Site-archief
Alles wat je wilde
Menno Wigman
.
Vandaag een gedicht van Menno Wigman uit zijn bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 waar hij in 2002 de Jan Campert prijs voor ontving met de titel ‘Alles wat je wilde, het was alles’ .
.
Alles wat je wilde, het was alles
Het was de welving van een schouderblad.
het fosfor van een nieuwe dronkenschap,
de slapeloosheid van een wereldstad.
Je sliep nooit twee keer met dezelfde dag
en leven was pas leven als er ’s nachts
een halo uit je glas te voorschijn brak.
Een juni en je peinst aan een vermolmd
ontbijt: ik zwierf om zoveel mensen heen,
verruilde zoveel zonlicht voor een zweem
van eeuwigheid en moet je nu eens zien:
die rouwrand rond m’n brood, dat zeepsoplicht,
die vuile handen en dat nevelhoofd.
Had ik maar minder in mijn dorst geloofd.
Gaf ik maar minder om het tegengif
voor mijn zorgvuldig bestudeerde dood.
.
.
Met dank aan gedichten.nl
Ik draag van alles
Hugo Claus
.
Vandaag eens wat meer van de gedichten van Hugo Claus gelezen. Claus (1929 – 2008)was tot nu een voor mij minder bekende dichter. Ten onrechte blijkt nu. Claus heeft een bijzondere poëtische stem. Toegegeven, sommige gedichten waren zelfs na meerdere keren lezen nog steeds onbegrijpelijk, maar ik heb een aantal prachtige gedichten gelezen waarvan ik er hier een wil plaatsen.
.
Ik draag van alles
Ik draag van alles, brood, kaas
een bom of een verminkte kat.
Dragen is mijn redding.
Ook van binnen draag ik,
vragen, tranen, gedaas
en een karrenvracht solaas.
Als ik niet draag
is er een gemis
dat niet te dragen is.
Het dood dier dat ik droeg
heeft mij gelikt
tot ik geen gezicht meer had.
.
Uit de bundel ‘Gedichten 1968 – 1978’
Met dank aan gedichten.nl
.
Dichters Omnibus
Uit mijn boekenkast
.
Jaren geleden heb ik eens een 6tal bundeltjes gekocht uit de serie Dichters Omnibus. Deze, door ESSO Nederland uitgegeven bloemlezingen werden in Den Haag gemaakt en verspreid rond kersttijd onder de werknemers van ESSO. Uit de 8e bloemlezing (1962) een gedicht van Johan van Nieuwenhuizen.
.
Nieuwe Herengracht
.
De nieuwe heren van de gracht
de oude vrouwen voor de ramen
God hoeft zich voor geen mens te schamen,
wij hebben het een eind gebracht –
.
het water is ons moederland,
de wegen die wij gaan, de kaden
door bruggen worden wij verraden:
elk huis staat aan de overkant.
.
Johan van Nieuwenhuizen (1926 – 2001) was uitgever/redacteur van de Haagse Cahiers.
.
Louis en de poëzie
2013 Couperusjaar
.
2013 is het Louis Couperusjaar. In 1863, 150 jaar geleden werd Louis Couperus geboren in Den Haag. Het Louis Couperus genootschap organiseert allerlei activiteiten in het jaar dat zijn naam draagt. Voor alle informatie over het Louis Couperusjaar kun je terecht op hun website: http://www.louiscouperus.nl/
Toen ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw aan de Tiele academie (bibliotheek- en documentatieacademie) studeerde, liep ik dagelijks langs het borstbeeld van Louis Couperus aan de Surinamestraat in Den Haag. In zijn toenmalige woonhuis in deze straat schreef Couperus zijn beroemdste boek Eline Vere. In die tijd stond ik er eigenlijk nooit bij stil wat Louis Couperus heeft betekent voor Den Haag (en andersom).
Dit jaar kun je niet om Couperus heen, bij De Wereld Draait Door komen schrijvers hun bewondering voor Couperus belijden, literaire tijdschriften besteden themanummers aan zijn leven en werk, er komen postzegels met zijn afbeelding erop, er zijn lezingen, voorstellingen in literaire theaters en er komt zelfs een kookboek met Couperus zijn lievelingsgerechten uit.
Wat veel mensen niet weten is dat Louis Couperus in 1884 debuteerde met een dichtbundel ‘Een lent van Vaerzen’. Gevolgd in 1885 door ‘De schoone slaapster in het bosch’ een sprookje in twee bedrijven en zes tafereelen voor zang en piano en in 1986 door de dichtbundel ‘Orchideeën’ voor hij in 1887 met Eline kwam.
.
Omdat Louis Couperus minder bekend is van zijn poëzie hier een mooi gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Een lent van Vaerzen’ uit 1884 getiteld ‘Baadster’.
.
Baadster
.
Een blanke nymf steeg ze uit het marmren bad,
En toefde op de eerste treê; heur armen beurden
En wrongen ’t blonde hair, dat druipend nat
Nog van den amber der violen geurde.
.
Hoe ’t rozig-blond van ’t blozend rozeblad
De sneeuw haars teedren lichaams warmer kleurde,
Terwijl van paerlen vloeyende en omspat,
Zij lelie was, die in den dauwe treurde!
.
Daar stond ze, steunende op het slanke been,
Zoo, dat bevallig zich de heupe rondde,
Nu de armen hoog de dartle lokken bonden.
.
Daar stond ze, glanzend-wit als marmersteen,
Geheel omsluyerd in den korenblonde:
Antieke vaas met gouden veile omwonden.
.
Beter laat dan..
Toyo Shibato
.
Toen Toyo Shibata op 92-jarige leeftijd vanwege rugklachten moest stoppen met klassieke Japanse dans, raadde haar zoon Kenichi haar aan gedichten te gaan schrijven. De gedichten die ze schreef stuurde ze op naar de lokale krant die ze publiceerde. Zeven jaar later (op 98 jarige leeftijd) bundelde ze haar haiku-achtige verzen. Haar debuut raakte de harten van vele Japanners: er werden er meer dan anderhalf miljoen van verkocht. ” In eenvoudige, lichtvoetige verzen haalt Toyo herinneringen op aan haar leven, haar man en haar familie en mijmert ze over haar zoon en haar verzorgers. Intussen laat ze zien dat je altijd kunt dromen, hopen en liefhebben, ook als je hoogbejaard bent. Ze spoort haar lezers aan tijd te maken om naar de lucht te kijken en momenten van vriendschap te koesteren. Haar toon is monter, de levenswijsheid klinkt in elk woord door en het optimisme spat er vanaf.” (bespreking van haar bundel ‘Geef de moed niet op’ van uitgeverij Lebowski, op nrclux.nl.
Op 101 jarige leeftijd overlijdt Toyo Shibato een natuurlijke dood.
.
Een voorbeeld van een (in het Engels vertaald) gedicht van haar:
.
My Reply
In my ears the wind
Invited me
In intoxicating tones
“Shall we go now
To the other side?”
So, I
Quickly replied
“I’ll stay here
Just a bit longer
There are still some things
Left undone”
The wind
With a pout on her face
Swiftly returned from whence she
came.
.
Tijd voor lucht en luim
Gestampte mensjes
.
Na een paar dagen van zware, serieuze gedichten op mijn blog waar alle reden voor was, is het met de zon van vandaag tijd voor wat lucht en luim. De bundel Gestampte mensjes is hiervoor een uitstekend middel. Met de ondertitel Vrolijke gedichten voor jong en oud weet je meteen waar je aan toe bent. Maar vergis je niet, dit zijn niet alleen maar onbekende dichters of louter dichters uit het light verse genre. Ook dichters als Jan Hanlo, K. Schippers, Jean Pierre Rawie, Rutger Kopland en Judith Herzberg zijn vertegenwoordigd.
Om de dag nog wat vrolijker te maken een paar gedichtjes van bekende en minder bekende dichters.
.
Spleen
.
Ik zit me voor het open raam
onnoemlijk te vervelen,
ik wou dat ik twee hondjes was
dan konden we samen spelen
(Godfried Bomans)
.
Schoonmaak
.
Heel voorzichtig
met haar ragebol
veegt de huisvrouw
in de oksel van het plafond
.
giechelend
lacht het gebouw zich in puin
(Karel Soudijn)
.
Voorgoed genezen
.
Ik besloot met de trein naar Tiel te gaan,
alwaar ene Jomanda genezingen verrichtte.
En ziet: op de heenweg zat ik nog,
maar, oh wonder, op de terugweg kon ik staan.
(Jan J. Pieterse)
.
Het was een blijde dag, toen men mij vroeg
of ik de sleutel van de hemelpoort soms droeg.
Maar wat begreep men van mijn stralende humeur?
Het was de sleutel van de achterdeur.
(Olaf J. de Landell)
.
Narigheid
.
Zit je in de narigheid
neem dan een kloek besluit;
trek je wandelschoenen aan,
trek ze dan weer uit.
(Chr. van Geel)
.
Capitaine Mobylette
.
Van zwart haar moet ‘k zo huilen.
Van blond krijg ik het benauwd…
ach! vind je het erg als jij vannacht
je bromfietshelm ophoudt?
(Levi Weemoedt)
.
Gestampte mensjes werd in 1998 uitgegeven door Novella te Amersfoort.
Rainer Maria Rilke
Wanneer het besef aanvaard wordt
.
Uit de bundel 88 treffende teksten, om bij stil te staan en in beweging te komen het volgende gedicht van Rainer Maria Rilke (1875-1926)
.
Wanneer het besef aanvaard wordt
.
Wanneer het besef aanvaard wordt
dat zelfs tussen de meest nabije mensen
oneindige afstanden blijven bestaan,
kan een prachtig samenleven
naast elkaar ontstaan
.
Als zij erin slagen
de afstanden tussen hen lief te hebben
wordt het mogelijk
dat ieder de ander
als één geheel
en tegen een wijde hemel ziet.
.
De geur van de maan
Hervé Deleu
.
Gisteren kreeg ik via de post de nieuwste bundel van Hervé Deleu (West Vlaanderen 1947) toegestuurd ‘De geur van de maan’ met daarin een persoonlijk woord van de dichter. Ik heb Hervé leren kennen nadat hij de eerste Ongehoord! poëziewedstrijd had gewonnen. Een bijzondere vriendelijke en aimabele man en een dichter van formaat. Hervé had al een aantal bundeltjes in eigen beheer uitgegeven waarover ik reeds schreef op 1 december van het vorig jaar.
Nu dus een nieuwe bundel uitgegeven door Marcel Vaandrager, collega dichter/organisator, bestuurslid van Ongehoord! en nu dus ook uitgever. De bundel oogt heel mooi, heeft een harde kaft met een illustratie van Godelieve Baetens, bevat 50 gedichten waaruit de veelzijdigheid van Hervé blijkt waaronder ook het winnende gedicht ‘In de ochtendfile’. Veel gedichten hebben de liefde als onderwerp, de liefde voor zijn vrouw Lut aan wie het boek is opgedragen en de liefde voor het leven.
Hieronder een gedicht uit deze mooie nieuwe bundel.
.
De volmaaktheid van het ogenblik
.
Met de avond
licht het raam op aan de overkant
.
Een vrouw met ontblote boezem
schudt langzaam haar haren los
alsof zij in mij
de weerschijn ziet
van haar goddelijk gelaat
om dan met gespreide armen
als in een omhelzing
trefzeker de gordijnen te sluiten.
.
Er welt geen traan
in mijn ogen
maar ik ween om haar schoonheid
.
Bevrijding door Hanny Michaelis
Drie jaar was ik ongeveer
.
Drie jaar was ik ongeveer
toen ik op een najaarsavond
door het raam stond te kijken
met mijn neus voor het eerst
boven de vensterbank uit
zodat ik toen pas ontdekte
dat er een huis werd gebouwd
tegenover het onze. Met grote
beslistheid verkondigde ik:
dat halen ze ’s zomers weer weg.
Mijn moeder die het ook niet helpen kon
moest er om lachen. Tegen het einde van
de tweede wereldoorlog toen mijn ouders
al waren vergast, staken de Duitsers
het huis in brand. Na de bevrijding
werd het weer opgebouwd. Het staat er
nog en ook ik droom nog herhaaldelijk
van betonnen en bakstenen gebouwen
die een veelbelovend uitzicht
drastisch teniet doen.
.
Uit verzamelde gedichten, 1996
.














