Site-archief

Renaat Ramon

Visuele poëzie

.

Renaat Ramon is beeldhouwer en graficus uit Brugge (België). Maar Ramon is ook dichter en essayist en hij was redacteur van Betoel, Radar en Diogenes. Daarnaast was hij medewerker aan Poëziekrant, IZ en Big Ode. Naast visuele poëzie publiceerde hij 7 dichtbundels en een bloemlezing van zijn werk. Op de website van Ramon http://www.renaatramon.be/ staat het volgende over hem geschreven:

“Esthetiek zit diep in Ramon ingegraven want het is in alle geledingen van zijn dagelijks bestaan consequent terug te vinden. Architectuur, meubilair, huisraad, kledij: noemt het op en hij geeft het een eigen tint. Een ritme. Het ritme van een stijl. Hoe ‘afstandelijk, onpersoonlijk, koud, cerebraal of berekend’ bij een eerste oppervlakkige kennismaking van zijn plastisch werk (dat expliciet van alle anekdotiek is geëvalueerd) ook lijkt: een geraffineerd hedonistisch principe vormt er het fundament van.”

Renaat Ramon maakt dus visuele poëzie maar ook schrijft hij gedichten. Het is die combinatie die zijn werk interessant en uitdagend maakt. Hieronder het gedicht ‘dans les steppes de la flandre occidentale’ uit zijn bundel ‘Flandria Fabulata’ uit 1983.

.

dans les steppes de la flandre occidentale

.

en hier word ik geacht thuis te zijn:
in deze wakke vlakten
aan de zoom van zand en zee
waar late jonkers
hun illegale levens van legaten leiden,
waar dit ganse onherbergzame seizoen
en tot in lengte van dagen
zwerven en zullen zwerven
de grijze gezellen van den swighenden eede
die op prebenden teren
en nazaten van zwarte zoeaven,
zingend
en zuipend het zerpe, donkere bier.

.

ramon

ramon3

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Brokstukken

Uit: Voor de muur (Pred zidom) van Pero Senda

.

Afgelopen woensdag werd dichter en vriend Pero Senda gecremeerd. Op de herdenkingsbijeenkomst las ik Brokstukken (Krhotine) voor omdat ik dat een heel toepasselijk gedicht vond.

.

Brokstukken

.

Van de zon stal ik een straal

En van een wolk een druppel

Om brokstukken van mij te zaaien

Op de vruchteloze bodem

Daar, ver weg in de woestijn

Verder van dromen

.

Wat zal er met mijn gedichten gebeuren

Verspreid als vervloekt zaad

Wat blijft er dan van mij

Wat blijft van mij

.

Krhotine

.

Ukrao sam Suncu zrak

I oblaku kaplju

Da posijem krhotine mene

Na jalovo tlo

Tamo, daleko u pustinji

Dalje od snova

.

Sto ce biti sa pjesmama mojim

Rasutim k’o ukleto sjeme

Sto ce tada ostati od mene

Sto ce ostati od mene

.

Voor

Miroslav Holub

De geboorte van Sisyphus

.

Van dichter Jana Beranová kreeg ik het boek ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ uitgegeven door de Bezige Bij in 2008.

Jana Beranova is verantwoordelijk voor de samenstelling en de vertaling van de gedichten en teksten in dit boek en ze schreef het nawoord. De Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998) behoort tot de grote dichters uit Oost en Midden-Europa van de tweede helft van de 20ste eeuw. Hij werd veelvuldig uitgenodigd voor festivals in Rotterdam, Londen en elders maar hij kon, vanwege het communistische regime, slechts een enkele keer onder valse voorwendselen het land uit. De poëzie van Holub is zowel absurdistisch als onbeschaamd lyrisch.

Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift ‘Kveten’ (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse lente werd hij na de inval door het Russische leger ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982.

Uit deze prachtige bundel het gedicht ‘Niet te koop’

.

Niet te koop

.

En wat kost

het brein van een bosmuis,

en wat kost

het sperma van een potvis?

.

Dwaze dagen

in voddenzaken met grote partijen

uitverkoop

van Turkmeense jeans

en Verzamelde Werken

op crêpepapier.

.

En wat kost een ziel?

.

En wat kost

een emmer bloed

met zo weinig amberserum,

zo weinig antistoffen

tegen rode Shylocks?

.

Wat hebben we gekost

nog voor we gekelderd zijn

naar waardeloos?

.

Miroslav_Holub_314

geboorte

Met een nat zeil

Gerrit Komrij

.

Met een nat zeil

.

Je stopt twee anjelieren in je oren,

Zet een blikken muts op en gaat, fluitend

Van tierelier, het gelaat nog ongeschoren

En met twee leren laarzen aan naar buiten

.

Traag dalen uit het zwerk grote droppels

Omlaag. Het is een waterige dag.

Snel gaan je anjelieren naar de knoppen.

Maar op je lippen klinkt geen klacht, geen klacht.

.

O nee, je galmt en zingt uit al jouw macht.

Ook dans je, met een akelig geduld,

Een walsje op de stoep, terwijl je lacht

Uit volle borst, met schuimrubber gevuld.

.

nat zeil

Uit: Met dat hoofd gebeurt nog eens wat, bloemlezing door Arie Boomsma, 2011

Pero Senda (1945 – 2013)

Bericht van overlijden

.

Gister bereikte mij het trieste bericht dat vriend en dichter Hrvoje Pero Senda op zaterdag 16 november is overleden.

Hrvoje Pero Senda werd geboren op 28 juni 1945 in Gornji Vakuf, een kleine stad in Centraal Bosnië. Pero studeerde Zuidslavische taal en literatuur aan de Filosofische universiteit in Sarajevo, Zagreb. In 1971 keerde hij terug naar zijn geboorteplaats en werkte daar als leraar tot het begin van de oorlog. In 1993 vluchtte hij met zijn familie naar Nederland. Veel van zijn manuscripten zijn daarbij verloren gegaan.
In 1997 won Pero Senda met het gedicht ‘De Vrouw’ de Dunya Poëzieprijs en in 1999 verscheen zijn eerste tweetalige dichtbundel ‘Brokstukken’. Senda was in 2007 een van de tien dichters die meewerkte aan het prachtige boek Verse taal met muziek-cd van Wilma Paalman, gepubliceerd door Uitgeverij De Brouwerij te Maassluis. In juni 2010 werd bij dezelfde uitgeverij zijn tweetalige dichtbundel (Kroatisch / Nederlands) ‘Voor de muur’ gepresenteerd.

Pero vormde samen met Otto Zegers de jury van mijn tweede gedichtenwedstrijd (2010) die na 2011 is overgegaan in de Gedichtenwedstrijd van de stichting Ongehoord!

In dat zelfde jaar vroeg ik hem als dichter een bijdrage te leveren aan het boek Balkon scènes aan het water (samen met Arend van Dam, Henriette Faas, Henk Weltevreden en Maarten van Buuren). Hij was meteen enthousiast en wist ook meteen een thema voor zijn bijdrage. Van Balkan naar Balkon. Het Balkon is een nieuwbouwwijk aan de Waterweg in Maassluis.

In de bibliotheek van Maassluis werkte ik met Pero samen bij een aantal projecten georganiseerd door PICO en later vormde hij samen met Otto Zeegers het hart van de Poëziewerkplaats in de bibliotheek van Maassluis.

Pero trad als dichter regelmatig op, voor zijn landgenoten in Nederland maar ook op poëziepodia onder andere het Ongehoord! podium.

In Pero verliezen we een begenadigd schrijver, dichter, vriend maar vooral een bijzonder man.

.

Requim voor de mens

.

Verstomd heelal

eenzaam,  aan de rand van de Melkweg

rilt en huivert de planeet Gaia

in dodelijke koorts

de dronken carrousel schommelt vervaarlijk

dezelfde menigte

twee millennia na Christus

brult en zingt unisono: gloria, gloria

dood, dood, in dezelfde euforie

en opnieuw, aan het eind van deze eeuw,

kruisigt men de Mens

Het is carnaval

en in dat gezichtsloze straattheater

in een plechtige optocht – met maskers

van prinsen, prinsessen, courtisanes,

harlekijnen en hansworsten –

danst de bandeloze massa, schreeuwt

en krijst: gloria, gloria

dood, dood, in dezelfde euforie

en alles is weer als toen, maar na de parade,

aan het eind van deze eeuw, ligt

vertrapt in de modder

het masker van de Mens

.

Uit: Balkonscènes aan het water

Pero

 

pero

Schipbreukeling

Poëzie in de film: Castaway van William Cowper

.

William Cowper leefde van 1731 tot 1800 en was een Engels dichter. Cowper had van tijd tot tijd te lijden van hevige depressies, soms in zulke mate dat hij diverse pogingen ondernam zich van het leven te beroven. Hij werd verliefd op zijn nicht Theodora Cowper, maar haar vader stond een huwelijk in de weg, omdat hij twijfelde aan Williams mentale stabiliteit en omdat hij vond dat de twee te nauw aan elkaar verwant waren. In die voor hem ongelukkige periode werden er al wel wat zijn verzen in bladen gepubliceerd en vertaalde hij werk van Voltaire.

In 1763 kreeg hij een baan aangeboden als klerk bij het Hogerhuis. Hij moest hiervoor een eenvoudig examen doen, maar hij zag hier zo tegenop, dat hij in een diepe depressie raakte en een zelfmoordpoging ondernam. Hierop werd hij opgenomen in een tehuis, waar hij onder de zorgen van arts en dichter Nathaniel Cotton langzaam genas. Zijn broer en vrienden bezorgden hem daarna een onderkomen en een klein inkomen in Huntingdon. Hier brak een gelukkige periode aan. Hij maakte kennis met het gezin van Morley en Mary Unwin en hun kinderen en hieruit ontstond een warme vriendschap. Hij trok uiteindelijk bij hen in. Morley Unwin overleed in 1767 en het gezin, inclusief Cowper, verhuisde naar Olney. Hier raakte hij onder invloed van de gedreven evangelische geestelijke en voormalig slavenhandelaar John Newton. Deze zette hem ertoe aan mee te werken aan een liedboek. De aan hem gestelde eisen vielen Cowper echter zwaar en hij geraakte opnieuw in een depressie. Olney Hymns verscheen uiteindelijk in 1779, met een aantal zeker al zes jaar eerder geschreven bijdragen van Cowper, waaronder een aantal liederen die nog altijd gezongen worden. Newton zelf was overigens de schrijver van het nog altijd bekende lied Amazing Grace.

In 1773, Cowper was inmiddels verloofd met Mary Unwin, ontstond bij hem het idee dat hij een verdoemd man was en dat God zijn leven van hem eiste als offer. De huwelijksplannen waren hiermee ten einde, maar Mary Unwin bleef hem verzorgen en bracht hem er weer bovenop.Mary Unwin, met wie hij niet trouwde maar wel altijd goede vrienden bleef, overleed in 1794, wat hem lichamelijk en mentaal hevig aangreep. In zijn laatste jaren schreef hij in zijn wanhoop nog het gedicht The Castaway. Hij overleed in East Dereham, waar hij ook werd begraven.

The Castaway werd gebruikt in de film Sense and sensibility uit 1995 van Ang Lee met Kate Winslet, Emma Thompson, Alan Rickman en High Grant.

.

The Castaway

.

Obscurest night involved the sky,

The Atlantic billows roared,

When such a destined wretch as I,

Washed headlong from on board,

Of friends, of hope, of all bereft,

His floating home forever left.

 .

No braver chief could Albion boast

Than he with whom he went,

Nor ever ship left Albion’s coast,

With warmer wishes sent.

He loved them both, but both in vain,

Nor him beheld, nor her again.

 .

Not long beneath the whelming brine,

Expert to swim, he lay;

Nor soon he felt his strength decline,

Or courage die away;

But waged with death a lasting strife,

Supported by despair of life.

 .

He shouted: nor his friends had failed

To check the vessel’s course,

But so the furious blast prevailed,

That, pitiless perforce,

They left their outcast mate behind,

And scudded still before the wind.

 .

Some succour yet they could afford;

And, such as storms allow,

The cask, the coop, the floated cord,

Delayed not to bestow.

But he (they knew) nor ship, nor shore,

Whatever they gave, should visit more.

 .

Nor, cruel as it seemed, could he

Their haste himself condemn,

Aware that flight, in such a sea,

Alone could rescue them;

Yet bitter felt it still to die

Deserted, and his friends so nigh.

 .

He long survives, who lives an hour

In ocean, self-upheld;

And so long he, with unspent power,

His destiny repelled;

And ever, as the minutes flew,

Entreated help, or cried,

 .

“Adieu!” At length, his transient respite past,

His comrades, who before

Had heard his voice in every blast,

Could catch the sound no more.

For then, by toil subdued, he drank

The stifling wave, and then he sank.

 .

No poet wept him: but the page

Of narrative sincere,

That tells his name, his worth, his age,

Is wet with Anson’s tear.

And tears by bards or heroes shed

Alike immortalize the dead.

I therefore purpose not, or dream,

Descanting on his fate,

To give the melancholy theme

A more enduring date:

But misery still delights to trace

Its semblance in another’s case.

.

No voice divine the storm allayed,

No light propitious shone;

When, snatched from all effectual aid,

We perished, each alone:

But I beneath a rougher sea,

And whelmed in deeper gulfs than he

.

sense_and_sensibility

De zwarte jager

Uit mijn boekenkast

.

Vandaag de bundel ‘De zwarte jager’ van Jules Deelder. Gekocht als derde druk in 1984 toen ik Deelder als dichter ontdekte. Uit deze bundel (uitgegeven door De Bezige Bij) met gedichten zonder titels en zonder uitzondering met een bijzondere typografische vormgeving, uit hoofdstuk III het volgende gedicht:

.

Ontstegen aan

…..het bleke bed

komt hij

…………..op weg

…..naar het toilet

Bix Beiderbecke

…………….tegen

die zonet

…………….op

……..zijn cornet

….de Koekoekswals

heeft ingezet

.

………………..Bij

…..nader inzien

..blijkt ook het

….toilet bezet

.

zwarte jager

Veel voor weinig

De boekenkast van Lucebert

.

Stichting Perdu staat voor het uitdragen en ontwikkelen van de poëzie in het Nederlandse taalgebied in samenhang met andere kunsten. Daartoe brengt zij op haar podium experimentele en geëngageerde vormen van literatuur met de dichtkunst als focus en reflectie als uitgangspunt.

Bij Poëziecentrum Perdu wordt op 1 december een feestelijke bijeenkomst georganiseerd  rond het thema ‘De boekenkast van Lucebert’. Naast een film en een voordracht van Lisa Kuitert (als hoogleraar Boekwetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en schrijfster van ‘De lezende Lucebert’) wordt er een verkoop georganiseerd van een deel van het nagelaten boekenbezit van Lucebert. Een deel van zijn uitgebreide bibliotheek is op verzoek van de erven Lucebert geschonken aan Perdu.

De boeken worden in pakketjes van steeds 4 exemplaren verkocht voor € 12,- per stapeltje. Een aantal van de boeken bevat een handtekening of een stempel en ben je niet tevreden met een titel in je pakket dan kun je deze achteraf met andere kopers ruilen.

.

perdu

perdu_100

Gedicht op een straatbord

Jan Cremer

.

Beeldend kunstenaar, schrijver, dichter Jan Cremer (1940) is in zijn geboortestad Enschede terug te vinden op een straatbord voor het Balengebouw  met het gedicht ‘Ode aan mijn geboortegrond II’.

.

Ode aan mijn geboortegrond II

.

De klaaglijke roep van de midwinterhoorn

het reveille van de haan

grafheuvels in de ochtendmist

rondwarende schuimkoppen in de lucht

ijspegels aan het stiepelteken

de dageraad aan een doornig knekelveld

.

Vers brood glijdt uit de oven

humkessoep op het fornuis

biest bonenkoffie en een schnaps

witte wieven gooien met het spit

.

gedicht-cremer.large-enschede

Heden (gedicht)

 Nog maar eens een gedicht van mijn hand.

 ,

Heden

 ,

Wat onmogelijk lijkt,

is het vullen van de leegte

 ,

Niet de leemtes die zijn gevallen,

ze zijn opgelost en verdrongen door

de sterke verhalen, de tot de verbeelding

sprekende geschiedenissen die we samen delen

 ,

wat nu onmogelijk lijkt,

zal straks vergeten zijn

 ,

Samen kan ook alleen beleefd worden

gelijk eenzaamheid in gezelschap soms de

kop opsteekt, je de stilte voelt in het onweer,

’s nachts demonen je slaap verstoren met gehuil

 ,

Wat nu onmogelijk lijkt

Is slechts één van je opties

,