genomen. Ik wilde
niet dat dit gebeurde maar was bang
te scheuren als ik mij verzette. Luister
hond, zei ik, laat me los en ik geef je
wat je verlangt. Maar wat hij wilde was alleen
dat ik niet verder ging en met mijn andere hand
hem streelde. Zo. Dagen en nachten in
zijn ogen zag wie van ons sterker scheen.

.

Eva

Tussen duim en wijsvinger

Els Huurman

.

Afgelopen zondag was ik uitgenodigd voor te dragen op het Open Podium Hellevoetsluis, een poëziepodium zoals er vele zijn, in de Kunstuitleen van Hellevoetsluis. De gastvrouw en dichter Els Staneke Huurman zet daar samen met Sanderien Vermeulen een mooi podium neer in een kleurrijke omgeving. Het was dan ook een genoegen voor te mogen dragen in Hellevoetsluis.

Van Els kreeg ik haar 6e! dichtbundel ‘Tussen duim en wijsvinger’ overhandigd. Deze bundel met “ruim vijftig verrassende, grappige maar ook ontroerende gedichten” zoals de achterflap ons verteld is uitgegeven door uitgeverij AquaZZ. Ik had nog niet gehoord van AquaZZ maar op de website van de uitgeverij blijkt ze een groot aantal auteurs te herbergen.

Maar terug naar de bundel van Els. Mooi vormgegeven met gedichten in 6 hoofdstukken met titels als “Dingen dichten”, “Vroeger”, “Oude wonden” en “Onderweg”. Ietwat bevreemdend vond ik dat in het eerste hoofdstuk “Dingen dichten” de titels van de gedichten onderaan de pagina staan terwijl in de rest van de bundel de titels van gedichten gewoon boven de gedichten staan. Wat hier de reden van is, is me nog steeds onduidelijk.

Grappig genoeg zijn de gedichten in “dingen dichten”misschien wel de persoonlijkste gedichten terwijl de titel toch anders doet vermoeden. Er is in vrijwel alle gedichten sprake van een ik, mij een hij of een jij. Uit vrijwel al de gedichten blijkt trouwens dat het dichten voor Els een heel persoonlijke zaak is, vooral in “Vroeger” komt dit naar voren maar ook in de rest van de bundel. Vrolijke herinneringen vermengd met observaties. Uit de gedichten blijkt ook dat Els een vrije geest is die frank en vrij de wereld aanschouwt.

In de reeks van gedichten zitten voor mij betere en iets mindere gedichten. Waar er rijmdwang is (want als ik ze lees voelt het zo) vind ik persoonlijk minder goed geslaagd dan degene waar Els zich helemaal vrij laat gaan in de taal. Gelukkig zijn de gedichten in die eerste categorie ver in de minderheid.

Het titelgedicht geeft voor mij de bundel goed weer (dus een goed gekozen titel).

.

Tussen duim en wijsvinger

.

Tussen duim en wijsvinger

eindeloos geschreven

.

gegeten

gedronken

.

Een heel leven word je

ergens op gewezen

met zwaaiende wijsvinger

.

Van kleine stapjes

tot grote

Met duim omhoog geprezen

.

Tussen duim en wijsvinger

zit een heel leven

 

els-huurman-tussen-duim-en-wijsvinger

Het glimpen van de welkwiek

Ilja Leonard Pfeijffer

.

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is dichter en graecus of kenner van de Griekse taal. Dat laatste laat hij graag zien in de bundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Voor iemand die geen kenner van de Griekse taal is betekent dat dat veel van de poëzie moeilijk te begrijpen is in deze bundel. Toch staan er in deze bundel ook gedichten die zeer goed te lezen zijn met alleen kennis van de Nederlandse taal. Zoals ook het gedicht ‘Spiegelgracht’.

.

Spiegelgracht

.

dan was jij gelukkig en ik was de hangmat

van de brug weerspiegeld

in de gracht

want dat zei je is het lekkerste

plekje om in te liggen

.

ging jij in mij lekker rimpelend liggen

en je golfde door mij heen als rimpeling

van golven zacht als jouw golvende handen

dan was ik zo zacht met jou in mij overbrugd

niet meer mijn zelfde eigen spiegeling

.

6929351

Kerkhof

Jean Pierre Rawie

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Geleende tijd’ van Jean Pierre Rawie, uitgegeven in 2000 door uitgeverij Bert Bakker. En omdat ik een fascinatie heb voor kerkhoven het toepasselijke gedicht ‘Kerkhof’.

.

Kerkhof

.

Het hek hangt scheef in het scharnier.

De struiken groeien door het schroot.

Het stilstaand water in de sloot

symboliseert de doodsrivier.

.

Wat dreef ons om te zien wat hier

van zoveel leven overschoot?

Er liggen bleke wortels bloot

onder een weggezakt plankier.

.

Wij gaan tussen de graven door,

zonder te vragen naar de zin

van wat als vraag zijn zin verloor.

.

Er is geen eind en geen begin.

Wat is geweest ligt op ons voor,

wat komt loopt langzaam op ons in.

.

kerkhof

 

geleende tijd

De dag scheurt

Piet Hardendood

.

Enige tijd geleden werd ik door Piet Hardendood benaderd met de vraag of ik op Dichterskring.nl elk kwartaal een bijdrage kon leveren in de vorm van een bespreking van een gedicht van één van de Dichterskring dichters. Ik heb daar even over nagedacht en we zijn er samen uitgekomen; vanaf oktober bespreek ik elk kwartaal een gedicht, het ene kwartaal een gedicht van een Dichterskring dichter, het andere kwartaal een gedicht van een Puberpoëzie.nl dichter. De dichter die ik bespreek krijgt een exemplaar van Zichtbaar alleen.

Piet is naast de stuwende kracht achter Dichterskring.nl ook zelf dichter. Hij schrijft onder de naam Laantje. In 2012 publiceerde hij bij de Nederlandse Auteurs Uitgeverij de bundel ‘Gedichten uit het Laantje, een doorkijkje naar het leven’.

Uit deze bundel het gedicht ‘De dag scheurt’.

.

De dag scheurt

.

Binnen de toegemeten tijd krimpt

ochtend stil ineen, alsof hij niet meer wil

beminnen wat hem in licht is toevertrouwt

.

De dag hij scheurt zo lijkt uiteen in rafels.

Verdwenen is zonbeginnend middaguur en

avondschemering valt schaduwlang,

onder het houten blad van ruwe heilgeheime tafel.

Ze is zo bang dat nacht verloren raken zal.

.

Toen brak het duister door, ja in het derde uur

van middag al.

.

laan

 

Vriendin van één nacht

Herman de Coninck

.

Dinsdag wordt de komende tijd erotische gedichtendag (leek me een leuk idee, zo aan het begin van de week). Vandaag een werkelijk prachtig gedicht van Herman de Coninck. Op 10 juli schreef ik nog over Herman de Coninck in de categorie Vlaamse dichters, nu dus als vertolker van erotische poëzie.

.

Vriendin van één nacht

.

Het was onbereikbaar.

Maar voor iedereen die dat óók vond, trok ze tijd

uit, en haar bloesje, en de spelden uit d’r haar.

.

Ze had velours geribde rode lippen om je er over heen

te praten

en schaars-paarse om er nadien over te zwijgen,

en lange vingers om zich lang en langzaam op zich toe

te laten,

.

het was bijna gewijd:

hijgen werd heel ver adem

halen, voorbij de grenzen van de tijd.

.

En de wanhoop nadien had iets van lekker samen.

Uitzicht op leegte, maar

met gordijntjes voor de ramen.

.

herman

 

Uit: Met een klank van hobo, 1980.

De kolos

Zichtbaar alleen

.

Pas geleden werd ik door Leo Willemse geïnterviewd in zijn ‘boekenhoekje’ in het cultuurprogramma op vrijdag bij Amsterdam FM. In de trein naar Amsterdam heb ik mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ nog eens doorgelezen. Het bijzondere van ouder werk doorlezen (en zo oud is het nog niet) is dat je soms verrast wordt door jezelf. Bij andere gedichten is het juist leuk om vondsten die je had weer terug te lezen en soms gebeurd het ook dat je denkt, mwahh.

Waarom schrijf ik dit? Eergisteren heb ik naar aanleiding van bovenstaande gebeurtenis mijn eerste bundel nog eens herlezen. ‘zichtbaar alleen’, waar dit blog naar vernoemd is, kwam uit in 2008 en was een samenwerking tussen mij en de beeldend kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Toen ik dit boek herlas, en het was alweer even geleden dat ik de gedichten las, werd ik soms blij verrast door mijn eigen gedichten. Ik heb op dit blog al een paar gedichten gepubliceerd uit deze bundel maar vooral in de eerste jaren van dit blog (2008 en 2009).

daarom vandaag nog maar een gedicht waar ik nog altijd heel tevreden over ben. Het betreft het gedicht bij de foto die ook op de cover is geplaatst.

.

De kolos

.

Tussen olifantenpoten

houdt zich de warmte schuil

van de aaseter

.

In die beschutting

openbaart zich

de stilte

.

Één moment, een seconde maar

licht de kolos zich

uit zijn eeuwenoude rust

.

Tot de versmelting

van een leven

met zijn omgeving

.

kolos

 

De bundel Zichtbaar alleen is nog steeds te koop voor een zacht prijsje. Mail naar heiningenvanwouter@yahoo.com voor informatie.

Om er niet te zijn

Eva Gerlach

.

Om er niet te zijn

.

In de schemer wachtten tussen diepe

bomen grijs de herten, rechte hoofden

naar de verte waar wij

liepen opgetild.

.

Om er niet te zijn uit alle macht

stilstaan. Op hun ruggen reed een huiver,

blad onder een aasje wind, hoezo

in één keer en allemaal, wat, wat.

.

eva

 

Uit: Niets bestendiger, Arbeiderspers, 1998

Photomaton

Simon Vinkenoog

Toen ik naar huis reed van mijn werk moest ik aan Simon Vinkenoog (1928 – 2009) denken. Waarom? Geen idee. Juist daarom een gedicht van deze bijzondere en eigengereide dichter. Vinkenoog publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Wondkoorts’ in 1950, wordt tot de Vijftigers gerekend maar publiceerde vanaf zijn 21ste jaar een literair magazine ‘Blurb’ getiteld. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Over zijn uitgangspunten schreef hij: “Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”.

Woorden die later op zijn poëtisch oeuvre van toepassing zouden blijven. In de jaren 60 van de vorige eeuw begon Vinkenoog zich steeds meer als performer te manifesteren. Tot aan zijn dood bleef hij schrijven en voordragen, veelal onder de invloed van verdovende middelen. Vinkenoog is in de Nederlandse poëzie heel zijn leven een fenomeen gebleven.

Van zijn hand het gedicht ‘Photomaton’.

 

Photomaton

Zo’n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden*)
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.

Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto’s zit ik rechts.

We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.

Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.

Ik lach, jij kijkt.
Zo’n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn. Kijken of het lijkt.

*) 20 F in Belgie.

.

Uit: Eerste gedichten, 1949-1964

simon-vinkenoog