Site-archief

Ver als de horizon ben je

Simon Vinkenoog

.

Na alle inhoudelijke en beschouwende poezie van de laatste dagen is het nu weer eens tijd voor een gedicht. Geen duiding, geen omschrijving, gewoon een fraai gedicht uit 1952 uit de bundel ‘Land zonder nacht’ van één van de vijftigers Simon Vinkenoog (1928 – 2009).

.

Ver als de horizon ben je

.

ver als de horizon ben je

in de glazen kist van het weer geborgen

beukend op de blikken deksels

van het najaar

ik zie de bliksem langs je lichaam trillen

en de regen loopt onrustig door je ogen

.
ik kan de afstand die mij van je scheidt

in lichtjaren tellen

en in de meter van het geluid

zoemen de seconden

.
mijn handen opnieuw in gebruik gesteld

sluiten het onweer in je borsten buiten

.
alleen de regen is thuis

op de platte daken van de nachten

zonder duizelingen

.

Het ene ‘isme’ is het andere ‘isme’ niet

Acmeïsme  vs  Symbolisme

.

Opzoek naar informatie over Futuristen (waarover later meer) kwam ik enige andere ismes tegen. Het Symbolisme en (een nog obscuurder isme) het Acmeïsme. Het Symbolisme was een stroming in de beeldende kunst, muziek en literatuur die in het fin de siècle (ca. 1890 – 1914) opgang maakte. Het ontstaan van het Symbolisme is te zien als een reactie op het rond 1850 dominante Realisme en Naturalisme in de kunst. Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie werden centraal gesteld. Het Symbolisme kenmerkte zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool stond daarbij centraal. Deze stroming wortelt sterk in de Romantiek die rond 1800 onstond, ook al als een tegenbeweging voor de rede en de objectiviteit.

Het Acmeïsme was een beweging in de Russische dichtkunst die in 1910 ontstond onder leiding van Nikolaj Goemiljov en Sergej Gorodetski. De acmeïsmisten verzetten zich tegen het Symbolisme en streefden naar opperste helderheid. Acmeïsme komt van het Griekse woord ‘Acme’ dat hoogtepunt betekent. Vertegenwoordigers van deze stroming zijn o.a. Anna Achmatova en Osip Mandelstam.

Beide waren lid van het Dichtersgilde waarin de Acmeïsmisten waren verenigd. Als dichter verwierf Osip Mandelstam faam met zijn bundel Kamen (Steen). Mandelstam werd in 1934 gearresteerd vanwege het gedicht “de heerser” dat Stalin als een persoonlijke belediging opvatte. In dit gedicht werd Stalin omgeschreven als

.

“Kremlinbewoner uit de bergen, de wurger en boerendoder

zijn dikke vingers vet als wormen

en zijn woorden onwrikbaar als loden gewrichten

zijn kakkerlakkensnor lacht ” etc.

.

Naar aanleiding van dit gedicht werd Mandelstam verbannen naar het plaatsje Tsjerdyn in de Oeral, maar na een zelfmoordpoging werd zijn verbanning verplaatst naar Voronezj. Zijn verbanning eindigde in 1937. In 1938 werd hij weer opgepakt, wegens vermeende antirevolutionaire activiteiten, en tijdens zijn ondervraging bekende hij een antirevolutionair gedicht geschreven te hebben. Mandelstam werd veroordeeld tot vijf jaar in een werkkamp, maar lang voordat hij aankwam op zijn bestemming was hij al zo verzwakt, dat hij in een van de vele doorgangskampen bezweek. Hij stierf in een Goelagkamp in de buurt van Vladivostok, op 27 december 1938.

.

Tederder dan teder
je lief gelaat,
breekbaarder dan breekbaar
je bleke hand,
ver van heel de wereld
houd jij je staand,
en hoe je bent
viel niet af te wenden.
 .
Ook niet af te wenden
is je verdriet,
de vingers, rank,
van je warme handen,
de zachte klank
van wat jij manhaftig
ter sprake brengt,
het ver verschiet
waaraan je denkt…
 .
1909
.
(Bron De Gids, jaargang 163 uit 2000, vertaling Peter Zeeman)

Meer over Osip Mandelstam lees je hier: http://www.kristienwarmenhoven.nl/russische-profielen.osip-mandelstam/

Stiftgedicht

Wat is het?

.

Deze poëzievorm is een idee van de Amerikaanse schrijver Austin Kleon, die ze Newspaper Blackout Poems noemt. Hij publiceerde ze op zijn website  ( www.austinkleon.com) en een bundel ervan verscheen in april 2010 onder de titel Newspaper Blackout. In Nederland maakt onder andere Dennis Gaens (stadsdichter van Nijmegen) stiftgedichten.

.

Een stiftgedicht is een gedicht dat niet ontstaat door te schrijven maar door te schrappen. Je maakt een stiftgedicht door met een merkstift in een bestaande gedrukte tekst (vaak krantenartikelen of een bladzijde uit een oud boek), woorden of delen van woorden te schrappen tot wat overblijft een gedicht vormt, dat niets meer met de oorspronkelijke tekst te maken hoeft te hebben.

.

Hier zijn enkele voorbeelden. De linker is van Judy Elfferich (http://judyelf.edublogs.org/)

 

Gedicht

Remco Campert

.

Vandaag gelezen dat Remco Campert zijn tweede naam Wouter is. Voor velen een totaal onbelangrijk feitje maar voor poezieliefhebbers die Wouter heten een leuk weetje. Remco Campert is al jaren één van mijn favoriete dichters. Daarom hier een prachtig gedicht van hem uit de bundel ‘Een stanmdbeeld opwinden’ uit 1952 met als titel Gedicht.

.

Gedicht

 .

Als we dan liefhebben, liefhebben

tussen veel papier, holle mannen en metaal,

laten we dan liefhebben, zoals mij goeddunkt:

.

Liefhebben met de rust van de onrust, niet

die van de routine, elkaars ogen verliezen

en weer ontdekken, voorbij de huizen gaan,

.

het land in, de streling van onbekende struiken

ondergaan, de wind proeven op een steeds andere tong,

de maan zien en de zon in een kaartloze baan.

.

En laten de vrienden snel verouderen, worden

tot waardevolle verhalen, en die meter aarde is slechts

vruchtbaar

waarop wij gaan.

.

De terrorist en de poëzie

Invictus

.

Toen Timothy McVeigh op 11 juni 2001, de dag dat zijn doodstraf uitgevoerd zou worden, die hij kreeg na het plegen van een bomaanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma city, zijn final statement mocht maken, deed hij dit door het overhandigen van een handgeschreven gedicht aan zijn bewaker Harley Lappin.

Het gedicht was van William Ernest Henley getiteld ‘Invictus’ (betekenis: god van de onoverwinnelijkheid) uit 1875. Aangenomen wordt dat Henley in dit gedicht  het bestaan van een god volgens de Christelijke doctrine ter discussie stelt of ontkent

Waarom McVeigh juist dit gedicht over schreef en aan de bewaker overhandigde daar kunnen we slechts naar gissen. Meteen na het overhandigen van de tekst werd McVeigh om het leven gebracht middels een dodelijke injectie.

De dichter Henley kreeg op zijn twaalfde Tuberculose waarna zijn rechterbeen werd geamputeerd. Zijn linkerbeen kon worden gespaard maar hij in zijn latere leven had hij enorm veel pijn door de abcessen die zijn lichaam teisterde. Velen denken dat zijn afkeer van het Christendom hier mee te maken heeft.

Dit is het briefje dat McVeigh aan de bewaker overhandigde mat daaronder de tekst van ‘Invictus’.

De titel Invictus was niet de originele titel van het gedicht. Dat had geen titel. De titel Invictus werd later door zijn redacteur toegevoegd toen het gedicht werd opgenomen in The Oxford book of English verse.

.

.

Invictus

.

Out of the night that covers me,

Black as the pit from pole to pole,

I thank whatever gods may be

For my unconquerable soul.

.
In the fell clutch of circumstance

I have not winced nor cried aloud.

Under the bludgeonings of chance

My head is bloody, but unbowed.

.
Beyond this place of wrath and tears

Looms but the Horror of the shade,

And yet the menace of the years

Finds and shall find me unafraid.

.
It matters not how strait the gate,

How charged with punishments the scroll,

I am the master of my fate:

I am the captain of my soul.

.

Het vak van de naaister

Sonja Prins

.

Op zoek naar voorbeelden van sociaal geëngageerde poëzie kwam ik terecht bij Sonja Prins (1912 – 2009).  Sonja Prins was de dochter van de linkse non-conformist, schrijver en vertaler Apie Prins en van de vrouwenactiviste en onderwijsvernieuwster Ina Elisa Willekes Macdonald. Nog maar achttien jaar oud richtte Sonja Prins het internationale tijdschrift voor avant-gardeliteratuur Front op. Er verschenen vier nummers (1930-1931), bij de Haagse uitgeverij Servire. Prins publiceerde in 1933 haar eerste dichtbundel Proeve in strategie onder de schuilnaam Wanda Koopman. Deze modernistische bundel met sociaal geëngageerde poëzie werd lovend besproken door onder meer Hendrik Marsman en Victor van Vriesland.

.

In 1930 werd ze lid van de communistische partij en in de tweede wereldoorlog maakte ze de illegale krant Vonk. Ze werd opgepakt en naar concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd. Na de oorlog schreef ze in de dichtbundel Brood en rozen over haar ervaringen in het kamp. In de jaren vijftig schreef ze poëzie die verwantschap toonde met die van de vijftigers en in 1956 trad ze uit de CPN, ontgoocheld door de inval van de Sovjet Unie in Hongarije.

In de jaren 70 trok ze zich terug in de bossen bij Baarle-Nassau als kluizenaar om daar in alle rust te kunnen werken.

Uit ‘Het geschonden aangezicht'(1955) het volgende gedicht:

.

Het vak van de naaister

.

ja ik geef het afgeronde beeld

met al zijn hoeken en plooien

van deze wereld

.
ik hang haar op de stellage

en drapeer de stoffen

met de hand van een naaister

.
en terwijl ik zo bezig ben

klinkt uit de buste

een stem die mij waarschuwt

.
luister je kan nu wel plooien

maar ik was er eerder

de aarde de melkweg

.
als je mij wilt vergooien

blijft er niets over

en niets te draperen

.
met mijn oor op de buste

schrijf ik haastig

naaister van woorden

.

De kluizenaarswoning van Sonja Prins is te bezichtigen: http://www.papierentijger.org/index.php?page_id=31&style_id=0

Bron: Wikipedia en Gedichten.nl

Gerrit Komrij

1944-2012

.

Vannacht is Gerrit Komrij overleden. Dichter, essayist, schrijver en criticus. Maar vooral dichter wat mij betreft. Hieronder een prachtig gedicht van hem ‘Antipode’ .

.

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,

Het schone hemd, de reidans en de zon.

Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,

De vale schutskleur van het kameleon.
.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.

Ik leef in schaduwen, ben nameloos.

Laat me verdorren in het wintertij,

Ver van de zomers met hun hels gehoos.

.
Ik kan de lichte stormen niet verdragen.

Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.

O camera. O beeld van welbehagen.

Laat me van dit de antipode zijn.

.

Kritisch op kritiek

Wat vinden de lezers?

.

Een paar weken geleden heb ik hier een stuk gepost onder de veelzeggende titel ‘Zoet en fruitig versus Zuur en bitter’. Een reactie op een nare recensie. Was de recensie inhoudelijk geweest en de kritiek opbouwend dan had ik hier vrede mee kunnen hebben. Door de pompeuze toon, de manier waarop en de totale desinteresse om zich in de gedichten te verdiepen echter voelde ik mij gedwongen een reactie te schrijven.

Ik begin hier over omdat ik op de website van de Huffington post een interessant artikel las van Travis Nichols met de titel ‘Should poetry critics go negativ?’

Het artikel en de reacties op dit artikel zijn het lezen meer dan waard. Een klein stukje uit het artikel:

In terms of ‘negative criticism’ (so called), I rarely see the use of it. If it is to dismiss a work of literature/art as unvaluable/irrelevant, don’t we already do this by not attending it, or by not investing our desires and passions in it? It is so much work just to understand poetry/art (for works of art and poetry to become legible to one’s self) I have never understood why people would want to waste their energy on what does not interest them (what, that is, they do not love or desire).

en:

In other words, why bother going negative on poetry when American culture has gone so negative on poetry already? It’s already well below zero, why pile on? Why not focus on what’s good, on what’s desirable? Donovan sees a poet-critics job as to, first, “do no harm,” and then, in a sense, to work out of love.

Het hele artikel lees je hier: http://www.huffingtonpost.com/travis-nichols/should-poetry-critics-go_b_429646.html

Zo doe je dat dus

Aan de slag

Door mijn stuk over Flarfs ben ik gaan proberen of ik het zelf ook kan. Een Flarf schrijven.

Ingrediënten: Google, en de kernwoorden Razernij en Puddingbroodje.

Dit heb ik er van gemaakt.

.

Flarf

Broodjes die beschermen tegen hondsdolheid en

razernij, ik eet me misselijk aan

twee puddingbroodjes, in het midden

van de orkaan is alles rustig

.

zij sprak dan ook de woorden:

de standaardreactie op deze formulering

is er een van ; half Nederland op de

kast jagen, nieuw dekseltje zoeken

.

er worden telefoongesprekken over

gevoerd (op donderdag is dat oriëntaalse

vermicelli) publieksvoorlichting,

puddinglepel, lijkroof, wervingsadvertenties

.

Helemaal niet gek voor mijn eerste flarf zou ik zeggen.

 

Flarf

Ready mades of collages

.

Zoals je in de kunst de techniek van de collage hebt (zie hieronder een bijzonder fraai voorbeeld van I. Vos), zo heb je in de poezie ook iets dergelijks onder de naam Flarf. Een Flarf is een gedicht waarin zoekresultaten van het internet zijn verwerkt. Een Flarf kan helemaal bestaan uit deze teksten of ermee zijn gelardeerd.

Wikipedia geeft de volgende onstaansgeschiedenis van de Flarf:

“Eind 2000 stuurt de Amerikaanse dichter Gary Sullivan een gedicht in naar poetry.com, ‘één van die frauduleuze poëziewedstrijden’, zoals hij de Amerikaanse organisatie noemt. Hij wil hiermee protesteren tegen de onoorbare praktijk van het verlokken van de argeloze dichter tot publicatie van zijn of haar gedichten, door poetry.com uiteraard, tegen buitensporig hoge tarieven. Aangezet door de theorie dat elk gedicht, hoe slecht ook, met het oog op winstbejag per definitie door dit soort organisaties de hemel in wordt geprezen, zendt Sullivan het slechtste gedicht in dat hij kan bedenken. Hieronder volgen de eerste 10 regels van het gedicht ‘Mm-hmm’.

Yeah, mm-hmm, it’s true
big birds make
big doo! I got fire inside
my “huppa”-chimp(TM)
gonna be agreessive, greasy aw yeah god
wanna DOOT! DOOT!
Pffffffffffffffffffffffffft! Hey!
oooh yeah baby gonna shake & bake then take
AWWWWWL your monee, honee (tee hee)
uggah duggah buggah biggah buggah muggah

Drie weken later ontvangt Sullivan een lovende brief van poetry.com met een aanbieding om, tegen forse betaling, zijn gedichten in een ‘coffee-table quality book’ uit te laten geven met een ‘Arristock leather cover stamped in gold and a satin bookmarker’. Sullivan maakt van dit voorval gewag op een mailinglist en roept andere dichters op om eveneens ‘vreselijke’ gedichten in te sturen naar poetry.com. Enkelen, waaronder K. Silem Mohammed en Drew Gardner reageren positief. Ergens in deze beginperiode valt het betekenisloze woord flarf, dat al snel als benaming wordt opgepikt voor het ‘aanstootgevende, sentimentele en infantiele’ in de vreselijke gedichten. Zo ontstaat er begin 2001 een clubje dichters dat begint te experimenteren met flarf gedichten, waarbij het gebruik van Google als primaire bron van flarfteksten zijn intrede doet. Dit laatste heeft tot gevolg dat flarf steeds vaker wordt aangewend als aanduiding van de wijze waarop de poëzie tot stand komt in plaats van de aanvankelijke betekenis van ‘het infantiele, het domme’.”

In Nederland verscheen de eerste Flarfbundel in 2009 van Ton van ’t Hof getiteld ‘Je komt er wel bovenop’.

Ton van ’t Hof heeft een bijzonder leesbaar en interessant stuk geschreven over Flarfpoezie. Deze tekst werd op 27 april 2007 tijdens een avond in Perdu over Amerikaanse poezie gepresenteerd. De volledige tekst lees je hier:  http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/Flarf_lezing.pdf