Site-archief
Ongehoord! Dichterspodium in December
Joz, Gijs, Lisa, Peter en Els
Het laatste Ongehoord! podium van 2016 is op zondag 11 december. We verwelkomen op ons podium dichters Peter W.J. Brouwer, Joz Knoop, Lisa Heinsohn, Els de Groen en Gijs ter Haar. Muziek is er van singer-songwriter Lucia Hakbijl. Proza schrijfster Marjolijn Markus vertelt over haar in januari te verschijnen boek ‘Ik leef in een wereld die ik niet ken’. Uiteraard is er een Open Podium waar je je als dichter voor kunt opgeven (vooraf via Facebook of ter plekke).
Het podium in de bibliotheek van Rotterdam aan de Hoogstraat (naast station Blaak en de Markthal) zal dit keer eenmalig weer een keer zijn op de oude locatie op de eerste verdieping in de Erasmuszaal (voorheen de Glazen Zaal). Toegang is als altijd gratis evenals de koffie en de thee.
.
Gijs
Joz
Peter
Marjolijn
Els
Lisa
Dichters van vroeger
Van Hadewijch tot A. Roland Holst
.
Toen ik de bundel ‘Dichters van vroeger’ zag liggen bij de kringloopwinkel wist ik dat ik ‘m wilde hebben. Zo’n prachtig vormgegeven dikke bundel met zo’n 370 gedichten uit 8 eeuwen Nederlandse poëzie voor € 1,50, ik ben er blij mee. Omdat deze bloemlezing, samengesteld door Garmt Stuiveling, zo’n groot tijdvak bestrijkt staan er vele dichters en gedichten in die ik niet ken. Sommige nauwelijks begrijpelijk (zoals ‘Alle Dinge’ uit Hadewijch), sommige in hoogdravende taal (zoals ‘Béranger’s vaarwel’ van Everhardus Johannes Potgieter) tot aan het prachtige ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot (terug te lezen op dit blog op 27 oktober 2012).
Ik koos voor het allereerste gedicht ‘Alle dinge’ uit Hadewijch en ‘Winter’ van C.S. Adama van Scheltema.
.
Alle dinge
.
Alle dinge
Zijn mi te inge,
Ik ben zo wijd:
Om een ongeschepen
Heb ik begrepen
In eeuwigen tijd.
.
Ik heb het gevaan.
Het heeft mi ontdaan
Widere dan wijd;
Mi es te inge al el;
Dat wette wel
Gi dies ook daar zijt.
.
Winter
.
Stiller, stiller, stiller zakken
Nacht en dagen om mij heen –
Als de sneeuw de dorre takken
Dekken zij ’t verleên.
.
Doch hun hout wacht, diep verborgen,
Menig, menig wederkeer,
En mij komt de jonge morgen
Nimmer, nimmer weer!
.
Wie gebloeid heeft en gedragen,
Houdt herdenking tot genoot –
Hij heeft God niet meer te vragen
Dan den stillen dood.
.
Eervolle vermeldingen Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Uit het juryrapport
.
Behalve de drie prijswinnaars heeft de jury ook drie eervolle vermeldingen gedaan. Wie het zijn lees je hier.
JURYRAPPORT ONGEHOORD 2016 (voorgelezen door Peter Swanborn, jurylid)
Zoals u weet, zijn er dit jaar maar liefst 168 gedichten voor deze wedstrijd ingestuurd. De vijf bestuursleden van Stichting Ongehoord hebben hieruit een eerste selectie gemaakt, en zo een shortlist samengesteld, al was het eerlijk gezegd wel een tamelijk lange shortlist van maar liefst vijftig gedichten.
Deze shortlist is geanonimiseerd naar de jury gegaan. En de jury, dat zijn Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens, die beiden hier helaas niet aanwezig kunnen zijn, en ikzelf. We hebben de gedichten dus gelezen zonder te weten wie de schrijver of schrijfster was. Strikt genomen gaan de drie prijzen die we vanmiddag uitreiken, dus naar de gedichten. Net zoals het bij de landelijke Turing wedstrijd gebeurt.
Welnu, de jury heeft de shortlist van vijftig gedichten met aandacht en veel plezier gelezen. Niet in de laatste plaats omdat het niveau van de shortlist hoog was. Mooie strofen, mooie zinnen kwamen we meer dan eens tegen. Laten we een paar voorbeelden geven die wat ons betreft een eervolle vermelding verdienen.
zoals je adem steeds maar weer dezelfde weg zoekt
en dan zomaar op een dag stokt – je weet niet wanneer
of wat de nieuwslezer bezield heeft op deze dag
en of het nog nut heeft een tandarts te bezoeken
Dit was de laatste strofe uit: deze dag van Annette Akkerman, een gedicht over verbazing, over vervreemding over de dingen die alledaags kunnen zijn. Over het bewustzijn dat alles zomaar, op elke dag, afgelopen kan zijn.
Of anders de eerste strofe uit: De lente komt … van René Hoevenaren een gedicht zonder clichés, en dat is bijzonder voor een gedicht over de lente. In dit gedicht is de lente, geboorte, ook wreed.
De tempelgeesten in de haag, heggemus en vink,
hebben bewegingsdag voorspeld. Ze voelden het gefluisterd breken
zoals een kussensloop wel knispert, bevroren aan de lijn,
rigor mortis uit nachtelijke adem.
Het piepen komt pas later.
Ook bijzonder was het gedicht met als opmerkelijke titel: loopje van Moniek Spaans, een gedicht over ‘hersenschimmen en onrustige gedachten’ : het beschrijft een kort spreekuur, waar je te horen krijgt dat de kwaal bij het leven hoort, dat je naar huis kunt gaan. Ik citeer:
het zijn niet de benen
maar het is uw hoofd dat lijdt
aan het restless legs syndrome
het zijn uw gedachten
die een loopje met u nemen
.
Winnaar Ongehoord! Poëzieprijs 2016
Hein van der Schoot
.
In een sfeervolle foyer van het Bibliotheektheater in Rotterdam verzamelde zich zondagmiddag vele dichters die hadden meegedaan aan de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016. Het thema van de wedstrijd ‘Verwachting’ kon van de vele gezichten worden afgelezen. Wie zou de winnaar worden? Terwijl men vol verwachting de zaal betrad speelde Dwaalkat haar eerste nummer.
De jury bestond dit jaar uit drie ervaren dichters: Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens en Peter Swanborn. Helaas waren Manuel en Marieke verhinderd maar Peter nam namens de jury de honneurs waar. Dit jaar hadden 169 dichters de moeite genomen om een gedicht in te sturen. Van deze 169 gedichten waren er 50 geselecteerd door het bestuur van Ongehoord! op de shortlist. Omdat dit de vijfde editie was en dus het eerste lustrum kreeg na de opening door de presentator van dienst, de winnaar van de allereerste editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd Hervé Deleu het podium. Hij droeg het gedicht ‘Menen-Rotterdam’ voor.
Daarna kregen de dichters de gelegenheid om hun gedicht in het Bibliotheektheater voor te dragen. Een groot deel van de dichters maakte van deze gelegenheid gebruik en in drie rondes werden de gedichten voorgedragen afgewisseld door de prachtige zang van Dwaalkat.
Na de gedichten was het de beurt aan Peter Swanborn namens de jury. De jury was verrassend eensgezind over de keuze van de drie winnaars. Uiteindelijk koos de jury voor het gedicht van Hein van der Schoot als het winnende gedicht. Nummer twee werd Hans Franse die helaas niet aanwezig kon zijn (zijn gedicht werd door Peter Swanborn voorgedragen) en de derde prijs viel Wouter Veldboer ten deel.
Over het winnende gedicht van Hein van der Schoot schreef de jury: In dit gedicht voel je de vervreemding, het tussen twee tijden, twee werelden bewegen. Het inleven in een varken dat geslacht wordt, maakt de directe omgeving, de nonkels en tantes, tot een dreigende meerderheid. Er is geen ontsnappen aan: ‘Ge zit gevangen in uw lijf’.
.
ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg
ge wist van de kelder de zolder, de ene sok de andere
en door de deur hoorde ge honderden vaders moeders
en bromberen net als vorige week en toen en toen
en buiten, nou ja buiten, de buik deed zeer, zeer
hoe het varken door zijn poten zakte en u aankeek
hoe het misschien droomde en ge zelf droomde dat ge
slappe benen zou krijgen en dan opengespalkt op de ladder
en al die nonkels en tantes die balkenbrij eten
een tuimelend hoofd met bloedspetters en strepen op de cementen
vloer en d’n papa die morse kan lezen maar dat ge zelf in uw lijf zit en
dat daar niemand u uit kan halen en dat er een brug is en een vallei
en hopelijk alles een kwestie is van goed zwiepen
.
Herve Deleu draagt ‘menen-Rotterdam’ voor.
Dwaalkat vermaakt en ontroert het publiek.
Peter Swanborn deelt het juryrapport en de prijzen uit
Derde prijs winnaar Wouter Veldboer, Peter Swanborn en winnaar Hein van der Schoot
.
Morgen en overmorgen de gedichten en juryrapporten van de tweede en derde prijs, donderdag volgen dan nog de eervolle vermeldingen.
Eva Gerlach
Seizoen
.
De bundel ‘O wie was mijn vader wie was ik’ uit 1995 is een bloemlezing van gedichten van meerdere dichters met gedichten over hun vader. Opvallend is het verschil in de manier waarop dichters en dichteressen in relatie staan ten opzichte van hun vader en hoe zij over hun vader schrijven.
Of zoals de achterflap meldt: Voor de dochter blijft er vaak een onbenoemd verlangen naar of een onbegrepen dreiging van de vader, terwijl voor de zoon het contact met de vader veel vanzelfsprekender is. Zij wandelen, fietsen, maken vistochten en krijgen begrip voor elkaar.
Ook ik heb ooit een gedicht voor en over mijn vader geschreven en vooral het begrip voor herken ik. In het gedicht ‘Seizoen’ van Eva Gerlach, oorspronkelijk verschenen in ‘Een kopstaand beeld: gedichten’ uit 1983 lees ik toch ook begrip voor de vader figuur. Misschien is het genoemde verschil niet altijd zo duidelijk.
.
Seizoen
.
Mijn vader die de dood niet lustte, laat
zijn handen die een meetlat op mij braken
met andere vingers hier het groen aanraken
van kiemblad onder een slaapmuts van zaad.
.
Maak zijn hart licht, laat hem het voorspelbare
ontroerd begroeten en voor wind bewaren,
de vruchten tot verrotting gadeslaan.
.
Hij heeft genoeg tegen zijn zin gedaan.
.
Poëzieroute
Harderwijk
.
Harderwijk kent iedereen natuurlijk van het Dolfinarium. Maar er is meer te beleven. Zo is er in de binnenstad de poëzieroute ‘Dichter bij de stad’. De poëzieroute is een initiatief van Literaire Culturele Stichting Apollo in Harderwijk, i.s.m. VVV Harderwijk. De literaire culturele kring Apollo is opgericht in 1986 en stelt zich ten doel: het literaire en culturele leven in Harderwijk te stimuleren door het organiseren van evenementen welke een onderhoudend karakter hebben, en werkt zij, op het gebied van cultuur, theater en kunst ook met andere organisaties samen.
Joz Brummans was de initiatiefnemer van deze route die bestaat uit 25 gedichten geplaatst op stenen tableaus die overal in de binnenstad en aan de haven liggen. Gedichten van plaatselijke dichters maar ook van Ida Gerhardt, Arthur Rimbaud, Hans Lodeizen en A. Marja.
De route is te raadplegen via https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1pcSVKHdahMsT14AOXyvR4JD6I7w&hl=en_US
Dichter bij Rotterdam
G.J. Laan
.
In 1981 verscheen bij uitgeverij Futile een aardig boekje samengesteld door Meijer de Wolf, met als titel ‘Dichter bij Rotterdam’. In tegenstelling tot de ook niet onaardige bundel die een paar jaar geleden bij MUG books verscheen ‘Wij dragen Rotterdam’ in deze bundel geen hedendaagse dichters maar een overzicht van gedichten door de tijden heen over Rotterdam. Van de 16e eeuw tot de 20ste eeuw is er veel over Rotterdam geschreven in poëtische zin.
Wat opvalt zijn een aantal voor mij onbekende namen als C. A. Cocheret , W. Punt en B. Snel maar ook bekende (Rotterdamse) namen als Gerard Cox, Clara Eggink en J.H. Speenhoff, alsmede een groot aantal gedichten waar de dichter niet van bekend is. Een boek dat aan alle kanten rammelt (op het kaft staat M. de Wolff, op de titelpagina Meijer de Wolf bijvoorbeeld) met een rare bladspiegel maar dat maakt niets uit. Het is het levenswerk van deze de Wolf(f) en hij heeft een fraaie doorsnee van poëzie (hoge en lage) over Rotterdam bij elkaar gebracht.
Ik heb gekozen voor het gedicht ‘De Oude Binnenweg’ van G.J. Laan.
.
De Oude Binnenweg
.
Rond de Ouwe Binnenweg
draait ’t leven door.
Daar is geen sprake van hoge flats
of een groot glazen kantoor.
’n Biertje in ’n cafeetje,
bij de visman een vette bek.
Dan voel je je goed
en dan pas bruist je bloed,
Aan de Binnenweg is nog pret.
.
Die smalle Oude-Binnenweg,
’n stukje oud Rotterdam,
daar hoor je ’t orgel nog spelen,
in de kroeg zit ’n ouwe man.
Hij draait een zware Van Nelle
en bestelt weer een Ouwe Vlek,
want waar smaakt je borreltje lekkerder
dan aan de Ouwe-Binnenweg.
.
























