Site-archief

Tot het ons loslaat

Rutger Kopland

.

Uit de bundel ‘ Tot het ons loslaat’ van Rutger Kopland het gedicht ‘Die eeuwige schoonheid’.

.

Die eeuwige schoonheid

 

Hij begon in die toevallige wereld

die onbegrepen wirwar van lijnen en lijntjes

die een boom werden bijvoorbeeld

 

hij noemde deze schoonheid de tragische schoonheid

van de mens die haar ziet:

van moment tot moment

 

hij wilde niet zien hoe de wereld voorbij gaat

maar zien hoe eeuwig zij is

als zij terugkeert naar dat ene

 

moment waarin haar lijnen en lijntjes uiteenvallen

tot een boom bijvoorbeeld

tot haar formule

 

hij stierf en zag alles, zag alles en stierf

 

tot

Gedicht op een tapijt

Obe Postma

.

Van de Friese dichter Obe Postma (1868 – 1963) is in Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum in Leeuwarden, op het tapijt in de hal een gedicht geplaatst. Het betreft hier het gedicht ” ‘T hat west, it is ‘t” uit 1951.

Postma debuteerde in 1902 in het tijdschrift ‘Forjit my net’ . In 1947 kreeg hij de Gysbert Japicxprijs voor de bundel ‘It sil bestean’  en in 1954 won zijn gedicht  ‘Fan de fjouwer eleminten’ de Rely Jorritsmaprijs.

 

‘T hat west, it is ‘t

 

 

Hat west, it is; it stiet beskreaun

En heart ta wrâlds bestean,

’t Is by it grutte barren komd

En kin net mear fergean.

 

Wy drage it mei yn ùs ûnthâld

In libben barrens stik,

Mar fêster wierheid hat it wûn

Yn ivichheids beskik.

 

O freonen dy’t myn jonkheit hie,

O mienskip my sa nei!

Fergûn, ferstoarn? Mar heger geast

Hat it yn ljochte dei.

 

Uit: Samle fersen

 

Nederlandse vertaling

 

’t Is geweest;

 

 

het is, het staat beschreven

En hoort tot werelds bestaan,

’t Is bij het grote gebeuren gekomen

en kan niet meer vergaan.

 

Wij dragen het mee in ons

Een gebeurtenis uit het leven,

Maar vaster werkelijkheid heeft het gewonnen

in eeuwigheids plan.

 

 

O vrienden wie mijn jeugd had

O gemeenschap mij zo dichtbij

Vergaan, gestorven? Maar hoger geest

Heeft het in lichte dag.

 

Vertaling: Andrys Stienstra

gedicht op tapijt

 

Foto Jan Kalma

Rijk

Lucebert

.

Vandaag uit mijn boekenkast getrokken de bundel ‘Erts; een bloemlezing uit de poëzie van heden’ waarbij moet worden aangetekend dat ‘heden’ in dit geval 1955 is. Ingeleid en samengesteld door Bert Voeten.

Uit deze bundel van Lucebert het gedicht ‘Rijk’.

.

Rijk

.

Zie je spiegel wordt blind

je gezicht zo klein als een kind

je gezicht een nietige ster

tussen de storm en de wind

.

De weg die je ging was zo oud

als de hand die hangt uit de wolk

en de vlam die je vroeg zo koud

als de driftige sikkel de sluipende dolk

.

Maar nog nimmer zo rijk

als bij stenen voor brood

bouw je je troon in het slijk

met de bronstige troffel de dood

.

lucebert

 

Rijk : uit de bundel Alfabel, 1955

 

Onvoltooid gedicht

Klapband

.

Uit de bundel Kuttje Compleet vandaag een gedicht van Wilhelmina Kuttje Sr. uit 1936. De notitie bij dit gedicht luidt na de laatste regel: Hier houdt het op. ’t Was ook eigenlijk maar een kladje in handschrift. Maar toch de moeite waard.

Uit de bundel: Vetpot

.

Klapband

.

Zoevend langs ’s heren wegen

dromend achter ’t stuurwiel heen

glijdt het modderige landschap

door den miezerige regen

klaagt den motor steen noch been

WAAR GAAN WIJ HEEN?

.

Ach, ’t is niet zozeer een einddoel

’t is veeleer de vreugde van den reis

Ploeterend door die modderpoel

op den vlucht voor Hein met Zeis

.

KLAP! klinkt plots ter linkerzijde

en wij stoppen met gesis!

En wij maken vuile handen

en wij wisselen van wiel

zetten onze lange tanden:

en wat ons toen heeft bezield

was: O staak het gemopper over banden

straks draven wij weer door vreemde landen

Die klapband deed ons weer beseffen

dat het leven…

.

groep

Jotie T’Hooft

Vlaamse dichters

.

Als ik de Vlaamse dichters behandel mag een van de belangrijkste en bekendste dichters Jotie T’Hooft natuurlijk niet ontbreken. Op veel te jonge leeftijd (21) overleden aan een overdosis cocaïne, heeft Jotie T’Hooft toch een aantal belangrijke dichtbundels gepubliceerd. Nog is de nagedachtenis aan T’Hooft niet minder geworden. Elk jaar wordt door Jong Groen Oudenaarde veel aandacht besteedt aan het leven en werk van Jotie T’Hooft .

Zo is er elke twee jaar (sinds 2008) een Jotie T’Hooft poëzieprijs voor jong en oud (mijn oudste dochter is ooit genomineerd voor de prijs van de jonkies).Maar er worden ook hommageavonden georganiseerd en men ijvert ervoor om zijn graf als funerair erfgoed te bewaren en te beschermen.

Jotie T’Hooft wordt wel eens het wonderkind van de jaren zeventig genoemd.

Hij werd geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde, net zoals zijn voorouders. Van jongs af aan was hij opvallend taalvaardig, las en schreef hij veel. Omwille van zijn druggebruik en rebels karakter deed hij bijna alle scholen van Oost-Vlaanderen aan. Hij werkte in het antiekatelier van zijn oom, als nachtwaker en als lector bij uitgeverij Manteau. Waar hij ook was, wat hij ook deed, steeds bleef hij schrijven. In 1975 huwde hij uit liefde met Ingrid en verscheen zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Voor zijn tweede bundel “Junkieverdriet” (1976) kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Jotie T’Hooft werd op korte tijd een literair fenomeen. Zijn belangrijkste thema’s zijn: druggebruik, dood, erotiek, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid,…

Voor hij de kans kreeg van zijn verslaving af te geraken, overleed hij op 6 oktober 1977 aan een noodlottige overdosis. Na zijn leven verschenen nog bundels met onuitgegeven werk. Dat dit prille oeuvre nog steeds wordt gelezen en heruitgegeven toont aan dat het een tijdloze herkenbaarheid bevat. Jotie’s oom Rik verzorgt nog steeds zijn sobere graf op de begraafplaats in de Dijkstraat te Oudenaarde. Je treft er nog geregeld attenties van bewonderaars aan. Jotie wandelde zelf graag over deze begraafplaats.

.

Playmate of the month
.
Naakt in een strandstoel,
Benen tomeloos gespreid –
De wond ontbloot
Waarin men glijdt –
 .
Foutloos lichaam fel belicht:
Hoe komt het, madame
Dat ik als een gordijn uw vlees oplicht
Alsof uw naaktheid niet volstond
 .
Om onder het verhit gezicht
Te vinden, wat ik altijd vond:
Een schedel, eens vergaan zó licht,
En ’t grijnzen van een tandeloze mond.
jotie_brosse1_web
 
Met dank aan http://www.jotiepoezieprijs.be/ en http://www.dbnl.org

Fernando Pessoa

Vrijheid

.

Fernando Pessoa (1888-1935) is één van de belangrijkste dichters in het Portugese taalgebied en misschien wel de meest betekenisvolle dichter uit de 20ste eeuw. Reeds op jonge leeftijd leest en bestudeert hij de grote dichters en schrijvers uit de wereldliteratuur zoals William Shakespeare, John Milton, William Wordsworth, Edgar Allan Poe, Lord Byron, John Keats, Charles Dickens, Charles Baudelaire, Paul Verlaine en Arthur Rimbaud maar ook de grote dichters uit de Portugese literaire traditie.

Van Pessoa is veel vertaald door August Willemsen, zo ook de bundel ‘Gedichten uit 1978’ . Uit deze bundel het gedicht Vrijheid.

.

Vrijheid

.

Hoe heerlijk, ach hoe licht

is het verzaken van een plicht,

het boek dat voor ons ligt

blijft ongelezen, dicht!

Lezen vergt geduld.

Studeren stelt niets voor.

De zon verguldt

zonder één moeilijk woord.

.

De rivier stroomt voort, uiteindelijk,

zonder eerste druk.

En de bries die blaast,

zo vanzelfsprekend ochtendlijk,

heeft, daar ze tijd heeft, geen haast…

.

Boeken zijn vellen papier met inkt bedrukt.

Studeren is iets dat onduidelijk verduidelijkt

het verschil tussen niemendal en niets.

.

Hoeveel beter is het, wanneer het mist,

te wachten op Dom Sebastião,

of hij nu komt of niet!

.

Groots is poëzie, goedheid, schone kunsten…

Maar kinderen zijn ’s werelds schoonste gunsten,

en bloemen, muziek, maanlicht, en de zon die op z’n hoogst

teleurstelt als hij niet doet groeien maar verdroogt.

.

En al het overige is dus

Jezus Christus

.

fpessoa16

Boudewijn Buch

Gedicht

.

Tijdens zijn leven was ik groot fan van Boudewijn Buch. Zijn niet aflatende energie, zijn enthousiasme voor de dingen waar hij van hield, de verhalen over eilanden, bibliotheken, boeken, The Rolling Stones, Goethe, de Dodo en ga zo maar door, ik kon er geen genoeg van krijgen. Zelfs toen na zijn dood bleek dat Boudewijn over een wel heel grote fantasie had beschikt bleef ik hem trouw. Nog altijd heb ik verschillende boeken van zijn hand in mijn boekenkast staan.

Een aspect van Buch dat minder bekend is, is zijn dichterschap. Dit terwijl het daar ooit mee is begonnen in Leiden. Tussen de enorme hoeveelheid boeken die hij heeft gepubliceerd zitten dan ook een flink aantal dichtbundels. Dat hij vooral als presentator en verzamelaar bekend is geworden heeft alles te maken met zijn verschijnen op de televisie.

Uit de bundel ‘Het androgyn in Ska en andere gedichten’ uit 1985 een gedicht dat me na aan het hart ligt.

.

Bibliomanie

Soms denk ik dat mijn huis
uit boeken is gebouwd
en staat als dwangbuis
om mij heen gestouwd

door die ene deur
ontvlucht ik deze stad
maar ruik op straat nog geur
van dat beduimelde bedrukte blad

ga gedreven binnen bij antiquaren,
dwaal langs banden in hoge kasten,
koop “onvindbaar” in “schone exemplaren”
om die thuis weer op te tasten

het is steeds verhuizing van de dood:
oud papier om afgereden lood

.

Buch

 

 

Kuttje compleet

Ronflonflon Reeks Deel 3

.

Eind jaren 80 was er op 3FM (wat toen nog radio 3 heette) het legendarische middagprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond. Als er ooit een radioprogramma was dat het absurdisme hoog in het vaandel had dan was het dit programma van Wim T. Schippers. Volledig absurde dialogen, interviews die meestal geen interviews waren, liedjes die ineens werden afgebroken of waar volledig doorheen gepraat werd, bedenk het gekste wat je kunt verzinnen en dan nog gekker.

Een vast onderdeel van het programma waren de gedichten van Wilhelmina Kuttje. Het onderdeel dat steevast werd aangekondigd als “de gedichten van Wilhelmina Kuttje met twee t, waarna even later Jan Vos (het alter ego van Clous van Mechelen) inbrak in het programma met de woorden: Wie had er twee thee besteld?

Volledige anarchie op de radio gebracht door de VPRO. Van dit programma zijn 4 boekjes verschenen. Deel 1: Gevoelige plekjes van wilhelmina Kuttje, deel 2: Wel, en ook, het grote Jaap Knasterhuis Filmwoordenboek, deel 3: Kuttje compleet, gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond en deel 4: De grote hoop, tips en wenken van Jan Vos uitgelegd aan Jacques Plafond.

Aan deel 3, Kuttje compleet wil ik hier de komende weken aandacht besteden. Van de achterflap:

“Uit de honderden dichtbundels die haar grootmoeder, Wilhelmina Kuttje Sr. voornemens was te voltooien bij leven en welzijn (1901 – 1967) deed haar kleindochter, Wilhelmina Kuttje Jr. een welgemikte keuze, niet alleen als voordrachtsstof in het befaamde radioprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond’maar ook bijeengebracht in deze verzamelbundel. Uitvoerig geannoteerd en keurig van voetnoten voorzien geven zij een helder inzicht in de gedachtenwereld van de terecht herontdekte grote dichteres en als zodanig een cultuur-historisch overzicht van de eerste drie/vijfde van de 20ste eeuw. Met een voorwoord van haar kleindochter en een inleiding van Remco Campert.”

.

Brand* (uit de bundel ‘Verlangens’)

.

Nietsvermoedend zeurt

mijn diepgang voort

balancerend geurt

mijn oppervlakte, gloort

ginder spookt verlangen

naar het onbekende grote.

.

Wist ‘k maar waar het zich ontblootte

in zonneschijn en juub’lend denken

aan kreeg’lend vallen en weer opstaan

zie, daar staat vergeefs de hoop te wenken

laat ik maar een eindje verder gaan…

.

En plots: Daar vat ik vlam,

mijn leven en welzijn explodeert

ik sta in brand, ik wordt begeerd…

door jou, die in mijn leven kwam

maar hoelang? Houden wij die haard wel aan?

.

Immers, alles wat begint zal tot as vergaan

maar voorlopig brandt mijn ziel nog door…

Ik red het nog wel… tot den ochtendgloor

.

*Dit gedicht schreef Wilhelmina Kuttje  op haar 22ste, kort nadat tekenaar H. Zedden haar  voor het eerst bezocht, Zedden die op 18jarige leeftijd een pentekening van haar maakte.

.

kuttje plafond

 

 

Remco Campert

Liefdesgedicht

.

Van Remco Campert een gedicht zonder titel over de liefde. Uit ´Scenes in Hotel Morandi´ uit 1983.

.

*

.

Nu zal het verder tot de laatste frase

over jou en mij moeten gaan

jou die ik liefheb

al was het mijn eigen bestaan

.

nachten die zwart zijn, ochtenden zon

ik de dichter, jij die begon

mij aan te kijken, ernstig

ik die vergeten was

dat het allemaal nog kon

.

liefde, ik breng daar niets tegen in

moeilijk wordt simpel

ik in je in

.

love

Geef me de waarheid, een recensie

Magda Thomas

.

In november 2011 was ik te gast bij Magda Thomas in Gemert bij omroep Centraal. Het was een zeer onderhoudend bezoek van een uur waarin we veel over poëzie hebben gepraat, waar ik een aantal gedichten heb voorgedragen en waarbij me toen al de oprechte interesse opviel van Magda.

Nu is er een bundel van haar hand verschenen met de titel ‘Geef me de waarheid’ bij uitgeverij Heimdall. Ik kreeg de bundel van haar bij Podium X waar ze samen met die andere dichter van Heimdall, Derrel Niemeijer, ging voordragen.

Net als de bundel van Derrel is ook ‘Geef me de waarheid’ op een nette manier vorm gegeven, ook hier zijn de gedichten gecentreerd, blijkbaar een stijlfiguur van Heimdall.

Op de achterkant van de bundel staat dat ‘de schrijfstijl van Magda getuigt van een directheid en oprechtheid die schaars is’. Of dat laatste waar is vraag ik me af maar dat de gedichten direct en oprecht zijn is een ding dat zeker is. Dat de bundel een inkijk geeft in een getormenteerd leven dat niet alleen menig dieptepunt maar toch ook gelukzalige momenten kent vind ik persoonlijk wat sterk uitgedrukt.

Toegegeven, er staan een aantal gedichten in die in een donkere kant van Magda als onderwerp hebben (ervan uitgaand dat alle gedichten autobiografisch zijn) maar toch vond ik na lezing niet dat het een heel zware bundel was. Sterker nog, na lezing had ik het idee dat ik een bundel liefdespoëzie had gelezen. Dat de liefde niet altijd van een leien dakje gaat, okay, maar vrijwel elk gedicht heeft de liefde als uitgangspunt. De ene keer wordt de liefde bezongen met blijheid, de andere keer krijg je een inkijkje in wat de liefde ook kan doen; een mens kwellen of tot razernij brengen.

Al met al heb ik de bundel met plezier gelezen. De gedichten verschillen nogal van kwaliteit en vorm (dat ene Engelse gedicht had ik er persoonlijk uitgelaten) maar het geeft een mooi beeld van de dichter Magda Thomas. Bij het kiezen van een gedicht dat ik hier wilde plaatsen heb ik getwijfeld tussen ‘Geef me de waarheid’ wat een heel krachtig gedicht is, zonder opsmuk en recht voor zijn raap en ‘Ach, niets is zo mooi’ waar ik erg blij van werd. Het is de laatste geworden. Wil je die andere (en de rest) ook lezen, koop dan de bundel zou ik zeggen.

.

Ach, niets is zo mooi

.

Ach niks is zo mooi

als de liefde tussen een vrouw

en haar homo

.

Liggend op het strand in Tel Aviv

dromen we

Jij van mij

in wit kant met jarretels

lekker bruin

Ik van jou in witte pumps

en een witte lederen string

ook lekker bruin

.

Niets is zo mooi als

de liefde tussen een vrouw

en haar homo

.

Thomas