Site-archief

Narcissus in demon

k.n.l. grazell

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel Narcissus in demon, uitgeverij de Windroos, 1958, van k.n.l. grazell (1928). En nee, je leest het goed, zijn naam wordt met kleine letters geschreven op en in de bundel. Ik had nog nooit van hem gehoord maar was zeer onder de indruk van zijn loopbaan op Wikipedia

Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video.Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.

In deze bundel veel proza gedichten maar ook het volgende gedicht.

.

handpalm

.

ze was negentien jaar oud

eleonore toen prometheus

het nathat ikanaie in haar schoot

ontbranden deed there’s none

like thee among the dancers

none with swift feet

.

en zij werd een bruiloftsfakkel

die de meisjes droegen van tarishni

vòòr hun winterslaap – o tree

at the river – in de galerij

der onvergankelijken

.

grazell

Punjabi poëzie

Bulleh Shah

.

Vandaag eens iets anders, iets exotischer; Punjabi poëzie. Dit gedicht in het Punjabi is van Bulleh Shah en heeft een Engelse vertaling. Voor de liefhebbers van Urdu, Hindi en Punjabi poëzie in deze talen verwijs ik graag naar http://sadurdupoetry4u.blogspot.nl.

Bulleh Shah of  Bulla(h) Shah (1680–1757)  was een soefi dichter, humanist en filosoof. Zijn volledige naam luidt Syed Abdullah Shah Qadri. Wil je meer poëzie lezen van Belleh Shah ga dan naar http://www.poetry-chaikhana.com

BullehShah

.

Bullah! ki jaana maen kaun

Na maen momin vich maseet aan
Na maen vich kufar diyan reet aan
Na maen paakaan vich paleet aan
Na maen moosa na pharaun.

Bullah! ki jaana maen kaun

Na maen andar ved kitaab aan,
Na vich bhangaan na sharaab aan
Na vich rindaan masat kharaab aan
Na vich jaagan na vich saun.

Bullah! ki jaana maen kaun.

Na vich shaadi na ghamnaaki
Na maen vich paleeti paaki
Na maen aabi na maen khaki
Na maen aatish na maen paun

Bullah! ki jaana maen kaun

Na maen arabi na lahori
Na maen hindi shehar nagauri
Na hindu na turak peshawri
Na maen rehnda vich nadaun

Bullah, ki jaana maen kaun

Na maen bheth mazhab da paaya
Ne maen aadam havva jaaya
Na maen apna naam dharaaya
Na vich baitthan na vich bhaun

Bullah, ki jaana maen kaun

Avval aakhir aap nu jaana
Na koi dooja hor pehchaana
Maethon hor na koi siyaana

Bulla! ooh khadda hai kaun

Bullah, ki jaana maen kaun

.

Bulla, I know not who I am

Nor am I the believer in mosque
Nor am I in idol worship
Nor am in the pure or the impure
Nor am I in the Vedas
Nor am I in the intoxicants
Nor am I in the carefree deviant
Nor am I union nor grief
Nor am I in the pure/impure
Nor am I of the water nor of the land
Nor am I fire nor air
Bulla, I know not who I am

Nor am I Arabic nor from Lahore
Nor am I the Indian city of Nagaur
Nor am I Hindu nor a Peshawari turk
Nor did I create the difference of faith
Nor did I create Adam-Eve
Nor did I name myself
Beginning or end I know just the self
Do not recognise ”the other one”
There’s none wiser than I
Who is this Bulla Shah
Bulla, I know not who I am

.

Shah

Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis

Dichteressen uit Vlaanderen en Nederland

.

Uit de bundel Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis, de bundel met de beste poëzie van 40 dichteressen uit Nederland en Vlaanderen van uitgeverij Passage uit 2000, een gedicht van Vera Beerten. Vera Beerten (1957) publiceerde in diverse tijdschriften zoals ‘Diogenes’ en ‘Deus ex Machina. Beerten verleende haar medewerking aan verscheidene poëziemanifestaties waaronder ‘De Nachten van de Poëzie’ in Antwerpen, waar zij woont.

.

Finestrat

.

We lagen in een bed van middagzon

Uit elk verband

Uit elke geschiedenis verbannen.

.

Vogels vliegen op uit ons verstand

De huid die om ons heen zat, loste.

We vloeiden uit en over in elkaar

Werden zee, zwommen zonder handen.

.

En op het voor ons uitverkoren strand

Stonden engelen op wacht

Met toeters, wimpels en bellen.

.

Vera

volmaakt

2014: een nieuw jaar Ongehoord!

Stichting Ongehoord!

.

Zoals je ongetwijfeld weet maak ik deel uit van het bestuur van de Stichting Ongehoord!, een stichting met als motto: Voor aanstormend en aanslenterend talent. Vier keer jaar organiseert Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam een poëziepodium, eenmaal per jaar een buitenpodium in de Jacobustuin en de afgelopen jaren verzorgde wij een podium tijdens Poëzie in het Park in Maassluis en een podium bij Route du Nord in Rotterdam. Daarnaast organiseert Ongehoord! vanaf 2012 een grote gedichtenwedstrijd met mooie prijzen.

Dit jaar heeft het bestuur al een aantal namen op het oog om voor de podia uit te nodigen (de winnaars van de gedichtenwedstrijd 2013 bijvoorbeeld). Maar we zijn nog op zoek naar ontluikend talent en mensen die ook een keer graag op een podium staan en hun poëzie willen voordragen. Dat kan namelijk op het open podium. Elk regulier podium bieden we mensen de mogelijkheid om 3 gedichten (of twee langere gedichten) voor te dragen op ons open podium. Wil je zelf een keer van deze gelegenheid gebruik maken kom dan naar een podium en geef je op bij onze presentator Menno Olde Riekerink. Velen zijn je voorgegaan waarvan een aantal door zijn gebroken en later nogmaals gevraagd zijn door Ongehoord! om op het podium een set te doen.

Elk podium bieden we musici te mogelijk op te treden. Wil je zelf een keer musiceren op een van onze podia neem dan contact op met Yvon op Ongehoord.yvon@gmail.com

Het eerst volgende podium is op zondag 2 februari, kijk voor de bijzonderheden op http://www.stichtingongehoord.com

.

oNGEHOORDOngehoord1

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Openbaar vervoer (RATP)

Poëzie in het Franse Openbaar vervoer

.

De RATP, het Franse openbaar vervoer bedrijf, heeft in 2012 een gedichtenwedstrijd georganiseerd. De winnende gedichten  werden getoond in de metrostellen van de RATP in juli 2012. Er deden ruim 4000 mensen aan deze wedstrijd mee waaronder 231 dichters onder de 12 jaar. Daarnaast bood de RATP onder het motto Lijnen en rijmen (des lines et de rimes) de reizigers momenten van ‘ontsnapping’ in het hart van het netwerk middels poëzie van o.a.  Andree Chedid, Paul Valery, Kamal Kheir Beik en Zeno Bian.

.

agnèsrosse

 

Winnend gedicht van Agnès Rosse aan de poëziewedstrijd van de RATP

ratp_poesie

 

Gedichten in de metro.

Gedichtendag 2014

Expositie rondom de Nationale Gedichtendag

.

Binnenkort is het weer Nationale Gedichtendag (en poëzieweek) van 30 januari tot en met 5 februari. Ik zal hier de komende weken een aantal initiatieven hier bespreken.

De Nationale Gedichtendag vormt voor 40 kunstenaars van Vereniging galerie De Ploegh (Landelijk Kunstenaars Genootschap) uit Soest aanleiding tot het maken en organiseren van bijzondere tentoonstellingen rondom poëzie. Van 26 januari tot en met 17 maart organiseert galerie Duine-Rhee uit Giethoorn een expositie van 40 kunstenaars van De Ploegh  met werk gebaseerd op een gedicht . Poëzie in handen van schilders, grafici, beeldhouwers en keramisten krijgt een extra dimensie: POËZIE VISUEEL GELEZEN is een tentoonstelling waarin beeldende kunst en dichtkunst op verrassende wijze samengaan.

.

Een voorbeeld van een gedicht van Cécile van Spronsen bij een schilderij van Wassily Kandinsky.

.

Giethoorn2

Het blauw, blauw verheft zich, stijgt
En dwarrelt naar beneden
In ijle fluittonen dringt het binnen
Strijkt zonder scherpte neer
.
giethoorn
Galerie Duine-Rhee bevindt zich aan de Molenweg 36 / hoek Kloostersteeg 

Poëzie marketing

Gedicht op een servetring

.

Rond 2000/2001 gaf Calvé servetringen weg die zaten om de hals van sausflesjes. Op die ringen (die je dus als servetring kon gebruiken) stonden gedichtjes van bekende Nederlandse dichters. Hieronder staat een voorbeeld van een servetring met een dierengedicht van Kees Stip.

.

servetring

Info en foto Mats Beek.

En het gedicht.

Een egel die, gestart te Smilde
naar Hindelopen lopen wilde
zeeg halverwege in elkaar
met een aanmerkelijke blaar.
Ach had ik, hoorde ik hem snikken,
maar iets om die mee door te prikken. 

Kwakoe

Poëzie bij een standbeeld

.

Paramaribo telt veel beelden, maar geen ervan is zo populair als dat van Kwakoe. Het stelt geen historische figuur voor – al willen velen dat graag geloven dat Kwakoe de eerste zwarte grondbezitter van Suriname zou zijn geweest.  Geregeld is het voorzien van hoofddeksels en kledingstukken, en dan vooral van de pangi. Dit zijn de kleurige omslagdoeken die nog altijd door de marrons gedragen worden. Marrons zijn nakomelingen van slaven die van de plantages waren weggevlucht en die vanuit het binnenland de koloniale overheid belaagden.

.

Dit standbeeld is van beeldhouwer Jozef Ludwig Klas (1923-1996). Het beeld staat in Paramaribo. Het beeld stelt een bevrijde negerslaaf voor die zijn ketenen heeft verbroken. ‘Kwakoe’ is de naam voor een man geboren op woensdag. De afschaffing van de slavernij was op woensdag 1 juli 1863. Het beeld werd 100 jaar na de afschaffing van de slavernij onthuld door de toenmalige premier van Suriname Johan Adolf Pengel.

Eelco van  der Waals schreef een gedicht over Kwakoe.

.

Kwakoe (1)

Geen woensdag
zoals die ene

juli 1863
waarop de

nazaten van overzee
burgers werden

van hun
nieuwe land

Bij Ondrobon
Coronie
Commewijne

Kwakoe
ging ons voor

.

Met dank aan Meland Langeveld

Kwakoe

Niets cadeau

Wislawa Szymborska

.

Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.

.

Niets cadeau

.

Niets cadeau gekregen, alles te leen.

Tot over mijn oren in de schulden

zal ik met mezelf

voor mezelf moeten betalen,

mijn leven voor mijn leven geven.

.

Het is nu eenmaal zo geregeld

dat het hart terug moet

en de lever terug moet

en elke vinger afzonderlijk.

.

Te laat om het contract te verbreken.

De schulden moeten worden geïnd,

het vel over de oren gehaald.

.

Op de wereld loop ik rond

in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht

hun vleugels af te betalen.

Anderen moeten of ze willen of niet

hun blaadjes afrekenen.

.

Aan de debetzijde

staat elk weefsel in ons.

Geen wimpertje, geen steeltje

mogen we voorgoed behouden.

.

De lijst is uitputtend

en het ziet ernaar uit

dat we niets zullen overhouden.

.

Ik kan me niet herinneren

waar, wanneer en waarom

ik zo’n rekening heb laten openen.

.

Het protest daartegen

noemen we de ziel.

En dat is het enige

wat niet op de lijst staat.

.

leeg