Site-archief
Dag 12
Ingmar Heytze
.
In Nederland is het nog altijd winter. Dus een gedicht over erwtensoep is wel op zijn plaats. Uit de bundel ‘Het ging over rozen’ uit 2002 van Ingmar Heytze (1970) getiteld ‘Erwtensoep’.
.
Erwtensoep
.
Mijn moeder die je verder met geen stok het ijs op kreeg
kookte in het schaatsseizoen enorme pannen erwtensoep
en deelde deze uit vanaf de steiger voor ons zomerhuisje
de soep genoot een faam tot ver achter de dijken
men reed er graag een plas voor om of kluunde zich de bramen
een enkeling trotseerde een nat pak onder de brug
slechts éénmaal is zij ingegaan op een verzoek om het recept
een vage kennis wou het sturen naar zijn zuster in Amerika
in de lente kregen we een kaart: we really enjoy your erwtensoep,
we nemen elke dag een stukje bij de koffie
.
Dag 11
Jean Pierre Rawie
.
Vandaag uit de bundel ‘Handschrift’ uit 2017 van Jean Pierre Rawie (1951) het gedicht ‘Zo’n dag’.
.
Zo’n dag
.
Aan wie ik ook maar dacht vandaag was dood,
terwijl de landerijen en de steden
gestaag langs het beslagen treinraam gleden
en het om beurten miezerde en goot.
Al menig lief is langer overleden
dan dat ze mij verdriet of vreugde bood.
Ik reis alleen en mis mijn reisgenoot,
met wie ik elke windstreek heb doorsneden.
Zo’n dag. Ik deed het niet met opzet, maar
ik zag zelfs het gezicht van vaag bekenden,
wier naam mij bij hun leven reeds ontschoot.
Ik zag mijn vader in elk handgebaar.
Het regende. Waar ik mij keerde of wendde,
aan wie ik ook maar dacht vandaag was dood.
.
Dag 10
Ruth van Rossum
.
Dag 10 en vandaag een dichter die ik nog niet kende, Ruth van Rossum (1960). Zij bracht haar eerste levensjaren door in Japan. In 2006 verscheen haar debuutbundel ‘Eilandranden’. Ze treedt op met haar gedichten en is dichter voor De Eenzame Uitvaarten in Den Haag. In 2012 verscheen haar bundel ‘Sakasegawa’ en daaruit nam ik het gedicht ‘Welke wierde
.
Welke wierde
.
Ik was met twee mannen op de wierde.
De een zong: als je hier ligt in dit gras
weet je hoe de aarde smaakt. Je hoort
om ons heen de bomen onophoudelijk
bewegen in de wind. De luchten zijn
nooit hetzelfde maar altijd ver en leeg.
Ook de ander zong. Kijk rond, er is zo
veel voor ons, we kunnen overal naar
toe. Er zijn lauwe avonden die je kunt
voelen aan je huid, er zijn nachten van
luisteren naar wild groeien. met beiden
sliep ik. De een vertrok, de ander bleef.
.
Dag 9
Tjitse Hofman
.
Van de Drentse dichter Tjitse Hofman (1974) vandaag een gedicht uit zijn bundel ‘Ajaa’ uit 2008 het gedicht ‘Alles op de stoep en in de regen’.
.
Alles op de stoep en in de regen
.
De slabak
nog van mijn
tante uit Spanje
.
De slaapbank
ik ben het
luchtbed zat
.
En de klok
al weet ik reeds
hoe laat het is
.
Wil ik
als het even kan
wel mee
.
Plus 1
van de 3
televisies.
.
Hotsnotgot
Gastblog van Marianne
.
Zoals ik al aangekondigd had schrijft Marianne van Poetry Affairs (en medemaker van MUGzine) af en toe een gastblog in mijn vakantie. Vandaag haar eerste proeve en meteen een hele fraaie.
Hotsnotgot
Wat doet de bidsprinkhaan in Nederland?
Die vraag stelt NRC in een artikel in NRC op 22 februari jl.
Wat blijkt? Nederland is een insectensoort rijker, een van vele nieuwkomers op de Limburgse heide. Nu ben ik niet bijzonder geïnteresseerd in bidsprinkhanen, maar mijn brein bleef er even haken omdat ik afgelopen week wat bladerde in de prachtige bundel ‘Ik herhaal je’ met de mooiste gedichten van de Zuid-Afrikaanse Ingrid Jonker (1933-1965), vertaald door Gerrit Komrij. Daar las ik onderstaand gedicht, waarin de hotsnotgot een rol speelt:
Madeliefies in Namakwaland
Waarom luister ons nog
na die antwoorde van die madeliefies
op die wind op die son
wat het geword van die kokkewietjies
Agter die geslote voorkop
waar miskien nog ’n takkie tuimel
van ’n verdrinkte lente
Agter my gesneuwelde woord
Agter ons verdeelde huis
Agter die hart gesluit teen homself
Agter draadheinings, kampe, lokasies
Agter die stilte waar onbekende tale
val soos klokke by ‘n begrafnis
Agter ons verskeurde land
sit die groen hotnotsgot van die veld
en ons hoor nog verdwaasd
klein blou Namakwaland-madeliefie
iets antwoord, iets glo, iets weet.
Madeliefjes in Nawakwaland
Waarom luisteren we nog
naar de antwoorden van de madeliefjes
op de wind en de zon
wat is er geworden van de koekoeksroep
Achter het gesloten voorhoofd
waar wie weet nog een takje zweeft
van een verdronken lente
Achter mijn gesneuvelde woord
Achter ons verdeelde huis
Achter het tegen zichzelf gesloten hart
Achter prikkeldraad, kampen, townships
Achter de stilte waarin onbekende talen
tuimelen als klokken bij een begrafenis
Achter ons verscheurde land
zit de groene bidsprinkhaan van het veld
en wij horen nog verdwaasd
klein blauw Namakwaland-madeliefje
iets antwoorden, iets geloven, iets weten
.
Dag 8
Lucebert
.
Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2002 van Lucebert (1924-1994) het gedicht ‘Poëzie is kinderspel’.
.
Poëzie is kinderspel
.
Over het krakende ei
dwaalt een hemelse bode
op zoek naar zijn antipode
en dat zijt gij
.
mogelijk dat men op zulk een kleine schaal
niet denken kan het maakt nijdig
of men is verveeld dus veel te veilig
dan is men verloren voor de poëzie
.
u trest slechts een troost ligt gij op sterven
gij verveelt u dan ook niet
en plotseling kan dan pop en bal
laat herinnerd u laten weten
dit was ik en dat was het heelal
.
Dag 4
Monique Wilmer-Leegwater
.
Uit de bundel ‘Wisselplaats’ uit 2023 van Monique Wilmer-Leegwater (1966) nam ik het gedicht ‘Wende’.
.
Wende
.
Kijk, in deze termendraf
deze kermenvloed, dit berkenboet
.
wanselt het dorp ekerharten tot bloedens toe
draagt velkerkronen naar hutten en kerken
drinkt aspensap uit blauwe kelken
tot sterrenmasten, maanbedrog.
.
Het schijn sel uiteindelijk bleek, dek ik
de wende onder mos en blad, kus het
donselig wamseltje, tussen grens
van dauw en damp, het stil geworden
drachtelijn, dag poppedein, dag.
.
Dag 3
Adriaan Morriën
.
Vandaag een voorjaarsvakantiegedicht van dichter, essayist, vertaler en criticus Adriaan Morriën (1912 – 2002) getiteld ‘Opa’. Ik nam het gedicht uit het bundeltje ‘twintigste Nacht van de Poëzie’ uit 2000.
.
Opa
.
Als je al oud bent
wees het dan ook maar goed!
.
Je wist allang dat het afloopt;
nog niet in de wieg, of de box,
maar wel vroeg: toen je tante stierf
en je opa, die toch veel ouder was,
nog leefde, met een wandelstok.
Hij ging later dood.
.
’t Was niet zo erg, zei je moeder:
hij is toch heel oud geworden.
.
Voorjaarsvakantiegedichten
Deel 1
.
Omdat ik dit jaar een wat langere voorjaarsvakantie neem, in plaats van een zomervakantie, zal ik de komende weken elke dag een vakantiegedicht plaatsen. Dat wil zeggen een gedicht, de bundel waaruit ik het gedicht nam, de naam van de dichter en het jaar van uitgave. Daarnaast zal op een aantal dagen van mijn vakantie een blogbericht op dit blog verschijnen van gastblogger en mede MUGzinemaker Marianne Hermans van Poetry Affairs.
Ik begin deze voorjaarsvakantiegedichten met het gedicht ‘Herinnering’ van schrijver en dichter Roel Houwink (1899-1987). Het gedicht komt uit de bundel ‘Witte velden’ uit 1935.
.
Herinnering
.
Vader, wij hebben nooit gesproken
over het leven met elkaar,
gij had het uwe, ik het mijne
en beide wisten wij, ’t is zwaar
te leven met een weerloos hart…
Zo hadden bêi we ons toegesloten
en gingen zwijgend naast elkaar:
ik heb den weg niet kunnen vinden,
al lag uw hand steeds voor de mijne klaar.
En nu gij heen gegaan zijt naar dat vreemde
en voor geen levende bereikbaar land,
nu breekt mijn vuist een hunkrend open
en zoekt vergeefs uw trouwe hand.
.
















