Site-archief
Fabrique
Willem van Toorn
.
Willem van Toorn (1935) is schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler en bloemlezer. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was Willem van Toorn een grote naam in de poëzie. Hij won in die periode vele poëzieprijzen, publiceerde vele bundels en zat in een aantal jury’s van poëziewedstrijden. Een uitgebreide bio- en bibliografie kun je lezen op de website van schrijversinfo.nl op http://www.schrijversinfo.nl/toornvanwillem.html . Willem van Toorn’s gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat.
Uit de bundel ‘Gedichten 1960-1997’ uit 2001, het gedicht Fabrique.
.
Fabrique
.
Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.
.
Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.
.
Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.
.
Gedicht in hout
Hendrik Marsman
.
H. Marsman (1899-1940) was dichter, vertaler en literair criticus. Marsman behoorde lange tijd tot de Vitalisten. Vitalisme betekent zoveel als levensdrift, de drang om intens, vurig en gevaarlijk te leven. Met ‘vitalisme’ wordt allereerst een filosofie of levenshouding aangeduid waarin de verheerlijking van het leven om het leven centraal staat. Voor de vitalist is het hoogste doel van de mens te leven en kan boven het leven geen andere waarde worden gesteld. Het uitleven van de intuïtieve en driftmatige levensdrang is voor de vitalist de enige vorm van wijsheid.
In de jaren 30 van de vorige eeuw nam hij echter afstand van deze stroming en zijn werk werd expressionistischer en zelfs futuristisch. Marsman verafschuwde de Nederlandse bekrompenheid. Hij zei ooit: “Holland is en blijft een ellende. Wie hier op de grond stampt, zakt weg in de modder”.
Toch werd Marsman vooral bekend om zijn gedicht ‘Herinnering aan Holland’ uit 1936 wat aan het einde van de 20ste eeuw werd verkozen tot gedicht van de eeuw.
Het gedicht ‘Schaduw’ werd door J. Havermans in hout gesneden voor een uitgave die echter nooit is verschenen. In de categorie gedichten in vreemde vormen wilde ik jullie deze niet onthouden.
.
Met dank aan dbnl.org en wikipedia
.
The white cliffs
Alice Duer Miller(1874-1942)
.
In de categorie films gebaseerd op poëzie vandaag de film The White Cliffs of Dover uit 1944. Het lange gedicht in 52 verzen werd in 1940 gepubliceerd en verkocht al snel meer dan een miljoen exemplaren. Ook Winston Churchill staat bekend al lezer van dit gedicht.
Het verhaal is dat van een jong Amerikaans meisje Susan, dat vlak voor het begin van de Eerste Wereldoorlog naar Londen komt als toerist. Daar ontmoet ze een jonge Engelsman sir John Ashwood, uit de upper class en trouwt met hem. Ze krijgen een zoon en al snel gaat John naar het front op het vaste land van Europa. Vlak voor het einde van de Eerste Wereldoorlog komt John om en Susan blijft alleen op het landgoed achter met hun zoon. Ondanks dat haar vaderland Amerika trekt en de armoedige staat van het landgoed besluit ze in Engeland te blijven en het leven van een lady te leiden. Het gedicht eindigt wanneer de Tweede Wereldoorlog op het punt van uitbreken staat en Suzan zich afvraagt of ze na haar man nu ook haar zoon zal verliezen in een Wereldoorlog.
Alice Duer Miller heeft de verfilming niet meer mee kunnen maken, zij stierf in 1942.
In de film uit 1944, spelen Irene Dunn (Suzan) , Alan Marshall (John) en Roddy McDowall (John II) de hoofdrollen. De regie was in handen van Clarence Brown.
.
Het eerste en het laatste vers:
.
I
I have loved England, dearly and deeply,
Since that first morning, shining and pure,
The white cliffs of Dover I saw rising steeply
Out of the sea that once made her secure.
I had no thought then of husband or lover,
I was a traveller, the guest of a week;
Yet when they pointed ‘the white cliffs of Dover’,
Startled I found there were tears on my cheek.
I have loved England, and still as a stranger,
Here is my home and I still am alone.
Now in her hour of trial and danger,
Only the English are really her own.
.
LII
And were they not English, our forefathers, never more
English than when they shook the dust of her sod
From their feet for ever, angrily seeking a shore
Where in his own way a man might worship his God.
Never more English than when they dared to be
Rebels against her-that stern intractable sense
Of that which no man can stomach and still be free,
Writing: ‘When in the course of human events. . .’
Writing it out so all the world could see
Whence come the powers of all just governments.
The tree of Liberty grew and changed and spread,
But the seed was English.
I am American bred,
I have seen much to hate here— much to forgive,
But in a world where England is finished and dead,
I do not wish to live.
.
Wil je het hele gedicht lezen dan kan dat op: http://www.poemhunter.com/poem/the-white-cliffs/
.
Met dank aan Wikipedia
Halloween
31 oktober 2013
.
Gister was het Halloween. Een feestdag (voor kinderen) die voornamelijk in Amerika, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Ierland wordt gevierd maar ook steeds vaker in Nederland de kop op steekt als (extra) feestdag voor kinderen om aan extra snoep te komen. De naam Halloween is afgeleid van Hallow-e’en, oftewel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen op 1 november. In de Keltische kalender begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was oudejaarsavond. De oogst was binnen, het zaaigoed voor het volgende jaar lag klaar en dus was er even tijd voor een vrije dag, het Keltische Nieuwjaar of Samhain (uitspraakSaun, het Ierse woord voor de maand november).
Samhain was ook nog om een andere reden zeer bijzonder. De Kelten geloofden namelijk dat op die dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen om te proberen een levend lichaam in bezit te nemen voor het komende jaar.
Over Halloween zijn vele gedichten geschreven sommigen melig en kinderachtig andere juist creatief en uitdagend. Hieronder een gedicht van Ted Hughes.
.
Wind
This house has been far out at sea all night,
The woods crashing through darkness, the booming hills,
Winds stampeding the fields under the window
Floundering black astride and blinding wet
.
Till day rose; then under an orange sky
The hills had new places, and wind wielded
Blade-light, luminous black and emerald,
Flexing like the lens of a mad eye.
.
At noon I scaled along the house-side as far as
The coal-house door. Once I looked up –
Through the brunt wind that dented the balls of my eyes
The tent of the hills drummed and strained its guyrope,
.
The fields quivering, the skyline a grimace,
At any second to bang and vanish with a flap;
The wind flung a magpie away and a black-
Back gull bent like an iron bar slowly. The house
.
Rang like some fine green goblet in the note
That any second would shatter it. Now deep
In chairs, in front of the great fire, we grip
Our hearts and cannot entertain book, thought,
.
Or each other. We watch the fire blazing,
And feel the roots of the house move, but sit on,
Seeing the window tremble to come in,
Hearing the stones cry out under the horizons.
.
Met dank aan Wikipedia
Wandering star
Portishead
.
Na alle berichten over de Ongehoord! gedichtenwedstrijd nog eens terug te hebben gelezen bleef ik in gedachten even hangen bij de muziek, en dan vooral de gezongen gedichten van Joëlle Smidt. Ik weet dat er nogal verschillend gedacht wordt over poëzie en muziek. De een vindt het prachtig en de ander vindt dat de twee elkaar tekort doen en dan meestal dat de poëzie te kort wordt gedaan.
Dinsdagavond reed ik van een vergadering terug naar huis en in mijn cd speler zat een cd uit 1994. Dummy van Portishead. Ongetwijfeld een van de mooiste cd’s ooit gemaakt volgens mij. Ik hou erg van de sferische sound en de prachtige soms ijle zang van de zangeres. Hier komen wat mij betreft muziek en tekst helemaal tot zijn recht in vrijwel alle liedjes op de cd.
Omdat ik twee rubrieken op mijn blog heb die met muziek te maken hebben : Muziek en Poëzie in songteksten, deel ik vandaag graag de tekst en de muziek van een prachtig nummer van Portishead met jullie: Wandering star.
.
Wandering star
.
Please could you stay awhile to share my grief,
For it’s such a lovely day,
To have to always feel this way,
And the time that I will suffer less,
Is when I never have to wake
.
Wandering stars,
For whom it is reserved,
The blackness of darkness, forever,
Wandering stars,
For whom it is reserved,
The blackness of darkness, forever
.
Those who have seen the needles eye, now tread,
Like a husk, from which all that was now has fled,
And the masks, that the monsters wear,
To feed, upon their prey
.
Wandering stars,
For whom it is reserved,
The blackness of darkness, forever,
Wandering stars,
For whom it is reserved,
The blackness of darkness, forever
.
Doubled up inside,
Take awhile to shed my grief,
Always doubled up inside,
Taunted, cruel
.
Wandering stars,
For whom it is reserved,
The blackness the darkness, forever,
Wandering stars,
For whom it is reserved,
The blackness, the darkness, forever
.
Poëzie en wetenschap
Gillian K. Ferguson
.
In 1880 schreef Matthew Arnold in De studie van de Poëzie:
“Meer en meer zal de mensheid ontdekken dat we ons moeten wenden tot de poëzie om het leven te interpreteren, om ons te troosten, om ons te onderhouden, zonder poëzie, zal de wetenschap onvolledig zijn. Waar we nu religie en filosofie bij de wetenschap betrekken zal dit worden vervangen door poëzie. Wetenschap, zeg ik, zal niet compleet zijn zonder poëzie. Niet voor niets benoemt Wordsworth poëzie als ‘de hartstochtelijke uitdrukking, in het aangezicht van alle wetenschap’. En wat is een gelaat zonder uitdrukking ”
Wetenschap en poëzie lijken twee werelden maar zijn dat natuurlijk niet. Hoewel wetenschap gebaseerd is op feiten en rede en poëzie op emotie en verbeelding hebben de twee veel raakvlakken. Of zoals Einstein al zei: “The most beautiful thing we can experience is the mysterious. It is the source of all true art and science.’
Op de website van Gillian K. Ferguson ‘The human genome, poems on the book of life’ schrijft de dichter over juist deze twee schijnbaar tegengestelde werelden. Niet voor niets heeft ze haar website genoemd naar het genoom (het geheel van erfelijke informatie in een cel).
Gillian K. Ferguson is een Schots dichter. Ze is meerdere malen bekroond als dichter. Haar werk is beschreven als oogverblindend origineel, lichtgevend en moedig intelligent; ze combineert levendige lyriek en sensualiteit met een bijzonder acuut ‘Celtische’ gevoeligheid voor de natuur.
.
The Genome is a Poem
.
The Genome is a poem –
sung from the lips of God;
.
original whisper in the dark
beginning, the written Word
.
that bred blue Earth
among sister stars –
.
brother planets,
spinster Moon.
.
Stirred in water molecules,
that gorgeous chemistry –
.
some thickening of light;
organic fibres – clinging
.
to a simple idea, somehow,
of existence – evolving life.
.
Knödel
Versvorm
.
De Knödel is een versvorm die door Paul Ilegems gelanceerd werd in 1988 in het Nederlandse tijdschrift Nieuwe Weelde. Ilegems beoefende die onder de naam Jacob Knödel. Met zijn rijmschema lijkt de Knödel vrij goed op een gehalveerd Zwitsers sonnet (vandaar ook ‘luiaardsonnet’ geheten).
De Knödel bestaat uit vier en drie regels met rijmschema aaba bab. Het metrum is vrij.
Twee voorbeelden van een knödel:
.
Blankenberge
.
De zomergast vliegt uit zijn bol
Bij ’t zien der zee… Hij schreeuwt als dol,
Zijn makkers grijpend, van ‘Thalassa!’
En stormt erheen, de ogen vol…
.
Ach nee. Braaf wacht hij bij de kassa
Bemachtigt kruk en parasol
En zoekt zijn weg doorheen de massa
.
.
Sportongeval
.
Het fietsen, zegt men, is gezond
Draai fier de trappers in het rond
Rijd hard want je wilt winnen!
Maar mijd een val op harde grond!
Dan wacht in’t ziekenhuis het linnen
De artsen snellen toe, terstond,
Bezoek van vrienden en vriendinnen..
.
Met dank aan het Vrije vers.
.
Joris Declercq
Haringe (naast Watou)
.
Ik was afgelopen weekend in Vlaanderen en daar in het plaatsje Haringe kwam ik, wandelend over de begraafplaats, de grafsteen tegen van Pater Joris Declercq (1921-1981).
Joris Declercq was behalve pastoor in Haringe, kunstenaar, verteller van streekverhalen en dichter. De kettingrokende Declercq lag aan de basis van de Kultuurgemeenschap en er kwamen kunsttentoonstellingen, orgelconcerten, openluchttoneel en andere manifestaties waarop nogal wat vreemden, waaronder heel wat Fransvlamingen afkwamen. Hij schreef boeken en heerlijke poëzie, hij deed volop mee aan carnaval en andere dorpsactiviteiten en na de mis ging hij graag een pintje drinken en dobbelen. Kortom een bijzonder man.
Dat zie je terug aan zijn grafsteen. De steen was al klaar toen Declercq nog leefde, zo wist hij zeker hoe zijn graf er uit zou komen te zien. alleen de datum van overlijden moest nog worden toegevoegd.
Op de grafsteen een voorbeeld van zijn poëzie.
.
E vrind is lik e stekkerdroad,
je kut dr an vaste roak’n;
en ojje were weg wult goan,
t doe zeer je los te moak’n.
.
Joris Declercq bij zijn grafsteen















